Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2007:BB6485

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-10-2007
Datum publicatie
25-10-2007
Zaaknummer
R200700855
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij verslavingsproblematiek moet terughoudendheid worden betracht. Op een saniet rusten immers gedurende drie jaren voortdurend zware verplichtingen en van hem worden in die periode forse inspanningen gevergd (informatie-, afdracht- en sollicitatieplicht, het moeten rondkomen van een minimuminkomen en het niet laten ontstaan van nieuwe schulden). Met die verplichtingen en beperkingen verdraagt zich niet dat een saniet (alcohol)verslaafd is en/of dat sprake is van een reële kans op een terugval in een zeer onlangs overwonnen verslaving.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Rechtsbijstand en schuldhulpverlening 2007/241
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WSdH

9 oktober 2007

Sector civiel recht

Rekestnummer R07/00855

Zaaknummer eerste aanleg 160128/FT-RK 07.1082

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Arrest

In de zaak in hoger beroep van:

[X.]

wonende te [woonplaats]

appellant,

hierna: [X.],

procureur: mr. H.W. Blatter. .

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 6 augustus 2007, waarvan de inhoud bij [X.] bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 13 augustus 2007, heeft [X.] verzocht voormeld vonnis te vernietigen en op hem de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren.

2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2007. Bij die gelegenheid is [X.] gehoord, bijgestaan door mr. J.R. Ali.

2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties, overgelegd bij het beroepschrift;

- het proces-verbaal van de behandeling in eerste aanleg d.d. 27 juli 2007.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1. [X.] heeft de rechtbank verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken. De totale schuldenlast bedraagt blijkens de verklaring ex artikel 285 Faillissementswet (Fw) d.d. 6 juni 2007 € 86.819,92.

Uit genoemde verklaring blijkt dat het minnelijke traject is mislukt, omdat [X.] onvoldoende aflossingscapaciteit heeft.

Bij vonnis waarvan beroep is het verzoek van [X.] afgewezen.

4.2. De rechtbank heeft overwogen dat ingevolge artikel 288 lid 2 sub b Fw het verzoek kan worden afgewezen, indien aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw is geweest.

De rechtbank heeft voorts het volgende overwogen.

Doordat niet gebleken is dat [X.] zijn alcoholverslaving gedurende een periode van minimaal één jaar onder bedwang heeft en de kans op terugval beperkt zal zijn, moet naar het oordeel van de rechtbank gevreesd worden dat [X.] niet in staat zal zijn om zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren na te komen. Daar komt bij dat [X.] door zijn alcoholverslaving in ieder geval twee schulden (Brabant Water en [Y.]) heeft laten ontstaan.

4.3.1. [X.] is het niet eens met de afwijzing van zijn verzoek.

Hij heeft in zijn beroepschrift jurisprudentie aangehaald, die gaat over de toepassing en de uitleg van het artikel 288 lid 2 sub b Faillissementwet (het al dan niet te goeder trouw laten ontstaan of onbetaald laten van schulden). Het hof zal niet op deze jurisprudentie ingaan, nu is gebleken dat deze jurisprudentie in de onderhavige zaak slechts van ondergeschikt belang is. Dat geldt ook voor het door [X.] genoemde arrest van dit hof van 24 oktober 1999 (R9900123), waarbij komt dat - anders dan in het onderhavige geval - in die zaak de appellant al enkele jaren niet meer verslaafd was.

[X.] stelt voorts dat hij streeft naar een duurzame oplossing voor het doen beëindigen van zijn alcoholverslaving, waarmee hij laat blijken dat hij gemotiveerd is zijn verplichtingen na te komen. Naar zijn mening kan niet bij voorbaat geoordeeld worden dat hij niet aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen.

[X.] voert aan zeer gemotiveerd te zijn en zich uitdrukkelijk in te spannen om de wettelijke schuldsaneringsregeling met succes te kunnen doorlopen.

4.3.2. Hieraan heeft [X.] ter zitting toegevoegd, dat hij op 4 oktober 2007 zijn eerste gesprek bij Novadic heeft. Hij leeft thans in een beschermde woonomgeving (hij is ingetrokken bij het gezin van een goede kennis), waar hij in de gaten wordt gehouden en waar zijn inkomen wordt beheerd.

4.4. Het hof komt tot de volgende beoordeling.

Bij verslavingsproblematiek moet terughoudendheid worden betracht. Op een saniet rusten immers gedurende drie jaren voortdurend zware verplichtingen en van hem worden in die periode forse inspanningen gevergd (informatie-, afdracht- en sollicitatieplicht, het moeten rondkomen van een minimuminkomen en het niet laten ontstaan van nieuwe schulden). Met die verplichtingen en beperkingen verdraagt zich niet dat een saniet (alcohol)verslaafd is en/of dat sprake is van een reële kans op een terugval in een zeer onlangs overwonnen verslaving.

Nu de behandeling bij Novadic pas net is begonnen, is het hof van oordeel dat op dit moment nog niet kan worden gezegd dat [X.] zijn verslaving gedurende geruime tijd - te denken valt aan een jaar - onder controle heeft, zónder terugval.

Het hof is daarom van oordeel dat er thans (nog) gegronde vrees bestaat dat [X.] tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling zijn uit die regeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen.

Het hof onderstreept de overweging van de rechtbank, dat [X.] op de goede weg lijkt te zijn en dat hij, zodra hij aannemelijk kan maken dat hij zijn alcoholverslaving geruime tijd (een jaar) te boven is, opnieuw een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan indienen.

4.5. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd, met verbetering van de gronden.

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep, met verbetering van de gronden.

Dit arrest is gewezen door mrs. Gründemann, Pouw en Walstock en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 9 oktober 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.