Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BC8841

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-04-2008
Datum publicatie
08-04-2008
Zaaknummer
20-001813-07
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSHE:2007:BA3300, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Opzetheling van een schilderij van Vincent van Gogh, De Geknotte Berkenboom. Het hof overweegt ambtshalve dat verdachte op basis van de in het arrest weergegeven feiten en omstandigheden, nu verdachte het eerder gestolen schilderij van Vincent van Gogh aan [naam eigenaar schilderij] voor € 80.000,00 te koop heeft aangeboden, hij heeft gezegd dat het schilderij hem in een kroeg was aangeboden en dat hij een recente foto van het schilderij kon regelen en hij richting [naam eigenaar schilderij] noch de politie de persoon heeft genoemd die over het schilderij beschikte, terecht als verdachte en niet als tipgever is aangemerkt.

Dat verdachte het gehele geldbedrag van € 80.000,00 dat hij van de pseudokoper voor de verkoop en de overdracht van het schilderij had ontvangen, zou overdragen aan medeverdachte [naam medeverdachte] en dat het verdachte alleen om een aanvullende geldelijke beloning te doen was, doet aan het vorenstaande niet af. Voorts is het hof, gelet op de omstandigheid dat de pseudokoper pas contact met verdachte heeft opgenomen nadat verdachte het schilderij aan [naam eigenaar schilderij] te koop had aangeboden, van oordeel dat verdachte door de pseudokoper niet is gebracht tot een ander strafbaar feit dan waarop verdachtes opzet reeds was gericht. Het hof neemt daarbij tevens in aanmerking dat verdachte, toen medeverdachte [naam medeverdachte] wilde stoppen, hem alsnog heeft overgehaald de verkoop doorgang te laten vinden. Het hof is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en dat er geen sprake is van een vervolgingsuitsluitingsgrond noch van een strafuitsluitingsgrond. Straf: Taakstraf in de vorm van een werkstraf van 240 uur en 9 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer : 20-001813-07

Uitspraak : 8 april 2008

VERSTEK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 19 april 2007 in de strafzaak met parketnummer 01/889014-06 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen, en opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd voor de duur van 2 jaren en een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis zal opleggen, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de onder verdachte inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven computer zal worden teruggegeven aan verdachte.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 12 mei 1999 tot en met 12 maart 2006, althans in de periode van 7 maart 2006 tot en met 12 maart 2006, in elk geval op 12 maart 2006 te 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een schilderij (te weten "De Geknotte Berkenboom" van Vincent van Gogh) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen en/of het overdragen wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bijzondere overwegingen

Uit het verhandelde ter terechtzitting in eerste aanleg en uit de opgegeven bezwaren bij de appelakte begrijpt het hof dat de verdediging van mening is dat verdachte, toen het schilderij door hem aan [naam eigenaar schilderij] werd aangeboden, ten onrechte niet als tipgever doch als verdachte is aangemerkt en dat hij door de pseudokoper is uitgelokt tot het plegen van het ten laste gelegde strafbare feit. Hoewel dit verweer ter terechtzitting in hoger beroep niet is gevoerd, overweegt het hof dienaangaande ambtshalve het navolgende.

Uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, dat:

- verdachte eind januari of begin februari 2006 in contact is gekomen met medeverdachte [naam medeverdachte], die hem vroeg of hij een schilderij van Vincent van Gogh dat in 1999 bij [naam eigenaar schilderij] [hierna te noemen: [naam eigenaar schilderij]] te ’s Hertogenbosch was gestolen, in Azië wilde verkopen;

- verdachte hierop aanvankelijk heeft gezegd dat hij dit niet durfde, omdat hij dit levensgevaarlijk vond, aangezien “je zwaar gestraft wordt, als je daarmee gepakt wordt”;

- medeverdachte [naam medeverdachte] verdachte heeft gezegd dat verdachte € 2.500,00 zou krijgen wanneer verdachte het schilderij zou weten te verkopen en dat degenen die het schilderij hadden er een bedrag van € 80.000,00 voor wilden ontvangen;

- verdachte contact heeft opgenomen met een vertrouwenspersoon, [naam vertrouwenspersoon], en hem heeft gevraagd wat hij het beste kon doen;

- verdachte [naam vertrouwenspersoon] heeft gevraagd of hij contact wilde opnemen met [naam vertrouwenspersoon] bekende personen van de Rotaryclub, omdat verdachte wist dat één van die personen bij [naam eigenaar schilderij] werkte;

- verdachte dacht dat hij mogelijk tipgeld zou ontvangen als hij ervoor zou zorgen dat het schilderij bij [naam eigenaar schilderij] terug zou komen;

- verdachte op 7 maart 2006 met [naam vertrouwenspersoon] bij [naam eigenaar schilderij] is geweest en daar met een aantal personen, waaronder [naam medewerker], over het schilderij heeft gesproken, waarbij verdachte heeft gezegd dat het schilderij hem in een kroeg was aangeboden en hij het schilderij aan [naam eigenaar schilderij] heeft aangeboden voor een bedrag van € 80.000,00 en heeft toegezegd een foto van het schilderij te kunnen bezorgen;

- [naam medewerker] kort na dit gesprek de politie heeft ingeschakeld, waarna een pseudokoper is ingezet;

- verdachte contact heeft opgenomen met medeverdachte [naam medeverdachte] met het verzoek een foto van het schilderij te regelen en [naam medeverdachte] hem kort nadien een tweetal foto’s van het schilderij heeft gegeven;

- verdachte, omdat [naam medewerker] hem maar niet belde, contact heeft opgenomen met die [naam medewerker], omdat hij niet wilde dat degenen die het schilderij hadden, het niet meer serieus zouden nemen;

- verdachte op 10 maart 2006 een ontmoeting heeft gehad met de pseudokoper, hem een foto van het schilderij heeft overhandigd en, na ruggespraak te hebben gehouden met medeverdachte [naam medeverdachte], de pseudokoper heeft toegezegd dat deze nog diezelfde avond het schilderij bij verdachte thuis zou kunnen zien;

- medeverdachte [naam medeverdachte] vervolgens verdachte heeft medegedeeld dat hij het niet meer vertrouwde en dat hij de afspraak van die avond wilde afzeggen en zelfs helemaal wilde stoppen met de voorgenomen verkoop;

- verdachte medeverdachte [naam medeverdachte] heeft kunnen overhalen de verkoop van het schilderij op zondag 12 maart 2006 toch doorgang te laten vinden;

- verdachte, na ruggespraak met medeverdachte [naam medeverdachte], met de pseudokoper afspraken heeft gemaakt over de overdracht van het schilderij en de koopsom;

- verdachte op 12 maart 2006 het schilderij, dat medeverdachte [naam medeverdachte] kort daarvoor op die dag naar de woning van verdachte te ’s Hertogenbosch had gebracht, in de woning van verdachte aan die pseudokoper voor een bedrag van € 80.000,00 heeft verkocht en overgedragen;

- verdachte direct na de verkoop en de overdracht van het schilderij zijn woning heeft verlaten, waarop hij na korte tijd door de politie is aangehouden;

- verdachte op het moment van zijn aanhouding het geldbedrag van € 80.000,00 bij zich had.

Op basis van deze feiten en omstandigheden, een en ander bezien in onderlinge samenhang en (tijds)verband, is het hof van oordeel dat verdachte, nu hij het eerder gestolen schilderij van Vincent van Gogh aan [naam eigenaar schilderij] voor € 80.000,00 te koop heeft aangeboden, hij heeft gezegd dat het schilderij hem in een kroeg was aangeboden en dat hij een recente foto van het schilderij kon regelen en hij richting [naam eigenaar schilderij] noch de politie de persoon heeft genoemd die over het schilderij beschikte, terecht als verdachte en niet als tipgever is aangemerkt.

Dat verdachte het gehele geldbedrag van € 80.000,00 dat hij van de pseudokoper voor de verkoop en de overdracht van het schilderij had ontvangen, zou overdragen aan medeverdachte [naam medeverdachte] en dat het verdachte alleen om een aanvullende geldelijke beloning te doen was, doet aan het vorenstaande niet af.

Voorts is het hof, gelet op de omstandigheid dat de pseudokoper pas contact met verdachte heeft opgenomen nadat verdachte het schilderij aan [naam eigenaar schilderij] te koop had aangeboden, van oordeel dat verdachte door de pseudokoper niet is gebracht tot een ander strafbaar feit dan waarop verdachtes opzet reeds was gericht. Het hof neemt daarbij tevens in aanmerking dat verdachte, toen medeverdachte [naam medeverdachte] wilde stoppen, hem alsnog heeft overgehaald de verkoop doorgang te laten vinden.

Gezien het hiervoor overwogene is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierna zal worden bewezen verklaard, en dat er geen sprake is van een vervolgingsuitsluitingsgrond noch van een strafuitsluitingsgrond.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 12 maart 2006 te ’s-Hertogenbosch een schilderij (te weten "De Geknotte Berkenboom" van Vincent van Gogh) voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen en het overdragen wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 416, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het hof oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur en een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur, passend en geboden.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een straf als door de advocaat-generaal is gevorderd, omdat daarin onvoldoende tot uitdrukking komt:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de aard en de aanzienlijke waarde van het geheelde goed, te weten een schilderij van Vincent van Gogh;

- de omstandigheid dat verdachte alleen uit winstbejag heeft gehandeld.

In strafmatigende zin heeft het hof rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte het schilderij slechts zeer korte tijd in zijn bezit heeft gehad, alsmede met de omstandigheid dat het schilderij door verdachtes handelen weer in het bezit van de eigenaar is gekomen en dat verdachte de koopsom van € 80.000,00 niet voor zichzelf zou houden, doch dit bedrag zou overdragen aan medeverdachte [naam medeverdachte].

Met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Beslag

Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven hierna te noemen goed zal worden teruggegeven aan verdachte, zijnde degene die blijkens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep redelijkerwijs als rechthebbende van dit goed kan worden aangemerkt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9 (oud), 14a, 14b, 14c, 22c (oud), 22d en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

Opzetheling.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.

Gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen voorwerp, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten een computer, merk Microway, type 900990, kleur wit.

Aldus gewezen door mr. M.J.H.J. de Vries - Leemans, voorzitter, mr. H. Eijsenga en mr. F. van Es,

in tegenwoordigheid van mr. T. Tanghe, griffier,

en op 8 april 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.