Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2007:BA8079

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-03-2007
Datum publicatie
27-06-2007
Zaaknummer
R200601450
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Benoeming vereffenaar ex art. 23c BW. Deskundigebenoeming om te onderzoeken of voldaan is aan de eis van het bestaan van een bate.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

DHJ

28 maart 2007

sector civiel recht

zevende kamer

rekestnummer R200601450

zaaknummer eerste aanleg: 72109/HA RK 06-35

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Beschikking

in de zaak van:[X.],

wonende te [woonplaats], België,

appellant,

verder te noemen: [X.],

advocaat en procureur: mr. F.J.G. Tilman,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Y.],

laatstelijk gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde sub 1,

verder te noemen: [Y.],

in eerste aanleg en in hoger beroep niet verschenen,

en

[Z.],

wonende te [woonplaats], België,

geïntimeerde sub 2,

verder te noemen: [Z.],

advocaat en procureur: mr. A.J. Keizers.

1. Het verloop van het geding in eerste aanleg

Voor het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de beschik-king van de rechtbank Roermond van 25 oktober 2006 waarbij het verzoek van [X.] om, kort gezegd op de voet van artikel 2:23c lid 1 BW de vereffening van [Y.] te heropenen, werd afgewezen met veroordeling van [X.] in de kosten.

2. Het verloop van het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie van het hof op 20 de-cember 2006, heeft [X.] verzocht, kort gezegd, voornoemde beschikking te ver-nietigen en zijn verzoek alsnog toe te wijzen met veroordeling van [Y.] en [Z.] in de kosten in beide instanties.

2.2. [Z.] heeft een verweerschrift ingediend dat door het hof op 12 februari 2007 werd ontvangen.

2.3. De mondelinge behandeling vond plaats op 14 maart 2007. Daarbij zijn de verschenen partijen en hun advocaat gehoord.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de inhoud van de acht grieven en de toelichting daarop verwijst het hof naar het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1. Op 27 juli 2005 is ingevolge opgave van de aandeelhouder, statutair directeur en vereffenaar van [Y.], [Z.], [Y.] ontbonden en direct geliquideerd. Gevolg hier-van is dat eventuele schuldeisers van [Y.] geen verhaalsmogelijkheden meer heb-ben. [X.] stelt dat hij nog aanzienlijke bedragen van [Y.] te vorderen heeft en ver-zoekt heropening van de vereffening van [Y.] op grond van artikel 2:23c lid 1 BW.

4.2. De rechtbank heeft, naar aanleiding van een daartoe strekkend verweer van [Z.], geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat er sprake is van een (posi-tief) saldo of van het bestaan van een bate, zodat niet is voldaan aan de voorwaar-de voor heropening gesteld in artikel 2:23c lid 1 BW. Daartegen keren zich de grieven.

4.3. Naar het oordeel van het hof dient [Z.] te worden aangemerkt als belangheb-bende nu hij door de uitkomst van deze procedure zodanig in eigen belangen kan worden getroffen dat hij in deze procedure behoort te mogen uitkomen, en ook anderszins zo nauw betrokken is of is geweest bij de vereffening van [Y.], dat daarin voor hem een belang is gelegen om in de procedure te verschijnen

vgl. HR 10 november 2006, LJN AY8290. [X.] heeft bovendien geen bezwaar gemaakt tegen het feit dat de rechtbank en het hof [Z.] als belanghebbende hebben aangemerkt.

4.4. [Z.] heeft betwist dat [X.] rechthebbende is op de vordering op [Y.] uit hoof-de van de door [X.] gestelde uit 25 maart 1996. Naar het oordeel van het hof blijkt uit het gestelde in het appelschrift thans in voldoende mate de gerechtigdheid van [X.]. Het staat een eventueel te benoemen vereffenaar in [Y.] vrij om deze gerech-tigdheid te betwisten.

4.5. [Z.] heeft voorts gesteld dat de vordering van [X.] op [Y.] is verjaard. Het hof kan dit verweer thans nog onvoldoende op haar juistheid beoordelen, temeer daar [Z.] niet aangeeft op welke verjaringsbepaling zijn verweer is gegrond. Bovendien leent het onderhavige geding zich er niet toe te onderzoeken of de sommaties van [X.] in persoon als stuiting van de verjaring door zijn rechtspersoon, die in het verleden rechthebbende was, kan hebben te gelden. Daarbij komt dat op de onder-havige vereffening Nederlands recht van toepassing is, maar dat dit niet zonder meer ook geldt voor de vordering van [X.], of zijn rechtsvoorgangster op [Y.]. Partijen hebben zich niet uitgelaten over de eventuele toepasselijkheid van vreemd (bijvoorbeeld Belgisch) recht.

4.6. Het hof ziet aanleiding, mede omdat het hof niet beschikt over alle relevante gegevens uit de boekhouding van [Y.], om een deskundigenonderzoek te gelasten naar de vraag of voldaan is aan de voorwaarde voor toepassing van artikel 2:23c lid 1 BW, namelijk of van het bestaan van een bate kan blijken, in het bijzonder of er nog vorderingen van [Y.] op derden bestaan die met kans op succes te gelde kunnen worden gemaakt. Het hof gaat er daarbij vanuit dat de deskundige in nauw overleg met [X.] en met [Z.], zijn onderzoek verricht en in het bijzonder [X.] in royale mate de gelegenheid biedt om nadere vragen te stellen met betrekking te verliezen die zijn geleden in [Y.] en eventuele vermogensverschuivingen die heb-ben plaatsgevonden. [Z.] is gehouden aan de deskundige de administratie als be-doeld in artikel 2:10 BW van de ontbonden vennootschap [Y.] ter beschikking te stellen.

4.7. De benoeming van een deskundige is met partijen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling besproken. Volstaan kan worden met benoeming van één deskundige. De kosten zullen voorlopig ten laste worden gebracht van [X.].

4.8. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

Het hof:

5.1. bepaalt dat een deskundigenonderzoek zal worden verricht naar de in rov. 4.6 van deze beschikking ge¬formuleerde vraag;

5.2. benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vraag:

mr. drs. P.A. van Steensel, R.A.,

postbus 1821,

5602 CA Eindhoven,

tel. 040-2428672;

5.3. verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duide¬lijke conclu¬sie, in te leveren ter griffie van dit hof;

5.4. verzoekt de deskundige tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advo-caten van partijen toe te zenden;

5.5. bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek zal aanvangen nadat de griffier heeft bericht dat het voorschot is ontvangen;

5.6. bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, onder¬tekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Her¬togenbosch) moet worden ingele¬verd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat het voorschot is ontvangen en dat met het onderzoek kan worden aangevangen;

5.7. bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van in totaal € 10.000,- (tien duizend euro), btw is niet verschuldigd, tenzij partij/partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt; in dat geval zal het hof op het bezwaar/de bezwaren beslissen en de hoogte van het voorschot bepalen;

5.8. bepaalt dat [X.] laatstgenoemd bedrag binnen 2 weken na heden zal overma-ken naar rekeningnummer 19.23.25.787 ten name van Arrondissement 536 ‘s-Hertogenbosch;

5.9. verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

5.10. bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van de beschikking van 29 sep-tember 2006 en van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden;

5.11. bepaalt dat [X.] binnen één week na de datum van deze beschikking (een af-schrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zal stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zal verstrekken;

5.12. bepaalt dat [Z.] op eerste verzoek aan de deskundige de door deze verlangde administratieve gegevens ter beschikking zal stellen, waaronder in elk geval de jaar-rekeningen met toelichting over de boekjaren 1996 tot en met 2004 alsmede de li-quidatiebalans per 1 juli 2005.

5.13. bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het be-richt tevens melding dient te worden gemaakt van de inhoud van zodanige opmer-kingen en verzoeken;

5.14. benoemt mr. W.H.B. den Hartog Jager tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffie kan wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

5.15. bepaalt dat partijen uiterlijk binnen 6 weken na verzending van het rapport van de deskundige als bedoeld in 5.4 een memorie na deskundigenonderzoek kunnen indienen;

5.16. houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Den Hartog Jager, Van den Bergh en

Schaafsma-Beversluis en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 maart 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.