Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BC2649

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-01-2008
Datum publicatie
24-01-2008
Zaaknummer
R200701193
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

AS

23 januari 2008

Sector civiel recht

Rekestnummer R200701193

Zaaknummer eerste aanleg 146263/FA RK 06-3054

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Beschikking

In de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna: de moeder,

procureur: mr. G.M. de Winther-Meijers,

t e g e n

[Y.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna: de vader,

procureur: mr. J.J.J.M. van Ruth.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 7 augustus 2007, waarvan de inhoud bij partijen bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 6 november 2007, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen, doch uitsluitend voor zover het betreft de omgang tussen de vader en [Z.] tijdens de zomervakanties en te bepalen dat partijen de omgang tussen de vader en [Z.] tijdens de zomervakanties in onderling overleg zullen vaststellen.

2.2. Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 28 november 2007, heeft de vader verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 december 2007. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de moeder, bijgestaan door haar procureur;

- de procureur van de vader;

- de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad), vertegenwoordigd door mevrouw S. van Rossum.

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. Kort voor de aanvang van de zitting heeft hij telefonisch bericht verlaat te zijn door pech met de auto. De vader is zonder nader bericht te geven niet verschenen. Op verzoek van de procureur van de vader is de zitting zonder aanwezigheid van de vader gehouden.

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties, overgelegd bij het beroepschrift;

- een ter zitting overgelegde kopie van de brief van de procureur van de vader aan de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 20 juli 2007. Deze brief, die tot de gedingstukken in eerste aanleg behoort, ontbrak bij de producties bij het beroepschrift.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1. Uit de medio 2004 verbroken relatie tussen partijen is op [geboortejaar] te [geboorteplaats] de thans nog minderjarige [zoon Z.] (hierna: [Z.]) geboren, over wie de moeder alleen het gezag uitoefent.

4.1.1. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank op verzoek van de vader de volgende omgangsregeling vastgesteld tussen [Z.] en de vader:

- eenmaal per twee weken van zaterdagochtend 11.00 uur tot zondagavond 18.00 uur (na de avondmaaltijd);

- op vaderdag, een dag met Kerstmis en een dag met Pasen telkens van 11.00 uur tot 18.00 uur (na de avondmaaltijd);

- vanaf 2008 twee aaneengesloten weken in de zomervakantie;

- de vader zal [Z.] telkens bij de moeder halen en terugbrengen.

4.2. De moeder kan zich met die beslissing niet verenigen, doch uitsluitend voor zover het betreft de omgang in de zomervakantie, en komt hiervan in beroep.

4.2.1. De moeder stelt dat de vader, na ontvangst van de beschikking van de rechtbank, de moeder diverse malen heeft laten weten dat zijn advocaat per abuis aan de rechtbank heeft meegedeeld dat partijen zijn overeengekomen dat er in de zomervakantie twee weken aaneengesloten weken omgang zou zijn. De vader acht zo’n regeling ook niet in het belang van [Z.], simpelweg omdat [Z.] zoiets niet aan kan. De vader verlangt volgens de moeder dan ook geen nakoming van dat deel van de beschikking.

4.2.2. Ter zitting heeft de moeder het volgende medegedeeld.

Twee onafhankelijke deskundigen hebben geconstateerd dat [Z.] ADHD heeft. Daarnaast is [Z.] hoogbegaafd en heeft hij een klas overgeslagen. [Z.] is nu in behandeling bij de GGzE en een kinderdokter. [Z.] gebruikt Ritalin.

Omdat [Z.] nu soms moeilijk en onhandelbaar is, is de moeder vrijwillig een hulpverleningstraject gestart. Zij krijgt nu 2 uur per week intensieve thuiszorg via Buro Jeugdzorg. Ongeveer een maand geleden heeft zij richtlijnen van Buro Jeugdzorg ontvangen voor de wijze waarop zij het beste met [Z.] kan omgaan. [Z.] heeft naast zijn medicijnen vooral duidelijkheid en structuur nodig.

Die duidelijkheid en structuur ontbreken als [Z.] het weekend bij zijn vader is. De vader woont in bij zijn moeder. Bij haar berust tijdens een omgangsweekend de feitelijke zorg voor [Z.]. De omgangsregeling verloopt niet goed meer. De indruk bestaat dat de zaterdag wordt ingevuld door oma (van vaderskant), maar de zondag moet worden ingevuld door de vader en dat gebeurt niet. Vader onttrekt zich aan de omgang met [Z.]. Dat betekent dat [Z.] op zondag de hele dag achter de computer zit.

[Z.] vindt dat het weekend te lang duurt en verzet zich steeds meer tegen een weekend bij de vader. Terwijl eerst de band hechter werd, groeien vader en zoon nu steeds verder uit elkaar.

Tijdens de zomervakantie van de moeder van de vader in 2007 heeft geen omgang tussen [Z.] en zijn vader plaatsgevonden.

De vader van [Z.] heeft ook ADHD. Hij gebruikt zijn medicijnen niet steeds en is om die reden soms agressief en onvoorspelbaar.

De moeder houdt de vader voortdurend op de hoogte van alles wat [Z.] betreft, maar de communicatie tussen hen verloopt verder slecht, omdat de vader gesprekken over [Z.] ontloopt en altijd andere plannen heeft. De moeder heeft de vader op de hoogte willen stellen van de richtlijnen voor de omgang met [Z.], maar dat is niet gelukt.

4.2.3. De vader betwist in zijn verweerschrift dat hij na de beslissing van de rechtbank aan de moeder heeft gezegd dat hij omgang gedurende twee aaneengesloten weken van de zomervakantie niet in het belang van [Z.] acht. De vader ziet niet in waarom [Z.] het niet aan zou kunnen om twee aaneengesloten weken bij hem te zijn.

4.2.4. Tijdens een schorsing van de zitting heeft de procureur van de vader telefonisch contact met de vader gehad. Volgens de vader verlopen de omgangsweekenden goed. De vader wil de 2 weken zomervakantie invullen met leuke uitstapjes, zoals een dagje Efteling.

4.2.5. De raad is van mening dat de moeder zorgvuldig met de vader en diens moeder moet communiceren welke richtlijnen zij voor het omgaan met [Z.] heeft gekregen.

4.3. Het hof overweegt als volgt.

4.3.1. De moeder heeft ter zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat tijdens de omgangweekeinden de feitelijk zorg voor [Z.] bij oma vaderszijde berust. Ook heeft de moeder voldoende aannemelijk gemaakt dat de vader tijdens de omgangs- weekeinden weinig samen met [Z.] onderneemt. De procureur van vader heeft ter zitting verklaard dat de omgangs- weekeinden voor de vader te kort zijn om iets met [Z.] te kunnen ondernemen. Desgevraagd kon echter niet worden aangegeven voor welke door de vader gewenste activiteiten de omgangsweekeinden te kort zijn. Ten aanzien van de gewenste twee weken zomervakantie kon ter zitting niet worden aangegeven op welke wijze de vader deze vakantieweken met [Z.] zou invullen, anders dan bijvoorbeeld een dag Efteling. De moeder heeft ter zitting onweersproken verklaard dat afgelopen zomer geen omgang tussen [Z.] en de vader heeft plaatsgevonden tijdens de vakantie van oma vaderszijde. De procureur van vader heeft ter zitting verklaard dat oma vaderszijde wel aanwezig zou moeten zijn bij de omgang met [Z.] gedurende de twee weken zomervakantie. Gelet hierop kan het thans niet in het belang van [Z.] worden geacht dat de vader twee aaneengesloten weken van de zomervakantie omgang met [Z.] heeft.

De moeder heeft ter zitting verklaard dat partijen zijn overeengekomen dat [Z.] in de zomervakantie af en toe bij de vader zal verblijven. De moeder is daar nog steeds toe bereid. Het hof zal dan ook bepalen dat partijen de omgang tussen de vader en [Z.] tijdens de zomervakanties in onderling overleg zullen vaststellen.

4.3.2. Ter zitting is besproken dat het in het belang van [Z.] is dat partijen de onderlinge communicatie verbeteren. De moeder heeft verklaard dat zij aan Bureau Jeugdzorg zal vragen een gesprek te arrangeren met de vader en diens moeder erbij, ten einde te bespreken op welke wijze het beste met [Z.] kan worden omgegaan, gelet op diens problematiek. Het hof geeft partijen in overweging daarbij tevens hulp te vragen voor verbetering van de onderlinge communicatie.

Daarnaast is het van belang dat de vader en oma vaderszijde op de hoogte zijn van de door Bureau Jeugdzorg aan de moeder gegeven richtlijnen voor de omgang met [Z.]. De moeder heeft ter zitting toegezegd dat zij oma vaderszijde hierover op korte termijn zal informeren.

5. De beslissing

Het hof :

vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 7 augustus 2007, doch uitsluitend voor zover het betreft de omgang tussen de vader en [Z.] tijdens de zomervakanties;

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

bepaalt dat partijen de omgang tussen de vader en [Z.] tijdens de zomervakanties in onderling overleg zullen vaststellen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Kranenburg, Draijer-Udo en Bijleveld-van der Slikke en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 23 januari 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.