Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2007:BB3355

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-08-2007
Datum publicatie
12-09-2007
Zaaknummer
20-004205-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Naar het oordeel van het hof kan als opgave van het feit als bedoeld in artikel 261, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gelden de enkele vermelding dat de verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd, zonder dat enige feitelijkheid waaruit dat geweld heeft bestaan nader wordt omschreven. Het hof is derhalve van oordeel dat de inleidende dagvaarding nietig behoort te worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2007, 255

Uitspraak

Parketnummer : 20-004205-06

Uitspraak : 28 augustus 2007

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 10 november 2006 in de strafzaak met parketnummer 01/840403-06 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de inleidende dagvaarding nietig zal verklaren.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 februari 2006 te 's-Hertogenbosch met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [adres], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2].

Geldigheid van de dagvaarding

Met betrekking tot de geldigheid van de inleidende dagvaarding overweegt het hof het navolgende.

Naar het oordeel van het hof kan als opgave van het feit als bedoeld in artikel 261, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gelden de enkele vermelding dat de verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd, zonder dat enige feitelijkheid waaruit dat geweld heeft bestaan nader wordt omschreven. Het hof is derhalve van oordeel dat de inleidende dagvaarding nietig behoort te worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart de inleidende dagvaarding nietig.

Aldus gewezen door mr. H. Eijsenga, voorzitter, mr. J.H.J.M. Mertens - Steeghs en

mr. G.P.M.F. Mols,

in tegenwoordigheid van mr. T. Tanghe, griffier,

en op 28 augustus 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. G.P.M.F. Mols is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.