Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BC3315

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-01-2008
Datum publicatie
01-02-2008
Zaaknummer
KGC200700557/HE
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil m.b.t. verbeurde dwangsommen. Heeft een autohandelaar in strijd met het vonnis teveel auto's op parkeerplaats staan? Uitleg dwangsomvonnis. Maatstaf voor overtreding een gebod is een andere dan de maatstaf voor overtreding van een verbod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

KG C0700557/HE

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

zevende kamer, van 15 januari 2008,

gewezen in de zaak van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant in principaal appel bij exploot van dagvaarding van 4 mei 2007,

geïntimeerde in voorwaardelijk incidenteel appel,

verder te noemen: [appellant],

procureur: mr. E.H.H. Schelhaas,

tegen:

[Y.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde in het principaal appel bij gemeld exploot,

appellant in het voorwaardelijk incidenteel appel,

verder te noemen: [gentimeerde],

procureur: mr. J.E. Lenglet,

op het hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch onder zaaknummer/ rolnummer 155390/KG ZA 07-131 gewezen vonnis van 13 april 2007 tussen [Y.] als eiser en [X.] als gedaagde.

1. Het verloop van het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2. Het verloop van het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven met producties heeft [X.] 5 grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot afwijzing van de vorderingen van [Y.].

2.2. Bij memorie van antwoord met producties heeft [Y.] de grieven bestreden. Hij heeft voorwaardelijk incidenteel appel ingesteld en daartoe 2 grieven aangedragen.

2.3. [X.] heeft een memorie van antwoord in het incidenteel appel genomen.

2.4. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de inhoud van de grieven en de toelichting daarop verwijst het hof naar de betreffende memorie.

4. De beoordeling

4.1. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende.

4.1.1. [X.] is eigenaar van een terrein aan de [vestigingsadres] te [vestigingsplaats]. Op dat terrein staat een aantal opslagloodsen. Eén van de loodsen, nummer [loodsnummer], wordt door [X.] sinds mei 2003 op basis van een mondelinge huurovereenkomst aan [Y.] verhuurd, die aldaar een autohandel drijft. Ten behoeve van die handel heeft [Y.] auto’s geplaatst op het ook aan [X.] toebehorende terrein in de omgeving van de loods, hierna: het buitenterrein.

4.1.2. Partijen zijn het niet eens over de omvang van het gehuurde. In geschil is de omvang van het buitenterrein dat door [Y.] wordt gehuurd.

4.1.3. Bij vonnis in kort geding van 12 oktober 2006 heeft de voorzieningenrechter onder meer beslist:

5.1. veroordeelt [Y.] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het buitenterrein dat ligt verbonden aan de [vestigingsadres] te [vestigingsplaats] te ontruimen en ontruimd te houden, met uitzondering van 10 parkeerplaatsen aan de voorzijde van de door hem gehuurde loods,

5.2. bepaalt dat [Y.] voor iedere keer dat hij in strijd handelt met het onder 5.1 bepaalde, aan [X.] een dwangsom verbeurt van EUR 500,00.

Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld. Het vonnis is [Y.] op 25 oktober 2006 betekend.

4.1.4. Op grond van door hem gestelde 69 overtredingen van deze veroordeling door [Y.] is [X.] de executie begonnen van verbeurde dwangsommen ten bedrage van in totaal € 34.500,-. [X.] beroept zich daartoe op drie processen-verbaal van een deurwaarder die constateerde dat

a. [Y.] 12 auto’s plaatst op tien belijnde vlakken

b. naast die 12 auto’s [Y.] ook nog auto’s heeft geplaatst op het buitenterrein.

4.1.5. In het onderhavige kort geding vordert [Y.] onder een verbod jegens [X.] om het kortgeding vonnis d.d. 12 oktober 2006 te executeren althans matiging van de verbeurde dwangsommen en wijziging van de dwangsombeslissing.

4.2. De maatstaf

4.2.1. De veroordeling van [Y.] bij vonnis d.d. 12 oktober 2006 houdt in zich een gebod om te doen, namelijk te ontruimen en ontruimd te houden alsmede – impliciet - een verbod, namelijk om op de parkeerplaatsen op het buitenterrein (behoudens genoemde uitzondering) auto’s te plaatsen.

4.2.2. In een executiegeschil waarbij het erom gaat of dwangsommen zijn verbeurd omdat een bevel tot nakoming (gebod) niet of onvoldoende is nageleefd, heeft de rechter niet tot taak de door de bodemrechter besliste rechtsverhouding zelfstandig opnieuw te beoordelen, maar dient hij zich ertoe te beperken de ter uitvoering van het veroordelend vonnis verrichte handelingen te toetsen aan de inhoud van de veroordeling zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. Daarbij dient de rechter doel en strekking van de veroordeling tot richtsnoer te nemen in dier voege dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel (HR 15 november 2002, NJ 2004/410.

4.2.3. In een executiegeschil waarbij het erom gaat of dwangsommen zijn verbeurd omdat een verbod niet is nageleefd geldt een restrictieve interpretatieregel, te weten de regel dat een redelijke uitlegging van een dergelijk verbod meebrengt de draagwijdte daarvan beperkt te achten tot handelingen waarvan niet kan worden betwijfeld dat zij, mede gelet op de gronden waarop het verbod werd gegeven, inbreuken als door de rechter verboden opleveren (HR 3 januari 1964, NJ 1964/445, Lexington, en HR 18 februari 1966, NJ 1966/208, Klokkenspel).

4.3. De parkeerplaatsen

4.3.1. Naar het voorlopig oordeel van het hof heeft de bepaling uit het vonnis van 12 oktober 2006 ‘met uitzondering van 10 parkeerplaatsen aan de voorzijde van de door hem gehuurde loods’ niet tot doel het gebruik van die tien parkeerplaatsen te beperken tot het gebruik van (maximaal) 10 auto’s. Blijkens de overwegingen van dat vonnis heeft de voorzieningenrechter beoogd de omvang van het gehuurde (voorlopig) vast te stellen op een terrein groot 10 (omlijnde) parkeerplaatsen. De voorzieningenrechter heeft aldus niet parkeerplaatsen, in de betekenis van plaats voor 10 auto’s, aangewezen. Over de wijze van gebruik van die 10 omlijnde parkeerplaatsen heeft de voorzieningenrechter zich niet uitgelaten en daarover derhalve ook niet beslist. Het staat daarmee [Y.] vrij dit terrein van 10 omlijnde plaatsen te gebruiken zoals hem goeddunkt. In dit licht kan niet worden geoordeeld dat [Y.] enig gebod heeft overtreden door op dit terrein 12 auto’s te plaatsen. In dit verband merkt het hof nog op dat er thans redelijkerwijs zoveel twijfel kan bestaan en bestaat over de uitleg van het vonnis van 12 oktober 2006 dat [Y.] daarom ook niet hoefde te verwachten dat hij door 12 auto’s te plaatsen op het door hem gehuurde gedeelte dwangsommen zou verbeuren.

4.3.2. Voor zover de grieven erover klagen dat de voorzieningenrechter in eerste aanleg [X.] heeft verboden de executie aan te vangen en/of voort te zetten vanwege het plaatsen van 12 auto’s op 10 als zodanig belijnde parkeerplaatsen, falen zij.

4.4. De overige overtredingen

4.4.1. In de processen-verbaal van constatering van 7 november 2006 en 28 december 2006 constateert de deurwaarder onder meer:

Dat het terrein, gelegen direct voor de door gerekwireerde gehuurde loods, is afgesloten door een hek en dat daarop een bestelauto met open laadvloer is geparkeerd (…) en voorts een dubbelassige aanhanger is geparkeerd (…).

4.4.2. In het proces-verbaal van constatering van 23 november 2006 constateert de deurwaarder onder meer:

Dat het terrein, gelegen direct voor de door gerekwireerde gehuurde loods, is afgesloten door een hek en dat daarop een bestelauto met open laadvloer is geparkeerd (…) en voorts een dubbelassige aanhanger is geparkeerd (…) en voorts een personenauto is geparkeerd met kenteken [kentekennummer].

4.4.3. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter in het bestreden vonnis (rov. 4.4 slot) valt dat gedeelte van het terrein dat is gelegen vóór de loods en is omringd door een hek niet onder het ‘buitenterrein’ zoals bedoeld in de veroordeling onder 5.1 van het vonnis van 12 oktober 2006.

4.4.4. In de toelichting op grief 3 stelt [X.] dat dit voorterrein ook behoort tot het buitenterrein. Het later door [X.] geplaatste hek maakt niet dat die ruimte niet meer tot het buitenterrein behoort. [Y.] betwist dat het hek ná het vonnis van 12 oktober 2006 is geplaatst.

4.4.5. Het hof overweegt als volgt. Inzet van de rechtsstrijd die leidde tot het vonnis van 12 oktober 2006 was de omvang van het gehuurde terrein en de ontruiming van voor verkoop bestemde en daartoe buiten dat gebied gestalde auto’s. Inzet van dit geding is niet geweest, althans daarvan blijkt niet, of [Y.] van het buitenterrein gebruik mocht maken met de bedrijfsauto met aanhanger, een niet voor de verkoop bestemde auto. In het bijzonder is niet gebleken dat de 10 gehuurde parkeerplaatsen mede bestemd zijn voor de bedrijfsauto van [Y.]. In het vonnis van 12 oktober 2006 valt een verbod van het gebruik van het buitenterrein voor de bedrijfsauto dan ook niet te lezen. Reeds hierom, en toetsend aan genoemde maatstaven, kan het hof niet tot het oordeel komen dat [Y.] dwangsommen heeft verbeurd.

4.4.6. Voorts overweegt het hof dat nu [X.] een hek heeft geplaatst rond de loods van [Y.] (zoals hij stelt ter bescherming van [Y.]), of dit nu vóór of ná 12 oktober 2006 is geschied, het er voorshands voor moet worden gehouden dat dit terrein tot het gehuurde behoort of is gaan behoren, althans dat [Y.] zulks redelijkerwijs mag aannemen. Naar het oordeel van het hof heeft de veroordeling niet tot doel [Y.] te verbieden op het gehuurde auto’s te plaatsen terwijl er in ernst ook over kan worden getwijfeld dat zodanige plaatsing een verboden handeling oplevert.

4.4.7. De personenauto met kenteken [kentekennummer] behoort niet aan [Y.] toe en kan dan ook niet leiden tot verbeuren van dwangsommen.

4.4.8. De grieven falen derhalve ook in zoverre.

4.5. Grief 5

4.5.1. Grief 5 keert zich tegen rov. 4.6 van het bestreden vonnis. Deze overweging berust kennelijk op een vergissing. In het dictum heeft de aangekondigde matiging geen gevolg gevonden. [X.] heeft derhalve geen belang bij die grief.

4.6. De overige klachten behoeven geen behandeling. [X.] heeft daarbij geen belang nu zij niet tot een ander dictum kunnen leiden.

4.7. Het incidenteel appel

4.7.1. Het voorwaardelijk appel is ingesteld onder de voorwaarde dat het principaal appel gegrond is. Nu dat niet het geval is, komt het hof niet toe aan een beoordeling daarvan.

4.8. [X.] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep worden verwezen.

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [X.] in de kosten aan de zijde van [Y.] gevallen tot op heden begroot op € 300,- voor vast recht en op € 894,- voor salaris procureur en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Etten, Den Hartog Jager en Van den Bergh en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 15 januari 2008.