Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BC2975

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-01-2008
Datum publicatie
30-01-2008
Zaaknummer
C0501413-BR
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In de hiervoor weergegeven oprichtingsakten (rov 8.2., 8.3. en 8.4.) is vermeld dat de oprichter ter storting op de aandelen verplicht is de gehele onderneming in te brengen en voorts de wijze waarop de ingebrachte vorderingen zijn geleverd, namelijk hetzij door overdracht met inachtneming van de voor die overdracht geldende wettelijke voorschriften, hetzij door afdracht van al hetgeen de oprichter ter voldoening van die vordering heeft ontvangen. Naar het oordeel van het hof kan de akte in dit geval worden beschouwd als een akte bestemd tot levering van de tot de onderneming behorende rechten. Door de mededeling in deze procedure aan [geïntimeerde] van de overdracht en doorlevering aan - uiteindelijk - Rowe B.V. heeft de levering goederenrechtelijke werking, zodat Rowe B.V. rechthebbende is geworden van de rechtsvordering van Rowe Agenturen op [geïntimeerde].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JRV 2008, 327
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. YH

rolnr. C0501413/BR

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

vierde kamer, van 15 januari 2008,

gewezen in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ROWE AGENTUREN B.V.,

in haar hoedanigheid van rechtsopvolgster van de oorspronkelijke eisers,

de vennootschap onder firma V.O.F. ROWE AGENTUREN, gevestigd te Waalwijk,

en haar beide vennoten [PERSOON 1] en [PERSOON 2],

beiden wonende te [plaats],

appellante,

procureur: mr. R.F.L.M. van Dooren,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [GEÏNTIMEERDE],

gevestigd te [plaats],

geïntimeerde,

procureur: mr. Ph.C.M. van der Ven,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 7 augustus 2007 in het hoger beroep tegen de door de rechtbank Breda gewezen vonnissen van 27 augustus 2003 en 22 juni 2005, voor zover gewezen tussen de vennootschap onder firma V.O.F. Rowe Agenturen en haar beide vennoten [persoon 1] en [persoon 2] - hierna tezamen in vrouwelijk enkelvoud aan te duiden als Rowe Agenturen - als eisers en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als gedaagde.

6. Het tussenarrest van 7 augustus 2007

In rechtsoverweging 4.4.7. van voormeld tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat Rowe Agenturen van [geïntimeerde] een bedrag te vorderen had van EUR 20.763,35. Het hof heeft in rechtsoverweging 4.4.9. overwogen dat de door appellante (hierna wederom: Rowe B.V.) gevorderde wettelijke rente vanaf 13 oktober 2001 toewijsbaar is indien komt vast te staan dat Rowe B.V. inderdaad de rechtsopvolger is van de vennootschap onder firma Rowe Agenturen. Rowe B.V. is in de gelegenheid gesteld om alsnog met stukken onderbouwd haar stelling toe te lichten dat zij thans rechthebbende is van het vorderingsrecht van Rowe Agenturen op [geïntimeerde] (r.o. 4.5.1. juncto 4.3.1. van het tussenarrest).

7. Het verdere verloop van de procedure

7.1. Rowe B.V. heeft vervolgens bij akte afschriften van twee akten van inbreng d.d. 30 mei 2002 overgelegd.

7.2. [geïntimeerde] heeft daarop een antwoord-akte na tussen-arrest genomen.

7.3. Ten slotte hebben partijen de gedingstukken andermaal overgelegd en uitspraak gevraagd.

8. De verdere beoordeling

8.1. Het gaat thans nog om de vraag of Rowe B.V. de rechtsvordering van Rowe Agenturen op [geïntimeerde] heeft verkregen doordat deze vordering is ingebracht in Rowe B.V.

8.2. Rowe B.V. heeft overgelegd een akte van inbreng in Rowe Holding B.V. en een akte van oprichting van en inbreng in Rowe B.V., beide verleden op 30 mei 2002. Blijkens deze akte hebben de beide vennoten van Rowe Agenturen alle activa van Rowe Agenturen ingebracht in Rowe Holding B.V. en heeft vervolgens Rowe Holding B.V. op haar beurt alle activa ingebracht in Rowe B.V.

8.3. In de door Rowe B.V. overgelegde akte van inbreng d.d. 30 mei 2002 opgemaakt tussen [persoon 1] en [persoon 2], destijds vennoten van de vennootschap onder firma Rowe Agenturen, enerzijds en Rowe Holding B.V. anderzijds is vermeld dat de beide vennoten zich ter storting op de aandelen van Rowe Holding B.V. hebben verplicht tot inbreng van de gehele onder de naam Rowe Agenturen gedreven onderneming (onderdeel B, artikel 1). In onderdeel C, artikel 1, van deze akte is het volgende vermeld:

Ter uitvoering van de sub B vermelde overeenkomst draagt de oprichter hierbij, voor zover dit nog niet op andere wijze mocht zijn geschied (voorzover toepasselijk in eigendom) over en levert aan de vennootschap, die hierbij aanneemt, alle activa die op één en dertig december tweeduizend een volgens voormelde beschrijving behoorden tot voormelde onderneming en voorzover die activa thans niet meer aanwezig zijn, de daarvoor in de plaats getreden activa en voorts de sinds genoemde datum daaraan toegevoegde activa, behorende tot die onderneming.

8.4. Onderdeel D van voormelde akte van inbreng luidt, voor zover van belang, als volgt:

Op voormelde inbrengovereenkomst en op de sub C verrichte uitvoering daarvan zijn voorts nog de volgende bepalingen en gegevens van toepassing.

Ten aanzien van de activa:

1. Voor wat betreft de in te brengen vorderingen.

Voor zover deze niet aan de vennootschap zijn overgedragen met inachtneming van de voor die overdracht geldende wettelijke voorschriften zal de oprichter van zijn verplichting tot inbreng gekweten zijn door afdracht van al hetgeen hij ter voldoening van die vordering heeft ontvangen.

[...]

8.5. Zowel onderdeel B, artikel 1, als onderdeel C, artikel 1, als ook onderdeel D van de door Rowe B.V. overgelegde akte van inbreng opgemaakt tussen [persoon 1] en [persoon 2], directeuren van Rowe Holding B.V., enerzijds en Rowe B.V. anderzijds bevatten bepalingen die inhoudelijk gelijkluidend zijn aan de in de rechtsoverwegingen 8.2. en 8.3. weergegeven bepalingen.

8.6. Rowe B.V. heeft gesteld dat met de oprichting van de besloten vennootschappen Rowe Holding B.V. en Rowe Agenturen B.V. en de beide inbrengen Rowe Agenturen ophield te bestaan en dat vast staat dat de vordering die Rowe Agenturen had op [geïntimeerde] is overgegaan in het vermogen van Rowe B.V. [geïntimeerde] heeft betoogd dat niet is gebleken dat het vorderingsrecht van Rowe Agenturen aan Rowe B.V. is overgedragen.

8.7. Het hof neemt tot uitgangspunt dat de rechtsvordering op [geïntimeerde] die destijds behoorde tot het vermogen van de in de vorm van een vennootschap onder firma uitgeoefende onderneming eerst dan door inbreng is verkregen door Rowe B.V., indien deze rechtsvordering aan haar is geleverd door een daartoe bestemde akte als bedoeld in artikel 3:94 BW en mededeling daarvan aan [geïntimeerde].

8.8. In de hiervoor weergegeven oprichtingsakten (rov 8.2., 8.3. en 8.4.) is vermeld dat de oprichter ter storting op de aandelen verplicht is de gehele onderneming in te brengen en voorts de wijze waarop de ingebrachte vorderingen zijn geleverd, namelijk hetzij door overdracht met inachtneming van de voor die overdracht geldende wettelijke voorschriften, hetzij door afdracht van al hetgeen de oprichter ter voldoening van die vordering heeft ontvangen. Naar het oordeel van het hof kan de akte in dit geval worden beschouwd als een akte bestemd tot levering van de tot de onderneming behorende rechten. Door de mededeling in deze procedure aan [geïntimeerde] van de overdracht en doorlevering aan - uiteindelijk - Rowe B.V. heeft de levering goederenrechtelijke werking, zodat Rowe B.V. rechthebbende is geworden van de rechtsvordering van Rowe Agenturen op [geïntimeerde].

8.9. Gelet op de rechtsoverwegingen 4.4.7. en 4.4.9. van het tussenarrest, is het bedrag van EUR 20.763,35, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2001, derhalve toewijsbaar. Het hof zal dit bedrag toewijzen en de bestreden vonnissen van 27 augustus 2003 en 22 juni 2005 vernietigen. [geïntimeerde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Rowe B.V. Bij de berekening van de proceskosten zal het hof geen rekening houden met de na het tussen-arrest door Rowe B.V. genomen akte, nu zij de akten van inbreng eerder had kunnen en, naar het oordeel van het hof, ook had moeten overleggen.

9. De uitspraak

Het hof:

I. vernietigt de vonnissen van de rechtbank Breda van 27 augustus 2003 en 22 juni 2005 voor zover tussen Rowe Agenturen en haar vennoten [persoon 1] en [persoon 2] enerzijds en [geïntimeerde] anderzijds gewezen;

en opnieuw rechtdoende:

II. veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan Rowe B.V. van EUR 20.763,35, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

13 oktober 2001 tot aan de dag der algehele voldoening;

III. veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten in eerste aanleg, welke kosten aan de zijde van Rowe Agenturen en haar vennoten [persoon 1] en [persoon 2] worden begroot op EUR 644,37 aan verschotten en op EUR 623,75 aan salaris procureur;

IV. veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten aan de zijde van Rowe B.V. tot de dag van deze uitspraak worden begroot op EUR 746,90 aan verschotten en op EUR 1.158,- aan salaris procureur;

V. verklaart dit arrest ten aanzien van de punten II, III en IV uitvoerbaar bij voorraad;

VI. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. Huijbers-Koopman, De Klerk-Leenen en Hofkes en uitgesproken door de rolraads-heer ter openbare terechtzitting van dit hof van 15 januari 2008.