Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BC2764

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-01-2008
Datum publicatie
25-01-2008
Zaaknummer
C0500254
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof gaat er evenals de rechtbank van uit dat de eerste verantwoordelijkheid voor de opgave van de te verzekeren debiteuren ligt bij degene die die debiteuren wil verzekeren. In het algemeen valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien dat de verzekeraar moet nagaan welke debiteur de verzekerde nu eigenlijk precies verzekerd wenst te zien.

Dufor heeft ook onvoldoende onderbouwd waarom zij ervan mocht uitgegaan dat Interpolis een eigen onderzoek zou doen naar de juistheid van de gegevens en kredietwaardigheid van de door Dufor voorgedragen debiteuren; dat geldt tenminste in ieder geval voor het onderhavige geval, waarin het er niet om gaat dat Interpolis een onderzoek zou moeten doen naar de juistheid van gegevens en de kredietwaardigheid van de door Dufor opgegeven debiteur (t.w. British Vita), maar naar de juistheid van gegevens en kredietwaardigheid van een andere debiteur dan de door Dufor aangegeven debiteur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAV 2008, 40
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. CB

rolnr. C0500254/HE

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

eerste kamer, van 8 januari 2008,

gewezen in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DUFOR RESINS B.V.,

gevestigd te Zevenaar,

appellante,

procureur: aanvankelijk mr. M.J. Zuurbier, vervolgens mr. R.M. Kerkhof,

thans mr. R.F.W. van Seumeren

tegen:

de naamloze vennootschap N.V. INTERPOLIS KREDIETVERZEKERINGEN,

gevestigd in Tilburg,

geïntimeerde,

procureur: mr. Ph.C.M. van der Ven,

op het bij exploot van dagvaarding d.d. 14 december 2004 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch onder rolnummer 100565/HA ZA 03-1923 op 15 september 2004 uitgesproken tussen appellante - nader te noemen Dufor - als eiseres en geïntimeerde - nader te noemen Interpolis - als gedaagde.

1. De procedure in eerste aanleg

Hiervoor verwijst het hof naar het beroepen vonnis welk vonnis zich bij de stukken bevindt. Aan dat vonnis is een tussenvonnis d.d. 3 september 2003 voorafgegaan waarbij een comparitie van partijen is gelast. Ook dit vonnis bevindt zich in het dossier.

2. De procedure in hoger beroep

Bij memorie van grieven heeft Dufor onder overlegging van producties tien grieven aangevoerd en geconcludeerd als in die memorie nader omschreven.

Vervolgens heeft Interpolis bij memorie van antwoord de grieven bestreden en geconcludeerd als in die memorie nader omschreven.

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

3. De grieven

Voor de grieven verwijst het hof naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling van de grieven

4.1. Grief I richt zich tegen de feitenvaststelling van de rechtbank in rechtsoverweging 2 onder d van het vonnis van 15 september 2004. Deze grief faalt omdat Dufor niet duidelijk maakt waarom de vaststelling van de rechtbank op dat punt onjuist is. Voor het overige richten de grieven zich niet tegen de vaststelling van de feiten door de rechtbank in rechtsoverweging 2 van dat vonnis. Het hof zal de feiten hierna duidelijkheidshalve herhalen.

4.2. Het gaat in dit geschil om het volgende.

(a) Dufor heeft op 6 april 1998 een tradefinance-overeenkomst gesloten met De Lage Landen Trade Finance B.V. (hierna: Lage Landen) (productie 1a bij "akte houdende overlegging producties" d.d. 28 mei 2003 in eerste aanleg)

(b) Dufor heeft op 4 april 1997 via een van Lage Landen afkomstig formulier een risicolimietaanvraag ingediend voor "Pennine Fibre Industries, New Mill Denholme, Bradford, West Yorkshire, rechtsvorm Ltd." (productie 2 bij ongedateerde "akte houdende overlegging producties in eerste aanleg"). Op dit formulier wordt onder meer gevraagd naar inschrijving KvK en inschrijving handelsregister.

(c) Hierop heeft Lage Landen op 17 april 1997 een risicolimiet afgegeven op naam van "British Vita PLC, T/A Pennine Fibre Industries, New Mill Denholme, Bradford, West Yorkshire" (productie 3 bij ongedateerde "akte houdende overlegging producties in eerste aanleg"). Het hof begrijpt de afkorting T/A als "trading as" (h.o.d.n.). Een KvK-nummer is niet ingevuld.

(d) Lage Landen heeft op 16 juni 1999 een risicolimiet afgegeven op naam van "British Vita PLC, Oldham Road Middleton Manchester" (productie 4a bij ongedateerde "akte houdende overlegging producties in eerste aanleg"). Daarbij is als KvKnummer ingevuld het nummer [nummer].

(e) Vergelijkbare limieten door Lage Landen zijn afgegeven op 26 en 30 juli 1999 (productie 4b en 4c bij ongedateerde "akte houdende overlegging producties in eerste aanleg"); ook daarop is KvK-nummer [nummer] vermeld.

(f) De verzekering bij Lage Landen is op verzoek van Lage Landen beëindigd. Dufor heeft de dekking per 1 april 2002 ondergebracht bij Interpolis.

(g) Een medewerker van Dufor, [medewerker 1], heeft bij brief van 22 maart 2002 (productie 8 bij ongedateerde "akte houdende overlegging producties in eerste aanleg") een polisopdrachtformulier getekend geretourneerd alsmede een "Overzicht limietaanvragen". Op dat overzicht - een lijst van debiteuren met de door Dufor aangevraagde limieten per debiteur - staat steeds het adres van de debiteur en diens KvK-nummer genoemd. Onder 1054 staat vermeld "Pennine Fibres Industries Britisch Vita" met als KvK-nummer [nummer].

(h) Op 12 april 2002 heeft Interpolis een limietbevestiging toegezonden betreffende de debiteur "British Vita Oldham Road aMiddleton Manchester PLC" (productie 10 bij ongedateerde "akte houdende overlegging producties in eerste aanleg"). In de bevestiging wordt als een registratienummer opgegeven [nummer].

(i) Dufor heeft in 2002 zaken geleverd aan Pennine Fibre Industries Ltd., die tot een bedrag van € 278.679,57 onbetaald zijn gebleven.

(j) Op 3 december 2002 heeft Dufor inzake het hiervoor genoemde onbetaald gebleven bedrag een schade-aangifteformulier ingezonden aan Interpolis waarop achter "naam debiteur" is ingevuld "Pennine Fibre/British Vita" en achter "KvK-nummer" "[nummer]" (productie 11 bij ongedateerde "akte houdende overlegging producties in eerste aanleg").

(k) Interpolis heeft geweigerd de in het op 3 december 2002 ingezonden formulier genoemde schade onder de polis te vergoeden.

(l) KvK-nummer [nummer] is het nummer van British Vita.

(m) Pennine Fibre Industries Ltd. is op 30 mei 2001 opgericht onder de naam Regime Principles Ltd. Op 23 juni 2001 heeft deze maatschappij activa van British Vita overgenomen en is zij haar onderneming begonnen (productie bij conclusie van antwoord). Op 5 juli 2001 is deze naam veranderd in Pennine Fibre Industries Ltd.

(n) Bij verzoekschrift ingekomen op 8 april 2005 heeft Dufor dit hof verzocht een voorlopig getuigenverhoor te bevelen, omdat zij wilde bewijzen dat de omzetting van verzekeringspolissen voor insolventierisico van De Lage Landen naar Interpolis is voortgekomen uit centrale besluitvorming binnen de Rabo-organisatie, en dat Dufor niet op eigen initiatief de bestaande verzekeringsovereenkomst met De Lage Landen heeft beeindigd en bij Interpolis heeft ondergebracht. Interpolis heeft zich tegen het houden van een dergelijk verhoor verzet.

Het hof heeft, nadat partijen hun zaak hadden bepleit, bij beschikking van 8 september 2005 een voorlopig getuigenverhoor gelast inzake bovengenoemd probandum zoals dat door Dufor tijdens de pleidooizitting nader was toegelicht.

Vervolgens zijn door het hof elf getuigen gehoord. De processen-verbaal van deze verhoren zijn door partijen in het geding gebracht.

4.3. In eerste aanleg heeft Dufor gevorderd te verklaren voor recht dat Interpolis gehouden is om onder de dekking van de polis aan Dufor haar schade wegens de insolventie van Pennine Fibre Industries Ltd. te vergoeden, en Interpolis te veroordelen aan Dufor een bedrag van € 212.500 te betalen, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.

Nadat Interpolis de vordering had weersproken heeft de rechtbank de vordering van Dufor afgewezen. Daartoe heeft zij overwogen dat Dufor als verzekeringnemer verantwoordelijk is voor een juiste opgave van de debiteur in het kader van een kredietrisicoverzekering; het was aan Dufor om te bepalen voor welke crediteur zij een kredietlimiet wilde en vervolgens aan Interpolis om te beoordelen of Interpolis een kredietlimiet voor die debiteur wilde afgeven. Gesteld noch gebleken is dat Interpolis wist dat het bedrijf Pennine Fibre Industries Ltd. verzelfstandigd was, en dat Dufor bedoelde het risico van insolventie van Pennine Fibre Industries Ltd.te verzekeren. Ook blijkt uit niets dat sprake was van contractsoverneming door Interpolis. Tenslotte vermag de rechtbank niet in te zien waarom de opstelling van Interpolis onaanvaardbaar zou zijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

4.4. Grief II houdt in dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat Dufor als verzekeringnemer verantwoordelijk is voor een juiste opgave van de debiteur in het kader van een kredietrisicoverzekering.

Grief III keert zich tegen een aantal overwegingen van de rechtbank die erop neerkomen dat Interpolis een kredietlimiet heeft afgegeven voor British Vita PLC en dat Dufor daartegen niet heeft geprotesteerd, hetgeen betekent dat een kredietlimiet is verleend voor British Vita PLC en niet voor Pennine Fibre Industries Ltd.

Dufor heeft beide grieven gezamenlijk toegelicht; het hof zal deze grieven gezamenlijk behandelen.

4.5. De overweging van de rechtbank dat Dufor als verzekeringnemer verantwoordelijk is voor een juiste opgave van de debiteur in het kader van risico verzekering, is juist. Het is immers aan Dufor om te bepalen welke risico's zij wil dekken, en het is dan ook aan Dufor om wat dat betreft duidelijke gegevens te verschaffen aan de verzekeraar. Uit de eigen stellingen van Dufor (memorie van grieven, pagina 7) blijkt ook dat de verzekeraar wenst dat de te verzekeren debiteur duidelijk wordt geidentificeerd. Wanneer - zoals in het onderhavige geval - de activa van een bestaande onderneming (die ook verder blijft bestaan) worden overgenomen en in een andere onderneming worden ondergebracht kan de verzekeraar deze laatste in redelijkheid als een andere onderneming opvatten die niet onder de door haar verleende dekking valt. De risico's hoeven dan immers niet dezelfde te zijn.

4.6. Dat geldt ook in dit geval, waarin sprake was van het beëindigen van de eerdere verzekering bij Lage Landen en het afsluiten van een nieuwe verzekering bij Interpolis, dit terwijl Lage Landen Interpolis als opvolgende verzekeraar had gesuggereerd en zowel Interpolis als Lage Landen onderdeel uitmaken van het Rabobank-concern.

Uit de overgelegde stukken blijkt immers dat door Dufor aan Lage Landen op 4 april 1997 als te verzekeren debiteur heeft opgegeven Pennine Fibre Industries, en dat Lage Landen dit heeft begrepen als een verzoek tot dekking ten aanzien van "British Vita PLC, T/A Pennine Fibre Industries". Dufor is daarmee kennelijk akkoord gegaan.

Uit de overgelegde stukken blijkt tevens dat bij de overgang naar Interpolis de gegevens van de te verzekeren debiteuren door Dufor aan Interpolis zijn overgelegd, en dat Interpolis juist die risico's heeft gedekt. Ook als de gegevens afkomstig waren van Lage Landen betekent dat niet dat Interpolis Dufor niet aan die opgave kan houden.

4.7. Het hof wijst er bovendien op, dat het KvK-nummer zoals dat in de eerdere limietopgaven tussen Dufor en Lage Landen was opgenomen, op dat moment ook het juiste KvK-nummer was, te weten dat van British Vita. De wijziging (de verzelfstandiging van Pennine Fibre Industries, dat daarbij een ander KvK-nummer kreeg) heeft immers plaatsgehad in 2001, en Dufor heeft niet betwist dat zij in dat jaar niet heeft gehandeld met Pennine Fibre Industries Ltd. Ook al zou derhalve niet Dufor, maar Lage Landen de bij haar bekende gegevens hebben doorgegeven aan Interpolis, dan zou dat niet wegnemen dat eerst nadien een andere onderneming is ontstaan.

In de toelichting op de grief IV merkt Dufor nog op dat Interpolis had moeten controleren, maar Interpolis merkt terecht op dat zij alleen onderzoekt of zij een limiet kan afgeven op de door de verzekerde zelf gedefinieerde debiteur.

De grieven II, III en IV falen.

4.8. Grief V houdt in dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat Interpolis erop mocht vertrouwen dat de debiteuropgave van Dufor juist was. Grief VI (die door Dufor tezamen met grief V wordt toegelicht) houdt in dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat Dufor onvoldoende heeft onderbouwd waarom Interpolis wist of behoorde te weten dat de kredietlimiet betrekking had op Pennine Fibre Industries Ltd.

4.9. De grieven falen. Weliswaar stelt Dufor terecht dat bij Lage Landen in een aantal gevallen zowel werd geregistreerd op naam van British Vita als op naam van Pennine Fibre Industries, maar daarbij werd steeds (ook) de naam British Vita gebruikt, en ging het steeds om hetzelfde KvK-nummer, terwijl bovendien Pennine Fibre Industries mede gepresenteerd werd als handelsnaam van British Vita.

Naar het oordeel van het hof heeft Dufor ook thans nog onvoldoende onderbouwd waarom Interpolis zou hebben moeten begrijpen dat Dufor met de debiteur van welke zij zelf in het Overzicht Limietaanvragen had aangegeven dat het "Pennine Fibre Industries (British Vita)" met KvK-nummer [nummer] was, doelde op Pennine Fibre Industries Ltd. met een daarvan afwijkend KvK-nummer.

Als ervan wordt uitgegaan dat van een misverstand bij Dufor zelf sprake was heeft Dufor onvoldoende onderbouwd waarom zij de gevolgen van dat misverstand kan afwentelen op Interpolis.

4.10. Grief VII richt zich tegen de overweging van de rechtbank dat uit niets blijkt dat sprake was van zelfstandige ondernemingen en dat dus de wetenschap van De Lage Landen niet relevant is.

4.11. De grief faalt. De grief onderbouwt niet waarom het oordeel van de rechtbank dat van contractsovername geen sprake is onjuist is. Ook in hoger beroep is daarvan niet gebleken. Het hof verwijst daarnaast naar hetgeen het hierna overweegt aan het slot van rechtsoverweging 4.17.

4.12. Grief VIII keert zich tegen de overweging van de rechtbank dat niet valt in te zien dat de opstelling van Interpolis onaanvaardbaar zou zijn naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Grief IX voegt daaraan toe dat de overweging van de rechtbank dat het aan Dufor is om de juistheid van de opgave van de gegevens van te verzekeren debiteuren te controleren onjuist is, omdat de voorgeschiedenis wordt miskend alsmede de wijze waarop en de mate waarin Dufor gehouden was gegevens over haar debiteuren te verstrekken.

4.13. Ook deze grieven falen. Het hof gaat er evenals de rechtbank van uit dat de eerste verantwoordelijkheid voor de opgave van de te verzekeren debiteuren ligt bij degene die die debiteuren wil verzekeren. In het algemeen valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien dat de verzekeraar moet nagaan welke debiteur de verzekerde nu eigenlijk precies verzekerd wenst te zien.

Dufor heeft ook onvoldoende onderbouwd waarom zij ervan mocht uitgegaan dat Interpolis een eigen onderzoek zou doen naar de juistheid van de gegevens en kredietwaardigheid van de door Dufor voorgedragen debiteuren; dat geldt tenminste in ieder geval voor het onderhavige geval, waarin het er niet om gaat dat Interpolis een onderzoek zou moeten doen naar de juistheid van gegevens en de kredietwaardigheid van de door Dufor opgegeven debiteur (t.w. British Vita), maar naar de juistheid van gegevens en kredietwaardigheid van een andere debiteur dan de door Dufor aangegeven debiteur.

4.14. Ook uit de afgelegde en hierna voor zover relevant te bespreken getuigenverklaringen kan niet worden afgeleid - ook niet in het onderhavige geval waarin er overleg zou zijn geweest tussen Lage Landen en Interpolis - dat de controleplicht van de verzekeraar zover gaat als door Dufor wordt gesteld.

4.15. De getuige [getuige 1], projectmanager bij Lage Landen, heeft onder meer verklaard:

"Bij een aanvraag voor een nieuwe debiteur van een klant vraag je het KvK-nummer op, dat is een uniek identificatienummer, en als je dat hebt dan weet je op welk bedrijf je risico aangaat. Als er wijziging in dat nummer komt moet dat door de klant gemeld worden, in dit geval dus Dufor. De Lage Landen kan dat niet zien."

De getuige Verhoeven, hoofd juridische zaken van Lage Landen, heeft onder meer verklaard:

"De informatie over een nieuwe debiteur werd geleverd door onze klant. Wat wij dan wilden hebben dat was de juridische naam en/of een btw-nummer en/of een KvK-nummer en liefst ook nog een adres. Als genoemde nummers wijzigen kon Lage Landen daar alleen maar aan komen op aangeven van de klant. In zo'n geval zou die klant dan ook een nieuwe dekking hebben moeten aanvragen."

De getuige [getuige 2], directeur Interpolis Kredietverzekeringen, heeft onder meer verklaard:

"Voor wat betreft de gegevens over de limieten: wij kregen lijsten van of de klant, of de factormaatschappij, of van de bank. Soms ook van De Lage Landen, maar dan alleen na toestemming van de klant en altijd via de klant zelf omdat wij alle debiteuren opnieuw wilden beoordelen en omdat de klant kon aangeven of eventueel een hogere of lagere limiet gewenst was. Bij het verlenen van limieten is het KvK-nummer het enige unieke nummer waarnaar wij kijken. In dit geval is de kredietlimiet bevestigd op het aan ons bekende KvK-nummer. Dat is gecontroleerd en daarbij is gebleken dat de naam British Vita nog steeds werd gehanteerd. In de aanvraag op pagina 1, achter productie 8 daar staat als naam van de debiteur Pennine Fibre Industries (British Vita) en in de limietbevestiging (productie 10) is door ons alleen maar vermeld British Vita. Het KvK-nummer is van beiden hetzelfde."

De getuige [getuige 3], verkoopadviseur bij Interpolis, heeft onder meer verklaard:

"De beoordeling van de limieten viel niet onder mijn taak. In het polisstartformulier werd wel altijd gevraagd om bij een limietaanvraag te vermelden naam en adres van de debiteur, de hoogte van de gevraagde limiet, en liefst ook het KvK-nummer van de debiteur omdat dit uniek is. Wanneer een debiteur in het buitenland was gevestigd vroegen wij om een equivalent daarvan."

De getuige [getuige 4], accountmanager bij Interpolis, heeft onder meer verklaard:

"Op het bedrijf van Dufor heb ik gesproken met de heren [getuige 5] en [medewerker 1] aan de hand van de indicatieve offerte. Die offerte bleek niet te passen bij de behoeften van Dufor, en daarom heeft de heer Kunnen een tweede offerte uitgebracht naar aanleiding van mijn verslag. ()

Ik heb ook de te volgen procedures besproken. De gewijzigde offerte ofwel de polisopdracht is naar Dufor gestuurd met daarbij het polis-opdrachtformulier, een formulier waarin de klant zich akkoord verklaard met de polis. Normaal sturen we na de ontvangst daarvan een polisstartformulier met het verzoek een aantal gegevens aan te leveren, maar in dit geval zijn beide formulieren gelijk gestuurd en terugontvangen. Die gevraagde gegevens betreffen een uittreksel uit de registers van de Kamer van Koophandel, de leverings- en betalingsvoorwaarden van de klant, banknummer, het BTW-nummer, een recente openstaande postenlijst dediteuren en een lijst van de gewenste kredietlimieten. Die zijn allemaal gelijk met dat formulier terug ontvangen."

De getuige [getuige 5], directeur/eigenaar van Dufor heeft onder meer verklaard

"Wij hebben de brief van 22 maart 2002 (productie 8 bij de dagvaarding) de lijst met limietaanvragen naar Interpolis opgestuurd tezamen met het polisopdrachtformulier. Voor de juistheid van die lijst zijn wij uitgegaan van de juistheid van de door De Lage Landen gehanteerde lijst. Meer gegevens dan daarop vermeld konden we niet verstrekken.

U vraagt mij hoe eerst De Lage Landen en daarna Interpolis kon weten dat er in Engeland een formele wisseling had plaatsgevonden ten aanzien van onze contractpartner. Wij waren daar zelf ook niet van op de hoogte want, zoals ik u zei, wij zijn steeds in contact gebleven met Pennine Fibre in Denholme. Dat die op een gegeven moment verzelfstandigd is en een andere KvK-nummer kreeg wisten wij ook niet. Ik ben er steeds van uitgegaan dat De Lage Landen en daarna Interpolis in zo'n situatie regelmatig controle uitvoeren ten aanzien van onze debiteurs. Ik weet namelijk dat ik ook wel eens zonder enig teken van hen te horen kreeg dat op basis van gegevens van de verzekeraar ik niet meer mocht leveren aan een bepaalde debiteur."

4.16. Uit de verklaringen van deze getuigen kan geenszins worden afgeleid dat op een verzekeraar zoals Interpolis de controleplicht rust zoals door Dufor gesteld. Uit de verklaringen komt naar voren dat de verplichting om een juiste opgave te geven ten aanzien van de identiteit van de te verzekeren debiteur juist rust op verzekerde.

Weliswaar heeft de getuige [getuige 5] verklaard dat hij er steeds van uitging dat Lage Landen en later Interpolis regelmatig controle uitvoerde, maar dat dat vertrouwen is gewekt door Lage Landen dan wel Interpolis kan uit zijn verklaring niet worden afgeleid. Het feit dat hij weleens te horen kreeg dat hij niet meer mocht leveren aan een bepaalde debiteur betekent immers slechts dat een controle die ten aanzien van een bestaande, dus door Dufor opgegeven, debiteur was uitgevoerd tot bepaalde conclusies had geleid. In dit geval gaat het echter niet om een dergelijke situatie, maar om een geheel ander geval, namelijk dat het bedrijf (in casu British Vita) blijft bestaan, maar dat de activa van een onderdeel van dat bedrijf worden verkocht. In dat geval verandert er immers in beginsel niets aan de kredietwaardigheid van de oorspronkelijke, door de verzekerde opgegeven, debiteur British Vita.

Dat de polisvoorwaarden van Interpolis niet vermelden dat het KvK-nummer moet worden opgegeven kan niet tot een ander oordeel leiden. Waar het om gaat is of de debiteuren goed zijn geïdentificeerd, en dat dat in dit geval is gebeurd door vermelding van het KvK-nummer, terwijl een wijziging van de identiteit van de debiteur (die voor de verzekeraar van groot belang is bij het bepalen van het te verzekeren risico) ook zou blijken doordat dat KvK-nummer zou wijzigen.

4.17. Ook het feit dat er sprake was van overgang van de verzekering van Lage Landen naar Interpolis, welke beide bedrijven tot het Rabobank-oncern behoren, terwijl Lage Landen had geadviseerd over te stappen naar Interpolis, kan niet tot een ander oordeel leiden.

Uit de verklaringen van de medewerkers van Lage Landen die als getuigen zijn gehoord blijkt immers dat ook Lage Landen groot belang hechtte aan (de juistheid van) KvK-nummers. De stelling van Dufor dat, wanneer zij bij Lage Landen had kunnen blijven, er dekking zou zijn geweest ook voor Pennine Fibre Industries Ltd wordt niet bevestigd door deze verklaringen van deze medewerkers van Lage Landen. Deze stelling is overigens ook niet te bewijzen aangeboden door Dufor.

4.18. Nu alle grieven falen zal het hof het vonnis van de rechtbank onder aanvulling van gronden bekrachtigen. Als in het ongelijk gestelde partij zal Dufor in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld.

5. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Breda van 15 september 2004;

veroordeelt Dufor in de kosten van het geding in hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Interpolis begroot op € 5.834 voor verschotten en € 3.263 voor salaris procureur.

Dit arrest is gewezen door mrs. Begheyn, Hendriks-Jansen en Feith, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 8 januari 2008.