Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2007:BB5554

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-10-2007
Datum publicatie
15-10-2007
Zaaknummer
20-001888-06
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2009:BJ6793, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2009:BJ6793
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

zie ook LJN: BB5551 en BB5556: Wanneer is iemand ambtenaar in de anti-corruptie bepalingen en welke vorm van wetenschap moeten omkopers van die ambtenaar hebben over de status van ambtenaar?

Een voormalig gemeenteambtenaar, werd aangesteld als directeur van een door gemeenten in het leven geroepen economische ontwikkelingsmaatschappij (REO B.V.), waarin de activiteiten van het opgeheven Industrieschap werden ondergebracht.

De directeur werd vervolgd voor het als het als ambtenaar aannemen van giften in de vorm van – in privé – gratis gepasseerde akten bij een notaris, het beneden de geldende marktwaarde verkrijgen van grond ten behoeve van de bouw van zijn privé-woning, het aanbrengen van zonweringen aan zijn privéwoning en het – in privé - leveren van een CV-ketel, in ruil voor tegenprestaties van de ontwikkelingsmaatschappij (zie LJN: BB5554).

Twee andere verdachten werden vervolgd voor het omkopen van de ambtenaar door de directeur in privé geen notariskosten in rekening te brengen (zie LJN: BB5551) of hem grond te verkopen tegen een lagere prijs dan de gangbare marktprijs (zie LJN: BB5556).

Cruciaal in deze zaak was de vraag of de directeur in strafrechtelijke zin kon worden aangemerkt als ambtenaar (art.177, 177a, 362 en 363 van het Wetboek van Strafrecht) en zo dit het geval was, of zulks voor de verdachten van omkoping kenbaar is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-001888-06

Uitspraak : 12 oktober 2007

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Roermond van 20 april 2006 in de strafzaak met parketnummer 04-620200-03 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1953],

wonende te [woonplaats], [lokatie2][adres],

waarbij verdachte terzake van – kort gezegd – het als ambtenaar aannemen van giften is veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 150 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep moet, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, worden begrepen als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot hetgeen aan de verdachte onder 1, 3, 4, 5 en 6 is ten laste gelegd. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal mr. A.M.W. Verdegaal en van hetgeen door verdachte en namens de verdachte door mr. J.L.F. Marchal, advocaat te Maastricht, naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het beroepen vonnis zal vernietigen en de verdachte - opnieuw rechtdoende - ter zake van het hem onder 1, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde zal veroordelen tot vier maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een geldboete van EUR 75.000,--, subsidiair één jaar hechtenis.

De verdediging:

• heeft geen verweren gevoerd met betrekking tot de bevoegdheid van de rechter, de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie of de geldigheid van de inleidende dagvaarding;

• heeft integrale vrijspraak bepleit.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - voorzover thans nog van belang, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 1999 tot en met 31 maart 2001 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, als ambtenaar, te weten als directeur van REO B.V.,

A.

een belofte(n) en/of een gift(en),

te weten:

een afspraak met [bedrijf 3] en/of de directeur, gemaakt bij gelegenheid van de aankoop door [bedrijf 3] van bouwland ([kadastrale aanduiding]) en/of een weiland ([kadastrale aanduiding]) en/of een weiland ([kadastrale aanduiding]) en/of een woonhuis met aanhorigheden ([kadastrale aanduiding]), gelegen te Roermond voor de prijs van fl. 2.650.000,--,

welke afspraak inhield dat verdachte een gedeelte van die grond, groot ongeveer 2000m2 ([kadastrale aanduiding]), gelegen te Roermond kon kopen en/of kon kopen voor de prijs van fl. 157,-- per m2 kosten koper, te vermeerderen met overdrachts- of omzetbelasting, en dat de overdracht van het verkochte uiterlijk binnen 6 maanden na ondertekening d.d. 10 mei 2000 zou plaatsvinden, welke levering (uiteindelijk) heeft plaatsgevonden bij transportakte d.d. 14 november 2000,

en/of

dat bij overdracht van die grond, gelegen te Roermond ([kadastrale aanduiding]) d.d. 14 november 2000 door [bedrijf 3] en/of van de directeur de overdrachtsbelasting over fl. 264.000,--, te weten fl. 15.840,--, in elk geval enig geldbedrag, niet werd doorberekend aan hem, verdachte,

heeft aangenomen van [bedrijf 3] en/of van de directeur, in elk geval van een bedrijf en/of van een persoon,

wetende dat deze belofte(n) en/of gift(en) hem, verdachte, gedaan werd(en) teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten,

bestaande uit:

het [bedrijf 3] (om andere dan zakelijke redenen) begunstigen ten opzichte van (een) andere bedrij(f)(ven), en/of (meer in het bijzonder)

eigener beweging voornoemd aannemersbedrijf de (mondelinge) opdracht geven tot de verbouwing aan een pand, gelegen te Roermond en/of de verbouwing aan een pand, gelegen aan te Roermond,

en/of

het niet onderhands danwel openbaar

- conform het bij REO B.V. geldende aanbestedingenbeleid - aanbesteden van de verbouwing aan een pand, gelegen te Roermond en/of de verbouwing aan een pand, gelegen te Roermond,

en/of

B.

(een) belofte(n) en/of gif(en),

te weten

de aankoop door [bedrijf 3] van bouwland ([kadastrale aanduiding]) en/of een weiland ([kadastrale aanduiding]) en/of een weiland ([kadastrale aanduiding]) en/of een woonhuis met aanhorigheden ([kadastrale aanduiding]), gelegen te Roermond, voor de prijs van fl. 2. 650.000.--,

bij welke aankoop door [bedrijf 3] en/of de directeur,

met verdachte de afspraak werd gemaakt dat verdachte een gedeelte van die grond, groot ongeveer 2000 m2 ([kadastrale aanduiding]), gelegen te Roermond kon kopen en/of kon kopen voor de prijs van fl 157,-- per m2 kosten koper,te vermeerderen met overdrachts- of omzetbelasting, en dat de overdracht van het verkochte uiterlijk binnen 6 maanden na ondertekening d.d. 10 mei 2000 zou plaatsvinden, welke levering (uiteindelijk) heeft plaatsgevonden bij transportakte d.d. 14 november 2000,

en/of

dat bij overdracht van die grond, gelegen te Roermond ([kadastrale aanduiding]) d.d. 14 november 2000 door [bedrijf 3] en/of de directeur de overdrachtsbelasting over fl 264.000.--, te weten fl 15.840,--, in elk geval enig geldbedrag niet werd doorberekend aan hem, verdachte,

heeft aangenomen van [bedrijf 3] en/of van de directeur, in elk geval van een bedrijf en/of van een perso(o)n(en),

wetende dat deze belofte(n) en/of gift(en) hem, verdachte, gedaan werd(en) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening was gedaan of nagelaten,

bestaande uit:

het [bedrijf 3]

(om andere dan zakelijke redenen) begunstigen ten opzichte van (een) andere bedrij(f)(ven), en/of (meer in het bijzonder)

eigener beweging voornoemd aannemersbedrijf de (mondelinge) opdracht geven tot de verbouwing aan een pand, gelegen te Roermond en/of de verbouwing aan een pand, gelegen te Roermond,

en/of

het niet onderhands dan wel openbaar – conform het bij REO B.V. geldende aanbestedingenbeleid - aanbesteden van de verbouwing aan een pand, gelegen te Roermond en/of de verbouwing aan een pand, gelegen te Roermond;

Althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 1999 tot en met 31 maart 2001 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, als ambtenaar, te weten als directeur van REO B.V.,

A.

(een) belofte(n) en/of (een) gif(en),

te weten

een afspraak met [bedrijf 3] en/of de directeur, gemaakt bij gelegenheid van de aankoop door [bedrijf 3] van bouwland ([kadastrale aanduiding]) en/of een weiland ([kadastrale aanduiding]) en/of een weiland ([kadastrale aanduiding]) en/of een woonhuis met aanhorigheden ([kadastrale aanduiding]), gelegen te Roermond voor de prijs van fl. 2.650.000,--,

welke afspraak inhield dat verdachte een gedeelte van die grond, groot ongeveer 2000m2 ([kadastrale aanduiding]), gelegen te Roermond kon kopen en/of kon kopen voor de prijs van fl. 157,-- per m2 kosten koper, te vermeerderen met overdrachts- of omzetbelasting, en dat de overdracht van het verkochte uiterlijk binnen 6 maanden na ondertekening d.d. 10 mei 2000 zou plaatsvinden, welke levering (uiteindelijk) heeft plaatsgevonden bij transportakte d.d. 14 november 2000,

en/of

dat bij overdracht van die grond, gelegen te Roermond ([kadastrale aanduiding]) d.d. 14 november 2000 door [bedrijf 3] en/of de directeur de overdrachtsbelasting over fl 264.000.--, te weten fl 15.840,--, in elk geval enig geldbedrag, niet werd doorberekend aan hem, verdachte,

heeft aangenomen van [bedrijf 3] en/of van de directeur, in elk geval van een bedrijf en/of van een persoon,

wetende dat deze belofte(n) en/of gift(en) hem, verdachte, gedaan werd(en) teneinde hem te bewegen om, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn bediening iets te doen of na te laten,

bestaande uit:

het [bedrijf 3].

eigener beweging de (mondelinge) opdracht geven tot de verbouwing aan een pand, gelegen te Roermond en/of de verbouwing aan een pand, gelegen te Roermond,

en/of

het niet onderhands danwel openbaar – conform het bij REO B.V. geldende aanbestedingenbeleid - aanbesteden van de verbouwing aan een pand, gelegen te Roermond en/of de verbouwing aan een pand, gelegen te Roermond;

3.

hij in of omstreeks de periode van 10 oktober 2000 tot en met 15 november 2000 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland,

als ambtenaar, te weten als directeur van REO B.V.,

een gift(en) en/of belofte(n),

te weten:

het niet in rekening brengen van notariskosten, te weten fl 1.912,90, in elk geval enig geldbedrag, met betrekking tot de aankoop van een bouwterrein te Roermond, koopsom fl 314.000,--, zaaknummer 20012527,

heeft aangenomen van het notariskantoor en/of van de notaris, in elk geval van een kantoor en/of van een persoon,

wetende dat deze gift(en) of belofte(n) hem, verdachte, gedaan werd(en) teneinde hem te bewegen om, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen in zijn bediening iets te doen of na te laten,

bestaande uit:

het bevorderen en/of bemiddelen dat REO B.V. en/of haar contractuele wederpartijen en/of relaties, inzake het opmaken van notariële akten inzake transacties van onroerend-goed en/of de vestiging van zakelijke rechten, dan wel andere notariële akten, gebruik zullen maken van de notariële dienstverlening van het notariskantoor en/of van de notaris;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2001 tot en met 26 februari 2002 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland,

als ambtenaar, te weten als directeur van REO B.V.,

A.

(een) gift/en) en/of belofte(n) en/of een dienst,

te weten:

het niet in rekening brengen van notariskosten, te weten enig geldbedrag, met betrekking tot de hypotheek, hoofdsom EUR 363.024,17, zaaknummer 20113136,

heeft aangenomen van het notariskantoor en/of van de notaris, in elk geval van een kantoor en/of van een persoon,

wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem, verdachte, werd(en) gedaan, verleend of werd aangeboden teneinde hem te bewegen om, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn bediening iets te doen en/of na te laten,

bestaande uit:

het bevorderen en/of bemiddelen dat REO B.V. en/of haar contractuele wederpartijen en/of relaties, inzake het opmaken van notariële akten inzake transacties van onroerend-goed en/of de vestiging van zakelijke rechten, dan wel andere notariële akten, gebruik zullen maken van de notariële dienstverlening van het notariskantoor en/of van de notaris;

en/of

B.

(een) gift(en) en/of belofte(n) en/of een dienst,

te weten:

het niet in rekening brengen van notariskosten, te weten enig geldbedrag, met betrekking tot de hypotheek, hoofdsom EUR 363.024,17, zaaknummer 20113136,

heeft aangenomen van het notariskantoor van en/of van de notaris, in elk geval van een kantoor en/of van een persoon,

wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem, verdachte werd(en) gedaan, verleend of werd aangeboden tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, verdachte, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn huidige en/of vroegere bediening was gedaan en/of nagelaten,

bestaande uit:

het bevorderen en/of bemiddelen dat REO B.V. en/of haar contractuele wederpartijen, en/of relaties, inzake het opmaken van notariële akten inzake transacties van onroerend-goed en/of de vestiging van zakelijke rechten, dan wel andere notariële akten, gebruik zouden maken van de notariële dienstverlening van het notariskantoor en/of van de notaris;

5.

hij in of omstreeks de periode van 20 februari 2002 tot en met 31 mei 2003 in

de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland,

als ambtenaar, te weten als directeur van REO B.V.),

A.

(een) gift(en)/of belofte(n) en/of een dienst,

te weten:

de levering en/of plaatsing van een aantal rolluiken en een sectionaalpoort, voor een (totaal)bedrag van Euro 2899,99 (inclusief BTW), in elk geval onder de kostprijs, heeft aangenomen van directeur 4], directeur van bedrijf 4,

wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem, verdachte, werd(en)

gedaan, verleend of werd(en) aangeboden teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen en/of na te laten,

bestaande uit:

het [bedrijf 4] (om andere dan zakelijke redenen) begunstigen ten

opzichte van (een) andere bedrij(f)(ven), en/of (meer in het bijzonder) (tegen meer kosten dan noodzakelijk) opdracht geven tot het leveren en/of plaatsen van een aantal rolluiken aan een pand te Roermond en/of aan een pand te Roermond en/of aan een pand te Roermond, voor een (totaal)bedrag van Euro 17.850,-- (inclusief BTW);

en/of

B.

(een) gift(en) en/of belofte(n) en/of een dienst,

te weten:

de levering en/of plaatsing van een aantal rolluiken en een sectionaalpoort, voor een (totaal)bedrag van Euro 2899.99 (inclusief BTW), in elk geval onder de kostprijs, heeft aangenomen van [directeur 4], directeur van bedrijf 4,

wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem, verdachte werd (en) gedaan,

verleend of werd(en) aangeboden tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem verdachte, in strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening was gedaan en/of nagelaten,

bestaande uit:

het [bedrijf 4] (om andere dan zakelijke redenen) begunstigen ten

opzichte van (een) andere bedrij(f)(ven), en/of (meer in het bijzonder) het geven van een opdracht tot het leveren en/of plaatsen van 172 stuks verticale

zonweringen (type Jaga) op een locatie te Roermond, voor een (totaal)bedrag van (ongeveer) Euro 34.183,-- (inclusief BTW);

Althans indien terzake het vorenstaande onder 5 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de periode van 20 februari 2002 tot en met 31 mei 2003 in

de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland,

als ambtenaar, te weten als directeur van REO B.V.),

A.

(een) gift(en) en/of belofte(n) en/of een dienst,

te weten:

de levering en/of plaatsing van een aantal rolluiken en een sectionaalpoort, voor een (totaal)bedrag van Euro 2899.99 (inclusief BTW), in elk geval onder de kostprijs, heeft aangenomen van [directeur 4], directeur van [bedrijf 4],

wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem, verdachte, werd(en) gedaan, verleend of werd(en) aangeboden teneinde hem te bewegen om, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn bediening iets te doen en/of na te laten,

bestaande uit:

het (tegen meer kosten dan noodzakelijk) geven van (een) opdracht(en) aan [bedrijf 4] tot het leveren en/of plaatsen van een aantal rolluiken aan een pand te Roermond en/of aan een pand te Roermond en/of aan een pand te Roermond, voor een (totaal)bedrag van Euro 17.850,-- (inclusief BTW);

en/of

B.

(een) gift en/of belofte(n) en/of een dienst,

te weten:

de levering en/of plaatsing van een aantal rolluiken en een sectionaalpoort, voor een (totaal)bedrag van Euro 2899.99 (inclusief BTW), in elk geval onder de kostprijs, heeft aangenomen van [directeur 4], directeur van [bedrijf 4],

wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem, verdachte, werd(en) gedaan, verleend of werd(en) aangeboden tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, verdachte, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn huidige en/of vroegere bediening was gedaan en/of nagelaten,

bestaande uit:

het geven van een opdracht aan [getuige4] tot het leveren en/of plaatsen van 172 stuks verticale zonweringen (type Jaga) op een locatie te Roermond, voor een (totaal)bedrag van (ongeveer) Euro 34.183.-- (inclusief BTW);

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2002 tot en met 17 juni 2003 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland,

als ambtenaar, te weten als directeur van REO B.V.,

A.

(een) gift(en) en/of belofte(n) en/of een dienst,

te weten:

de levering en/of plaatsing van een verwarmingsketel (merk Vaillant) en/of een boiler (120 liter) en/of een klokthermostaat, voor een (totaal)bedrag van EUR 1435,00 exclusief BTW, in elk geval een prijs die beduidend lager was dan de prijs die in het handelsverkeer moest worden betaald (consumentenprijs), heeft aangenomen van [directeur 5], directeur van [bedrijf 5],

wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem, verdachte, werd(en) gedaan, verleend of werd(en) aangeboden teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen en/of na te laten,

bestaande uit:

het [bedrijf 5] (om andere dan zakelijke redenen) begunstigen ten opzichte van (een) andere bedrij(f)(ven), en/of het geven van een voorkeursbehandeling aan [bedrijf 5], ten aanzien van het verwerven van toekomstige opdrachten van REO B.V. inzake de levering en plaatsing van verwarmingsketels en dergelijke met daarmede samenhangende (onderhouds)contracten,

en/of

B.

(een) gift(en)en/of belofte(n) en/of een dienst

te weten:

de levering en/of plaatsing van een verwarmingsketel (merk Vaillant) en/of een boiler (120 liter) en/of een klokthermostaat, voor een (totaal)bedrag van Euro 1435,00 (exclusief BTW), in elk geval een prijs die beduidend lager was dan de prijs die in het handelsverkeer moest worden betaald (consumentenprijs), heeft aangenomen van [directeur 5], directeur van [bedrijf 5],

wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem, verdachte werd(en) gedaan, verleend of werd(en) aangeboden tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, verdachte, in strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening was gedaan en/of nagelaten,

bestaande uit:

het door hem, verdachte, omstreeks 19 november 1998, in elk geval het jaar 1998, uit een reeds eerder dat jaar aan een aannemersbedrijf, althans enig bouwbedrijf, verstrekte verbouwingsopdracht van een REO-pand te Roermond, uitzonderen of halen van de levering van een of meer verwarmingsketel(s),

en (vervolgens) er (persoonlijk) voor zorgdragen dan wel bewerkstelligen dat buiten genoemde verbouwingsopdracht om, bedoelde verwarmingsketel(s) in of

omstreeks de periode van 11 tot 20 december 1998 werden geleverd door of namens [bedrijf 5], terwijl deze handelswijze aan REO B.V. fl 1669,68, in elk geval aanzienlijk meer kostte dan het begrote bedrag in de aanvankelijk gesloten aannemingsovereenkomst met het aannemersbedrijf, althans enig bouwbedrijf,

en/of

het [bedrijf 5] (om andere dan zakelijke redenen) begunstigen ten opzichte van (een) andere bedrij(f)(ven), en/of (meer in het bijzonder) opdracht geven tot:

- het leveren en/of plaatsen van 1 centrale verwarmingsketel en/of het aanleggen van een gasleiding in een pand van het REO bedrijvencentrum, gelegen te Roermond (in of omstreeks het jaar 2000;

en/of

- het leveren en/of plaatsen van een centrale verwarmingsinstallatie in

een pand te Roermond (in of omstreeks het jaar 2001);

althans indien terzake het vorenstaande onder 6. geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2002 tot en met 17 juni 2003 in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland,

als ambtenaar, te weten als directeur van REO B.V.,

A.

(een) gif(ten) en/of belofte(n) en/of een dienst,

te weten:

de levering en/of plaatsing van een verwarmingsketel (merk Vaillant) en/of een boiler (120 liter) en/of een klokthermostaat, voor een (totaal)bedrag van Euro 1435,00 (exclusief BTW), in elk geval een prijs die beduidend lager was dan de prijs die in het handelsverkeer moest worden betaald (consumentenprijs), heeft aangenomen van [directeur 5], directeur van [bedrijf 5]

wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem, verdachte, werd(en)

gedaan verleend of werd(en) aangeboden teneinde hem te bewegen om, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen in zijn bediening iets te doen

en/of na te laten,

bestaande uit:

het geven van een voorkeursbehandeling aan bedrijf5 ten aanzien van het verwerven van toekomstige opdrachten van REO B.V. inzake de levering

en plaatsing van verwarmingsketels en dergelijke met daarmede samenhangende

onderhoudscontracten,

en/of

B.

(een) gift(en) en/of belofte(n) en/of een dienst:

te weten:

de levering en/of plaatsing van een verwarmingsketel (merk Vaillant) en/of een boiler (120 liter) en/of een klokthermostaat, voor een (totaal)bedrag van Euro 1435.00 (exclusief BTW), in elk geval een prijs die beduidend lager was dan de prijs die in het handelsverkeer moest worden betaald (consumentenprijs), heeft aangenomen van [directeur 5], directeur van [bedrijf 5],

wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem, verdachte, werd(en)

gedaan verleend of werd(en) aangeboden tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, verdachte, zonder daardoor in strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening was gedaan en/of nagelaten,

bestaande uit:

het door hem, verdachte, omstreeks 19 november 1998, in elk geval het jaar 1998, uit een reeds eerder dat jaar aan het aannemersbedrijf, althans enig bouwbedrijf, verstrekte verbouwingsopdracht van een REO-pand aan te Roermond, uitzonderen of halen van de levering van een of meer verwarmingsketel(s),

en (vervolgens) er (persoonlijk) voor zorg dragen dan wel bewerkstelligen dat buiten genoemde verbouwingsopdracht om, bedoelde verwarmingsketel(s) in of omstreeks de periode van 11 tot 20 december 1998 werden geleverd door of namens [bedrijf 5], terwijl deze handelswijze aan REO B.V. fl 1669.68, in elk geval aanzienlijk meer kostte dan het begrote bedrag in de aanvankelijk gesloten aannemingsovereenkomst met het aannemersbedrijf, althans enig bouwbedrijf,

en/of

het [bedrijf5] opdracht geven tot:

- het leveren en/of plaatsen van 1 centrale verwarmingsketel en/of het aanleggen van een gasleiding in het pand van het REO bedrijvencentrum, gelegen te Roermond (in of omstreeks het jaar 2000;

en/of

- het leveren en/of plaatsen van een centrale verwarmingsinstallatie in

een pand te Roermond (in of omstreeks het jaar 2001).

In deze weergave van de tenlastelegging zijn de door de eerste rechter aangebrachte verbeteringen begrepen.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vaststaande feiten

Algemeen

Nadat bij Besluiten van 18 december 1997 door de gemeenteraden van de respectievelijke gemeenten Roermond en Roerdalen daartoe was besloten, is bij notariële akte van oprichting van 16 maart 1998 opgericht de vennootschap “Regionale Economische Ontwikkeling Midden Limburg B.V. verder te noemen REO B.V., die ten doel heeft:

- de exploitatie, verkoop, beheer en onderhoud van bedrijvenconcentratiegebieden;

- het ondernemen van activiteiten met het oog op de stimulering van economische ontwikkeling en het bevorderen van werkgelegenheid;

- het opzetten en onderhouden van een loketdienst ter ondersteuning van het vorenstaande;

- het verkrijgen, exploiteren en vervreemden van registergoederen;

- het – in verband met het vorenstaande – deelnemen in, het (doen) financieren van, het samenwerken met, het voeren van directie over en het verlenen van adviezen en andere diensten aan rechtspersonen of andere vennootschappen die met haar in een groep verbonden zijn en ten behoeve van derden;

- het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn,

alles in de ruimste zin van het woord, een en ander ter versterking van de sociaal-economische structuur van het gezaggebied van de participanten.

Ten tijde van de oprichting van REO B.V. is het industrieschap Roerstreek opgeheven en zijn de taken van dit industrieschap overgegaan naar REO B.V.

In de plaatselijke kranten is ruim aandacht besteed aan de oprichting, werkzaamheden, taken alsmede de financiering van REO B.V.

Op instigatie van een daartoe strekkende voordracht door de commissarissen van REO B.V. is door de beide colleges van Burgermeesters en Wethouders van voornoemde gemeenten met ingang van 1 april 1998 verdachte tot directeur van REO B.V. benoemd .

Feit 1

In de periode van 28 oktober 1999 tot en met 31 maart 2001 heeft verdachte belangstelling getoond voor de aankoop van een gedeelte van aan [verkoper] toebehorende grond (2000 m2) te Roermond. [betrokkene] heeft verdachte toen te kennen gegeven dat hij geen delen van zijn grond separaat wilde verkopen, doch dat hij de grond in zijn geheel, in één transactie, van de hand wilde doen. Hij heeft vervolgens [directeur 3], toenmalig directeur van [bedrijf 3], op de hoogte gesteld van de mogelijkheid van aankoop van het totale perceel.

De grond is in zijn geheel door [verkoper] verkocht aan [bedrijf 3] Voorafgaande aan de koop had verdachte met [directeur3] afgesproken dat hij een deel van de aankoopprijs voor zijn rekening zou nemen onder de verkrijging van het door hem – hiervoor genoemde – gewenste deelperceel van 2000 m2

Uiteindelijk heeft verdachte dit perceel in eigendom verkregen voor een bedrag van fl. 157,-- per m2.

Feiten 3 en 4

Het notariskantoor te Roermond, waar de notaris al jaren een leidinggevende rol heeft, is de huisnotaris van REO B.V. en heeft een groot aantal akten opgesteld en laten passeren ten behoeve van deze rechtspersoon.

Op 14 november 2000 is ten overstaan van de notaris door verkoper [bedrijf 3] aan verdachte en diens echtgenote als kopers bij notariële akte geleverd een perceel – bouwterrein – te Roermond, koopsom fl. 314.000,-. De notariskosten zijn toen aan verdachte niet in rekening gebracht..

Op 31 december 2001 is ten overstaan van de notaris een hypotheekakte gepasseerd met betrekking tot de hypotheek, hoofdsom EUR 363.024,17, zaaknummer 20113136 met als schuldenaren verdachte en diens echtgenote. Hierbij zijn blijkens de factuur van 31 december 2001 van het notariskantoor geen notariskosten in rekening gebracht aan verdachte.

Op 23 december 2002 is ten overstaan van de notaris een hypotheekakte gepasseerd met betrekking tot de hypotheek, hoofdsom EUR 50.000,-- zaaknummer 20222466 met als schuldenaar verdachte en diens echtgenote.

Voor het passeren van deze hypotheekakte zijn door het notariskantoor kosten in rekening gebracht namelijk EUR 424,-- (excl BTW). De toenmalige bandbreedte voor notariskosten voor dit soort hypotheekakten was EUR 217,-- (excl BTW) tot 290,-- (excl BTW).

Feit 5

In de periode van 20 februari 2002 tot en met 31 mei 2003 zijn in de gemeente Roermond aan verdachte geleverd (en gemonteerd aan zijn woning) vijf rolluiken en een sectionaalpoort waarvoor een factuur door bedrijf 4 is verzonden aan verdachte van in totaal EUR 2.899,99, inclusief BTW .

In de periode van 24 maart 2003 tot en met 25 juni 2003 is door bedrijf 4 geleverd en gemonteerd een aantal van 27 rolluiken op een drietal panden in gebruik bij REO B.V. Hiervoor zijn facturen verzonden voor in totaal EUR 17.091,- , inclusief BTW .

Feit 6

Omstreeks de maand november 1998 heeft bedrijf 5 te Roermond aan REO B.V. geleverd (faktuurdatum 20-12-98) Vaillant HR ketels voor een totaalbedrag van fl. 9.432,90, inclusief BTW.

REO B.V. heeft in oktober 2000 een aanbod van [bedrijf 5], waarvan [directeur 5] directeur was, aanvaard tot het plaatsen van een CV ketel en de in de offertes genoemde bijbehorende werkzaamheden voor haar Bedrijvencentrum te Roermond, voor de maximum bedragen van fl. 19.950, plus fl. 1.703,75, in totaal fl. 21.653,75, inclusief BTW.

REO B.V. heeft in juli 2001 opdracht gegeven aan [bedrijf 5] t.a.v. de heer [directeur 5] te Roermond om in het kantoorpand en het aangrenzend bedrijfsgedeelte te Roermond, een CV-installatie aan te brengen conform de offerte voor een bedrag van maximaal fl. 22.350,-- exclusief BTW.

In de periode van 1 mei 2002 tot en met 17 juni 2003 is door [bedrijf 5], waarvan [directeur 5] directeur was, aan verdachte geleverd (en geplaatst in zijn woning te Roermond) een verwarmingsketel (merk Vaillant) en een boiler (120 liter) en een klokthermostaat, voor een totaalbedrag van EUR 1.435,-- (exclusief BTW).

Bewijsverweer met betrekking tot de feiten 1. 3, 4, 5 en 6

Het meest verstrekkende verweer is de stelling dat verdachte in de ten laste gelegde periodes geen ambtenaar was.

Het hof volgt overweegt hierover als volgt.

Het begrip ambtenaar in de zin van de artikelen 362 en 363 Wetboek van Strafrecht moet op grond van de wetsgeschiedenis van dat artikel autonoom worden uitgelegd. Dat wil zeggen dat het ambtenarenbegrip uit andere wetten, zoals bijvoorbeeld uit de Ambtenarenwet, niet doorslaggevend is, en slechts in beperkte mate richtinggevend is voor het begrip ambtenaar in de artikelen 362 en 263 Wetboek van Strafrecht, omdat het doel van die andere wetten afwijkt van dat van dat artikel. Voorts moet de autonome uitleg gegeven worden tegen de achtergrond van het relatief recente fenomeen van het privatiseren van overheidstaken, een fenomeen dat bij de totstandkoming van de strafbepaling niet aan de orde is gekomen bij de parlementaire behandeling.

In het licht van het voorafgaande oordeelt het hof een uitleg van het begrip ambtenaar in de zin van de artikelen 362 en 363 Wetboek van Strafrecht naar het doel van die strafbepaling doorslaggevend.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het doel van de artikel 362 en 363 Wetboek van Strafrecht is gelegen in het tegengaan van elke vorm van corruptie van het ambtenarenapparaat en het bevorderen van een integer overheidshandelen. Gezien dit doel moeten geen al te hoge eisen worden gesteld aan het begrip ambtenaar in de zin van de artikelen 362 en 363 Wetboek van Strafrecht. Tegen dit licht moet de betekenis van de hierboven genoemde, hier toepasselijke norm uit het reclasseringswerkerarrest worden vastgesteld.

Is de taak van REO B.V. een overheidstaak?

Onder andere bij besluit van 18 december 1997 van de gemeente Roermond is REO B.V. ingevolge artikel 155 van de Gemeentewet opgericht. Op grond van dit artikel kon de gemeenteraad slechts besluiten tot het oprichten van een rechtspersoon als het onderhavige indien dat bijzonder aangewezen moest worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.

In het raadsvoorstel behorende bij dit bovengenoemde besluit wordt beschreven op welke wijze de taken van het Industrieschap Roerstreek zouden worden ingebracht in de vennootschap REO B.V. waarna kon worden overgegaan tot de liquidatie van dit industrieschap. Taken van dit industrieschap lagen op het publiekrechtelijk terrein.

De kerntaak van REO B.V. wordt in dit raadsvoorstel als volgt omschreven "REO B.V.” kan deskundigheid worden samengebracht die is toegespitst op de behoefte van de bedrijven die op de terreinen van REO B.V. zijn gevestigd: met name dus industriële bedrijven. De gemeente heeft een taak t.a.v. de werkgelegenheid in de voorwaardenscheppende sfeer. Dat heeft niet alleen betrekking op de werving van nieuwe bedrijven, maar ook op relatiebeheer met bestaande bedrijven, zodat tijdig knelpunten worden onderkend en naar vermogen handreikingen worden gedaan. Gezien de hoge werkloosheid in de stad Roermond en de absolute prioriteit, die door het gemeentebestuur aan het omlaag brengen daarvan wordt gehecht is actieve bevordering van het leefklimaat in de stad en omgeving, zeker voor nieuwe vestigingen als voor bestaande bedrijven, een van de instrumenten - zeker niet het enige - die voor de bestrijding van de werkloosheid kunnen worden ingezet. REO B.V. vindt daar zijn kerntaak in. Beleidskaders hiervoor worden vanuit de publieke verantwoordelijkheid door de gemeenten geformuleerd."

Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat op grond van de hiervoor genoemde uiterlijke kenmerken, de kerntaken van de rechtspersoon REO B.V. overheidstaken zijn. Daarmee strookt dat volgens de statuten alleen gemeentelijke overheden of andere overheidsinstanties aandeelhouder kunnen zijn van REO B.V. Dat door middel van het oprichten van een rechtspersoon bewust gepoogd werd de gemeentelijke politiek op afstand te houden doet hieraan niet af.

Is sprake van toezicht en controle over REO B.V. door de overheid?

Het bestuur van REO B.V. bestond in de ten laste gelegde periode uit een directie bestaande uit één directeur (artikel 6 lid 1 Oprichtingsakte) en een raad van commissarissen (artikel 10 lid 1 oprichtingsakte). De directeur wordt benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders, zijnde de betrokken gemeenten, op bindende voordracht van de raad van commissarissen. De algemene vergadering van aandeelhouders kan aan een bindende voordracht van de directeur steeds onder omstandigheden het bindende karakter ontnemen. Voorts kan de directeur te allen tijde door de algemene vergadering van aandeelhouders worden geschorst of ontslagen.

De bevoegdheden van de raad van commissarissen wordt nader uitgewerkt in artikel 10 van de oprichtingsakte. In de kern is de raad belast met het toezicht op het beleid van de directie van REO B.V. en voorts op de algemene gang van zaken.

In artikel 7 lid 4 van deze oprichtingsakte van de besloten vennootschap REO valt te lezen dat het functioneren van de vennootschap in overwegende mate invloed wordt uitgeoefend door publiekrechtelijke instellingen. Voorts wordt in het raadsvoorstel van de gemeente Roermond aangaande de oprichting van REO B.V. in de paragraaf structuur beschreven "in de belangrijke zaken zoals benoeming en het ontslag van de commissarissen en de directeur en de wijziging van de statuten, heeft de aandeelhoudersvergadering, waarin de gemeenten vertegenwoordigd zijn, het laatste woord".

Uit bovenstaande leidt het hof af dat hoewel de raad van commissarissen formeel het orgaan is dat met de toezicht op het beleid van de directie is belast de aandeelhouders, zijnde de betrokken gemeenten als aandeelhouders, in alle belangrijke zaken uiteindelijk het beleid op hoofdlijnen kunnen bepalen.

Op grond van bovenstaande is het hof eveneens en anders dan de verdediging, van oordeel dat de directeur [verdachte], onder toezicht en controle stond van de (gemeentelijke) overheid. Dat dat toezicht en die controle in de praktijk niet of nauwelijks werden uitgeoefend doet aan het bovenstaande niet af.

Status verdachte bij REO B.V.

Uit het bovenstaande volgt dat het hof van oordeel is dat [verdachte], in zijn functie van directeur van REO B.V. ambtenaar was in de zin van de artikelen 362 en 363 Wetboek van Strafrecht. Of [verdachte] ambtenaar was in de zin van de Ambtenarenwet raakt slechts de formele interne verhouding tussen [verdachte] en zijn werkgever en doet daarom niet af of toe aan het gegeven oordeel. In zoverre wordt ook dit verweer verworpen.

Feit 1 voor het overige

Het primair en subsidiair ten laste gelegde onder A.

Zowel het primair ten laste gelegde onder A als het subsidiair ten laste gelegde onder A. valt in tweeën uiteen, kortheidshalve samen te vatten als grondprijs per m2 en de overdrachtsbelasting.

De kwestie van de niet in rekening gebrachte overdrachtsbelasting

Het hof verenigt zich met de door de advocaat-generaal en de verdediging getrokken conclusie dat zowel het primair onder A als het subsidiair onder A ten laste gelegde voor zover dit ziet op de overdrachtsbelasting, bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs, niet bewezen kan worden verklaard.

De kwestie van de koopsom per m2 voor een prijs beneden de waarde

De verdediging heeft op dit onderdeel onder meer aangevoerd dat de door verdachte betaalde grondprijs van fl. 157,-- per m2 destijds een reële prijs was en er in zoverre geen sprake kan zijn van een belofte en/of een gift.

De advocaat-generaal onderbouwt haar stelling dat sprake is van een gift aan [verdachte] alleen met een taxatierapport van Saoz. De conclusie van dat rapport is dat [verdachte] een perceel gekocht heeft met een taxatiewaarde van fl. 292,-- per m2, terwijl hij maar fl. 157,-- per m2 betaald heeft. De waardebepaling van Saoz rust op het uitgangspunt dat in 2000 de verkoopprijs van bouwgrond voor vrijstaande woningen in Roermond fl. 300,-- per m2 bedroeg. Dit uitgangspunt is gebaseerd op de gemiddelde prijs van bouwgrond voor vrijstaande woningen in 2000 van gemeenten in Limburg, met name ook van de gemeente Venlo en Weert.

De raadsman van verdachte heeft genoemd uitgangspunt gemotiveerd betwist in zijn pleidooi.

Onder verwijzing naar een brief van [naam]. Van der Horst van Van der Horst Taxateurs B.V. uit Roermond (prod. 10 bij pleidooi in hoger beroep) stelt hij dat de conclusie van Saoz enkel wordt onderbouwd door te verwijzen naar algemene cijfers van Bouwcentrum Ecpo met verwijzing naar grondprijzen in Weert en Venlo, terwijl volgens Van der Horst algemeen bekend is dat de prijzen van onroerend goed en dus ook van bouwgrond in Weert zeker 10% tot 15 % hoger liggen dan in Roermond. Voorts geeft hij aan dat vier bouwrijpe bouwkavels in de villawijk in Roermond in de periode augustus 2005 – april 2006 verkocht zijn voor prijzen rond de Euro 140,-- per m2. Terugrekenend betekent dit dat in 2000 niet bouwrijpe grond rond de Euro 90,-- per m2 zou hebben gekost, uitgaande van een gemiddelde stijging van de grondprijzen met 4 % en van een gemiddelde prijs van Euro 50,-- voor het bouwrijp maken van grond,

In het licht van de gemotiveerde betwisting en bij gebrek aan bewijsmateriaal dat het uitgangspunt van het Saoz-rapport ondersteunt, neemt het hof niet over de conclusie van het Saoz-rapport dat de waarde van het aan [verdachte] geleverde perceel Fl. 292,-- per m2 bedroeg. Hieruit volgt dat het hof de stelling van de advocaat-generaal, dat de overeengekomen grondprijs van fl. 157,-- per m2 een gift inhield, verwerpt.

Daaruit volgt weer dat het primair en subsidiair ten laste gelegde onder A voor zover dit ziet op de grondprijs per m2 niet bewezen zal worden verklaard.

Het primair ten laste gelegde onder B.

Het hof verenigt zich met de door de advocaat-generaal en de verdediging getrokken conclusie dat het primair onder B ten laste gelegde, bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs, niet bewezen kan worden verklaard.

Algehele conclusie feit 1

Uit alles wat hierboven met betrekking tot feit 1 is overwogen volgt dat het hof verdachte zowel van het onder 1 primair als het onder 1 subsidiair ten laste gelegde zal vrijspreken.

Feiten 3 en 4 voor het overige

De verdediging heeft met betrekking tot deze feiten onder meer aangevoerd, dat verdachte weliswaar geen notariskosten heeft betaald voor het passeren van de leveringsakte van een perceel bouwgrond en ook geen notariskosten in rekening zijn gebracht voor het passeren van de hypotheekakte ter zekerheid van een geldlening van EUR 363.024,17, zaaknummer 20113136, maar dat dat niet in causaal verband staat met een beweerdelijke contraprestatie. Voorts voert de verdediging aan dat voor het passeren van de hypotheekakte ter zekerheid van een geldlening van EUR 50.000,-- , zaaknummer 20222466, bij het notariskantoor wel degelijk notariskosten in rekening gebracht, en meer dan de toen gebruikelijke bandbreedte. Deze kosten zijn door verdachte betaald. Dit alles, zo luidt de stelling van de verdediging sluit de in de tenlastelegging bedoelde gecorrumpeerde verhouding uit.

Het hof overweegt als volgt

De Koninklijk Notariële Beroepsorganisatie heeft op 12 september 1986 beroeps- en gedragsregels gecodificeerd. In regel 14 lid 1 wordt omschreven dat “teneinde zijn onafhankelijkheid te bewaren neemt de notaris geen provisie aan. De notaris dient zich te onthouden van het aanbieden van faciliteiten aan personen, die in hun functie of beroep in de gelegenheid zijn opdrachten te verstrekken. Onder het aanbieden van faciliteiten wordt ook verstaan het gratis of tegen gereduceerd tarief behandelen van zaken”.

Door verdachte, van wie de notaris wist dat hij directeur van REO B.V. was en waarvan het notariskantoor waarin de notaris een leidinggevende positie heeft de huisnotaris was, bij het passeren van een akte geen of minder dan gebruikelijke notariskosten in rekening te brengen heeft de notaris, objectief bezien, de interne gedragsregels hieromtrent niet nageleefd.

Dit levert in strafrechtelijke zin echter niet zonder meer op dat de notaris in beide ten laste gelegde gevallen het oogmerk heeft gehad om verdachte, in welke vorm dan ook om te kopen of te begunstigen zoals bedoeld in de tenlastelegging.

Het hof heeft geen bewijs kunnen vinden waaruit onomstotelijk en overtuigend kan worden afgeleid dat het niet doorberekenen van de notariskosten voor het passeren van de leveringsakte van de grond alsmede voor de hypotheekakte met het zaaknummer 20113136, aan verdachte gegeven is met het oogmerk hem om te kopen. Aannemelijk is eerder dat het niet doorberekenen gezocht dient te worden in een administratieve fout of vergissing binnen het notariskantoor, te meer daar op een later moment – en ruim voordat de notaris wist dat hij verdachte was – kosten voor het passeren van een volgende hypotheekakte op 23 december 2002 (zaaknummer 20222466) aan verdachte in rekening zijn gebracht die ruim boven de toen geldende bandbreedte van de in rekening te brengen notariskosten lagen.

Het verweer treft doel.

Conclusie feiten 3 en 4

Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat het hof verdachte vrijspreekt van hetgeen hem ten laste is gelegd onder feit 3 en feit 4.

Feit 6 voor het overige

De verdediging heeft met betrekking tot dit feit onder meer aangevoerd dat er is geen sprake van een gift of belofte dan wel een dienst zoals bedoeld in de corruptieartikelen om de enkele reden dat de verdachte een lagere prijs voor verwarmingsketel, boiler en thermostaat betaald heeft dan de prijs die in het handelsverkeer gebruikelijk is. Voorts is geen sprake van een opzet dan wel een voorwaardelijke opzet op het aannemen van een dergelijke gift. Van een eventuele contraprestatie in de toekomst kan geen sprake zijn nu REO B.V. reeds enige tijd voor de plaatsing van de hiervoor genoemde goederen in het huis van verdachte alle andere onder zijn beheer vallende gebouwen had voorzien van een deugdelijke verwarming en een contra prestatie te leveren na 15 – 20 jaar niet aannemelijk is.

Het hof overweegt als volgt

Het hof is van oordeel dat verdachte voor de in de tenlastelegging bedoelde verwarmingsketel, boiler en klokthermostaat op zich een prijs heeft betaald die beduidend lager was dan de gemiddelde prijs die in het handelsverkeer door een gemiddelde consument moest worden betaald.

Echter, het hof is van oordeel dat REO B.V. zelf geen andere panden in het bezit heeft dan die zijn gelegen te Roermond en dat deze panden reeds in de jaren 1998 en 2001 voorzien waren van nieuwe verwarmingsketels. Het hof is met de raadsman van oordeel dat REO B.V. op het punt dan ook niets meer te vergeven had. Onder deze omstandigheden kan niet worden bewezen dat verdachte in de ten laste gelegde periode van 1 mei 2002 tot en met 17 juni 2003 deze gift heeft aangenomen om in de toekomst bedrijf 5 een voorkeursbehandeling te geven.

Van het verkrijgen van deze gift door verdachte op grond van dan wel naar aanleiding van eerdere door REO B.V., waarvan verdachte directeur was, gegeven opdrachten aan bedrijf 5 heeft het hof geen overtuigend bewijs in het dossier aangetroffen. Het hof heeft dit ook niet aangetroffen ten aanzien van de onder B van dit feit genoemde betrokkene.

Conclusie feit 6

Het hof is van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen verdachte ook voor dit feit dient te worden vrijgesproken.

Feit 5 voor het overige

Vaststaande feiten

In april 2003 leverde [bedrijf 4] vijf rolluiken en een sektionaalpoort aan verdachte ten behoeve van zijn woning.

Uit de facturen van bedrijf 6 en bedrijf 7, de orderbevestiging van bedrijf 8 en het overzicht van bedrijf 4 blijkt dat de inkoopprijs voor die goederen EUR 3.178,30 (exclusief BTW) bedroeg. Voorts dat [verdachte] 2.899,- hiervoor giraal betaald heeft. De gangbare prijs voor een consument ligt doorgaans veel hoger dan de inkoopprijs. Zo blijkt uit de verklaring van directeur 4 dat een winstpercentage van 55% gangbaar is.

In mei 2003 leverde [bedrijf 4] 27 rolluiken in opdracht en voor rekening van REO B.V. ten behoeve van drie panden voor een totaal bedrag van Euro 17.850,- (incl. BTW).

Bewijsoverweging

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte contant nog EUR 1.000,- aan [bedrijf 4]heeft betaald (ontvanger, directeur van bedrijf 4) voor de hierboven genoemde geleverde goederen.

Het hof overweegt daarover dat het niet de overtuiging heeft gekregen dat die contante betaling heeft plaatsgevonden, en wel om de volgende in onderling verband te beschouwen redenen:

a. De verklaringen van directeur 4 en [verdachte] zijn tegenstrijdig over de hoogte van deze betaling:

Directeur 4 verklaart over een bedrag van EUR 1.000 terwijl [verdachte] spreekt over een bedrag van EUR 1.500,-- .

b. Uit de debiteurenadministratie van directeur 4 blijkt niet van genoemde betaling, terwijl de boeking van EUR 1.000,- pas op 6 april 2004 heeft plaats gevonden naar aanleiding van een gesprek tussen [verdachte] en directeur 4 over de contante betaling op of kort voor de datum van 6 april 2004, zodat het hof aan die boeking geen overtuigende waarde toekent.

c De geschreven lijst van [verdachte] waar achter de naam directeur 4 slechts een bedrag staat vermeld van EUR 2.988,- .

d. Het hof acht de verklaring van verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg afgelegd dat hij ook een ander bedrag aan directeur heeft betaald vanuit een contante geldopname van EUR 12.700,-- ongeloofwaardig. Nu zowel verdachte in een eerdere verklaring afgelegd bij de rijksrecherche als [getuige] hierover hebben verklaard dat van die opname een geldbedrag van EUR 12.000,-- contant betaald is voor de levering van een keuken.

De verdediging betwist voorts dat verdachte wist dat hem een gift werd gedaan.

Het hof volgt de verdediging daarin niet. Verdachte wist naar het oordeel van het hof dat hem een gift werd gedaan. Het hof leidt dit af uit het feit dat verdachte kennis droeg van het verschil tussen de eerste factuur (EUR 4.760,--) en latere verzonden tweede factuur (EUR 2.899,-) aan verdachte door bedrijf 4.

Verder betwist de verdediging dat de gift door verdachte is aangenomen, wetende dat hij in strijd met zijn plicht bedrijf 4 te begunstigen ten opzichte van andere bedrijven.

Het hof is van oordeel dat verdachte dit voordeel, de gift, opzettelijk heeft aangenomen.

REO B.V. waarvan verdachte directeur was en bedrijf 4 hadden in dezelfde periode (april/mei 2003) zakelijke contacten aangaande de levering van rolluiken en zonwering. Het hof is van oordeel dat vanwege deze omstandigheid verdachte ook naar zijn uiterlijke verschijningsvorm heeft moeten begrijpen en dus heeft begrepen dat deze gift was gegeven om te bewerkstelligen dat [getuige] bij het beoordelen en verlenen van – toekomstige – opdrachten (om andere dan zakelijke redenen) werd begunstigd ten opzichte van andere bedrijven.

Ten slotte betwist de verdediging het causaal verband tussen gift en de contraprestatie.

Het hof oordeelt dat het causaal verband aanwezig is gezien het feit dat er geen andere dan zakelijke contacten tussen [verdachte] en directeur 4 bestonden en de gift en contraprestatie in tijd vlak na elkaar lagen, zoals blijkt uit de vaststaande feiten.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 5 primair onder A ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 20 februari 2002 tot en met 31 mei 2003 in

de gemeente Roermond, als ambtenaar, te weten als directeur van REO B. V.),

een gift

te weten:

de levering en plaatsing van een aantal rolluiken en een sectionaalpoort, voor een totaalbedrag van Euro 2899,99 (inclusief BTW) heeft aangenomen van directeur 4, directeur van bedrijf 4

wetende dat deze hem, verdachte, werd

gedaan teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen,

bestaande uit:

het bedrijf 4 (om andere dan zakelijke redenen) begunstigen ten

opzichte van (een) andere bedrij(f)(ven) opdracht geven tot het leveren en plaatsen van een aantal rolluiken aan het pand te Roermond en aan het pand te Roermond en aan het pand te Roermond, voor een totaalbedrag van Euro 17.850,-- (inclusief BTW);

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 363 lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud).

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Het aannemen van steekpenningen door ambtenaren is een zeer ernstig delict. Integriteit van het ambtenarenapparaat en derhalve de overheid staan hoog op de politieke agenda en het maatschappelijk belang van een onkreukbare overheid is groot. De leden van de samenleving moeten er zonder meer op kunnen vertrouwen dat personen die met overheidsgezag bekleed zijn dat gezag niet misbruiken ten behoeve van hun privé belang.

Verdachte heeft zich laten omkopen door zich in privé te laten voorzien van zonweringen en een sectionaalpoort die hem ver onder de gebruikelijke consumentenprijs werden geleverd door directeur 4 (voordeel ongeveer EUR 1.800,-) terwijl ditzelfde bedrijf nagenoeg in dezelfde tijd een opdracht werd gegund door REO B.V., waarvan verdachte de enige directeur was, om zonweringen te leveren aan gebouwen die beheerd werden door REO B.V.,

De aard en ernst van dit feit, alsmede de omstandigheden waaronder het begaan is rechtvaardigen, ondanks het beperkte belang dat met de bevoordeling was gemoeid, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een geldboete waarvan de hoogte ruim boven het door verdachte behaalde voordeel ligt.

Echter, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, in het bijzonder op de omstandigheid dat verdachte nog niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld en inmiddels is ontslagen als directeur van REO B.V. zal het hof bepalen dat de gevangenisstraf van twee maanden voorwaardelijke wordt opgelegd.

Met deze voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Met betrekking tot de hoogte van de geldboete gaat het hof uit van het feit dat verdachte een voordeel heeft genoten van EUR 1.800,-- (het verschil tussen de inkoopprijs en de verkoopprijs aan verdachte vermeerderd met een winstpercentage van 55% op de inkoopprijs). Het hof zal dat bedrag met een factor vijf vermenigvuldigen, om het aannemen van steekpenningen ook financieel onaantrekkelijk te maken. Daarbij heeft het hof rekening gehouden met de draagkracht van verdachte zoals dit tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 363 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1, 3, 4 en 6 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het 5 primair onder A ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het feit onder 5 bewezen verklaarde oplevert:

5. primair onder A:

Als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat deze hem gedaan wordt teneinde hem te bewegen om in strijd met zijn plicht iets te doen.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de eventuele tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 9.000,00 (negenduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 180 (honderdtachtig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. C.H.W.M. Sterk, voorzitter,

mr. C.R.L.R.M. Ficq en mr. A.R.O. Mooy, raadsheren,

in tegenwoordigheid van dhr. P.N.M. de Bruijn en A.A.H.M. van Geffen, griffiers,

en op 12 oktober 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.