Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BC5439

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
21-02-2008
Datum publicatie
29-10-2008
Zaaknummer
R200700360
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Nu is gebleken dat de jeugdrechtbank te Tongeren zich bevoegd heeft verklaard ten aanzien van de alimentatie en het hoofdverblijf van de kinderen, staat vast dat de rechtbank Maastricht destijds en het hof thans onbevoegd zijn kennis te nemen van deze geschillen, hetgeen voortvloeit uit art. 27 van Verordening (EG) nr. 44/2001. De bestreden beschikking dient aldus vernietigd te worden, voor zover deze betrekking heeft op de alimentatie en het hoofdverblijf van de kinderen.

Het hof overweegt voorts dat de jeugdrechtbank te Tongeren zich niet bevoegd heeft verklaard kennis te nemen van het geschil over de kinderbijslag, zodat het hof ten aanzien van dit geschil bevoegd is hier kennis van te nemen.

Nu tegen de beschikking van de rechtbank Maastricht voorzover daarin is beslist over de kinderbijslag geen enkele grief is gericht, zal het hof die beschikking op dit punt bekrachtigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

MV

21 februari 2008

Sector civiel recht

Rekestnummer R200700360

Zaaknummer eerste aanleg 114606 FA RK 06-1380

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Beschikking

In de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats] (België),

appellant,

hierna: de man,

procureur: mr. J.E. Lenglet,

t e g e n

[Y.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna: de vrouw,

procureur mr. J.A.Th.M. van Zinnicq Bergmann.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Maastricht van 23 januari 2007, waarvan de inhoud bij partijen bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 5 april 2007, heeft de man verzocht, bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voornoemde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bij tussenbeschikking te bepalen dat de onderhavige zaak wordt aangehouden totdat de bevoegdheid van het gerecht waarbij de zaak het eerste is aangebracht, te weten de Jeugdrechtbank te Tongeren (België), vaststaat, en bij eindbeschikking

primair:

de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek wegens onbevoegdheid van de gerechten hier te lande;

subsidiair:

Het verzoek van de vrouw van 25 oktober 2006 voor zover betreffende de vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, integraal af te wijzen als ongegrond, althans onbewezen.

2.2. Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 4 juni 2007, heeft de vrouw verzocht de man in zijn beroep niet-ontvankelijk te verklaren, althans het verzoek af te wijzen en voornoemde beschikking te bekrachtigen.

2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties, overgelegd bij het beroepschrift en het verweerschrift;

- de brief met bijlagen van de procureur van de man van 21 september 2007;

- de brief met de mening van de minderjarige dochter [dochter C.], ingekomen ter griffie op 1 oktober 2007.

- de brief met bijlage van de procureur van de vrouw van 15 oktober 2007;

2.4. Op grond van de inhoud van de stukken heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1. Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest.

De echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Maastricht van 22 maart 2001 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

4.1.1. Uit het huwelijk van partijen zijn de navolgende kinderen geboren:

- [dochter A.], op [geboortejaar] te [geboorteplaats];

- [zoon B.], op [geboortejaar] te [geboorteplaats];

- [dochter C.], op [geboortejaar] te [geboorteplaats].

4.1.2. In haar beschikking van 6 december 2005 heeft de rechtbank overwogen dat tussen partijen vaststaat dat de kinderen in feite bij de man verblijven en zijn de door de man te betalen kinderbijdragen op nihil bepaald.

4.1.3. Op 26 juni 2006 hebben [dochter A.] en [dochter C.] ervoor gekozen om vanaf die dag weer definitief bij de vrouw te gaan wonen.

4.1.4. Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank Maastricht op 25 oktober 2006 heeft de vrouw verzocht om vaststelling van kinderalimentatie ten behoeve van [dochter A.] en [dochter C.], veroordeling om de kinderbijslag voor beide kinderen aan de vrouw te voldoen, wijziging hoofdverblijf van de kinderen en veroordeling tot medewerking aan inschrijving van de kinderen in de gemeentelijke basis¬administratie.

4.1.5. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank een door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [dochter A.] en [dochter C.] bepaald van € 245,- per kind per maand en de beslissingen aanzien van het hoofdverblijf en de inschrijving van de kinderen in de gemeentelijke basisadministratie aangehouden.

4.2. De man kan zich met de beslissing van de rechtbank niet verenigen en is hiervan in hoger beroep gekomen.

4.3. Het is het hof gebleken dat de man reeds op 28 juli 2006 een procedure aanhangig heeft gemaakt bij de Jeugdrechtbank te Tongeren, België.

4.3.1. Bij brief van 19 september 2007 heeft de advocaat van de man het hof medegedeeld dat de jeugdrechtbank te Tongeren zich inmiddels bevoegd heeft verklaard inzake de alimentatiekwestie. Naar haar mening dienen de Nederlandse gerechten alwaar de zaak het laatst is aan¬gebracht ingevolge art. 27 van Ver¬ordening (EG) nr. 44/2001 zich derhalve onbevoegd te verklaren.

4.3.2. De vrouw heeft onderhavige procedure aanhangig gemaakt op 25 oktober 2006. Het hof heeft de vrouw bij brief van 2 oktober 2007 verzocht schriftelijk te berichten of de vrouw de stelling van de man, dat het hof zich onbevoegd dient te verklaren, kan onderschrijven of, indien dit niet het geval is, gemotiveerd te berichten.

4.3.2. Bij brief van 9 oktober 2007 heeft de advocaat van de vrouw het hof medegedeeld dat hij de stelling met betrekking tot de onbevoegdheid onderschrijft, uitsluitend voor zover deze betrekking heeft op de alimentatie en het hoofdverblijf van de kinderen. Nu uit het vonnis van de jeugdrechtbank Tongeren niet blijkt dat deze rechtbank zich bevoegd heeft verklaard ten aanzien van de kinderbijslag, dient het hof zich bevoegd te verklaren ten aanzien van het geschil over de kinderbijslag, aldus de advocaat van de vrouw.

4.4. Het hof oordeelt als volgt.

4.4.1. Nu is gebleken dat de jeugdrechtbank te Tongeren zich bevoegd heeft verklaard ten aanzien van de alimentatie en het hoofdverblijf van de kinderen, staat vast dat de rechtbank Maastricht destijds en het hof thans onbevoegd zijn kennis te nemen van deze geschillen, hetgeen voortvloeit uit art. 27 van Ver¬ordening (EG) nr. 44/2001. De bestreden beschikking dient aldus vernietigd te worden, voor zover deze betrekking heeft op de alimentatie en het hoofdverblijf van de kinderen.

4.4.2. Het hof overweegt voorts dat de jeugdrechtbank te Tongeren zich niet bevoegd heeft verklaard kennis te nemen van het geschil over de kinderbijslag, zodat het hof ten aanzien van dit geschil bevoegd is hier kennis van te nemen.

Nu tegen de beschikking van de rechtbank Maastricht voorzover daarin is beslist over de kinderbijslag geen enkele grief is gericht, zal het hof die beschikking op dit punt bekrachtigen.

Ten overvloede overweegt het hof dat derhalve vaststaat dat de vrouw recht heeft op de na 26 juni 2006 te ontvangen kinderbijslag, nu is gebleken dat [dochter A.] en [dochter C.] vanaf die datum onafgebroken bij haar hebben verbleven.

5. De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Maastricht van 23 januari 2007, voorzover daarbij de kinderalimentatie en het hoofdverblijf van de kinderen zijn vastgesteld en voorzover daarbij iedere beslissing omtrent het hoofdverblijf van de kinderen en hun inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie is aangehouden;

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

verklaart de rechtbank Maastricht onbevoegd kennis te nemen van het geschil omtrent de kinderalimentatie, het hoofdverblijf van de kinderen en hun inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie;

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Maastricht van 23 januari 2007 voorzover daarbij is beslist over de kinderbijslag.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Gründemann, Raab en Philips en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 21 februari 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.