Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2007:BB3151

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-08-2007
Datum publicatie
07-09-2007
Zaaknummer
C06/01262
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het meest kenmerkende aspect van de [type stoel 4] van [geïntimeerde c.s.] is de afgeronde vorm van zijkant en achterzijde, beide doorlopend in de pootjes die tot een sierlijk geheel leidt. In het rapport van prof. [deskundige 1] is het ook dit lijnenspel dat door hem wordt aangeduid. Dit lijnenspel leidt tot een indruk als van zich schrap zetten tegen de wind. Deze indruk wordt tot op zekere hoogte ook gewekt bij de [type stoel 8] van [appellante], maar wordt tegelijkertijd voor een belangrijk deel weer tenietgedaan door de verdere uitvoering van deze stoel die zich vooral als plomp laat omschrijven. De vorm van de rugleuning, de bovenzijde van de armleggers, de vorm van de voorzijde van de zitting en de plaatsing van de poten vormen zodanig opvallende inbreuken op het bij de [type stoel 4] wel consequent doorgevoerde lijnenspel, dat niet gesproken kan worden van eenzelfde totaalindruk door het herkenbaar overnemen van de auteursrechtelijk beschermde trekken van de [type stoel 4] in de [type stoel 8].

De stoelen [type stoel 3] en [type stoel 5] van [geïntimeerde c.s.] kenmerken zich door een ver doorgevoerde omsloten vormgeving, waarbij de lijn van de [type stoel 5] overeenkomsten vertoont met die van de [type stoel 4] terwijl de [type stoel 3] door de rechte belijning van de zijkanten daarvan verder afwijkt. De [type stoel 9] en de [type stoel 10] van [appellante] vertonen eveneens de ver doorgevoerde gesloten vormgeving, maar wijken op vrijwel alle onderdelen op meer dan ondergeschikte wijze daarvan af. Naar het oordeel van het hof kan bij deze stoelen niet gesproken worden van eenzelfde totaalindruk: het zijn andere stoelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

typ. NJ

rolnr. C0601262/HE

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

vijfde kamer, van 14 augustus 2007,

gewezen in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JESS MEUBELDESIGN BV,

gevestigd te Oss,

appellante bij exploot van dagvaarding

van 22 augustus 2006,

procureur: mr. J.A.Th.M. van Zinnicq Bergmann,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MONTIS BV,

gevestigd te Dongen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MONTIS DESIGN BV,

gevestigd te Dongen,

geïntimeerden bij gemeld exploot,

procureur: mr. J.E. Benner,

op het hoger beroep van het door de rechtbank 's-Hertogenbosch gewezen vonnis van 14 juni 2006 tussen appellante - Jess - alsmede By Jaski BV en Fred Jaski Meubelagenturen BV als gedaagden en geïntimeerden - in enkelvoud: Montis - als eiseressen.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 119128/HA ZA 04-2623)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Jess is van dit vonnis tijdig in hoger beroep gekomen. Bij memorie van grieven heeft Jess onder overlegging van zes producties zeven grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot afwijzing van de vorderingen van Montis met veroordeling van Montis in de volledige proceskosten in beide instanties, uitvoerbaar bij voorraad.

2.2 Bij memorie van antwoord heeft Montis onder overlegging van twaalf producties de grieven bestreden en geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis waarvan beroep met veroordeling van Jess in de volledige proceskosten in beide instanties, uitvoerbaar bij voorraad.

2.3 Partijen hebben daarna hun standpunten door hun raads-lieden aan de hand van pleitnota's doen bepleiten. Jess heeft een vonnis aan de pleitnota gehecht en Montis een kostenstaat. Montis heeft vooraf nog een productie toegezonden (prod. 13). Beide partijen hebben een aantal door hen meegebrachte stoelen getoond en besproken. Jess heeft enkele afbeeldingen van stoelen getoond.

2.4 Ten slotte hebben partijen de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de exacte inhoud van de grieven verwijst het hof naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1 Bij de aanvang van het pleidooi heeft Montis bezwaar gemaakt tegen het tonen van stoelen en afbeeldingen door Jess, omdat niet van tevoren was aangegeven om welke stoe-len en afbeeldingen het zou gaan. Het hof passeert dit bezwaar. In een zaak als deze waarin het gaat om inbreuken op het auteursrecht en/of modelrecht op stoelen zal het tonen van stoelen en van afbeeldingen van stoelen, ook wanneer deze niet van tevoren zijn aangeduid, slechts onder bijzondere omstandigheden in strijd met een goede procesorde zijn te achten. Dergelijke omstandigheden doen zich hier niet voor.

4.2 Jess heeft van haar kant bezwaar gemaakt tegen het in het geding brengen door Montis van een rapport d.d. 8 mei 2007 dat door Montis eerst bij brief van 25 mei 2007 aan de wederpartij en aan het hof is gezonden. Aan Jess kan worden toegegeven dat dit rapport in een zeer laat stadium is toegezonden; voor die late toezending is door Montis ook geen aannemelijke verklaring gegeven. Deze handelwijze van Montis verdient bepaald geen schoonheidsprijs, maar waar het hier gaat om een rapport dat niets toevoegt aan hetgeen Montis eerder in de procedure naar voren heeft gebracht en aan producties in het geding heeft gebracht, acht het hof het weigeren van het rapport niet aangewezen. Het hof ziet ervan af Jess de gelegenheid te bieden om alsnog nader op het rapport in te gaan, aangezien het rapport bij de verdere beoordeling door het hof geen rol van betekenis speelt en de procedure daardoor nodeloos zou worden vertraagd.

4.3 Het gaat in deze zaak, kort samengevat, om het volgende.

a) Montis ontwerpt, produceert en verhandelt designmeubelen, waaronder de stoelen Charly (1983), Chaplin (1983), Poker (1990), Windy (1992) en Sting (1994). De jaartallen geven het jaar van ontwerp aan. Voor de drie laatstgenoemde stoelen heeft Montis een internationaal modeldepot verricht met aanwijzing van de Benelux.

b) Jess Meubeldesign BV ontwerpt, produceert en verhandelt eveneens stoelen, waaronder Jacky, Lloyd, Manta, Spider en Noa. By Jaski BV treedt op als handelsagent voor Jess Meubeldesign BV. Voor de stoel Spider heeft Jess een Benelux-modeldepot verricht.

c) De stoel Chaplin is een kleinere en overigens identieke uitvoering van de Charly. Deze stoelen zijn eerder op de markt gebracht dan de daarmee vergeleken stoelen Jacky en Loyd van Jess. De stoel Windy is eerder op de markt gebracht dan Manta en Poker en Sting eerder dan Spider en Noa. Alle genoemde stoelen, en nog enkele andere, zijn bij het pleidooi getoond.

d) Op verzoek van Montis heeft prof.ing. A.H. Marinissen twee deskundigenverklaringen d.d. 2 november 2004 opgesteld, één met betrekking tot enerzijds de Charly en Chaplin van Montis en anderzijds de Jacky en Lloyd van Jess en één met betrekking tot enerzijds de Windy, Poker en Sting van Montis en anderzijds de Manta, Spider en Noa van Jess (prod. 24 a/b akte Montis 24 november 2004).

4.4 In deze procedure stelt Montis dat haar het auteursrecht toekomt op de stoelen Charly, Chaplin, Windy, Poker en Sting en het modelrecht op de drie laatstgenoemde stoelen. Volgens Montis maken Jess Meubeldesign BV, By Jaski BV en Fred Jaski Meubelagenturen BV met de stoelen Jacky, Lloyd, Manta, Spider en Noa inbreuk op deze rechten. In verband daarmee vordert Montis, kort gezegd, een verbod op de productie en verkoop van de volgens haar inbreukmakende stoelen, met een aantal nevenvorderingen. Jess heeft deze vorderingen gemotiveerd bestreden.

4.5 Bij het vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de vorderingen ten aanzien van Fred Jaski Meubelagenturen BV geheel afgewezen; deze partij speelt verder geen rol meer. Ten aanzien van Jess Meubeldesign BV en By Jaski BV heeft de rechtbank de vorderingen van Montis in grote lijnen toegewezen. By Jaski BV is hiervan niet in beroep gekomen, zodat deze vennootschap in dit hoger beroep geen partij meer is.

Bevoegdheid

4.6 Gelet op het bepaalde in artikel 4.6 van de Beneluxverdrag inzake de Intellectuele Eigendom (BVIE) stelt het hof ambtshalve vast dat in eerste aanleg de rechtbank 's-Hertogenbosch en daarmee in hoger beroep dit hof bevoegd is van de vorderingen voor zover gebaseerd op het modellenrecht kennis te nemen.

Auteursrecht

4.7 Grief II richt zich tegen het oordeel van de recht-bank in 4.1 van het vonnis waarvan beroep dat de stoelen Charly, Chaplin, Windy, Poker en Sting auteursrechtelijke bescherming genieten. Echter, in eerste aanleg heeft Jess met zoveel woorden erkend dat deze meubelmodellen auteursrechtelijke bescherming verdienen (pleitnota punt 4). Daarmee is sprake van een gerechtelijke erkentenis van de desbetreffende stelling van Montis als bedoeld in artikel 154 Rv, die door Jess niet is herroepen op een van de gronden die in het tweede lid van die bepaling daarvoor worden aangegeven. Bij het pleidooi in hoger beroep heeft Jess hierover gezegd 'dat zij niet zozeer betwist dat de stoelen van Montis in aanmerking komen voor auteursrechtelijke bescherming, maar dat zij vooral ageert tegen de schier eindeloze beschermingsomvang die Montis aan haar stoelen wil toedichten' (pleitnota punt 19). Hiermee bevestigt Jess haar eerdere erkenning van de stelling van Montis dat de Charly, Chaplin, Windy, Poker en Sting auteursrechtelijke bescherming genieten. Niet betwist is dat het auteursrecht op deze stoelen bij Montis berust. Dit brengt mee dat in het hierna volgende wordt uitgegaan van het bestaan van het auteursrecht van Montis op deze stoelen. Grief II wordt verworpen.

4.8 Vervolgens is aan de orde de vraag of Jess met haar modellen Jacky, Lloyd, Manta, Spider en Noa inbreuk maakt op het auteursrecht van Montis op haar stoelen, en wel aldus dat auteursrechtelijk beschermde trekken van de stoelen van Montis herkenbaar zijn overgenomen in die van Jess zodat daarbij sprake is van een overeenstemmende totaalindruk.

4.9 Montis heeft haar stellingen met betrekking tot (onder meer) de kenmerkende elementen van haar stoelen onderbouwd met de hiervoor in 4.3 onder d) vermelde rapporten van prof. Marinissen. Jess heeft de inhoud van deze rapporten betwist met een beroep op een visie van prof. Van Dijk en op een brief van de heer E.J. Niezen van 21 december 2004 (prod. 6 mvg). Bedoelde visie van prof. Van Dijk is door Jess verder niet geconcretiseerd, zodat deze buiten beschouwing blijft. De brief van de heer Niezen bevat een globale stellingname en weegt naar het oordeel van het hof niet op tegen de gedetailleerde en gedocumenteerde rapporten van prof. Marinissen. Ook hetgeen Jess in dit verband verder naar voren heeft gebracht en aan producties heeft overgelegd en getoond doet niet af aan de bevindingen in deze rapporten ten aanzien van de kenmerkende elementen van de stoelen van Montis. Daarnaast is van belang dat uit de rapportages blijkt dat de stoelen van Montis niet kunnen worden aangemerkt als (slechts) niet-oorspronkelijke uitingen van een mode, stijl of trend, zoals Jess aanvoert. Het hof acht dit onderdeel van het verweer van Jess onvoldoende gemotiveerd, zodat voor bewijslevering zoals door haar aangeboden geen grond aanwezig is. De grieven III, IV en V die op deze onderwerpen betrekking hebben, worden op grond hiervan verworpen.

4.10 Grief VI, en de daarbij behorende toelichting die elders in de memorie van grieven is vermeld, betreft de uitkomst van de vergelijking tussen de stoelen van Montis en de daarmee corresponderende modellen van Jess. Deze grief slaagt niet ten aanzien van de Jacky en Lloyd en slaagt wel ten aanzien van de Manta, Spider en Noa.

4.11 De kenmerken van de stoelen Charly en Chaplin zijn gelegen in het omsloten zitgedeelte, strak met lichte welvingen, op een contrasterend licht potenstel van vier metalen poten op de hoekpunten, met een rugleuning die van opzij gezien een lichte s-vorm heeft, met van opzij gezien vrijwel rechthoekige vlakken als armleggers, waarbij randen en hoekpunten een specifieke spitsheid vertonen, terwijl de combinatie van deze kenmerken alsmede de verhouding tussen het omsloten zitgedeelte en het ranke onderstel opvallend en karakteristiek is te noemen. Uit de overgelegde producties en uit het tonen van de stoelen bij het pleidooi in hoger beroep blijkt naar het oordeel van het hof duidelijk dat deze kenmerken herkenbaar zijn overgenomen in de Jacky en Lloyd van Jess, dat de verschillen tussen de Charly en de Chaplin enerzijds en de Jacky en de Lloyd anderzijds van ondergeschikte aard zijn en dat over en weer sprake is van dezelfde totaalindrukken. Dat betekent dat Jess met deze modellen inbreuk maakt op het auteursrecht van Montis.

4.12 Dat ligt anders bij de drie andere stoelen. Het meest kenmerkende aspect van de Windy van Montis is de afgeronde vorm van zijkant en achterzijde, beide doorlopend in de pootjes die tot een sierlijk geheel leidt. In het rapport van prof. Marinissen is het ook dit lijnenspel dat door hem wordt aangeduid. Dit lijnenspel leidt tot een indruk als van zich schrap zetten tegen de wind. Deze indruk wordt tot op zekere hoogte ook gewekt bij de Manta van Jess, maar wordt tegelijkertijd voor een belangrijk deel weer tenietgedaan door de verdere uitvoering van deze stoel die zich vooral als plomp laat omschrijven. De vorm van de rugleuning, de bovenzijde van de armleggers, de vorm van de voorzijde van de zitting en de plaatsing van de poten vormen zodanig opvallende inbreuken op het bij de Windy wel consequent doorgevoerde lijnenspel, dat niet gesproken kan worden van eenzelfde totaalindruk door het herkenbaar overnemen van de auteursrechtelijk beschermde trekken van de Windy in de Manta.

4.13 De stoelen Poker en Sting van Montis kenmerken zich door een ver doorgevoerde omsloten vormgeving, waarbij de lijn van de Sting overeenkomsten vertoont met die van de Windy terwijl de Poker door de rechte belijning van de zijkanten daarvan verder afwijkt. De Spider en de Noa van Jess vertonen eveneens de ver doorgevoerde gesloten vormgeving, maar wijken op vrijwel alle onderdelen op meer dan ondergeschikte wijze daarvan af. Naar het oordeel van het hof kan bij deze stoelen niet gesproken worden van eenzelfde totaalindruk: het zijn andere stoelen.

Modelrecht

4.14 Montis heeft zich met betrekking tot de Windy, Poker en Sting tevens beroepen op haar modelinschrijvingen. De afbeeldingen van deze stoelen die zich bij deze registraties bevinden zijn bepalend voor de modelbescherming. De stoelen Manta, Spider en Noa van Jess wijken naar het oordeel van het hof zozeer af van deze afbeeldingen, dat reeds om deze reden niet gesproken kan worden van een inbreuk door Jess op modelrechten van Montis. Bij deze stand van zaken kan in het midden blijven in hoeverre het verweer van Jess tegen de registraties als zodanig (niet nieuw/onduidelijke afbeelding) opgaat. Ook indien dit verweer niet opgaat, faalt het beroep van Montis op de modelinschrijvingen. Grief I die hierop ziet, wordt verworpen.

Slaafse nabootsing

4.15 Van slaafse nabootsing door Jess met betrekking tot de Windy, Poker en Sting is gezien de hiervoor weergegeven vergelijking geen sprake, nu daaruit niet volgt, en evenmin anderszins aannemelijk is gemaakt, dat door de wel

overeenstemmende vormaspecten gevaar voor verwarring bij het publiek bestaat. In ieder geval biedt hetgeen Montis hierover naar voren heeft gebracht voor het aannemen daarvan onvoldoende grondslag.

Vorderingen

4.16 Grief VII, ten slotte, richt zich tegen de toewijzing van de vorderingen van Montis in het vonnis waarvan beroep. Voor zover de vorderingen zijn toegewezen met betrekking tot de Manta, Noa en Spider, slaagt deze grief. Ten aanzien van deze modellen worden op grond van hetgeen hiervoor is uiteengezet de vorderingen van Montis geheel afgewezen. Dat geldt derhalve ook voor de gevorderde nietigverklaring en doorhaling van het Benelux modeldepot van Jess Meubeldesign BV voor de Spider.

4.17 Voor de toewijzing van de vorderingen met betrekking tot de Jacky en Lloyd geldt het volgende. Ten aanzien van deze stoelen acht het hof de vorderingen van Montis toewijsbaar op de wijze waarop dat is geoordeeld in het vonnis waarvan beroep, met inbegrip van de daarvoor gegeven motivering die het hof hier overneemt. Dat geldt ook voor het onderdeel waarop Jess blijkens de toelichting op deze grief in het bijzonder het oog heeft: de bepaling van de schade. Het verweer van Jess dat partijen in verschillende marktsegmenten opereren en dat Montis zich pas sinds kort beweegt op het gebied waarop Jess zich steeds heeft bewogen, biedt een ontoereikende betwisting van de stelling van Montis dat zij door de inbreuken van Jess schade heeft geleden. De bepaling van deze schade in het vonnis acht het hof, de omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, realistisch en gerechtvaardigd.

Conclusie

4.18 Een en ander leidt tot de slotsom dat het vonnis van 14 juni 2006 bekrachtigd wordt ten aanzien van de stoelen Jacky en Lloyd en vernietigd wordt ten aanzien van de stoelen Manta, Noa en Spider.

4.19 Door partijen zijn verder geen feiten of omstandigheden gesteld die, indien bewezen, tot een ander oordeel leiden, zodat het hof de verschillende bewijsaanbiedingen als niet relevant passeert.

4.20 Beide partijen zijn gedeeltelijk in het ongelijk gesteld, zodat zowel in eerste aanleg als in hoger beroep de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd.

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis, ten aanzien van Jess Meubeldesign BV, met betrekking tot de stoelen Jacky en Lloyd ten opzichte van de stoelen Charly en Chaplin van Montis;

vernietigt het vonnis, ten aanzien van Jess Meubeldesign BV, met betrekking tot de stoelen Manta, Noa en Spider ten opzichte van de stoelen Windy, Poker en Sting van Montis en, in zoverre opnieuw rechtdoende:

wijst de vorderingen van Montis BV en Montis Design BV tegen Jess Meubeldesign BV met betrekking tot de stoelen Manta, Noa en Spider af;

compenseert de proceskosten tussen Montis BV en Montis Design BV enerzijds en Jess Meubeldesign BV anderzijds, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, in die zin dat deze partijen daarvan ieder de eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door mrs. Meulenbroek, Feddes en Struik en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 14 augustus 2007.