Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2007:BA1899

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
06-03-2007
Datum publicatie
29-03-2007
Zaaknummer
20-010212-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewijs van opzet: overtreding(en) van een voorschrift gesteld bij artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet.

Verdachte had naar het oordeel van het hof een onderzoeksplicht om na te gaan of de door hem gekochte vogels

legaal dan wel illegaal waren. Verdachte is al jaren bezig met de (illegale) handel in vogels. Verdachte heeft de pootringen

niet gecontroleerd. Door niet te voldoen aan de onderzoeksplicht heeft verdachte welbewust het risico aanvaard dat hij

de dieren die behoorden tot een beschermde inheemse diersoort, in strijd met de daartoe geldende rechtsregels onder zich had.

Oplegging van onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van overmaking van geldbedrag aan de Vogelbescherming Nederland.

Wetsverwijzingen
Wet op de economische delicten
Flora- en faunawet 13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-010212-05

Uitspraak : 6 maart 2007

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

economische kamer

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische kamer in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 13 juli 2005, parketnummer 01-875201-05 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer

01-075198-04, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1935],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep moet, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, worden begrepen als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder 1, 2 en 4 is ten laste gelegd. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting d.d. 20 februari 2007 in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het beroepen vonnis zal worden vernietigd en dat het hof opnieuw rechtdoende verdachte terzake het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de tijd van 4 maanden, met aftrek van voorarrest.

Voorts heeft de advocaat-generaal omtrent het beslag gevorderd dat het hof een beslissing zal nemen overeenkomstig de door de eerste rechter gegeven beslissing omtrent het beslag.

Tevens heeft de advocaat-generaal de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de economische politierechter te 's-Hertogenbosch van 22 november 2004, onder parketnummer 01-075198-04, opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen en na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 13 april 2005, te Barneveld, althans in Nederland, opzettelijk één of meer dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te weten ongeveer 25 vogels, waaronder een of meer pestvogel(s), goudvink(en), europese kanarie(s), sijs/sijzen, frater(s) en/of lijster(s) heeft verkocht, ten verkoop voorhanden heeft gehad en/of onder zich heeft gehad.

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 februari tot en met 23 maart 2005, te Helmond en/of Rosmalen, althans in Nederland, (telkens) al dan niet opzettelijk één of meer dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te weten een of meer vogels waaronder putters, pestvogels en/of baardmannetjes, heeft gekocht en/of heeft verkocht en/of

verworven en/of ten verkoop voorhanden en/of in voorraad heeft gehad en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of heeft geruild en/of binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad.

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2005 tot en met 13 april 2005 te Rosmalen en/of Helmond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer vogels, waaronder putters, pestvogels en/of baardmannetjes, heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die vogels telkens wist dat het door misdrijf verkregen vogels betrof.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd.

De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 13 april 2005, te Barneveld, opzettelijk dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te weten ongeveer 25 vogels, waaronder pestvogels, goudvinken, europese kanaries, sijzen, fraters en een lijster onder zich heeft gehad.

2.

hij op tijdstippen in de periode van 18 februari tot en met 23 maart 2005, te Helmond en/of Rosmalen, telkens opzettelijk dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te weten vogels, baardmannetjes, heeft verkocht en verworven en ten verkoop voorhanden en in voorraad heeft gehad.

4.

hij in de periode van 1 februari 2005 tot en met 13 april 2005 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk vogels, baardmannetjes, heeft verworven, voorhanden gehad en overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die vogels telkens wist dat het door misdrijf verkregen vogels betrof.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde acht het hof niet bewezen dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde "putters" en "pestvogels" heeft gekocht en/of heeft verkocht en/of verworven en/of ten verkoop voorhanden en/of in voorraad heeft gehad en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of heeft geruild. Terzake van het onder 4 ten laste gelegde acht het hof, nu uit het verhandelde ter terechtzitting en de inhoud van het dossier niet valt af te leiden of de in de tenlastelegging genoemde "putters" en "pestvogels" al dan niet waren geringd, niet bewezen dat verdachte deze vogels verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij wist dat het door misdrijf verkregen vogels betrof.

Het hof acht voorts niet bewezen hetgeen verdachte voor het overige meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Van de zijde van de verdediging is ter terechtzitting in hoger beroep terzake van het onder

1 bewezen verklaarde aangevoerd dat verdachte niet opzettelijk heeft gehandeld, zodat hij dient te worden vrijgesproken. Ter onderbouwing heeft de raadsman betoogd dat verdachte erop kon en mocht vertrouwen dat de vogels die hij in de markthallen te Barneveld heeft gekocht door het bevoegd gezag op deugdelijke wijze zijn gecontroleerd en derhalve "legaal" waren.

Het hof overweegt te dien aanzien als volgt.

Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte verklaard dat hij op de vogelmarkt in Barneveld 25 beschermde inheemse vogels heeft gekocht. Ook heeft hij bij die gelegenheid verklaard dat hij de pootringen van de vogels niet heeft gecontroleerd.

In het midden latend of de 25 aangetroffen vogels die verdachte op de vogelmarkt zegt te hebben gekocht (vooraf) door de bevoegde autoriteiten al dan niet deugdelijk zijn gecontroleerd, had verdachte naar het oordeel van het hof zelf een onderzoeksplicht om na te gaan of de door hem gekochte vogels legaal dan wel illegaal waren. Verdachte is, onder meer naar eigen zeggen en blijkens het uittreksel uit het justitiële documentatieregister, al jaren bezig met de (illegale) handel in vogels. Onder de gegeven omstandigheden had verdachte, als professionele speler op deze markt, zich dienen te vergewissen van het karakter c.q. de aard/soort van de vogels. Verdachte heeft naar eigen zeggen de pootringen niet gecontroleerd.

Door niet te voldoen aan de onderzoeksplicht heeft verdachte welbewust het risico aanvaard dat hij de dieren die behoorden tot een beschermde inheemse diersoort, in strijd met de daartoe geldende rechtsregels onder zich had.

Naar het oordeel van het hof blijkt reeds hieruit afdoende dat hij opzettelijk, in voorwaardelijke zin, de in de tenlastelegging genoemde dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, onder zich heeft gehad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde onder 1 en 2 is telkens voorzien bij artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet, juncto artikel 1a van de Wet op de economische delicten, en is strafbaar gesteld bij artikel 6 van de Wet op de economische delicten, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Het bewezen verklaarde onder 4 is voorzien bij artikel 416, eerste lid, aanhef en onder a van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit artikel luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Bovendien kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een straf als door de advocaat-generaal gevorderd, omdat daarin onvoldoende tot uitdrukking komt:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat de verdachte reeds eerder terzake soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

Het hof acht evenwel termen aanwezig om een gevangenisstraf op te leggen waarvan de duur van het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die de verdachte in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Voorts zal het hof, zoals door de verdediging is voorgesteld, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur opleggen.

Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt tevens de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Het hof ziet daarbij aanleiding om aan deze voorwaardelijke straf een bijzondere voorwaarde te koppelen, inhoudende dat verdachte binnen zes maanden nadat dit arrest onherroepelijk is geworden een som geld ten bedrage van € 1.500,-- (vijftienhonderd euro) zal overmaken ten gunste van de [betrokkene], met toekoming van een bewijs van kwijting aan de advocaat-generaal in dit ressort.

Voorts acht het hof, gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, oplegging van een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

De in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met betrekking tot welke het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Van het in beslag genomen geldbedrag dat nog niet teruggegeven is, zal de teruggave aan de verdachte worden gelast, nu niet kan worden uitgesloten dat met dit "handelsgeld", zoals de verdachte heeft verklaard, legale transacties hebben plaatsgevonden.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Het hof is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie te 's-Hertogenbosch van

10 juni 2005, tot tenuitvoerlegging van het bij vonnis van de economische politierechter te

's-Hertogenbosch van 22 november 2004 onder parketnummer 01-075198-04 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week, van oordeel, dat - nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan strafbaar handelen heeft schuldig gemaakt - de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke straf op zijn plaats is.

Echter, op grond van hetgeen omtrent de veroordeelde ter terechtzitting is gebleken zal het hof in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf te geven, een taakstraf, in de vorm van een werkstraf gelasten voor het hierna te vermelden aantal uren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 14h, 14i, 14j, 22c, 22d, 24, 33, 33a, 47, 57, 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en artikel 13 van de Flora- en faunawet, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt - voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen - het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde oplevert:

1

Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet, opzettelijk begaan.

2

Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet, opzettelijk begaan.

4

Medeplegen van opzetheling.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 58 (achtenvijftig) dagen.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte voorts tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) dagen

Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde binnen 6 maanden nadat dit arrest onherroepelijk is geworden een som geld ten bedrage van € 1.500,-- (vijftienhonderd euro)

zal overmaken ten gunste van: [betrokkene], [vestigingsadres]t, [gironummer] Van die betaling dient veroordeelde een bewijs van kwijting te doen toekomen aan de advocaat-generaal in dit ressort.

Veroordeelt verdachte voorts tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Gelast - in plaats van tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de economische politierechter te 's-Hertogenbosch van 22 november 2004 onder parketnummer 01-075198-04 - een:

taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 14 (veertien) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten:

- 31 vogels

- 5 tassen

- 14 kooien

- 1 klepkooi.

Gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen geldbedrag, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten:

- een geldbedrag van EUR 2.023,66

- een portemonnee.

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. A. de Lange en mr. S.B.M. Voorhoeve,

in tegenwoordigheid van mr. H.J.A. van Ham, griffier,

en op 6 maart 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. S.B.M. Voorhoeve is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.