Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BC6059

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-01-2008
Datum publicatie
07-03-2008
Zaaknummer
R200701199 en R200701200
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 288 lid 3 Fw (nieuw) & artikel 292 lid 9 (nieuw)

Weliswaar is onvoldoende aannemelijk dat partijen bij ontstane schulden bij het CJIB en de belastingdienst voor zover betrekking hebbende op de wegenbelasting te goeder trouw zijn geweest, echter de woonsituatie van partijen is verbeterd en er is uitzicht op betaald werk en dagopvang voor de kinderen. Bovendien zijn voor diverse schulden regelingen getroffen en de verplichtingen worden nageleefd. Hieruit kan geconcludeerd worden dat partijen zich voldoende inspannen en er sprake is van een aanzienlijke verbetering. Partijen hebben de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van hun schulden onder controle gekregen, waardoor toepassing kan worden gegeven aan het bepaalde in artikel 288 lid 3 Fw (nieuw).

Eveneens wordt toepassing gegeven aan het bepaalde in artikel 292 lid 9 (nieuw) nu toepassing van de schuldsaneringsregeling pas in hoger beroep wordt uitgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RS

15 januari 2008

Sector civiel recht

Rekestnummers R07/01199 en R07/01200

Zaak nummer eerste aanleg 81327/FT-RK 07.453

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Arrest

In de zaak in hoger beroep van:

[X.] en [Y.],

beiden wonende te [woonplaats],

appellanten,

hierna te noemen: [X.] en [Y.],

procureur : mr. M.C.W. van der Zanden,

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Roermond van 25 oktober 2007, waarvan de inhoud bij [X.] en [Y.] bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschriften, ingekomen ter griffie op 1 november 2007, hebben [X.] en [Y.] verzocht voormeld vonnis te vernietigen en opnieuw rechtdoende, alsnog uit te spreken, dat zij tot de schuldsaneringsregeling worden toegelaten.

2.2. Gelet op de bijzondere verknochtheid van de ter griffie onder de nummers R200701199 en R200701200 ingeschreven zaken heeft het hof de voeging daarvan gelast, zodat zij gezamenlijk zullen worden behandeld en beslist.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 januari 2008. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- [X.] en [Y.], bijgestaan door mr. J.H.M. Verstraten.

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties, overgelegd bij de beroepschriften;

- de stukken van de mondelinge behandeling in eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 28 november 2007;

- de brief met bijlagen van de procureur van [Y.] en [X.], ingekomen ter griffie op 20 december 2007.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van de beroepschriften.

4. De beoordeling

4.1. [X.] en [Y.] hebben ieder bij verzoekschrift van 27 juli 2007 de rechtbank verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.

De totale schuldenlast bedraagt blijkens de verklaring ex artikel 285 lid 1 Faillissementswet (Fw) d.d. 27 juli 2007

€ 51.665,59.

Bij vonnissen waarvan beroep zijn de verzoeken van [X.] en [Y.] afgewezen.

4.1.1. De rechtbank heeft de verzoekschriften van [X.] en [Y.] gezamenlijk beoordeeld.

De rechtbank heeft op voet van artikel 288 lid 2 sub b Fw (oud) geoordeeld dat [X.] en [Y.] ten aanzien van de schulden bij het CJIB en de belastingdienst voor zover betrekking hebbende op de wegenbelasting niet te goeder trouw zijn geweest en dat dit tot gevolg heeft dat er gegronde vrees bestaat dat verzoekers tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling zullen trachten de schuldeisers te benadelen of de verplichtingen die voortvloeien uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren nakomen op grond waarvan het verzoek van [X.] en [Y.] tot toepassing van de schuldsaneringsregelingen is afgewezen.

4.1.2. De rechtbank heeft dit als volgt gemotiveerd. Tijdens de zitting is gebleken dat [X.] en [Y.] bewust auto’s op hun naam hebben laten zetten tegen betaling. Ondanks de wetenschap dat zij de kosten, die samenhangen met het hebben van auto’s, niet zouden kunnen betalen, hebben zij dit toch gedaan. Ten aanzien van het ontstaan van de vorderingen van het CJIB en de belastingdienst voor zover betrekking hebbende op de wegenbelasting, zijn zij dan ook niet te goeder trouw geweest.

4.2.1. [X.] en [Y.] hebben in de beroepschriften onder meer het volgende aangevoerd.

Zij ontkennen dat zij ten aanzien van het ontstaan van een deel van hun schulden niet te goeder trouw zijn geweest.

[Y.] knapte auto’s op voor autocross; om die reden haalde hij auto’s op bij de sloop; omdat de auto’s nog een kenteken hadden kon hij deze slechts meenemen indien het kenteken werd overgeschreven. Beschadigde onbruikbare auto’s werden teruggebracht naar de sloop. Enkel indien de sloper het wrak met het kenteken kon verbinden werd hiervoor een vrijwaring verstrekt, vaak was dit echter niet meer mogelijk. In dat geval werd de auto zonder vrijwaring achtergelaten en tenslotte vernietigd.

Vanwege een faillissement van zijn werkgever raakte [Y.] zijn baan kwijt.

Na de periode van de werkloosheiduitkering werd een WWB-uitkering aangevraagd. Verstrekking van deze uitkering werd geweigerd toen bleek dat vele auto’s op naam van [Y.] en [X.] stonden.

[Y.] kon zo nu en dan werken, verder waren zij aangewezen op hulp van familie en vrienden. In die periode werd vier- of vijfmaal een auto op [Y.] naam gezet voor een vergoeding. Hiermee werd voeding voor het gezin gekocht.

4.2.2. Ter zitting van 7 januari 2008 hebben zij het volgende daaraan toegevoegd. [X.] en [Y.] hebben inmiddels een vaste huurwoning gevonden. [Y.] werkt via [Z.]. Hij is doende zijn vrachtwagenrijbewijs gaan halen, waarna hij een jaarcontract als vrachtwagenchauffeur zal krijgen. [X.] neemt de zorg voor de kinderen op zich. Graag zou zij de tweeling naar een kinderdagverblijf brengen zodat zij parttime kan gaan werken. Het regelen van oppas via familie is helaas niet mogelijk, [X.] moeder werkt fulltime, [Y.] ouders wonen in [woonplaats] en zij beschikken niet over vervoer.

4.3. Het hof komt tot de volgende beoordeling.

Onvoldoende aannemelijk is dat [X.] en [Y.] ten aanzien van het ontstaan van de schulden bij het CJIB en de belastingdienst voor zover betrekking hebbende op de wegenbelasting te goeder trouw zijn geweest.

Evenwel is in het jaar 2006 de woonsituatie van [X.] en [Y.] verbeterd, met name in verband met de grootte van het gezin van [X.] en [Y.]. Nu [Y.] een opleiding tot vrachtwagenchauffeur aan het volgen is met uitzicht op betaald werk en gezocht zal worden naar een dagopvang voor de vier kinderen zodat [X.] op zoek kan gaan naar een parttime baan, acht het hof hier sprake van een aanzienlijke verbetering, waarvoor beiden zich inspannen. Met name waar ter zitting verder is gebleken dat het budgetbeheer waaraan zij zich onderwerpen ertoe geleid heeft dat er geen nieuwe schulden zijn ontstaan, het gezin rondkomt met een vergoeding van € 70,-- per week, voor diverse schulden regelingen zijn getroffen en de bij dit alles behorende verplichtingen worden nageleefd, zal het hof toepassing geven aan het bepaalde in artikel 288 lid 3 Fw (nieuw), nu voldoende aannemelijk is dat [X.] en [Y.] de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van hun schulden onder controle hebben gekregen.

4.4. Vorenstaande brengt mee dat het vonnis waarvan beroep wordt vernietigd en dat het hof zal beslissen als hierna te melden.

4.5. Nu toepassing van de schuldsaneringsregeling pas in hoger beroep wordt uitgesproken, zal het hof toepassing geven aan het bepaalde in artikel 292 lid 9 Fw (nieuw).

5. De beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

en opnieuw rechtdoende;

verklaart de schuldsaneringsregeling alsnog van toepassing ten aanzien van [X.] en [Y.], beiden wonende te [postcode] [woonplaats] aan de [adres];

bepaalt dat de griffier van het hof onverwijld kennis geeft van dit arrest aan de griffie van de rechtbank Roermond, ten benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.

Dit arrest is gewezen door mrs. De Klerk-Leenen, Gründeman en Pouw en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 15 januari 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.