Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2007:BA5690

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-04-2007
Datum publicatie
24-05-2007
Zaaknummer
R200601212
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het belang van de minderjarige [A.] is ermee gediend dat in zijn geboorteakte de juiste gegevens van zijn moeder zijn vermeld. Het betreft hier immers gegevens van zijn afkomst. In beginsel dient van de juistheid van de geboorteakte te worden uitgegaan. Aangenomen moet worden dat [Y.] bewust haar gegevens als zijnde de moeder van [A.] bij de aangifte van de geboorte aan de autoriteiten heeft laten vermelden. Deze gegevens komen overeen met de van [Y.] in het GBA-register opgenomen gegevens, welke zijn gebaseerd op een door [Y.] eertijds onder ede afgelegde verklaring.

Om die reden dienen naar het oordeel van het hof zeer hoge eisen te worden gesteld aan het bewijs dat bij het opmaken van de geboorteakte van [A.] destijds sprake is geweest van een misslag. Naar het oordeel van het hof is hieraan door geïntimeerden niet voldaan.

Vaststaat dat [X.] tot op heden niet in enig Nederlands GBA-register opgenomen is (geweest) als ingezetene van Nederland. [X.] heeft hiervoor als verklaring gegeven dat zij uit angst voor de personen die haar naar Nederland hebben gesmokkeld een valse identiteit heeft aangenomen. Op grond van de in verband daarmee thans aangeleverde gegevens (diverse niet gelegaliseerde notariële verklaringen uit China) kan niet aanstonds worden vastgesteld dat [X.] en [Y.] dezelfde persoon zijn.

Dit heeft tot gevolg dat - alvorens kan worden toegekomen aan de vraag of [X.] als de biologische moeder van [A.] in diens geboorteakte geregistreerd behoort te worden - eerst de identiteit van [X.] volgens de daarvoor toepasselijke maatstaven dient te worden vastgesteld. Daartoe leent zich de onderhavige procedure naar het oordeel van het hof niet. Het ligt derhalve op de weg van [X.] om eerst in het GBA-register tot een wijziging van haar identiteit te komen. In het kader van de inschrijving van [X.] in het GBA-register kan deugdelijke vaststelling van de identiteit van [X.] plaatsvinden.

Gelet op het feit dat [X.] nu wel haar naam als de moeder in de geboorteakten van [A.] en [B.] vermeld wenst te zien, kan haar angst voor de eerder genoemde smokkelaars thans geen grond meer opleveren om haar identiteit in het GBA-register niet te wijzigen.

Indien aldus in voldoende mate is komen vast te staan dat [X.] en [Y.]n dezelfde persoon zijn, kan [X.] alsnog wijziging van de geboorteakte van [X.] verzoeken. In die procedure zal, nu het om een zaak van afstamming gaat, [X.] door een bijzonder curator vertegenwoordigd moeten zijn.

Grief 2 slaagt derhalve.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 20
Burgerlijk Wetboek Boek 1 20b
Burgerlijk Wetboek Boek 1 24
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2007/90

Uitspraak

SBW

23 april 2007

Sector civiel recht

Rekestnummer R06/01212

Zaaknummer eerste aanleg 110532/FA RK 06-669

GERECHTSHOF ’S-HERTOGENBOSCH

Beschikking

in de zaak in hoger beroep van:

De ambtenaar van de burgerlijke stand van de Gemeente [gemeentenaam],

wonende te [woonplaats],

appellant,

in persoon vertegenwoordigd door mr. S.H. Vanhommerig,

hierna te noemen: de ambtenaar,

t e g e n

[X.] (zich ook wel noemende [Y.]) en [C.],

beiden wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

hierna te noemen: [X.], respectievelijk [Y.], en [C.],

procureur mr. A.M. Rottier.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Maastricht van 26 juli 2006, waarvan de inhoud bij partijen bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 20 oktober 2006, heeft de ambtenaar verzocht voormelde beschikking te vernietigen en het inleidend verzoek alsnog af te wijzen.

2.2. Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 12 januari 2007, hebben geïntimeerden verzocht voormelde beschikking te bevestigen en het beroep van de ambtenaar ongegrond te verklaren.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 maart 2007. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de ambtenaar alsmede mevrouw P.L.M. Goor, coördinator van de Burgerlijke Stand te [gemeentenaam], tevens ambtenaar van de Burgerlijke Stand;

- de vrouw en de man, bijgestaan door mr. G.J.C. de Gast;

- mevrouw SaYing Chen, beëdigd vertaler, als tolk Mandarijn voor [X.] en [C.].

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties, overgelegd bij het beroepschrift en verweerschrift.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

Vaststaande feiten

4.1. Op 12 juli 1999 heeft ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeentenaam] een vrouw een verklaring onder ede afgelegd dat haar naam [Y.] is en dat zij is geboren op [geboortejaar] te [geboorteplaats] (China). Deze personalia zijn als zodanig in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) opgenomen en tot op heden ongewijzigd gebleven.

Aan [Y.] is de toelating tot Nederland op grond van een asielaanvraag geweigerd. Zij is sedert augustus 2003 uitgeprocedeerd als asielzoekster.

4.2. Op [geboortejaar] is te [geboorteplaats] geboren [A.] (hierna te noemen: [A.]). De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeentenaam] heeft hiervan na aangifte een akte van geboorte (genummerd [nummer]) opgemaakt, waarin als de gegevens van de moeder zijn vermeld:

- Geslachtsnaam moeder : [Y.]

- Voornamen moeder : [voornamen]

- Plaats van geboorte moeder : [geboorteplaats], China

- Dag van geboorte moeder : [geboortejaar].

[A.] is, na toestemming van [Y.], op 5 februari 2004 erkend door [Q.] en draagt sedertdien zijn achternaam.

4.3. Op [geboortejaar] is te [geboorteplaats] geboren [B.] (hierna te noemen: [B.]), die door [Q.] bij de geboorte is erkend.

In de hiervan door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeentenaam] opgemaakte geboorteakte staan van de moeder dezelfde gegevens vermeld als in de geboorteakte van [A.].

4.4. Aan [X.] is op 7 april 2004 door het Ministerie van buitenlandse zaken van de republiek China een Chinees paspoort verstrekt, waarin de volgende gegevens zijn vermeld:

- Name in full : [X.]

- Place of birth : [geboorteplaats]

- Date of birth : [geboortejaar].

Verloop van de procedure in eerste aanleg.

4.5. Bij een op 11 mei 2006 ter griffie van de rechtbank Almelo ingekomen verzoekschrift hebben [X.] en [Q.] verzocht de ambtenaren van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeentenaam] en [gemeentenaam] te gelasten dat het register van geboorten wordt aangepast met een akte, houdende verbetering van de geboorteakten van [A.] en [B.], inhoudende dat de naam, geboortedatum en geboorteplaats van de moeder wordt gewijzigd in [X.], geboren op [geboortejaar] te [geboorteplaats].

4.6. De rechtbank Almelo heeft zich bij beschikking van 15 mei 2006 onbevoegd verklaard tot kennisname van het verzoek en heeft het verzoek voor zover strekkende tot de verbetering van de geboorteakte van [A.] doorverwezen naar de rechtbank Maastricht en voor zover betrekking hebbende op [B.] doorverwezen naar de rechtbank Zwolle-Lelystad.

4.7. De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft bij beschikking van 20 juli 2006 het verzoek toegewezen en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeentenaam] gelast om de akte van geboorte inzake [B.] te verbeteren overeenkomstig dit verzoek.

4.8. De rechtbank Maastricht heeft bij de bestreden beschikking dit verzoek ten aanzien van [A.] eveneens toegewezen. De ambtenaar kan zich niet verenigen met deze beslissing en komt hiervan in hoger beroep.

Het hoger beroep

4.9. In de eerste plaats stelt de ambtenaar dat de rechtbank hem op geen enkele wijze in de procedure heeft betrokken.

Bovendien heeft er geen mondelinge behandeling plaatsgevonden zodat de ambtenaar evenmin ter zitting een reactie op het verzoek heeft kunnen geven (grief 1).

4.9.1. Verder stelt de ambtenaar dat de geboorteakte ten aanzien van [A.] niet moet worden verbeterd op grond van het volgende.

[Y.] heeft een beëdigde verklaring afgelegd waarin zij heeft aangegeven dat zij [Y.] is, geboren op [geboortejaar] te [geboorteplaats]. Deze personalia zijn in het GBA-register opgenomen. De ambtenaar meent dat de algemene en fundamentele functie van de gegevens in het GBA-register met zich brengt dat die gegevens aan hoge eisen van betrouwbaarheid en duidelijkheid dienen te voldoen en dat bezien in het licht van die betrouwbaarheid de gegevens van een in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven persoon slechts onder omstandigheden – na overtuigend bewijs – kunnen worden gewijzigd en uitsluitend indien daartoe een door de wet aangewezen geschikt document wordt overgelegd. De overgelegde gegevens zijn volgens de ambtenaar niet voldoende om onomstotelijk aan te tonen dat [Y.] dezelfde is als [X.]. [X.] dient naar de mening van de ambtenaar eerst haar vermelding in het GBA-register te wijzigen. De ambtenaar stelt zich op het standpunt dat het verzoek niet had mogen worden toegewezen. Toewijzing van het verzoek zou er immers toe leiden dat als moeder van [A.] een vrouw zou worden geregistreerd die in het Nederlandse GBA-register onbekend is (grief 2).

4.9.2. Tenslotte stelt de ambtenaar dat het belang van [A.] bij wijziging van de naam van de vrouw op de geboorteakte, buiten het emotionele aspect, beperkt te noemen is. Het openbaar belang bij betrouwbare registers van de burgerlijke stand weegt in casu zwaarder dan de belangen van [A.], aldus de ambtenaar (grief 3).

4.10.1. Geïntimeerden stellen in de eerste plaats dat de ambtenaar bekend had moeten zijn met het verzoek van de rechtbank Maastricht en zich als belanghebbende in de procedure had kunnen en behoren te voegen. Geïntimeerden stellen voorts dat de ambtenaar aan de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft aangegeven dat er bezwaar was tegen het verzoek tot wijziging van de geboorteakte van [B.]. Zij achten het onbegrijpelijk dat, nadat de ambtenaar niet opgeroepen was om in de procedure te verschijnen, de ambtenaar tegen de beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad geen beroep heeft ingesteld. Nu dit niet is geschied, maar de ambtenaar wel beroep tegen de bestreden beschikking heeft ingesteld, dreigt er rechtsongelijkheid te ontstaan. De beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad is inmiddels onherroepelijk geworden, aldus geïntimeerden. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeentenaam] heeft aan die beschikking echter nog geen gevolg gegeven, zulks in afwachting van de uitkomst van deze procedure.

4.10.2. Geïntimeerden hebben met betrekking tot de identiteit van [X.] en [Y.] hun stellingen uit het inleidend verzoekschrift herhaald. Deze komen er op neer dat de moeder van [A.] onjuiste gegevens met betrekking tot haar eigen personalia heeft verstrekt zodat deze akte dient te worden verbeterd. Verder is gesteld dat [X.] thans nog geregistreerd staat in het bevolkingsregister onder de naam [Y.]. Ter verklaring hiervan heeft zij gesteld dat zij als asielzoekster in april 1999 in Nederland is aangekomen.

Zij heeft zich gepresenteerd onder een andere naam, dit uit vrees voor het geval zij naar China zou worden verwijderd dit onder haar eigen naam zou gebeuren. Zij is tijdens haar vlucht vanuit China naar Nederland in handen gevallen van mensensmokkelaars, de zogenaamde ‘slangenkoppen’, door wie zij seksueel is misbruikt ten gevolge waarvan zij zwanger is geraakt van de later geboren [A.].

Tijdens de asielprocedure heeft zij uit vrees voor deze bende en de angst om onder haar echte naam te worden uitgezet een andere identiteit aangenomen.

4.10.3. Met betrekking tot de identiteit van [X.] hebben geïntimeerden in eerste aanleg diverse brondocumenten overgelegd, waaronder een geboortebewijs, een verklaring van ongehuwd zijn, een verklaring van goed gedrag en de zogenaamde “hukou” ofwel familieboekje. In hoger beroep hebben zij nog een kopie van het Chinese paspoort van [X.] overgelegd.

[X.] voert ten aanzien van de overgelegde documenten het volgende aan. In tegenstelling tot hetgeen de ambtenaar heeft gesteld dient wel degelijk waarde aan deze documenten te worden toegekend. Bij de afgifte van deze stukken heeft in dit kader een dubbele toetsing plaatsgevonden waaruit blijkt dat de in China afgegeven stukken op [X.] betrekking hebben.

De Chinese autoriteiten zoeken naar aanleiding van een verzoek tot afgifte van stukken ten behoeve van in het buitenland gevestigde personen altijd (telefonisch) contact met de persoon waarop de af te geven stukken betrekking hebben. Er wordt aan de hand van diverse vragen gecontroleerd of de persoon in kwestie de persoon is waarop de stukken betrekking hebben. Voorts controleert de Chinese ambassade in Nederland nogmaals of de identiteit van de persoon die verzoekt om legalisatie van de stukken overeenkomt met de inhoud van de stukken uit China.

4.10.4. Voorts betwisten geïntimeerden dat het belang van [A.] bij wijziging van de naam van de moeder beperkt is te noemen. Voor een kind is het zeer belangrijk dat er duidelijkheid is omtrent zijn afkomst en de identiteit van zijn moeder.

4.10.5.Geïntimeerden hebben te kennen gegeven voornemens te zijn met elkaar in het huwelijk te treden, teneinde vervolgens alsnog voor [X.] het verblijf in Nederland te legaliseren.

4.11. Het hof oordeelt als volgt.

4.11.1. Het hof is met de ambtenaar van oordeel dat de ambtenaar in eerste aanleg als belanghebbende in de procedure betrokken had dienen te worden. Nu de ambtenaar echter in hoger beroep is gekomen, is deze omissie alsnog hersteld. De ambtenaar heeft geen rechtens te respecteren belang bij een vernietiging van de bestreden beschikking op deze grond, zodat deze grief moet worden verworpen.

4.11.2. Het hof kan de namens geïntimeerden naar voren gebrachte stelling dat de juridische grondslag van het verzoek is gelegen in artikel 1:20b van het Burgerlijk Wetboek (BW) niet volgen. Op basis van dit artikel worden van akten en uitspraken die buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie zijn opgemaakt of gedaan en een overeenkomstige uitwerking hebben als de akten en uitspraken als bedoeld in artikel 1:20 BW, op verzoek van een belanghebbende (…), door de ambtenaar van de burgerlijke stand een latere vermelding toegevoegd aan de desbetreffende in de registers van de burgerlijke stand hier te lande voorkomende (…) geboorteakte.

Het hof is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een akte die een overeenkomstige uitwerking heeft als bedoeld in artikel 1:20 BW, zodat er geen beroep kan worden gedaan op artikel 1:20b BW.

4.11.3. Het hof begrijpt het verzoek in eerste aanleg aldus dat het een verzoek betreft tot verbetering van een in de registers van de burgerlijke stand voorkomen- de akte die onvolledig is of een misslag bevat, als bedoeld in artikel 1:24 BW.

Van een onvolledige geboorteakte is voor wat betreft de gegevens van de moeder geen sprake.

Indien de gegevens van de moeder destijds onjuist zijn vermeld, zou sprake kunnen zijn van een misslag.

De vraag die ter beantwoording voorligt is derhalve of destijds ten onrechte [Y.] als de moeder in de geboorteakte van [A.] is vermeld en zo ja, of [X.] als de moeder had moeten worden vermeld.

4.11.4. Het belang van de minderjarige [A.] is ermee gediend dat in zijn geboorteakte de juiste gegevens van zijn moeder zijn vermeld. Het betreft hier immers gegevens van zijn afkomst. In beginsel dient van de juistheid van de geboorteakte te worden uitgegaan. Aangenomen moet worden dat [Y.] bewust haar gegevens als zijnde de moeder van [A.] bij de aangifte van de geboorte aan de autoriteiten heeft laten vermelden. Deze gegevens komen overeen met de van [Y.] in het GBA-register opgenomen gegevens, welke zijn gebaseerd op een door [Y.] eertijds onder ede afgelegde verklaring.

Om die reden dienen naar het oordeel van het hof zeer hoge eisen te worden gesteld aan het bewijs dat bij het opmaken van de geboorteakte van [A.] destijds sprake is geweest van een misslag. Naar het oordeel van het hof is hieraan door geïntimeerden niet voldaan.

4.11.5. Vaststaat dat [X.] tot op heden niet in enig Nederlands GBA-register opgenomen is (geweest) als ingezetene van Nederland. [X.] heeft hiervoor als verklaring gegeven dat zij uit angst voor de personen die haar naar Nederland hebben gesmokkeld een valse identiteit heeft aangenomen. Op grond van de in verband daarmee thans aangeleverde gegevens (diverse niet gelegaliseerde notariële verklaringen uit China) kan niet aanstonds worden vastgesteld dat [X.] en [Y.] dezelfde persoon zijn.

Dit heeft tot gevolg dat - alvorens kan worden toegekomen aan de vraag of [X.] als de biologische moeder van [A.] in diens geboorteakte geregistreerd behoort te worden - eerst de identiteit van [X.] volgens de daarvoor toepasselijke maatstaven dient te worden vastgesteld. Daartoe leent zich de onderhavige procedure naar het oordeel van het hof niet. Het ligt derhalve op de weg van [X.] om eerst in het GBA-register tot een wijziging van haar identiteit te komen. In het kader van de inschrijving van [X.] in het GBA-register kan deugdelijke vaststelling van de identiteit van [X.] plaatsvinden.

Gelet op het feit dat [X.] nu wel haar naam als de moeder in de geboorteakten van [A.] en [B.] vermeld wenst te zien, kan haar angst voor de eerder genoemde smokkelaars thans geen grond meer opleveren om haar identiteit in het GBA-register niet te wijzigen.

Indien aldus in voldoende mate is komen vast te staan dat [X.] en [Y.] dezelfde persoon zijn, kan [X.] alsnog wijziging van de geboorteakte van [A.] verzoeken. In die procedure zal, nu het om een zaak van afstamming gaat, [A.] door een bijzonder curator vertegenwoordigd moeten zijn.

Grief 2 slaagt derhalve.

4.11.6. [X.] en [Q.] hebben in appel nog een beroep gedaan op het beginsel van rechtsgelijkheid. Dit kan naar het oordeel van het hof niet slagen. De enkele omstandigheid dat er bij [B.] op grond van de beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad een andere moeder in zijn geboorteakte vermeld zal worden dan bij [A.], kan er niet toe leiden dat ook de geboorteakte van [A.] gewijzigd zou moeten worden.

4.11.7. Overigens kan rechtsongelijkheid onder andere worden voorkomen op grond van artikel 263 Rv juncto artikel 1:24 lid 1 BW. Een rechtbank kan bij haar beschikking tot verbetering van een akte of een latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, dezelfde verbetering gelasten ten aanzien van een akte of latere vermelding betreffende dezelfde persoon of zijn afstammelingen die buiten haar rechtsgebied in de registers van de burgerlijke stand is opgenomen.

4.11.8. Gelet op het vorenstaande kan de bestreden beschikking niet in stand blijven en dient het inleidend verzoek alsnog te worden afgewezen.

5. De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Maastricht van 26 juli 2006;

en opnieuw rechtdoende:

wijst het inleidend verzoek van [X.] en [Q.] alsnog af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Everaars-Katerberg, Kranenburg en Pellis en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 23 april 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.