Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2007:BC2052

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-08-2007
Datum publicatie
17-01-2008
Zaaknummer
R200700627
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Deze zaak beleeft de verlenging van de ots van een jonge immigrant die stelt inmiddels meerderjarig te zijn geworden.

Dit correspondeert niet met zijn gegevens in het bevolkingsregister, zoals deze door zijn moeder zijn opgegeven.

Zijn moeder handhaaft de officiële data.

Appellant kan de door hem gestelde gegevens niet bewijzen; en verlangt een aanhouding om een en ander in het land van geboorte op te vragen.

Verzoek geweigerd.

Verlenging ots bekrachtigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

7 augustus 2007

Sector civiel recht

Rekestnummer R200700627

Zaaknummer eerste aanleg 118020 / OT RK 07-340

GERECHTSHOF ’S-HERTOGENBOSCH

Beschikking

In de zaak in hoger beroep van:

[X.]

verblijvende in de justitiële jeugdinrichting Het Keerpunt te Cadier en Keer,

appellant,

hierna te noemen: [X.],

procureur mr. J.E. Lenglet,

t e g e n

1. De Raad voor de Kinderbescherming, locatie Maastricht,

gevestigd te Maastricht,

geïntimeerde,

hierna te noemen: de raad,

2. De Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,

gevestigd te Kerkrade,

belanghebbende,

hierna te noemen: de stichting.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Maastricht van 19 maart 2007, waarvan de inhoud bij partijen bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 13 juni 2007, heeft [X.] verzocht de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het verzoek van de raad af te wijzen.

2.2. Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 6 juli 2007, heeft de stichting verzocht de beschikking te bekrachtigen.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 juli 2007. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

? [X.] en zijn advocaat mr. R. Gijsen,

? mw. I. van der Staak, namens de raad,

? mw. S.A.H. Jennekens en mw. M.M.G. Cuijpers, namens de stichting.

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

? de producties, overgelegd bij het beroepschrift en het verweerschrift;

? het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg van 19 maart 2007;

? de brief met een bijlage van de stichting van 27 juni 2007;

? de brief van de moeder van [X.], toegezonden door de stichting per faxbericht van 11 juli 2007.

? de door de advocaat van [X.] ter zitting overgelegde pleitnota,

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1. Uit het inmiddels ontbonden huwelijk tussen [Y.] en de heer [Z.] is op [geboortejaar] te [geboorteplaats] (Afghanistan) geboren: [X.] ([X.]).

4.2. Bij beschikking van 22 december 2006 heeft de kinderrechter op verzoek van de raad [X.] voorlopig onder toezicht gesteld van de stichting voor de duur van drie maanden.

Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de stichting met ingang van 22 december 2006 machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [X.] in een justitiële jeugdinrichting, normaal beveiligd, voor de duur van vier weken en is de beslissing ten aanzien van het resterende gedeelte van de termijn van drie maanden aangehouden.

4.3. Bij beschikking van 4 januari 2007 heeft de kinderrechter zijn beschikking van 22 december 2006, waarbij [X.] voor de duur van drie maanden onder toezicht is gesteld, gehandhaafd.

Voorts heeft de kinderrechter bij diezelfde beschikking bepaald dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [X.] in een justitiële jeugdinrichting, normaal beveiligd, van kracht blijft gedurende vier weken, indien en voor zover een daartoe strekkend indicatiebesluit voorziet in een uithuisplaatsing in de categorie als bij deze beschikking bedoeld en wijst het verzoek voor de resterende termijn toe.

4.4. Bij beschikking van 19 maart 2007 is [X.] onder toezicht gesteld van de stichting voor de termijn van één jaar en is de stichting machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [X.] in een justitiële jeugdinrichting, eveneens voor de termijn van één jaar.

Van die beslissing is [X.] in hoger beroep gekomen.

4.5. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van [X.] voor wat betreft het door hem ingestelde hoger beroep overweegt het hof het volgende.

[X.] verblijft sinds 25 januari 2007 op een gesloten afdeling van de justitiële jeugdinrichting Het Keerpunt te Cadier en Keer. Er is dus sprake van vrijheidsbeneming. Op grond van internationale verdragsrechtelijke bepalingen, met name artikel 16 en 37 IVRK en artikel 5 EVRM, dient een minderjarige steeds een onverwijlde toegang tot de rechter te hebben teneinde de rechtmatigheid van die vrijheidsbeneming te laten toetsen. Dit betekent dat in een dergelijk geval de minderjarige het recht toekomt om zelfstandig het rechtsmiddel van hoger beroep aan te wenden tegen een uitspraak waarop die vrijheidsbeneming is gebaseerd.

[X.] kan dus worden ontvangen in het door hem zelfstandig ingestelde hoger beroep.

4.6. In zijn eerste grief stelt [X.] dat hij in het kader van de behandeling van het verzoekschrift tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing herhaaldelijk heeft aangegeven dat de aangenomen geboortedatum van [geboortejaar] niet is juist en dat hij ouder is.

Volgens [X.] bestaat de mogelijkheid dat hij enkele jaren ouder is dan hij formeel staat geregistreerd en dit zou kunnen betekenen dat de stichting in haar verzoek niet ontvankelijk is vanwege zijn leeftijd.

[X.] merkt daarbij op dat de rechtbank geen of onvoldoende onderzoek naar zijn leeftijd heeft verricht, althans de rechtbank is op dat verweer niet ingegaan.

4.6.1. De stichting stelt daartegenover dat de geboortedatum van [X.] juist is, hetgeen ook door zijn moeder is benadrukt. Voorts merkt de stichting op [X.] te hebben aangegeven zelf initiatief te nemen voor een botonderzoek of een gebitsonderzoek op basis waarvan zijn echte leeftijd kan worden vastgesteld.

Resumerend stelt de stichting zich op het standpunt dat de wettige leeftijd van [X.] (16 jaar) gehandhaafd dient te worden en dat hij onder toezicht dient te blijven staan en uit huis geplaatst blijft totdat eventueel bewezen is dat hij ouder is dan 18 jaar.

4.7. Ter zitting van het hof heeft de advocaat van [X.] verklaard dat hij op vrijdag 13 juli 2007 van [X.] te horen heeft gekregen dat hij niet is geboren op [geboortejaar1] maar op [geboortejaar2], dat hij niet is geboren in Afghanistan maar in de plaats [geboorteplaats] in het noordoosten van Iran en dat zijn echte naam [A.] luidt.

[X.] heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat zijn moeder bij aankomst in Nederland heeft gelogen over zijn geboortedatum en die van zijn jongere zusje om de asielaanvraag veilig te stellen en om in aanmerking te komen voor onderwijs voor beide kinderen. Volgens [X.] heeft zijn moeder hem bij binnenkomst in Nederland opdragen daarover altijd te zwijgen.

De advocaat van [X.] heeft ter zitting voorts verzocht de behandeling van de zaak aan te houden om hem in de gelegenheid te stellen een onderzoek te (laten) verrichten naar de werkelijke identiteit van [X.].

4.8. Gelet op de inhoud van de processtukken en hetgeen door alle betrokkenen ter zitting naar voren is gebracht ziet het hof geen aanleiding af te wijken van de persoonsgegevens van [X.], zoals deze ten tijde van de asielaanvraag door zijn moeder (medio 1997) in de gemeentelijke basisadministratie zijn geregistreerd.

Het hof overweegt daarbij dat, indien [X.] reeds lang op de hoogte is van zijn daadwerkelijke geboortedatum, zoals door hem is gesteld, hij dit reeds ten tijde van het indienen van het verzoekschrift door de raad strekkende tot voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing d.d. 22 december 2006 aan de raad dan wel aan de kinderrechter kenbaar had kunnen maken.

In dat geval zou zijn advocaat dan wel de stichting in een veel eerder stadium de gelegenheid hebben gehad de door [X.] opgegeven persoonsgegevens door de autoriteiten in zijn geboorteland te laten verifiëren.

Het hof merkt in dat verband nog op dat, indien daadwerkelijk zou komen vast te staan dat [X.] niet op [geboortejaar1]. zou zijn geboren maar op [geboortejaar2], de raad ten tijde van het indienen van het verzoekschrift tot voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing d.d. 22 december 2006 niettemin ontvankelijk zou zijn in zijn verzoek aangezien [X.] op dat moment nog minderjarig was.

4.9. In zijn tweede grief stelt [X.] dat de rechtbank ten onrechte de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing heeft bevolen, omdat ten tijde van het bevelen daarvan reeds duidelijk was dat de doelstelling in de zin van artikel 1:257 lid 4 BW (het in stand houden, het tot stand brengen en/of herstel van de band tussen de ouders en het kind) niet gerealiseerd zou kunnen worden, nu zijn moeder ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in eerste aanleg heeft aangegeven niets meer met hem te maken te willen hebben en zij dit expliciet heeft herhaald ten overstaan van de gezinsvoogd.

4.9.1. Met betrekking tot de tweede grief stelt de stichting dat de doelen betreffende [X.] in het kader van de ondertoezichtstelling (onder andere het herstel van contact tussen [X.] en zijn moeder) nog steeds kunnen worden gerealiseerd en dat het op dit moment niet halen van doelstellingen een reden temeer is de ondertoezichtstelling van [X.] voort te zetten. Volgens de stichting is naar aanleiding van het persoonlijkheidsonderzoek duidelijk geworden dat [X.] gezags- en hanteringsproblemen heeft. De stichting acht het niet onwaarschijnlijk dat de gedragsproblemen van [X.] door het gebruik van drugs en een verkeerde vriendenkeuze zijn verergerd.

4.10. Met de stichting is het hof van oordeel dat het enkele feit dat één van de doelstellingen in het kader van een ondertoezichtstelling - het herstel van het contact tussen de minderjarige en zijn ouders - op dit moment nog niet gehaald kan worden, nog niet hoeft te betekenen dat de ondertoezichtstelling voortijdig zou moeten worden beëindigd.

Het opleggen van een maatregel als een ondertoezichtstelling dient het gevaar dat een minderjarige zodanig opgroeit dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig wordt bedreigd, af te wenden, waarna in het kader van de ondertoezichtstelling c.q. uithuisplaatsing vervolgens een aantal doelstellingen worden geformuleerd die in het belang zijn van de minderjarige en die in het kader van een ondertoezichtstelling haalbaar zijn.

Het hof merkt in dat verband nog op dat blijkens het voorlopig behandelplan van Het Keerpunt van 2 juli 2007 en het werkplan van de stichting van 6 juli 2007, gevoegd bij het verweerschrift van de stichting, ook nog andere doelstellingen zijn geformuleerd die in het belang zijn van de ontwikkeling van [X.], maar die op dit moment ook nog niet zijn gerealiseerd.

4.11. In zijn derde grief stelt [X.] dat de rechtbank ten onrechte de machtiging tot plaatsing in een justitiële jeugdinrichting, normaal beveiligd, voor de termijn van één jaar heeft gelast, aangezien, volgens [X.], de noodzaak daartoe niet c.q. onvoldoende aanwezig is.

[X.] stelt zich op het standpunt dat uit de overgelegde rapportages niet blijkt dat voldoende is gezocht naar andere opvangmogelijkheden, terwijl uit die rapportages bovendien niet blijkt dat een uithuisplaatsing in een gesloten setting noodzakelijk is om een persoonlijkheidsonderzoek op te starten.

4.11.1. Ten aanzien van de derde grief stelt de stichting dat naar aanleiding van het psychologisch onderzoek en eerdere ervaringen met [X.] de kans groot is dat hij in een open setting niet behandelbaar is.

Voorts is uit het psychologisch onderzoek gebleken dat sprake is van een verstoorde gewetensontwikkeling bij [X.] en dat zijn bereidheid tot verandering minimaal is.

Gelet op het feit dat [X.] wantrouwend staat tegenover volwassenen en de neiging heeft zich te willen conformeren aan de normen en waarden van zijn (verkeerde) leeftijdsgenoten, is het volgens de stichting in het belang van [X.] dat hij in een gesloten setting wordt behandeld.

4.12. Het hof stelt in de eerste plaats vast dat, gelet op de ernstige gedragsproblematiek van [X.], zoals blijkt uit de diverse door de raad en stichting in het geding gebrachte rapportages, de noodzaak tot uithuisplaatsing van [X.] voldoende is gebleken.

Voorts is het hof van oordeel dat het in het belang van [X.] is dat hij vooralsnog in een gesloten setting behandeld wordt. Het hof laat daarbij de volgende feiten en omstandigheden meewegen:

? blijkens het rapport van de raad van 7 maart 2007 is in het Multi-Disciplinair Overleg van de stichting van 29 juni 2006 het advies gegeven een indicatiestelling af te geven voor plaatsing van [X.] in een open setting, de leefgroep Sint Joseph te Cadier en Keer, maar aangezien [X.] zich in dit advies niet kon vinden is hij op eigen houtje vertrokken naar zijn vader in de Oekraïne en is dit behandeltraject afgesloten;

? bij [X.] is volgens de raad sprake van een verstoorde gewetensontwikkeling, oppositionele gedragsproblematiek en antisociaal gedrag, hij heeft geen enkel vertrouwen in volwassenen en van uitoefening van ouderlijk gezag door zijn moeder is in het geheel geen sprake, aangezien zij de opvoedingsverantwoordelijkheid niet kan dragen;

? de door de stichting geuite vrees dat [X.] uit beeld zal verdwijnen indien de uithuisplaatsing voortijdig wordt beëindigd, aangezien hij niet kan terugkeren naar het gezin van zijn moeder.

4.13. Ter zitting van het hof is gebleken dat [X.] sinds maart 2007 in de behandelgroep van Het Keerpunt is geplaatst. Dat betekent dat hij nog vijf maanden te gaan heeft in het behandeltraject.

[X.] heeft ter zitting aangegeven dat hij weliswaar onderkent dat hij op dit moment niet terug kan keren naar het gezin van zijn moeder, maar dat hij dan wel graag geplaatst zou willen worden in een open setting, omdat hij het gesloten regime te streng vindt. Daarnaast wenst hij op termijn te kunnen deelnemen aan kamertraining.

Gelet op de ernstige problematiek van [X.] en de huidige stand van zaken met betrekking tot zijn ontwikkeling is het hof met de stichting van oordeel dat [X.] op dit moment nog niet toe is aan plaatsing in een open setting.

Het hof geeft [X.] in overweging zich te bewijzen en alle medewerking te verlenen aan zijn behandelaars gedurende de termijn dat hij is opgenomen in het behandeltraject. Dit zou ertoe kunnen leiden dat aan de wens van [X.] om meer vrijheden binnen het huidige regime te verwerven en op termijn voor kamertraining in aanmerking te komen, alsnog tegemoet kan worden gekomen, hetgeen overigens ook door de stichting ter zitting van het hof is toegezegd.

4.14. Al hetgeen hiervoor is overwogen voert het hof tot de slotsom dat de kinderrechter terecht en op goede gronden heeft geoordeeld dat het in het belang van [X.] is dat de machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten inrichting wordt verlengd.

De beschikking, waarvan beroep, moet dus worden bekrachtigd.

5. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank te Maastricht van 19 maart 2007.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Philips, Bijleveld-van der Slikke en Schaafsma-Beversluis en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 7 augustus 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.