Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2007:BC0140

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
04-12-2007
Datum publicatie
13-12-2007
Zaaknummer
C200600465
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Werknemer vordert loondoorbetaling tijdens ziekte, zonder bij zijn eis een deskundigenverklaring als bedoeld in artikel 7:629a BW te hebben gevoegd. Werknemer beroept zich op uitzonderingsbepaling. Werknemer had uit een brief van werkgever moeten, en in redelijkheid kunnen afleiden dat werkgever niet akkoord ging met zijn ziekmelding. Nu werkgever de arbeidsongeschiktheid heeft betwist, doet zich de uitzondering van artikel 7:629a lid 2 BW zich niet voor en is de vordering van de werknemer terecht afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

rolnr. C0600465/RO

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

achtste kamer, van 4 december 2007,

gewezen in de zaak van:

[X.],

wonende te [woonplaats] (Duitsland),

appellant bij exploot van dagvaarding van 11 april 2006,

procureur: mr. J.E. Lenglet,

tegen:

HEVECO LOGISTICS B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde bij gemeld exploot,

procureur: mr. Ph.C.M. van der Ven,

op het hoger beroep van het door de kantonrechter (rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Venlo) gewezen vonnis van 15 februari 2006 tussen appellant - [X.] - als eiser en geïntimeerde - Heveco - als gedaagde.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 147816\CV EXPL 05- 1696)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis, alsmede naar het tussenvonnis van 20 juli 2005.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven heeft [X.] één grief aangevoerd, geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, gevorderd dat het hof opnieuw rechtdoende, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren arrest, Heveco zal veroordelen tot doorbetaling van zijn salaris, met veroordeling van Heveco in de kosten van de procedure zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.

2.2. Bij memorie van antwoord heeft Heveco de grieven bestreden.

2.3. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de gronden van het hoger beroep verwijst het hof naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende.

4.1.1. Op 21 augustus 2004 is [X.] in dienst getreden bij Heveco als internationaal chauffeur, op basis van een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd van zes maanden.

4.1.2. Op 30 november 2004 is tussen partijen onenigheid ontstaan over de vraag of [X.] die dag al dan niet zou moeten werken. Vaststaat dat [X.] die dag niet heeft gewerkt.

4.1.3. Mede als gevolg van het voorgaande heeft Heveco in een brief van 2 december 2004 aan [X.] onder andere geschreven dat de arbeidsovereenkomst, die 21 februari 2005 zou aflopen, niet zou worden verlengd. [X.] werd wel geacht in de tussentijd zijn werk uit te voeren. Dit heeft hij niet gedaan.

4.1.4. In een brief van 9 december 2004 heeft Heveco [X.] onder meer bericht dat hij sinds 30 november 2004 onrechtmatig afwezig was. Als gevolg hiervan heeft Heveco de betaling van het loon aan [X.] vanaf 30 november 2004 gestaakt.

4.1.5. In reactie hierop heeft [X.] in een brief van 23 december 2004 van zijn advocaat aan Heveco onder andere medegedeeld dat er naar zijn mening geen sprake was van onrechtmatige afwezigheid. Hij heeft Heveco verzocht en zonodig gesommeerd om zijn loon vanaf 30 november 2004 door te betalen. Voorts heeft de advocaat van [X.] in die brief Heveco medegedeeld dat [X.] arbeidsongeschikt is en zich daarom ziek meldt.

4.1.6. In een brief van 31 december 2004 heeft Heveco [X.] kort gezegd bericht dat de loondoorbetaling kan worden hervat, zodra [X.] zich conform de oproep van 9 december jl. alsnog met haar in verbinding zou stellen.

4.1.7. Uiteindelijk heeft [X.] bij inleidende dagvaarding van 18 mei 2005 Heveco gedagvaard voor de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Venlo en daarbij, kort gezegd gevorderd loon tijdens ziekte en vakantiebijslag (te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente) over de periode vanaf 1 december 2004 tot 21 februari 2005. Heveco heeft verweer gevoerd.

4.1.8. De kantonrechter heeft in een tussenvonnis van 20 juli 2005 een comparitie van partijen gelast op 28 september 2005, waarna de kantonrechter [X.] in het bestreden vonnis, samengevat, niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn eis tot betaling van het loon tijdens ziekte met bijkomende vorderingen vanaf 6 december 2004, nu hij bij zijn eis geen verklaring had gevoegd van een deskundige zoals bedoeld in artikel 7:629a BW en Heveco betwist heeft dat hij in die periode arbeidsongeschikt was.

De kantonrechter heeft de vordering van [X.] voor het overige afgewezen.

4.1.9. Tegen dit vonnis heeft [X.] hoger beroep ingesteld.

4.2. Het hof overweegt als volgt.

4.2.1. Met zijn grief komt [X.] op tegen bovenstaand oordeel van de kantonrechter.

4.2.2. Het hof stelt voorop dat ingevolge de rechtskeuze in de arbeidsovereenkomst en ingevolge het bepaalde in artikel 3 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst het Nederlandse recht van toepassing is.

4.2.3. Het hof stelt vast dat [X.] geen grief heeft gericht tegen het oordeel van de kantonrechter met betrekking tot de loonvordering over de periode voorafgaande aan 6 december 2004. Voorts overweegt het hof dat [X.] zich in de memorie van grieven (blz. 3 onderaan) op het standpunt stelt dat hij door zijn arts tot 14 februari 2005 niet in staat werd geacht tot het verrichten van de bedongen werkzaamheden. Dit betekent dat het geschil in hoger beroep zich beperkt tot een loonvordering over de periode van 6 december 2004 tot 14 februari 2005.

4.2.4. Vaststaat dat [X.] bij zijn eis geen verklaring heeft gevoegd van een deskundige als bedoeld in artikel 7:629a BW. Ingevolge artikel 7:629a lid 2 BW is dit niet vereist indien de ziekte niet wordt betwist of het overleggen van deze verklaring in redelijkheid niet van de werknemer kan worden gevergd. [X.] beroept zich op deze uitzonderingsgrond. Hij voert hiertoe aan dat er geen sprake was van een duidelijke dan wel ondubbelzinnige betwisting van zijn arbeidsongeschiktheid door Heveco, zodat hij niet gehouden was om een dergelijke deskundigenverklaring in het geding te brengen.

4.2.5. Het hof overweegt dat Heveco, na de ziekmelding op 23 november 2004, [X.] in de brief van 31 december 2004 heeft bericht dat de loondoorbetaling zou worden hervat, indien hij zich, samengevat, in verbinding zou stellen met zijn afdeling voor het verkrijgen van nieuwe ritopdrachten. Anders dan [X.] betoogt, had hij naar het oordeel van het hof uit deze brief moeten en in redelijkheid kunnen afleiden dat Heveco niet akkoord ging met zijn ziekmelding.

4.2.6. Heveco heeft voorts onder punt 24 van de conclusie van antwoord aangegeven dat zij in een brief van 18 februari 2005 aan de gemachtigde van [X.] heeft medegedeeld dat de ziekmelding niet werd geaccepteerd. Hoewel deze brief zich niet onder de gedingstukken bevindt, heeft [X.] deze brief en de door Heveco genoemde inhoud ervan niet weersproken. Naar het oordeel van het hof is hiermee in rechte komen vast te staan dat Heveco ook op 18 februari 2005 de arbeidsongeschiktheid van [X.] heeft betwist, zodat de uitzondering van artikel 7:629a lid 2 BW zich hier niet voordoet.

4.2.7. Het hof is derhalve met de kantonrechter, zij het onder aanvulling en verbetering van gronden, van oordeel dat [X.] niet in redelijkheid kon menen dat hij niet gehouden was een deskundigenverklaring als bedoeld in artikel 7:629a BW over te leggen.

4.2.8. [X.] heeft ook anderszins geen omstandigheid gesteld, noch is daarvan gebleken, die meebrengt dat van hem in redelijkheid niet kan worden gevergd om bij zijn eis een deskundigenverklaring over te leggen. Dit betekent dat de kantonrechter [X.] in zijn vordering over de periode van 6 december 2004 tot 14 februari 2005 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

4.2.9. Uit het voorgaande volgt dat het hof van oordeel is dat de grief van [X.] reeds hierom verworpen dient te worden. Het hof komt dan ook niet toe aan een beoordeling van hetgeen [X.] in de memorie van grieven ten overvloede (blz. 3) heeft gesteld.

4.2.10. Aan het door Heveco gedane bewijsaanbod, voor zover nog niet besproken, wordt als te vaag en niet meer ter zake dienend voorbij gegaan.

4.2.11. De conclusie is dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen onder aanvulling en verbetering van de gronden zoals hiervoor onder 4.2.5. en 4.2.6. weergegeven.

4.2.12. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [X.] in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld.

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep onder aanvulling en verbetering van de gronden zoals hiervoor is overwogen;

veroordeelt [X.] in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten aan de zijde van Heveco tot aan de dag van deze uitspraak worden begroot op € 248,- aan verschotten en € 632,- aan salaris procureur.

Dit arrest is gewezen door mrs. Aarts, Venner-Lijten en Spoor en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 4 december 2007.