Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2007:BC0815

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-12-2007
Datum publicatie
28-12-2007
Zaaknummer
20-003138-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arrest in de zaak waarin de politierechter heeft geoordeeld dat de enkele uitlating "homo" geen beledigend karakter heeft.

1. Niet door bekeurende verbalisant ondertekend elektronisch ingevoerd proces-verbaal, opgemaakt op basis van een kennisgeving bekeuring, ongeschikt voor bewijsvoering.

2. Toevoegen van het woord “homo’s” onder de gegeven omstandigheden beledigend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-003138-07

Uitspraak : 28 december 2007

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 21 augustus 2007 in de strafzaak met parketnummer 01/000504-07 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en verdachte een geldboete van € 200,00 subsidiair 4 dagen hechtenis zal opleggen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 1 januari 2007 te ’s Hertogenbosch opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [naam verbalisant], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de/het woord(en) “homo’s”, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 1 januari 2007 te ’s Hertogenbosch opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [naam verbalisant], gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd het woord “homo’s”, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Van de zijde van verdachte is primair kort gezegd aangevoerd dat de wijze van totstandkoming van het zich in het dossier bevindende stuk met nummer 01.01.2007.0230.006505, aangeduid als proces-verbaal, bezien in relatie tot het daarbij in kopie gevoegd brondocument, aangeduid als kennisgeving van bekeuring, zodanig onzorgvuldig is dat deze bescheiden van het bewijs dienen te worden uitgesloten. Subsidiair is van de zijde van verdachte kort gezegd aangevoerd dat deze gang van zaken, indien het hof tot een bewezen verklaring van het ten laste gelegde komt, dient te leiden tot strafvermindering.

Het hof overweegt hieromtrent het navolgende.

De verbalisant die kennelijk op 1 januari 2007 de kennisgeving van bekeuring heeft opgemaakt, te weten [naam verbalisant], aspirant van politie regio Brabant Noord, is op 18 december 2007 ter terechtzitting in hoger beroep als getuige gehoord. Verbalisant [naam verbalisant] heeft verklaard dat hij de genoemde kennisgeving van bekeuring heeft opgemaakt en daarna op het politiebureau heeft afgeleverd, dat hij met de totstandkoming van het kennelijk op basis van de genoemde kennisgeving opgemaakte proces-verbaal met nummer 01.01.2007.0230.006505 in het geheel geen bemoeienis heeft gehad, de inhoud daarvan niet kent en dit niet heeft ondertekend. Het hof acht deze gang van zaken van dien aard, dat dit als proces-verbaal aangeduid stuk ongeschikt is voor bewijsvoering. Een reden voor strafvermindering ziet het hof hierin niet.

Het hof komt evenwel op basis van wel als zodanig bruikbare bewijsmiddelen tot een bewezen verklaring van het ten laste gelegde.

Van de zijde van verdachte is voorts kort gezegd aangevoerd dat verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu openbaarheid een vereiste is voor strafbaar beledigen en niet duidelijk blijkt dat (voldoende) omstanders hebben gehoord dat verdachte het woord “homo’s” heeft geuit en het woord “homo’s” op zich geen beledigend karakter heeft en derhalve per definitie niet geschikt is om te kunnen beledigen en door verdachte in zuivere vorm, zonder negatieve toevoegingen, op neutrale wijze en niet in een context die deze uitlating alsnog een beledigend karakter geeft, is geuit, waardoor niet bewezen kan worden dat verdachte een strafbare belediging heeft gepleegd.

Het hof overweegt hieromtrent het navolgende.

Het verweer miskent dat het gebruik van een woord dat in een bepaalde context - bijvoorbeeld bij seksuele voorlichting of in een vriendschappelijk gesprek - niet de strekking heeft iemands integriteit aan te tasten dat wel degelijk kan doen, indien het wordt gebruikt als scheldwoord en dus met het opzet om te beledigen. Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep in samenhang met zijn verklaring ter terechtzitting in eerste aanleg, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij op 1 januari 2007 te ’s Hertogenbosch, terwijl de verbalisanten in zijn visie bezig waren met het onnodig uitschrijven van bekeuringen, hen zingend heeft toegeroepen: “homo’s”, dat het woord “homo”, wanneer dit woord onder deze omstandigheden wordt geuit, voor hem zoiets als “eikel” of “sukkel” betekent en dat hij zich kan voorstellen dat de politie zich beledigd voelde. Gezien deze verklaring kan in dit geval aan het opzet tot belediging van verdachte niet worden getwijfeld. Verbalisant [naam verbalisant] heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij het woord “homo’s” als beledigend heeft opgevat en hij kon dit naar ’s hofs oordeel ook doen, omdat niemand hoeft te accepteren dat hem op deze wijze en in deze omstandigheden kwalificaties worden toegevoegd op een terrein dat bij uitstek behoort tot de persoonlijke integriteit, identiteit en levenssfeer.

Naar het oordeel van het hof had de bewezen verklaarde uitlating van verdachte onder deze omstandigheden de strekking de verbalisanten tot wie de uitlating was gericht in hun eer en goede naam aan te tasten en had ook dat effect.

De stelling dat openbaarheid in casu een vereiste is voor een strafbare belediging vindt, bezien ook tegen de achtergrond van hetgeen is ten laste gelegd, geen steun in het recht.

Het hof verwerpt het verweer.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 266, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht juncto artikel 267, eerste lid, aanhef en onder 2º van die wet.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Bij de straftoemeting heeft het hof rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke geldboete wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Het hof komt op grond van voormelde overwegingen tot een oplegging van een straf die lager is dan datgene dat door het openbaar ministerie is gevorderd, nu verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 8 oktober 2007 niet eerder is veroordeeld en het hof van oordeel is dat de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking komt in de hierna te noemen straf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

Eenvoudige belediging, aangedaan aan een ambtenaar, gedurende en terzake de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Bepaalt, dat een gedeelte van de geldboete, groot € 100,00 (honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door mr. H. Eijsenga, voorzitter, mr. J.H.J.M. Mertens - Steeghs en

mr. F. van Es,

in tegenwoordigheid van mr. T. Tanghe, griffier,

en op 28 december 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.