Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BC5999

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-02-2008
Datum publicatie
06-03-2008
Zaaknummer
R200700835
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering verzoek tot wijziging van de voorna(a)m(en) wegens ontbreken van voldoende zwaarwichtig belang

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

EB

14 februari 2008

Sector civiel recht

Rekestnummer R200700835

Zaaknummer eerste aanleg 120207 / FA RK 07-718

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Beschikking

In de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellante,

de vrouw,

procureur mr. L.G.R.M. Spronken.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Maastricht van 3 juli 2007, waarvan de inhoud bij de vrouw bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 6 augustus 2007, heeft de vrouw verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, primair de uit de geboorteakte blijkende voornamen “Philomina Johanna Maria” te vervangen door Mariëlla, subsidiair de voornaam Mariëlla toe te voegen, aldus, dat de voornamen dan luiden “Mariëlla Philomina Johanna”, kosten rechtens.

2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 december 2007. Bij die gelegenheid zijn de vrouw, bijgestaan door haar advocaat mr. P.J.H. Keulers, gehoord.

2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties, overgelegd bij het beroepschrift;

- de brief van de Advocaat-Generaal bij het Ressortsparket ’s-Hertogenbosch

d.d. 13 december 2007;

- de brief van de advocaat van de vrouw d.d. 16 januari 2008.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1. Bij verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 7 juni 2007, heeft de vrouw de rechtbank Maastricht op de voet van artikel 1:4 lid 4 BW verzocht haar toestemming te verlenen om haar voornamen te wijzigen in die zin dat de drie aan haar gegeven, uit de geboorteakte blijkende voornamen, ‘Philomina Johanna Maria’ worden vervangen door “Mariëlla’.

4.2. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de vrouw afgewezen. De rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen.

In beginsel heeft en behoudt een ieder de voorna(a)m(en) die hem bij de geboorte zijn gegeven en in de geboorteakte zijn opgenomen. Zwaarwichtige redenen kunnen echter aanleiding vormen om de voorna(a)m(en) te wijzigen. Hetgeen de vrouw heeft aangevoerd ter ondersteuning van haar verzoek, acht de rechtbank evenwel onvoldoende zwaarwichtig om de wijziging van de voornamen te gelasten noch is de rechtbank anderszins gebleken van een zwaarwichtig belang bij toewijzing van het verzoek van de vrouw. De stelling van de vrouw, dat zij het “gewenst” vindt dat de feitelijke situatie ook de juridische wordt, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd en rechtvaardigt zonder nadere toelichting derhalve niet een wijziging van de voornamen in het desbetreffende register van de burgerlijke stand. De door de vrouw aangehaalde voorbeelden (de diploma-uitreiking en het boeken van reizen) leiden de rechtbank evenmin tot de conclusie dat de vrouw in haar functioneren wordt belemmerd of dat er anderszins sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang. Daar komt nog bij dat de vrouw niet heeft gemotiveerd waarom de drie voornamen door één voornaam dienen te worden vervangen.

De vrouw kan zich met deze beschikking niet verenigen en komt hiervan in hoger beroep.

4.3. In haar beroepschrift geeft de vrouw aan dat er twee redenen zijn waarom zij van mening is dat de drie aan haar gegeven voornamen vervangen dienen te worden door één voornaam. In de eerste plaats verwijzen haar eerste twee voornamen naar haar Peter en Meter. Volgens de vrouw is het Peter- en Meterschap in waardering/functie achteruit gegaan. In de tweede plaats stelt de vrouw dat zij er zelf de voorkeur aan geeft om met één voornaam door het leven te gaan. Er zijn volgens de vrouw talloze mensen die slechts één voornaam hebben.

Ter zitting heeft de vrouw hieraan toegevoegd dat zij zich geplaagd voelt doordat haar roepnaam niet voorkomt op officiële stukken. Daarnaast heeft zij aangegeven dat zij zich ervoor schaamt wanneer zij wordt aangesproken als ‘Philomina’ en dat zij vaak moet uitleggen dat haar roepnaam ‘Mariëlla’ is. Zij vindt dat vervelend. Zij heeft een persoonlijk belang bij het verzoek.

De advocaat van de vrouw heeft ter zitting nog medegedeeld dat het wel de bedoeling was om de naam ‘Mariëlla’ als eerste naam vermeld te hebben in de registers van de burgerlijke stand, maar dat dat bij vergissing niet is opgegeven bij de aangifte van de geboorte,

4.4. Ter zitting heeft het hof aangegeven dat in deze zaak verzuimd is om een conclusie van het Openbaar Ministerie te verzoeken. Na afloop van de zitting is de Advocaat-Generaal bij het Ressortsparket ’s-Hertogenbosch alsnog verzocht te concluderen naar aanleiding van het verzoek van de vrouw.

In zijn brief van 13 december 2007 geeft de Advocaat-Generaal aan dat de vrouw in gebreke blijft een invulling te geven aan haar belang bij de wijziging van haar voornaam. De Advocaat-Generaal concludeert dat het belang van de vrouw eruit bestaat dat zij het wenselijk acht om met één voornaam door het leven te gaan. In de visie van de Advocaat-Generaal is dit onvoldoende zwaarwichtig om een wijziging te verzoeken c.q. te gelasten. De opmerking in het beroepschrift inhoudende dat het Peter- en Meterschap in waardering/functie achteruit is gegaan en dat er talloze mensen maar één voornaam hebben, heeft de Advocaat-Generaal niet van mening doen veranderen. De Advocaat-Generaal concludeert daarom tot verwerping van het beroep.

4.5. Bij brief van 16 januari 2008 heeft de advocaat van de vrouw namens de vrouw gereageerd op voornoemde conclusie van de Advocaat-Generaal. Volgens de vrouw ontbreekt in de rijke casuïstiek over de vraag of er voldoende zwaarwichtig belang bij inwilliging van een dergelijk verzoek is, een duidelijke lijn. De vrouw geeft aan regelmatig “last” te hebben ondervonden, doordat iedereen de naam ‘Mariëlla’ gebruikt. Als voorbeeld geeft de vrouw aan dat zij, na het boeken van een vliegvakantie, niet door de controle kon komen omdat de naam ‘M. van [X.]’ was opgegeven. Met veel moeite en geld werd een oplossing gevonden.

4.6. Het hof overweegt als volgt.

Voornamen zijn een middel om personen binnen hun familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. In die zin zijn voornamen een middel van persoonlijke en emotionele identificatie en hebben daarmee betrekking op een ieders privéleven en familie- en gezinsleven. Ondanks het gebruik van andere middelen van identificatie van personen spelen voornamen ook een belangrijke rol in het maatschappelijk verkeer met betrekking tot de identiteit van personen. Voor een wijziging van één of meerdere voornamen dient daarom een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan.

De door de vrouw verzochte naamswijziging is voor haar van persoonlijk belang. Voor dit belang kan het hof op zichzelf genomen begrip opbrengen. Het persoonlijk belang van de vrouw dient echter te worden afgewogen tegen het belang dat het rechtsverkeer heeft bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie.

Zowel in haar beroepschrift als ter zitting heeft de vrouw in feite slechts aangevoerd dat zij het vervelend vindt dat haar roepnaam ‘Mariëlla’ niet overeenstemt met haar officiële voornamen. Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat de vrouw aldus niet (voldoende) heeft onderbouwd dat dit een voldoende zwaarwichtig belang vormt om een wijziging van haar voornamen te rechtvaardigen. Het enkel ‘lastig’ of ‘vervelend’ vinden of erdoor ‘geplaagd’ worden acht het hof onvoldoende. Het door de vrouw in haar reactie op de brief van de Advocaat-generaal naar voren gebrachte voorbeeld met betrekking tot de vliegreis doet aan het oordeel van het hof niet af, nu er talloze mensen zijn die een niet aan hun eerste voornaam gelijkluidende roepnaam hebben en de vrouw niet heeft aangegeven waarom en hoe dit haar zo bijzonder treft.

Gelet op het voorgaande zal het hof de beschikking van de rechtbank bekrachtigen.

5. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Maastricht van 3 juli 2007.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Smeenk-van der Weijden, Everaars-Katerberg en Pellis en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 14 februari 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.