Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BC6008

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-02-2008
Datum publicatie
06-11-2008
Zaaknummer
R200700485
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De man stelt dat zijn draagkracht ontoereikend is om de hem opgelegde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [Z.] te betalen. Ter zitting in hoger beroep heeft de man zijn verzoek in hoger beroep aldus verduidelijkt dat hij evenals in eerste aanleg verzoekt de alimentatie op nihil te bepalen. De man leeft met ingang van 3 februari 2005 samen met zijn nieuwe partner en haar minderjarige dochtertje. Op 8 november 2005 is hij met zijn nieuwe partner in het huwelijk getreden. Tot 25 september 2006 heeft de man een bijstands-uitkering voor een gezin ontvangen en met ingang van 25 september 2006 heeft de man inkomen uit arbeid. Met de eerst in hoger beroep overgelegde stukken heeft de man voldoende aangetoond dat zijn huidige echtgenote geen verdiencapaciteit heeft en daardoor niet in staat is in haar eigen levensonderhoud te voorzien.

Met betrekking tot de financiële situatie van de man gaat het hof uit van de navolgende gegevens, die blijken uit de door hem overgelegde bescheiden. Voor zover die gegevens door de vrouw in hoger beroep zijn betwist, zal het hof daarop gemotiveerd ingaan bij het desbetreffende onderdeel. [..]

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WSdH

20 februari 2008

Sector civiel recht

Rekestnummer R200700485

Zaaknummer eerste aanleg 78057 / FA RK 07-134

GERECHTSHOF ’S-HERTOGENBOSCH

Beschikking

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant,

de man,

procureur mr. Ph.C.M. van der Ven,

t e g e n

[Y.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

de vrouw,

procureur mr. W.J. Sleegers.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Roermond van 11 april 2007, waarvan de inhoud bij partijen bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 9 mei 2007, heeft de man verzocht de onderhoudsplicht van de hierna genoemde minderjarige naar rato van het gezinsinkomen casu quo de draagkracht van partijen vast te stellen en in het petitum verzocht voormelde beschikking te vernietigen en bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking opnieuw rechtdoende te wijzigen de beschikking van de rechtbank Maastricht d.d. 3 november 1994 onder zaaknummer 4202, waarin de man werd veroordeeld om een bedrag ad € 113,45 (fl. 250,--) per maand als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind [Z.], geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar], aan de vrouw te betalen.

2.2. Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 1 augustus 2007, heeft de vrouw verzocht voormelde beschikking te bevestigen, kosten rechtens.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 december 2007. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de man, bijgestaan door mr. J.W.J. Schoonbrood;

- de vrouw, bijgestaan door mr. P.M.F.M. Maas.

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties, overgelegd bij het beroepschrift;

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 15 maart 2007;

- de brief met bijlagen van de procureur van de man d.d. 27 november 2007;

- de brief met bijlagen van de procureur van de man d.d. 17 december 2007;

- het faxbericht van de procureur van de vrouw d.d. 7 januari 2008.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1. Partijen zijn op 26 juni 1992 met elkaar gehuwd.

Zij hebben één minderjarig kind:

- [Z.], geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar],

4.2. Bij beschikking van 3 november 1994 van de rechtbank Maastricht is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken en is de man veroordeeld tot betaling aan de vrouw van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [Z.] ten bedrage van fl. 250,-- (€ 113,45) per maand.

Deze bijdrage beloopt ingevolge de wettelijke indexering op dit moment € 156,30 per maand.

4.3. Bij beschikking van 11 april 2007 waarvan beroep, heeft de rechtbank het verzoek van de man tot nihilstelling/wijziging van de kinderalimentatie afgewezen.

Ingangsdatum wijziging

4.4. Ter terechtzitting in hoger beroep zijn partijen er mee akkoord gegaan dat de (eventuele) wijziging van de kinderalimentatie ingaat op 20 oktober 2006 (datum indiening verzoekschrift).

De vrouw heeft in eerste aanleg aangevoerd dat in alle redelijkheid niet van haar kan worden verlangd dat zij gehouden is tot terugbetaling van hetgeen in overeenstemming met de behoefte van [Z.] reeds is uitgegeven aan kosten van zijn levensonderhoud. Partijen hebben ter zitting in hoger beroep verklaard dat de betalingsachterstand inzake de kinderalimentatie ongeveer € 7.000,-- / € 8.000,-- bedraagt, zodat geen sprake is van een terugbetalingsverplichting van de vrouw.

Behoefte [Z.]

4.5. De behoefte van [Z.] aan de verzochte en vastgestelde bijdrage is in hoger beroep in geschil. De vrouw stelt dat de behoefte van [Z.] ongeveer

€ 400,--/€ 500,-- per maand bedraagt, omdat [Z.] gehandicapt is en de daadwerkelijke kosten voor hem ruimschoots hoger liggen dan de huidige kinderalimentatie. De man heeft betwist dat de behoefte van [Z.] zo hoog is.

Voorts is de man van mening dat ook de vrouw een deel in de kosten van [Z.] moet bijdragen.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de man er mee ingestemd dat het hof er vanuit gaat dat de vrouw al maximaal bijdraagt in de kosten van [Z.] (er is thans een betalingsachterstand van ongeveer € 7.000,--/€ 8.000,-- ) en dat alleen zijn draagkracht zal worden berekend.

De man is voorts door het hof in de gelegenheid gesteld middels toe te zenden bescheiden zijn financiële situatie met ingang van 20 oktober 2006 tot heden volledig inzichtelijk te maken en de vrouw is in de gelegenheid gesteld op de door de man toegezonden bescheiden te reageren.

Draagkracht man

4.6. De man stelt dat zijn draagkracht ontoereikend is om de hem opgelegde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [Z.] te betalen.

Ter zitting in hoger beroep heeft de man zijn verzoek in hoger beroep aldus verduidelijkt dat hij evenals in eerste aanleg verzoekt de alimentatie op nihil te bepalen.

De man leeft met ingang van 3 februari 2005 samen met zijn nieuwe partner en haar minderjarige dochtertje. Op 8 november 2005 is hij met zijn nieuwe partner in het huwelijk getreden. Tot 25 september 2006 heeft de man een bijstands-uitkering voor een gezin ontvangen en met ingang van 25 september 2006 heeft de man inkomen uit arbeid.

Met de eerst in hoger beroep overgelegde stukken heeft de man voldoende aangetoond dat zijn huidige echtgenote geen verdiencapaciteit heeft en daardoor niet in staat is in haar eigen levensonderhoud te voorzien.

4.7. Met betrekking tot de financiële situatie van de man gaat het hof uit van de navolgende gegevens, die blijken uit de door hem overgelegde bescheiden. Voor zover die gegevens door de vrouw in hoger beroep zijn betwist, zal het hof daarop gemotiveerd ingaan bij het desbetreffende onderdeel.

a. Inkomen van de man

De man is met ingang van 25 september 2006 tot 24 maart 2007 via FlexPay BV bij Intercession Reinigingsdiensten BV gedetacheerd geweest. Het salaris van de man werd in die periode door FlexPay betaald, maar zijn uren boven de 36 uur per week werden rechtstreeks aan hem uitbetaald door Intercession.

Met ingang van 25 maart 2007 is de man bij Intercession Reinigingsdiensten BV in dienst getreden. Zijn arbeidsovereen- komst bij Intercession loopt thans tot (in ieder geval) 25 maart 2008.

Nu de man geen jaaropgave 2006 of salarisspecificaties van FlexPay heeft overgelegd, maar wel de salarisspecificaties van Intercession, zal het hof voor de bepaling van het inkomen van de man vanaf 20 oktober 2006 uitgaan van de financiële bescheiden afkomstig van Intercession.

Blijkens de brief van Intercession van 13 augustus 2007 bedraagt het brutoloon van de man € 1.352,80 per vier weken, nog te vermeerderen met 8 % vakantietoeslag.

Voorts blijkt uit de door de man overgelegde salarisspecificaties dat hij structureel overuren en/of reisuren maakt. Het hof acht het redelijk om van een gemiddelde aan overuren/reisuren van € 212,-- bruto per vier weken uit te gaan, gebaseerd op de salarisspecificaties met volgnummer 3 en 6 tot en met 10 (perioden 04/2007, 06/2007 tot en met 10/2007: 6 perioden).

Het hof houdt voorts op jaarbasis uitgaande van de tarieven voor 2007 rekening met:

- € 901,-- pensioenpremie (€ 51,34 plus gemiddeld € 18,-- (betreffende de overuren/reisuren) per vier weken);

- € 1.269,-- werkgeversdeel Zvw (€ 84,59 plus gemiddeld € 13,-- (betreffende de overuren/reisuren) per vier weken).

Daarnaast houdt het hof uitgaande van de tarieven voor 2007 rekening met de volgende heffingskortingen:

- algemene heffingskorting (voor personen jonger dan 65 jaar);

- algemene heffingskorting voor de partner van de man (voor personen jonger dan 65 jaar);

- arbeidskorting (voor personen jonger dan 57 jaar);

- kinderkorting.

Uitgaande van de bovenstaande gegevens becijfert het hof het besteedbare inkomen van de man op (afgerond) € 1.727,-- netto per maand.

b. Maandelijkse lasten van de man uitgaande van de tarieven voor 2007:

- het op de Wet werk en bijstand gebaseerde normbedrag voor een gezin, exclusief de zogeheten woonkostencomponent;

- € 355,-- woninghuur (€ 476,-- kale huur minus € 121,-- (bij benadering) huurtoeslag);

- € 250,-- ziektekosten (€ 221,60 premie ziektekostenverzekering plus € 105,72 inkomensafhankelijke premie Zvw minus

€ 77,-- (bij benadering) zorgtoeslag);

- € 6,-- premie begrafenisverzekering.

Bovenstaande lasten resulteren in een draagkrachtloos inkomen van € 1.657,-- per maand. Na aftrek van bovenvermeld besteedbaar netto maandinkomen resteert dan een bedrag van € 70,-- per maand, waarvan 45 % beschikbaar is voor een onderhoudsbijdrage: € 31,-- per maand.

4.8. Op grond van hetgeen hierboven is overwogen is het hof van oordeel dat de man in staat is met ingang van 20 oktober 2006 tot betaling van € 31,-- per maand ter voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van [Z.].

De wettelijke indexering van deze alimentatie is voor het eerst van toepassing op 1 januari 2009.

4.9. De beschikking waarvan beroep, dient dus gedeeltelijk te worden vernietigd.

5. De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Roermond van 11 april 2007 voor zover daarin het verzoek van de man is afgewezen;

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

wijzigt de beschikking van 3 november 2004 van de rechtbank Maastricht ten aanzien van de onderhoudsverplichting voor [Z.] als volgt:

bepaalt dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van

- [Z.], geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar],

zal voldoen een bedrag van € 31,-- per maand met ingang van 20 oktober 2006, voor wat de nog niet verschenen termijnen betreft te voldoen bij vooruitbetaling;

verklaart de wettelijke indexering van voornoemde kinderalimentatie voor het eerst van toepassing op 1 januari 2009;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Kranenburg, Draijer-Udo en Philips en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 20 februari 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.