Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BC5455

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-02-2008
Datum publicatie
29-10-2008
Zaaknummer
R200701248-103.009.528_01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gezien het voorgaande, met name de schriftelijke toezegging van [appellant] dat hij zal meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek en de mogelijkheid tot plaatsing van [appellant] op korte termijn bij De Sluis, is er een behoorlijk alternatief voor plaatsing in een justitiële jeugdinrichting voorhanden, dat gezien het besprokene ter zitting de instemming heeft van de raad en de stichting.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de bestreden beschikking moet worden vernietigd per de datum van deze beschikking, voor zover daarbij de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in een justitiële jeugdinrichting tot 30 april 2008 is verlengd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ER

28 februari 2008

Sector civiel recht

Rekestnummer R200701248/103.009.528_01

Zaaknummer eerste aanleg 1780655 / JE RK 07-1309

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Beschikking

In de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen : [appellant],

procureur mr. J.W. Weehuizen,

t e g e n

de Raad voor de Kinderbescherming,

gevestigd te Tilburg,

geïntimeerde,

de raad.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank te Breda van 6 november 2007, waarvan de inhoud bij partijen bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 20 november 2007, heeft [appellant] verzocht voormelde beschikking te vernietigen, voor zover daarbij de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in een justitiële jeugdinrichting tot 30 april 2008 is verlengd.

2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 januari 2008. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de advocaat van [appellant], mr. B.G.M. de Ruijter;

- de moeder van [appellant], mevrouw J.C.P. Greven;

- de Raad voor de Kinderbescherming, hierna: de raad, vertegenwoordigd door mr. W. Bekker;

- de William Schrikker Stichting, hierna: de stichting, vertegenwoordigd door mevrouw N. Wielaard.

[appellant] zelf is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

Van de mondelinge behandeling is een verkort proces-verbaal opgemaakt.

2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties, overgelegd bij het beroepschrift;

- de brief van de William Schrikker Stichting van 23 januari 2008, met bijlage;

- de brief van de advocaat van [appellant] van 28 januari 2008.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1. Bij bestreden beschikking is de machtiging tot uithuisplaatsing van [appellant] in een justitiële jeugdinrichting verlengd tot 30 april 2008. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat uit de overgelegde stukken en de behandeling ter terechtzitting is gebleken, dat het in het belang van de opvoeding en verzorging van [appellant] noodzakelijk is hem gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen en dat, gezien de ernstige gedragsproblemen van [appellant], plaatsing in een justitiële jeugdinrichting vereist is. Hierbij heeft de kinderrechter in aanmerking genomen dat [appellant] geen gezag accepteert, wegloopgedrag vertoont, verbaal agressief is, in aanraking is geweest met politie en justitie, volledig zijn eigen gang gaat en de geboden hulpverlening negeert. Het doel is om uiteindelijk te komen tot kamertraining, maar voordat hiermee gestart kan worden dient er meer inzicht te komen in de problematiek van [appellant]. [appellant] kan zich met deze beschikking niet verenigen en is hiertegen in appel gekomen.

4.2. [appellant] is tijdens een ziekenhuisbezoek op 17 oktober 2007 aan zijn begeleiders ontsnapt en is sinds die datum spoorloos. [appellant] is niet ter zitting verschenen en heeft, via zijn advocaat, aangegeven zich onvindbaar te zullen houden zolang er dreiging is van plaatsing in een justitiële jeugdinrichting. Ook heeft [appellant] aangegeven na zijn achttiende jaar geen hulpverlening meer te zullen accepteren.

4.3. Ter zitting is door de stichting en de raad aangegeven dat men de situatie dat [appellant] zich verborgen houdt zeer zorgelijk acht. [appellant] zou moeten meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek in verband met de mogelijkheden na zijn achttiende. Ook zou er gekeken moeten worden naar een woonplek voor [appellant]. Ter zitting is afgesproken dat er op korte termijn een gesprek zou plaatsvinden tussen [appellant] en zijn gezinsvoogd, mevrouw Wielaard en dat er duidelijke afspraken worden gemaakt over de navolgende punten:

- er moet een schriftelijke toezegging komen van [appellant], dat hij zal meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek;

- er moet duidelijkheid komen over de mogelijkheden voor [appellant] van begeleid wonen via mevrouw Nolten van het MEE bij Amarant in [vestigingsplaats], of een eventuele andere oplossing;

- er moet een toezegging komen dat [appellant], totdat hij ofwel bij Amarant ofwel elders terecht kan als hij 18 is, een veilige verblijfplaats heeft op een plek waar ook een machtiging uithuisplaatsing ten uitvoer gelegd kan worden.

4.4. Bij brief van 23 januari 2008 met bijlage, heeft mevrouw Wielaard het hof bericht dat zij een gesprek heeft gehad met [appellant], waarin hij heeft aangegeven gemotiveerd te zijn voor een kamertrainings- c.q. begeleid wonen traject. [appellant] heeft schriftelijk, zie de bijlage bij genoemde brief, toegezegd mee te zullen werken aan een persoonlijkheidsonderzoek, aan een begeleid wonen traject en een intake voor het traject van de RIBW De Sluis.

[appellant] woont nu tijdelijk bij zijn moeder. Mevrouw Wielaard zal er, zo meldt zij in genoemde brief, zorg voor dragen dat [appellant] zo snel mogelijk op een goede perspectief biedende plek geplaatst wordt. [appellant] is inmiddels aangemeld voor het traject van RIBW de Sluis. Daar is geen wachtlijst en [appellant] zal hier snel geplaatst kunnen worden. Het begeleid wonen traject van Amarant kan van start gaan nadat [appellant] 18 jaar is geworden. Het persoonlijkheidsonderzoek is aangevraagd bij het Ambulatorium en kan ook ambulant plaatsvinden. Dit zal zo spoedig mogelijk gebeuren.

4.5. Bij brief van 28 januari 2008 van de advocaat van [appellant] heeft [appellant] nog eens bevestigd dat hij het eens is met de brief van de stichting van 23 januari 2008. De raad heeft op laatstgenoemde brief niet gereageerd.

4.6. Gezien het voorgaande, met name de schriftelijke toezegging van [appellant] dat hij zal meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek en de mogelijkheid tot plaatsing van [appellant] op korte termijn bij De Sluis, is er een behoorlijk alternatief voor plaatsing in een justitiële jeugdinrichting voorhanden, dat gezien het besprokene ter zitting de instemming heeft van de raad en de stichting.

4.7. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de bestreden beschikking moet worden vernietigd per de datum van deze beschikking, voor zover daarbij de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in een justitiële jeugdinrichting tot 30 april 2008 is verlengd.

5. De beslissing

Het hof:

vernietigt per heden de beschikking van de rechtbank Breda van 6 november 2007 voorzover daarbij de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [appellant] in een justitiële jeugdinrichting tot 30 april 2008 is verlengd;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Smeenk-van der Weijden, Pellis en Philips en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 28 februari 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.