Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BC8293

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-02-2008
Datum publicatie
01-04-2008
Zaaknummer
20-000543-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen feiten en omstandigheden zijn niet voldoende om te kunnen vaststellen dat de verdachte de in de tenlastelegging genoemde dieren heeft gehouden als eigenaar, houder of hoeder, zoals bedoeld in artikel 1 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-000543-06

Uitspraak: 12 februari 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 30 januari 2006 in de strafzaak met parketnummer 01-830320-05 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1965],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde zal bewezen verklaren en de verdachte ter zake zal veroordelen tot een taakstraf, te weten een werkstraf, voor de duur van 200 uren, voor het geval de werkstraf niet naar behoren wordt uitgevoerd te vervangen door 100 dagen hechtenis, alsmede tot gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

In de tenlastelegging, zoals opgenomen in de inleidende dagvaarding, verwijt de steller hiervan onder andere (zakelijk weergegeven) dat de verdachte(n) de nodige verzorging heeft/hebben onthouden aan paarden en/of pony's. Dit verwijt wordt nader omschreven, onder meer, door te stellen dat niet is gezorgd voor voldoende (vers) drinkwater. Waar in de verdere nadere omschrijving van de gedraging wordt gesteld, dat de paarden en/of pony's niet bijgevoerd werden, heeft de steller, gelet op de opbouw van de tenlastelegging, kennelijk bedoeld te stellen dat verdachte(n) er niet voor gezorgd heeft/hebben dat de paarden en/of pony's voldoende werden (bij)gevoerd.

Het hof zal de tenlastelegging aldus verstaan. De verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Aan de verdachte is met inachtneming van het vorenstaande ten laste gelegd:

dat hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2004 tot en met 21 januari 2005

te Bladel, op een of meer perce(e)l(en) nabij de[adres], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als houder van een of meer dieren, te weten:

- 30 stuks, althans een of meer, pony's en/of paarden en/of

- 28 stuks, althans een of meer, schapen en/of

- 11 stuks, althans een of meer, geiten/bokken,

aan die dieren de nodige verzorging heeft onthouden, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) er niet voor gezorgd dat:

- die paarden en/of pony's op (een van) voormeld(e) perce(e)l(en) droog

konden staan en/of liggen en/of konden schuilen tegen slechte weers-

omstandigheden;

- er voldoende (vers) drinkwater was in de (kennelijk) voor drinkwater bestemde

bakken;

- er een met (vers) hooi gevulde ruif was;

- die paarden en/of pony's voldoende (bij)gevoerd werden;

- die schapen en/of geiten/bokken op (een van) voormeld(e) perce(e)l(en)

droog konden staan en/of liggen;

- die schapen en/of geiten/bokken op (een van) voormeld(e) perce(e)l(en) niet op

een laag pure natte mest van circa één meter stonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep komt naar voren:

-dat de in de tenlastelegging genoemde dieren niet aan de verdachte toebehoorden;

-dat de verdachte het perceel, waarop de dieren zich bevonden, ter beschikking had gesteld aan de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2];

-dat de verdachte wel eens over het perceel liep, ook als zijn kinderen met de dieren speelden;

-dat de bemoeienis van de verdachte met de in de tenlastelegging genoemde dieren bestond uit het incidenteel vullen van een waterbak als hij zag dat deze leeg was.

Naar het oordeel van het hof zijn genoemde feiten en omstandigheden niet voldoende om te kunnen vaststellen dat de verdachte de in de tenlastelegging genoemde dieren heeft gehouden als eigenaar, houder of hoeder, zoals bedoeld in artikel 1 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Dit leidt tot de slotsom dat de verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht;

verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. J.H.J.M. Mertens - Steeghs, voorzitter,

mr. H. Eijsenga en mr. F. van Es,

in tegenwoordigheid van dhr. J.M.A.W. Koningstein, griffier,

en op 12 februari 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.