Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2007:BB6420

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-10-2007
Datum publicatie
24-10-2007
Zaaknummer
C0601236
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Anders dan de rechtbank [..] heeft aangenomen, is het hof van oordeel dat het er om gaat of, aangenomen dat [appellant] in zijn hoedanigheid van directeur van Autoparc bv jegens Interpolis verwijtbaar zou hebben gehandeld, [appellant] voor vergoeding van de daardoor door Interpolis geleden schade in privé kan worden aangesproken. Voor een dergelijke privé-aansprakelijkheid zijn slechts gronden aanwezig als de (thans veronderstellenderwijs aangenomen) gedraging van [appellant] jegens Interpolis in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is geweest, dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Interpolis heeft gesteld dat [appellant] aansprakelijk is voor de door Interpolis nodeloos gemaakte kosten vanwege de persoonlijke betrokkenheid van [appellant] bij de afwikkeling van de schade zijdens Interpolis en zijn kennis van de inhoud en de belangrijke betekenis voor Interpolis van de mede door [appellant] ingevulde sloopverklaring.

[appellant] heeft gemotiveerd ontkend dat hij op de hoogte was van de grote betekenis die Interpolis hecht(te) aan het correct invullen van de sloopverklaring, stellende dat hij niet eerder in sloopauto's had gehandeld, en dus niet eerder met een sloopverklaring was geconfronteerd. Interpolis heeft van haar stelling dat [appellant] wel degelijk wist hoe deze vork aan de steel zat, geen gespecificeerd bewijs aangeboden, hetgeen wel op haar weg had gelegen, nu zij haar vordering hier op heeft gebaseerd.

Het hof merkt terzijde op dat dit gestelde grote belang overigens niet blijkt uit de wijze waarop de vertegenwoordiger van Interpolis, de expert De Leijer, met de sloopverklaring omging, nu deze een oningevulde maar wel door hem ondertekende sloopverklaring bij Autoparc bv heeft achtergelaten (de eerste sloopverklaring), waardoor het risico dat er met deze verklaring aan de haal werd gegaan, sterk is vergroot.

Ten aanzien van de door Interpolis gestelde "persoonlijke" betrokkenheid van [appellant], heeft het hof reeds aangegeven dat door Interpolis niet is gesteld dat daarmee door haar iets anders is bedoeld dan [appellant] als persoon in zijn hoedanigheid van bestuurder/penvoerder voor Autoparc bv.

Voor het overige heeft Interpolis geen feiten of omstandigheden gesteld die, uitgaande van de veronderstelling dat Autoparc bv jegens Interpolis verwijtbaar heeft gehandeld, gegeven de hiervoor [..] aangegeven norm, een persoonlijke aansprakelijkheid van [appellant] zouden kunnen dragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. JD

rolnr. C0601236/BR

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

eerste kamer, van 2 oktober 2007,

gewezen in de zaak van:

[APPELLANT],

wonende te [plaats],

appellant bij exploot van dagvaarding van 29 mei 2006,

procureur: mr. Ph.C.M. van der Ven,

tegen:

de naamloze vennootschap INTERPOLIS SCHADE N.V.,

gevestigd te Tilburg,

geïntimeerde bij gemeld exploot,

procureur: mr. A.B.M. Kooijmans,

op het hoger beroep van de door de rechtbank Breda gewezen vonnissen van 25 juni 2003, 9 juni 2004, 27 juli 2005 en 1 maart 2006 tussen appellant - [appellant] - als gedaagde en geïntimeerde - Interpolis - als eiseres.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 117001/HA ZA 03-225)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2. Het geding in hoger beroep

Bij memorie van grieven heeft [appellant] 10 grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van de vonnissen waarvan beroep en, kort gezegd, tot als in die memorie omschreven.

Bij memorie van antwoord heeft Interpolis de grieven bestreden.

Partijen hebben hun zaak doen bepleiten, [appellant] door mr. L.L.M. Prinsen en Interpolis door mr. A. Kooijmans. Mr. Prinsen heeft gepleit aan de hand van overgelegde pleitnotities.

Partijen hebben daarna de stukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de grieven verwijst het hof naar de memorie van grieven. Met de grieven is het geschil in volle omvang aan het hof voorgelegd.

4. De beoordeling

4.1. In overweging 3.1. van het tussenvonnis van 9 juni 2004 heeft de rechtbank vastgesteld van welke feiten in dit geschil wordt uitgegaan. De door de rechtbank vastgestelde feiten, welke niet zijn betwist, vormen ook in hoger beroep het uitgangspunt.

4.2. Het gaat in dit hoger beroep kort samengevat om het volgende.

4.2.1. Op 7 november 1995 is een Mercedes Benz, in eigendom toebehorend aan [persoon 1], total loss geraakt. De auto was verzekerd bij Interpolis en werd door [persoon 1] gestald bij Autoparc bv, een garagebedrijf waarvan [appellant] toen directeur was.

4.2.2. Tussen [persoon 1] en Interpolis is een akkoord gesloten omtrent de schade-uitkering door Interpolis aan [persoon 1], welk akkoord op 23 november 1995 schriftelijk is bevestigd. Interpolis heeft namens [persoon 1] de auto te koop aangeboden (via uitnodigingen aan opkopers tot het doen van een aanbod) en vervolgens verkocht.

4.2.3. Vast staat dat op de verkoop door Interpolis (namens [persoon 1]) de toentertijd vigerende Bedrijfsregeling nr. 14 (Totaalverlies/cascoverzekeringen) van het Verbond van Verzekeraars van toepassing was. Partijen hebben verklaard dat in deze Bedrijfsregeling staat dat in geval van verkoop van een total loss verklaarde auto, een sloopverklaring moet worden ondertekend door de koper.

4.2.4. In het onderhavige geval zijn er drie versies van deze sloopverklaring in omloop.

In de eerste versie (prod. 10 bij het pleidooi voor dit hof) bevat deze sloopverklaring de volgende tekst:

Accoordverklaring inzake het daadwerkelijk slopen van nader te noemen voertuig

(volgt omschrijving auto, hof)

Ondergetekende: W. de Leijer

Handelend in opdracht van: Interpolis

(naam verzekeringsmaatschappij)

(..)

Verklaart namens haar verzekerde bovengenoemd voertuig in eigendom over te dragen aan:

Via Autoparc Loon op Zand (geen naam ingevuld, hof)

(naam autodemontagebedrijf)

Voor een bedrag van : f 8000,-- incl BTW

Het autodemontagebedrijf (geen naam of adres ingevuld, hof)geeft door ondertekening te kennen eerder genoemd voertuig in eigendom te aanvaarden en verklaart:

1. het voertuig daadwerkelijk te zullen slopen

2. (..)

Boeteclausule

Bij niet-nakoming van deze verklaring door het autodemontagebedrijf, is deze een bedrag van f 10.000,-- verschuldigd aan bovengenoemde verzekeringsmaatschappij

Datum: 22.11.1995

(getekend W. de Leijer, hof)

(handtekening expert)

In deze versie zijn de ingevulde gegevens door W.G.F.J. de Leijer, verzekeringsexpert in dienst van Sarex Expertise bv, en handelend voor Interpolis, ingevuld.

In de tweede versie (prod. 1 bij pleidooi) zijn de bedrijfsgegevens en de naam van het autodemontagebedrijf ingevuld door [appellant] voorafgaand aan de zinsnede dat het bedrijf "door ondertekening te kennen geeft..." enz. Het gaat hier om "[persoon 2] Beheer en Belegging Heust 17 5325 XB Well".

Als getuige gehoord in eerste aanleg heeft [appellant] verklaard dat de tweede handtekening (naast die van De Leijer) op deze sloopverklaring van [persoon 2] afkomstig is.

Voorts is nog een derde versie van deze sloopverklaring in omloop, een "halve sloopverklaring" omdat de bovenste helft daarvan is afgescheurd (prod. 1 bij pleidooi). Deze verklaring is in dit appel niet relevant.

4.2.5. Op 24 november 1995 heeft [bedrijf 1] aan Autoparc bv een factuur gezonden voor een bedrag van f 8.500,-- incl. btw, onder de vermelding "Geleverd auto met schade".

4.2.6. Op 28 november 1995 heeft Autoparc bv aan [bedrijf 2] gefactureerd voor een "schade auto ex [bedrijf 1]" het bedrag van f 8.510,64 excl.btw, zijnde f 10.000,-- incl. btw.

4.2.7. Vast staat dat de auto niet is gesloopt, doch weer op de weg is verschenen. Interpolis heeft vervolgens de contractuele boete gevorderd van [persoon 2]. In een procedure tussen Interpolis en [persoon 2] heeft het gerechtshof te Arnhem bij in kracht van gewijsde gegaan arrest van

17 oktober 2000 geoordeeld dat [persoon 2] was geslaagd in het hem opgedragen bewijs dat tussen hem en Interpolis geen koopovereenkomst tot stand was gekomen. 4.2.8. In de onderhavige procedure vordert Interpolis van [appellant] vergoeding van de schade die zij heeft geleden omdat [appellant] jegens Interpolis onrechtmatig heeft gehandeld door bewust de sloopverklaring onjuist in te vullen, doordat hij als naam van de koper [persoon 2] heeft genoemd, terwijl Autoparc bv volgens Interpolis zelf de auto van [persoon 1] had gekocht. Het door Interpolis gevorderde schadebedrag is € 4.537,80 ter zake de gemiste boete op grond van de sloopverklaring, alsmede de kosten welke zij heeft gemaakt in verband met de door haar verloren procedure bij het gerechtshof Arnhem. In eerste aanleg had Interpolis tevens vergoeding van haar schade gevorderd van Beheermaatschappij Autoparc bv (een andere vennootschap dan Autoparc bv).

De rechtbank heeft Interpolis in haar vordering jegens Beheermaatschappij Autoparc bv niet ontvankelijk verklaard, en de vordering jegens [appellant] tot een bedrag van € 10.180,97 toegewezen. In het thans aanhangige hoger beroep is Beheermaatschappij Autoparc bv niet meer betrokken.

4.3.1. Het hof ziet aanleiding om de grieven gezamenlijk te behandelen.

4.3.2. Kern van het betoog van Interpolis is, dat [appellant], directeur van Autoparc bv, de sloopverklaring in strijd met de waarheid heeft ingevuld. Volgens Interpolis heeft Autoparc bv zelf de auto van [persoon 1] gekocht, maar heeft [appellant] (haar directeur) desalniettemin op de sloopverklaring de naam van een ander, niet zijnde de koper ingevuld.

4.3.3. [appellant] heeft de stelling van Interpolis, dat de koper van de auto verplicht was om de sloopverklaring in te vullen, niet betwist. "Invullen" betekent in dit verband uiteraard "correct invullen".

[appellant] ontkent gemotiveerd dat Autoparc bv de koper van de auto was, stellende dat Autoparc bv in dezen bemiddelend heeft opgetreden.

4.4.1. Het hof zal deze discussie thans in het midden laten, waarbij het hof er overigens op wijst dat het een (bemiddelaar) het ander (koper) niet uitsluit.

Voorts zal het hof er in het navolgende veronderstellenderwijs van uitgaan dat Autoparc bv de koper van de auto was. Dit zou met zich brengen dat Autoparc bv de sloopverklaring correct moest invullen. Nu Autoparc bv in de door haar directeur ingevulde sloopverklaring (de tweede sloopverklaring) niet als koper staat vermeld, zou dat met zich brengen dat die sloopverklaring onjuist is ingevuld.

4.4.2. Dit betekent dat, nog steeds uitgaande van de veronderstelling dat Autoparc bv de koper was, door Autoparc bv jegens Interpolis verwijtbaar zou zijn gehandeld. Het hof drukt zich in dezen enigszins vaag uit, omdat niet gesteld is waarop de verplichting is gebaseerd van een koper jegens de verzekeraar van de verkoper om een sloopverklaring ten behoeve van die verzekeraar in te vullen. Wel is in ieder geval duidelijk is dat als er zo'n verplichting bestaat (waar partijen niet aan twijfelen) het onjuist invullen van zo'n sloopverklaring de invuller in beginsel kan worden verweten.

4.4.3. Door [appellant] is niet betwist dat Interpolis, afgaand op de vermelding in de tweede sloopverklaring van [persoon 2] als koper, een procedure tegen deze [persoon 2] is begonnen, die heeft verloren, en derhalve schade heeft geleden, welke zij niet zou hebben geleden als de naam van [persoon 2] niet op de sloopverklaring zou hebben gestaan. Evenmin is door [appellant] in hoger beroep betwist dat Interpolis in het onderhavige geval recht had op de in de sloopverklaring vermelde boete wegens het in het verkeer brengen van de auto, en dat Interpolis deze boete niet van [persoon 2] heeft kunnen innen, vanwege de beslissing van het Arnhemse hof in de tegen [persoon 2] aangespannen procedure.

4.4.4. Door Interpolis is niet gesteld, en dat is ook niet gebleken, dat [appellant] bij het invullen van de naam van [persoon 2] op de sloopverklaring niet namens Autoparc bv zou hebben gehandeld. Dat [appellant] hierbij namens Autoparc bv handelde, werd ook reeds door de expert van Interpolis, De Leijer, aangenomen, waar deze een sloopverklaring bij Autoparc bv inleverde, voorzien van de aantekening "via Autoparc" (deze tekst staat in de eerste en in de tweede sloopverklaring).

Over de betrokkenheid van [appellant] persoonlijk - waarbij relevant is betrokkenheid, belangen of bevoordeling als privé-persoon en niet een betrokkenheid als bestuurder (en i.c. penvoerder) voor Autoparc bv - heeft Interpolis niets gesteld.

4.5.1. Anders dan de rechtbank in r.o. 3.13 en volgende van het vonnis van 9 juni 2004 heeft aangenomen, is het hof van oordeel dat het er om gaat of, aangenomen dat [appellant] in zijn hoedanigheid van directeur van Autoparc bv jegens Interpolis verwijtbaar zou hebben gehandeld, [appellant] voor vergoeding van de daardoor door Interpolis geleden schade in privé kan worden aangesproken.

Voor een dergelijke privé-aansprakelijkheid zijn slechts gronden aanwezig als de (thans veronderstellenderwijs aangenomen) gedraging van [appellant] jegens Interpolis in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is geweest, dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

4.5.2. Interpolis heeft gesteld dat [appellant] aansprakelijk is voor de door Interpolis nodeloos gemaakte kosten vanwege de persoonlijke betrokkenheid van [appellant] bij de afwikkeling van de schade zijdens Interpolis en zijn kennis van de inhoud en de belangrijke betekenis voor Interpolis van de mede door [appellant] ingevulde sloopverklaring.

4.5.3. [appellant] heeft gemotiveerd ontkend dat hij op de hoogte was van de grote betekenis die Interpolis hecht(te) aan het correct invullen van de sloopverklaring, stellende dat hij niet eerder in sloopauto's had gehandeld, en dus niet eerder met een sloopverklaring was geconfronteerd. Interpolis heeft van haar stelling dat [appellant] wel degelijk wist hoe deze vork aan de steel zat, geen gespecificeerd bewijs aangeboden, hetgeen wel op haar weg had gelegen, nu zij haar vordering hier op heeft gebaseerd.

Het hof merkt terzijde op dat dit gestelde grote belang overigens niet blijkt uit de wijze waarop de vertegenwoordiger van Interpolis, de expert De Leijer, met de sloopverklaring omging, nu deze een oningevulde maar wel door hem ondertekende sloopverklaring bij Autoparc bv heeft achtergelaten (de eerste sloopverklaring), waardoor het risico dat er met deze verklaring aan de haal werd gegaan, sterk is vergroot.

4.5.4. Ten aanzien van de door Interpolis gestelde "persoonlijke" betrokkenheid van [appellant], heeft het hof reeds aangegeven dat door Interpolis niet is gesteld dat daarmee door haar iets anders is bedoeld dan [appellant] als persoon in zijn hoedanigheid van bestuurder/penvoerder voor Autoparc bv.

4.5.5. Voor het overige heeft Interpolis geen feiten of omstandigheden gesteld die, uitgaande van de veronderstelling dat Autoparc bv jegens Interpolis verwijtbaar heeft gehandeld, gegeven de hiervoor in r.o. 4.5.1. aangegeven norm, een persoonlijke aansprakelijkheid van [appellant] zouden kunnen dragen.

4.6.1. Het voorgaande betekent dat de grieven van [appellant], in onderling verband beschouwd, slagen, en dat de beroepen vonnissen niet in stand kunnen blijven. De vorderingen van Interpolis zullen derhalve alsnog worden afgewezen.

4.6.2. Interpolis zal, als in het ongelijk gestelde partij, de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep hebben te dragen.

5. De uitspraak

Het hof:

vernietigt de vonnissen waarvan beroep door de rechtbank Breda gewezen op 25 juni 2003, 9 juni 2004, 27 juli 2005 en 1 maart 2006 tussen [appellant] en Interpolis;

en opnieuw rechtdoende:

wijst af de vorderingen van Interpolis;

veroordeelt Interpolis in de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep, aan de zijde van [appellant] tot op heden begroot op € 255,-- aan verschotten en € 2.260,-- aan salaris in eerste aanleg en € 483,87

aan verschotten en € 2.682,-- aan salaris in hoger beroep;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. Fikkers, Riemens en Van der Lende - Mulder Smit en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 2 oktober 2007.