Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BC2184

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-01-2008
Datum publicatie
18-01-2008
Zaaknummer
C0600393-BR
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Werknemer heeft volgens zijn arbeidsovereenkomst recht op een bonus van 20% van zijn salaris indien de in het betreffende kalenderjaar voor hem gestelde doelen zijn bereikt.

In 2004 bereiken partijen geen overeenstemming over de doelstellingen. Voorts wordt de afdeling waar werknemer werkt aan het eind van dat jaar opgeheven. Werknemer maakt aanspraak op zijn bonus over 2004.

Werkgever stelt zich op het standpunt dat werknemer geen recht heeft op een bonus omdat de doelstellingen waaraan hij moest voldoen niet zijn vastgesteld. Hof bekrachtigt vonnis kantonrechter: Op werkgever rust de verplichting om de doelstellingen die voor het betreffende jaar zullen gelden tijdig vast te stellen. Indien daarover geen overeenstemming kan worden bereikt dient de werkgever de doelstellingen zonder consensus te bepalen, maar wel na redelijk overleg en volgens goed werkgeverschap. Anders dan de kantonrechter oordeelt het hof dat het enkele feit dat de vordering betreffende de wettelijke verhoging niet is betwist niet voldoende voor toekenning daarvan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0040
NJF 2008, 59
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

rolnr. C0600393/BR

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

achtste kamer, van 15 januari 2008,

gewezen in de zaak van:

SAINT-GOBAIN ISOVER BENELUX B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante bij exploot van dagvaarding van 25 februari 2006,

procureur: mr. R.J.H. van Dungen,

tegen:

[X.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde bij gemeld exploot,

procureur: mr. J.E. Lenglet,

op het hoger beroep van het door de rechtbank Breda, sector kanton, locatie Bergen op Zoom, gewezen vonnis van 30 november 2005 tussen appellante – hierna: Isover - als gedaagde en geïntimeerde – hierna: [X.] - als eiser.

1. Het geding in eerste aanleg (rolnr. 05/3557)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het daaraan voorafgegane verwijzingsvonnis van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch, sector kanton, locatie ‘s-Hertogenbosch, d.d. 9 juni 2005, waarbij [X.] voor een deel van zijn vorderingen is verwezen naar de rechtbank Breda, sector kanton, locatie Bergen op Zoom.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven heeft Isover zes grieven aangevoerd en onder verwijzing naar de appeldagvaarding geconcludeerd tot, kort gezegd, vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot afwijzing van de vorderingen van [X.], met diens veroordeling in de kosten van het geding in beide instanties.

2.2. Bij memorie van antwoord heeft [X.] de grieven bestreden.

2.3. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst hiervoor naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1. In hoger beroep kan van de navolgende feiten worden uitgegaan.

4.1.1. [X.] is op 1 september 2000 in de functie van “manager E-business” bij Isover in dienst getreden om een afdeling op te zetten, waarin verkopen via internet zouden kunnen worden gerealiseerd. Deze afdeling heeft de naam “Yellow Market” gekregen en was bedoeld om Isover een positie te laten verwerven op de markt van de zogenaamde E-business.

Isover is een onderdeel van het consortium Saint Gobain, dat bouwmaterialen produceert. Isover ontwikkelt, produceert en verkoopt glaswol.

4.1.2. In de arbeidsovereenkomst van [X.] is onder meer bepaald:

“Voor u geldt een bonusregeling waarbij u jaarlijks een bonus kunt verdienen van 20% van uw vaste jaarsalaris bij het behalen van de voor u gestelde doelstellingen, met een maximale uitloop tot 30% van het vaste jaarsalaris als uw prestaties ver uitstijgen boven de voor u gestelde doelstellingen.”

4.1.3. Voor de jaren 2001 tot en met 2003 werden steeds concrete doelstellingen schriftelijk tussen [X.] en Isover overeengekomen, waarbij de bonus over de jaren 2001 en 2002 niet alleen gerelateerd was aan de omzet, maar ook aan het afdelingsbudget en het bezoekersaantal.

Over 2002 heeft [X.] ongeveer 20% van zijn jaarsalaris aan bonus ontvangen. Over het jaar 2003 is over de eerste drie kwartalen een uitsluitend omzetgerelateerde bonus toegekend. In het vierde kwartaal van 2003 was de bonus voor 50% afhankelijk gesteld van het afdelingsbudget. Partijen zijn het erover eens dat het voor 2003 gestelde omzetdoel is gehaald en dat het voor het laatste kwartaal 2003 gestelde omzetdoel niet is gehaald. De bonus over dat laatste kwartaal bedroeg derhalve 15% (prod. 13 CvA).

4.1.4. De activiteit van Yellow Market is steeds verliesgevend geweest. In 2001 bedroeg het verlies € 312.417 en dit verlies is in 2002 en 2003 ongeveer hetzelfde gebleven. In 2004 was het verlies € 65.000,- (volgens punt 19 conclusie van antwoord 1e aanleg) c.q. € 182.773,- (volgens de memorie van grieven punt 15). In 2003 is een groot aandeel van de omzet behaald door de verkoop van plafonds en plafondpanelen van Eurocoustic, een andere onderneming uit het concern Saint-Gobain. De verkoop van het isolatie-materiaal van Isover via de E-business kwam onvoldoende van de grond.

4.1.5. In het jaar 2004 hebben er gesprekken plaatsgevonden tussen [X.], [Y.] (financieel directeur) en [Z.] (commercieel directeur West-Europa) over de doelstellingen voor het jaar 2004 voor [X.]. Isover stelde zich op het standpunt dat [X.] geen aanspraak kon maken op een bonus over omzet die niet gegenereerd werd door middel van E-business, maar met behulp van de sales manager van Saint Goubain Eurocoustic.

Bij brief van 18 maart 2004 aan [Y.], maakt [X.] hiertegen bezwaar, waarbij hij stelt dat het slechts een enkel keer voorkomt dat de salesmanager van Eurocoustic orders doorgeeft aan Yellow Market. Hij schrijft daarin tevens dat hij er van uitgaat dat voor 2004 dezelfde afspraken gelden als voor 2003.

4.1.6. Vervolgens wenste Isover een bonus die afhankelijk is van de gerealiseerde marges en [X.] een bonus die afhankelijk is van de omzet. Dat laatste omdat volgens [X.] voor het realiseren van een hogere omzet en grotere marge eerst een andere “bemensing” van de afdeling diende te worden doorgevoerd. (brief 16 augustus 2004 van [X.] aan [Y.], prod. 16 CvA.)

4.1.7. In augustus 2004 is besloten de afdeling waar [X.] werkte te sluiten. In november 2004 bestond nog steeds geen overeenstemming over de bonus.

4.1.8. Op 15 november 2004 is [X.] op non-actief gesteld en bij verzoekschrift van diezelfde datum is door Isover de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [X.] verzocht.

4.2.1. [X.] heeft in eerste aanleg, voorzover in hoger beroep van belang, betaling gevorderd van een bonus van 20% over zijn jaarsalaris over 2004. Hij stelt in zijn als productie 17 overgelegde brief van 1 november 2004 dat hij de omzetdoelstellingen voor 2004, een omzet van € 695.000 ruimschoots heeft gehaald. Ook in de pleitnota 1e aanleg maakt [X.] melding van een omzetdoel van € 695.000,-. De jaaromzet bedroeg tot 1 november € 762.063. Isover heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet tot betaling van enige bonus over 2004 is gehouden, omdat partijen geen overeenstemming hebben bereikt over de doelstellingen.

4.2.2. De kantonrechter heeft de vordering van [X.] toegewezen tot het bedrag van € 11.444,80 bruto, zijnde het bedrag dat de bonus volgens de stelling van [X.] over het jaar 2004 zou bedragen indien daarvoor dezelfde doelstellingen als voor 2003 zouden gelden. De kantonrechter oordeelde dat Isover die stelling onvoldoende gemotiveerd betwist had.

De kantonrechter heeft tevens de maximale wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf 15 april 2005 toegewezen. Afgewezen is een vordering van [X.] strekkende tot aanvulling op zijn salaris voor de duur van het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding, omdat Isover gebruik heeft gemaakt van haar contractuele recht om afstand te doen van dat beding, en zij aldus niet gehouden was tot betaling van enige suppletie. Deze vordering speelt in hoger beroep geen rol meer.

Isover is in de kosten van het geding in eerste aanleg veroordeeld.

4.3.1. De eerste grief is gericht tegen de overwegingen van de kantonrechter dat Isover pas in augustus 2004 aan [X.] zou hebben medegedeeld dat de bonus afhankelijk zou worden gemaakt van het resultaat over het isolatiemateriaal; dat Isover in het eerste kwartaal van 2004 met [X.] tot een regeling van de bonus over 2004 had moeten komen; dat Isover zich niet als goede werkgeefster heeft gedragen door niet tijdig met [X.] te communiceren over de voorwaarden om voor een bonus in aanmerking te komen en dat het niet tot een vaststelling van de doelstellingen komen voor rekening van Isover dient te komen.

Isover stelt dat partijen vanaf begin 2004 in discussie waren over de grondslag voor de bonus over 2004. Zij kwamen niet tot overeenstemming, omdat [X.] vasthield aan het oude systeem dat zijn afdeling werd afgerekend op de gerealiseerde omzet. [X.] was aangenomen om isolatiemateriaal van Isover via E-business te verkopen, maar zijn grootste omzet bestond uit de verkoop van producten van Eurocoustic. De bonusregeling kon niet onverkort worden gehandhaafd, omdat de afdeling geen winst maakte.

4.3.2. Het hof oordeelt hierover als volgt:

Partijen hebben steeds in goed overleg uitvoering weten geven aan het vaststellen van de jaarlijks doelstellingen die (de afdeling van) [X.] diende te behalen om in aanmerking te komen voor de bonus zoals overeengekomen in de arbeids- overeenkomst. Behoudens andersluidende – nadere - afspraken tussen partijen dienen de doelstellingen die in een kalenderjaar worden beoogd als voorwaarde voor de toe te kennen bonus in redelijkheid aan het begin van dat kalenderjaar te worden vastgesteld. Dit was ook de lijn in de aan 2004 voorafgaande jaren: in het eerste semester. Dat Isover over de te behalen targets ook in het jaar 2004 overeenstemming met [X.] trachtte te bereiken lag eveneens in de lijn van de wijze waarop de doelstellingen werden geformuleerd in de aan het jaar 2004 voorafgaande jaren. Echter, uiteindelijk rust op Isover als werkgeefster de verplichting de doelstellingen die zullen gelden tijdig vast te stellen, zodat de werknemer tijdig weet wat van hem wordt verwacht, wil hij recht kunnen doen gelden op de bonus. Isover diende er dan ook zorg voor te dragen dat ongeacht het verschil van inzicht tussen partijen deze doelstellingen uiteindelijk tijdig en desnoods zonder consensus van [X.], maar wel na redelijk overleg en volgens goed werkgeverschap, werden vastgesteld.

Het laten voorbestaan van onzekerheid over de concreet te behalen doelstellingen tot in november 2004, als het kalenderjaar bijna voorbij is, oordeelt het hof evenals de kantonrechter in strijd met goed werkgeverschap en voor rekening en risico van Isover komend. Grief 1 faalt.

4.4. Uit het vorenstaande volgt, dat de kantonrechter terecht en op goede gronden heeft geoordeeld dat voor de bepaling van de bonus over 2004 bij gebreke van een al dan niet overeengekomen bonusdoelstelling over 2004 de doelstelling voor de bonus over 2003 als uitgangspunt dient te worden genomen.

Hieraan doet niet af dat àls partijen wel tot een regeling over 2004 zouden zijn gekomen, de doelstellingen hoger en anders zouden hebben gelegen, zoals Isover in haar tweede grief betoogt. Volgens Isover had onder meer de beoogde omzet dan op € 750.000 dienen te worden gesteld en zouden de kosten eveneens van invloed zijn op de bonus.

Het hof is evenwel van oordeel dat niet aan de orde is of de wens van Isover tot het aanpassen van de doelstellingen al dan niet terecht was. Het stond Isover eenvoudigweg niet vrij om die doelstellingen in het geheel niet – tijdig - vast te stellen. Bij gebreke van nieuwe gestelde doelen, brengt de redelijkheid en billijkheid mee dat voor 2004 dezelfde regeling gold als voor 2003, waarbij [X.] de hoogte van de te behalen omzet van € 695.000,- heeft bepaald aan de hand van het businessplan voor – o.m. – 2004 (bijl. X bij akte zijdens [X.] bij pleidooi 1e aanleg).

Bij gebrek aan enige informatie door partijen over het eventueel niet te overschrijden budget (zoals in het vierde kwartaal van 2003) laat het hof dit als criterium buiten beschouwing. Grief 2 faalt eveneens.

4.5.1. De derde grief faalt ook, aangezien de stelling van Isover dat de bonus over 2004 lager diende te zijn dan het bedrag van € 11.444,80 (op basis van dezelfde uitgangpunten als voor 2003, hof) door haar onvoldoende onderbouwd en gemotiveerd wordt. Daarbij wordt door het hof ervan uitgegaan dat de omzettarget van 695.000 genoemd in het hiervoor genoemde doelstellingenoverzicht van [X.] en in diens brief van 8 november 2004 aan Isover (productie VII bij akte zijdens Van de Berg bij pleidooi 1e aanleg) ruimschoots is gehaald met de omzet die, zoals [X.] onbetwist stelt, tot 1 november 2004 € 762.063,- bedroeg.

4.6.1. Grief 4 verwijt de kantonrechter dat deze geen rekening heeft gehouden met de noodzaak van Isover de afdeling Yellow Market te sluiten. Isover voert aan dat Yellow Market haar meer dan 1 miljoen euro heeft gekost. De discussie over de toekomst van de afdeling is eind 2003 begonnen en [X.] was hiervan op de hoogte. Ook hij had echter geen ideeën die er toe zouden kunnen leiden dat via E-business meer isolatiemateriaal zou kunnen worden verkocht.

Volgens Isover is dit in ieder geval een reden om de bonus te matigen tot nihil met analoge toepassing van 7:680a BW.

4.6.2. Zoals het hof hiervoor reeds heeft overwogen is de bonus de beloning waarop [X.] recht kon doen gelden indien hij de door Isover vast te stellen doelstellingen bereikte. Door het niet tijdig – zo nodig eenzijdig - vaststellen van de doelstellingen voor het jaar 2004 is Isover in gebreke gebleven uitvoering te geven aan de overeengekomen bonusregeling. In redelijkheid dient dan de regeling te worden voortgezet die voor het daaraan voorafgaande jaar gold. Het sluiten van de afdeling omdat deze verlies maakte, oordeelt het hof onvoldoende grond voor het niet (volledig) uitvoeren van de bonusregeling, aangezien de bonus tot dan niet afhankelijk was gesteld van het maken van winst en niet gesteld of gebleken is dat het uitblijven van succes van de E-business voor isolatiemateriaal van Isover op enigerlei wijze aan [X.] valt te verwijten.

4.7. Grief vijf slaagt in zoverre dat Isover terecht opkomt tegen het oordeel van de kantonrechter dat het niet expliciet betwisten van de gevorderde wettelijke verhoging ertoe leidt dat de vordering op dit punt zonder meer dient te worden toegewezen. Isover betwist immers het verschuldigd zijn van de gehele vordering en daarmee impliciet de geëiste verhoging wegens te late voldoening. De toewijzing van de wettelijke verhoging van 50% zal niettemin worden bekrachtigd, omdat, alle hiervoor besproken omstandigheden in aanmerking genomen, Isover zich in redelijkheid niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat zij geen bonus aan [X.] was verschuldigd.

4.8.1. Grief 6 betreft de kostenveroordeling in eerste aanleg. Volgens Isover heeft [X.] te gelden als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, zodat hij in de proceskosten had dienen te worden veroordeeld. Subsidiair is Isover van mening dat de kosten in eerste aanleg op zijn minst dienen te worden gecompenseerd.

4.8.2. Het hof is van oordeel dat, gelet op enerzijds de toewijzing in eerste aanleg van de vordering van [X.] inzake de bonus en anderzijds de terechte afwijzing van zijn vordering tot aanvulling van zijn salaris, de proceskosten in eerste aanleg in redelijkheid tussen partijen dienen te worden gecompenseerd, zo dat ieder zijn eigen kosten draagt.

4.9. Isover zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep gevallen aan de zijde van [X.].

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep met uitzondering van de veroordeling van Isover in de proceskosten, en opnieuw rechte doende:

compenseert de proceskosten van de eerste aanleg tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt;

veroordeelt Isover in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten aan de zijde van [X.] tot de dag van deze uitspraak worden begroot op € 248,- aan verschotten en € 894,- aan salaris procureur.

Dit arrest is gewezen door mrs. Aarts, Spoor en Slootweg en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 15 januari 2008.