Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2007:BC2067

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
06-12-2007
Datum publicatie
17-01-2008
Zaaknummer
R200701005
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verwijzing naar de voorgenomen wijziging Wet op de Jeugdzorg in verband met de gesloten jeugdzorg, welke wijziging de mogelijkheid biedt tot voortgezette jeugdzorg in een gedwongen kader voor jeugdigen tot 21 jaar. Deze mogelijkheid dient in casu open te blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 december 2007

Sector civiel recht

Rekestnummer R200701005

Zaaknummer eerste aanleg 117012 OT RK 07-133

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Beschikking

In de zaak in hoger beroep van:

[X.],

thans verblijvende in de Justitiële Jeugdinrichting Harreveld, Sector Alexandra, te Almelo,

appellante,

hierna: [X.],

procureur: mr. N.J.W.M. de Leeuw,

t e g e n

Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,

vertegenwoordigd door:

de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudende te Diemen,

geïntimeerde,

hierna: de stichting.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Maastricht van 26 juni 2007, waarvan de inhoud bij partijen bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 25 september 2007, heeft [X.] verzocht de eerdergenoemde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat het verzoek van de stichting tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [X.] in een justitiële jeugdinrichting wordt afgewezen.

2.2. Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 22 oktober 2007, heeft de stichting verzocht de eerdergenoemde beschikking te bekrachtigen.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 november 2007. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- [X.], bijgestaan door haar raadsman mr. F.M.J.P. Heckmans;

- de stichting, vertegenwoordigd door de heer M. Wieten (voogdijwerker) en mevrouw N.C.M. Wiersema.

De ouders van [X.], mevrouw [Y.] en de heer [Z.], alsmede de Raad voor de Kinderbescherming zijn weliswaar behoorlijk opgeroepen, doch niet verschenen.

2.4. Het beroepschrift is ingediend door mr. Heckmans in zijn hoedanigheid van bijzonder curator over [X.], hiertoe benoemd door de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Roermond bij beschikking van 28 augustus 2007. Gelet op het feit dat dit hoger beroep zich richt tegen de verleende machtiging tot verlenging van de uithuisplaatsing in een gesloten inrichting, is de betrokken minderjarige - in dit geval [X.] - ingevolge artikel 5 EVRM bevoegd zelfstandig hiertegen in hoger beroep te komen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Heckmans ingestemd met het voorstel van de voorzitter om [X.] aan te merken als appellante en mr. Heckmans als haar advocaat. Procureur blijft mr. N.J.W.M. de Leeuw.

2.5. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

-de producties, overgelegd bij het beroepschrift en het verweerschrift;

- het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg d.d. 26 juni 2007.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1. [X.] is op [geboortejaar] te [geboorteplaats] geboren. Op 10 juli 2003 is [X.] door de kinderrechter onder toezicht gesteld. Deze ondertoezichtstelling is gedurende een aantal jaren verlengd. [X.] is tevens met machtiging van de kinderrechter sinds 10 juli 2003 uit huis geplaatst, welke machtiging onafgebroken jaarlijks is verlengd; sedertdien is [X.] gesloten of besloten geplaatst geweest.

Op 22 februari 2006 is de moeder van [X.] door de rechtbank van het ouderlijk gezag over [X.] ontheven en is [X.] onder voogdij gesteld van de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, waarbij de uitvoering is opgedragen aan de stichting; deze beschikking is door het hof op 29 augustus 2006 bekrachtigd.

Sinds 17 november 2006 verblijft [X.] in de Justitiële Jeugdinrichting Harreveld, Sector Alexandra, te Almelo.

4.2. De stichting heeft namens Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg op 26 januari 2007 de rechtbank verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing in een justitiële jeugdinrichting te verlengen tot de datum waarop [X.] 18 jaar wordt (dat is op 25 februari 2008) en daarmee de meerderjarigheid zal bereiken.

De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen en de termijn van machtiging tot uithuisplaatsing in een justitiële jeugdinrichting, normaal beveiligd, met ingang van 10 juli 2007 tot en met 24 februari 2008 verlengd.

De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de verlenging noodzakelijk is in het kader van de ernstige gedragsproblemen van de minderjarige.

Van deze beschikking komt [X.] in hoger beroep.

4.3. In haar beroepschrift stelt [X.] dat zij in eerste aanleg met de verlenging heeft ingestemd op grond van de door de gezinsvoogd - ten tijde van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 16 juni 2007 - gedane “toezeggingen” in verband met het traject naar zelfstandigheid. Nu is gebleken dat hiervan niets terecht is gekomen, kan [X.] zich niet langer neerleggen bij de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten justitiële jeugdinrichting.

[X.] is van mening dat zij thans slechts in de inrichting verblijft in afwachting van haar meerderjarigheid en dat er van behandeling geen sprake is. De plaatsing komt daar-mee, aldus [X.], neer op vrijheidsberoving die op het moment van meerderjarigheid eindigt zonder enig vooruitzicht. Er is geen noodzaak om haar gesloten te plaatsen nu zij toch niet wordt geholpen, aldus nog steeds [X.]. Daarbij wordt in het beroepschrift gewezen op artikel 3, tweede lid, IVRK.

4.4. In het verweerschrift stelt de stichting dat - na de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 16 juni 2007 - door de voogd van [X.] al veel stappen waren gezet in het traject naar zelfstandigheid voor [X.]. Dit traject is door [X.] echter gefrustreerd doordat zij zich, na het bekijken van een kamer in [plaatsnaam] op 10 juli 2007, heeft onttrokken aan het toezicht van de begeleiding, waarna niets meer van [X.] is vernomen. Zij heeft zich - eerst - op 24 juli 2007 weer gemeld bij de jeugdinrichting in Almelo.

Na terugkomst ging het een tweetal weken goed, doch daarna veranderde haar gedrag en ging [X.] steeds meer haar eigen gang; daarbij was er op een zeker moment ook sprake van bijvoorbeeld drugsgebruik. Deze ontwikkeling heeft een ieder aan het twijfelen gebracht, aldus de stichting, en zij vormt aanleiding om de ernstige gedragsproblemen als zeer zorgelijk te zien in het traject naar zelfstandigheid van [X.]. Gezien deze ernstige gedragsproblemen acht de stichting de uithuisplaatsing in een gesloten setting in het belang van de verzorging en opvoeding van [X.] noodzakelijk.

4.5. Het hof overweegt als volgt.

4.5.1. Het hof is, gelet op zowel de stukken als hetgeen ter zitting is gebleken, van oordeel dat [X.] zelf het door de stichting ingezette traject naar zelfstandige kamer-bewoning heeft gefrustreerd door zich op 9 juli 2007 (en niet op 10 juli 2007 gezien het verslag van de ITB-er L. Appelman), na het bekijken van een kamer in [plaatsnaam], aan het toezicht van de begeleiding te onttrekken om zich pas – na kennelijk eerst in [ophaalplaats] te zijn opgehaald - op 24 juli 2007 weer te melden bij Alexandra te Almelo. [X.] heeft de buddyzorg die door de Maatman-zorggroep geboden zou kunnen worden afgewezen en stelt zich ook overigens niet constructief op ten aanzien van de geboden hulp. Zij wenst zich niet te verbinden aan de hulpverlenende instanties vanaf haar achttiende verjaardag. Door deze houding en door weg te lopen hebben de verschillende instanties die betrokken zijn bij het begeleiden van [X.] naar zelfstandigheid weinig vertrouwen meer in [X.] en is de medewerking (vooralsnog) gestaakt dan wel niet meer (opnieuw) opgestart voor de nog korte duur van de minderjarigheid van [X.]. Ter zitting heeft [X.] aangegeven dat zij bij haar moeder in [plaatsnaam] wil gaan wonen en via een uitzendbureau wil gaan werken. De stichting heeft aangegeven hiermee alleen akkoord te kunnen gaan, indien [X.] bereid is mee te werken aan een (verplicht) begeleidingstraject, waarin [X.] ook na haar achttiende verjaardag door een buddy wordt bijgestaan. [X.] heeft te kennen gegeven wel hulp te willen accepteren van een maatschappelijk werkster, doch elke vorm van gedwongen hulpverlening af te zullen wijzen.

4.5.2. Uit de bij het verweerschrift door de stichting overgelegde verslagen blijkt dat [X.] zich in de eerste twee weken na terugkeer in Alexandra behulpzaam en verantwoordelijk heeft gedragen, doch dat zij daarna steeds meer haar eigen weg ging. De ernstige gedragsproblemen deden zich daarna weer voor, hetgeen onder meer blijkt uit het door [X.] verspreiden van drugs onder andere jeugdigen binnen de inrichting.

4.5.3. Al het voorgaande leidt er toe dat het hof op dit moment geen mogelijkheid ziet [X.] (zonder enige begeleiding) zelfstandig te laten wonen dan wel bij haar moeder te laten terugkeren. Zonder begeleiding zal [X.] zich niet te weer kunnen stellen tegen de negatieve invloeden in de buitenwereld. Zij beschikt niet over een betrouwbaar netwerk dat haar kan ondersteunen. Het hof deelt de mening van de stichting dat het thans onverantwoord is om de plaatsing in de gesloten inrichting te beëindigen. Een gesloten plaatsing is gezien de ernstige gedragsproblemen van [X.] en het risico op weglopen nog steeds noodzakelijk.

4.5.4. Overigens wijst het hof op de voorgenomen wijziging van de Wet op de Jeugdzorg in verband met de gesloten jeugdzorg (Kamerstukken EK 30.644, nr. C), welke wijziging naar verwachting begin 2008 in werking zal treden. Deze wetswijziging biedt de mogelijkheid van voortgezette jeugdzorg in een gedwongen kader voor jeugdigen tot 21 jaar, indien ten aanzien van de jeugdige op het moment van meerderjarig worden een machtiging tot gesloten jeugdzorg geldt. Het hof is van oordeel dat deze - te verwachten – mogelijkheid voor [X.] open moet blijven.

4.5.5. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de beschikking waarvan beroep dient te worden bekrachtigd.

5. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Maastricht van 26 juni 2007.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Pellis, Smeenk - van der Weijden en Everaars - Katerberg en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 6 december 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.