Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2007:AZ9818

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-02-2007
Datum publicatie
02-03-2007
Zaaknummer
29-000734-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

240b/246 Sr: Veroordeelde heeft meermalen via de webcam afbeeldingen van seksuele gedragingen van minderjarige meisjes vervaardigd en enkele malen ook verspreid.

Voorts heeft hij minderjarige meisjes door bedreiging met geweld gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen. Veroordeelde heeft ondermeer gedreigd met verspreiding van de (kinder)pornografische afbeeldingen via internet en met het laten zien van die afbeeldingen aan hun ouders. Tevens heeft hij enkele meisjes gedreigd hen in elkaar te slaan en een enkel meisje gedreigd dat hij naar haar toe zou komen om haar te verkrachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-000734-06

Uitspraak : 27 februari 2007

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Breda van

10 februari 2006 in de strafzaak met parketnummer 02-801435-05 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

wonende te [woonplaats], [adres] A.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende de verdachte zal veroordelen ten aanzien van het onder

1 en 2 primair ten laste gelegde tot 12 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk met 2 jaar proeftijd en bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de reclassering, ook indien dit inhoudt een ambulante behandeling in De Waag, met aftrek van het voorarrest, met niet-ontvankelijkverklaring van de vordering van de benadeelde partij

[benadeelde 2] en met toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van EUR 1.000,-, met toepassing van de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, met verklaring tot onttrekking aan het verkeer van alle gegevensdragers.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Het hof neemt hier uit het beroepen vonnis de weergave van de tenlastelegging over.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. hij op tijdstippen gelegen in de periode van 10 december 2003 tot en met 18 oktober 2005 te Beverwijk, meermalen afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten een (beeld- en/of film)file/(computer)bestand, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, telkens heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad, waarop het geslachtsdeel van een meisje, kennelijk jonger dan achttien jaar, nadrukkelijk in beeld is gebracht en waarop een meisje, kennelijk jonger

dan achttien jaar, haar vinger(s) of een voorwerp in haar vagina duwt/heeft, of haar vagina streelt of haar hand in (de voorzijde van) haar string heeft, van het plegen van welk(e) feit(en) hij, verdachte een gewoonte heeft gemaakt (foto's van: [slachtoffer 1] (geboren op [1988]), [slachtoffer 11] (geboren op [1989]), [slachtoffer 4] (geboren op [1990]), [slachtoffer 5] (geboren op [1990]), [slachtoffer 6] (geboren op [1990]), [slachtoffer 12] (geboren op [1991]), [slachtoffer 8] (geboren op [1990]), [benadeelde 1] (geboren op [1990]), [slachtoffer 9][slachtoffer 8] (geboren op

30 juli 1989), [slachtoffer 9] (geboren op [1992]), [slachtoffer 2] (geboren op [1989]) en [slachtoffer 3] (geboren op [1988])),

en

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 10 december 2003 tot en met 18 oktober 2005 te Beverwijk, in elk geval in Nederland, meermalen een afbeelding van seksuele gedragingen, te weten een (beeld- en/of film)file/(computer)bestand, bij welke vorenbedoelde afbeelding telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, telkens heeft verspreid, waarop het geslachtsdeel van een meisje, kennelijk jonger dan achttien jaar, nadrukkelijk in beeld is gebracht en waarop een meisje, kennelijk jonger dan achttien jaar, haar vinger(s) of een voorwerp in haar vagina duwt/heeft, of haar vagina streelt of haar hand in (de voorzijde van) haar string heeft, (foto's van: [slachtoffer 1] (geboren op [1988]), [slachtoffer 2] (geboren op [1989]) en [slachtoffer 3] (geboren op [1988]));

2. hij op tijdstippen gelegen in de periode van 1 december 2004 tot en met 18 oktober 2005 te Raamsdonksveer en/of Amsterdam en/of Beverwijk, althans in Nederland, door bedreiging met geweld of andere feitelijkheden [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] en [benadeelde 1] en [slachtoffer 9][slachtoffer 8] en [slachtoffer 10][slachtoffer 9] en [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen, bestaande uit het duwen van haar vinger(s) of een voorwerp in haar vagina of het betasten of tonen van haar schaamlippen of vagina of het tonen van haar borsten en bestaande die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheden uit:

* die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 7] en die [benadeelde 1] en die [slachtoffer 8] en die [slachtoffer 9] te dreigen (een) (kinder)(pornografische) afbeelding(en) van haar (via internet) te verspreiden/openbaar te maken en

* die [slachtoffer 5] en die [benadeelde 1] te dreigen dat hij haar in elkaar zal slaan en

* die [slachtoffer 6] te dreigen dat hij haar foto('s) aan haar ouders zou laten zien en

* die [slachtoffer 8] te dreigen dat hij naar haar toe zou komen om haar te verkrachten en

* die [slachtoffer 2] te dreigen aan haar vriend te onthullen dat zij was vreemdgegaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Meer in het bijzonder merkt het hof op dat voor het bewijs dat verdachte ook afbeeldingen van seksuele gedragingen van [slachtoffer 3] heeft verspreid (feit 1) het hof in aanmerking heeft genomen het aanvullend proces-verbaal van [verbalisant] en West Brabant/Zedenteam district 3, mutatienummer PL2050/05-093048, voor zover inhoudende:

* De verklaring van verdachte - zakelijk weergegeven - als volgt.

U noemt mij de naam [slachtoffer 3] en laat mij een foto zien van een meisje met daarnaast een stukje tekst uit een MSN gesprek. Ik zie aan de nickname van [MSN-naam], dat dit een naam is die ik gebruikte; ik herken deze naam.

* De aangifte van [slachtoffer 3], voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt.

Vóór mijn vijftiende verjaardag kwam ik via de MSN in aanraking met iemand die vertelde dat hij [verdachte] heette, 19 jaar was en uit Beverwijk kwam.

Mijn vriendin liet me bij haar thuis op haar computer een foto zien. Ik zag mezelf op die foto. Het is een foto die is gemaakt op het moment dat ik voor [verdachte] voor mijn webcam mijn hand in mijn string had gebracht. Ik zag ook mijn [MSN-naam], staan.

Het hof leidt hieruit af, alsmede uit de overeenkomstige modus operandi, dat verdachte ook van [slachtoffer 3] seksueel getinte afbeeldingen heeft verspreid.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het als eerste onder 1 bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 240b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

Het als tweede onder 1 bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 240b, eerste lid, juncto artikel 57, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Het onder 2 primair bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 246, juncto artikel 57, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straffen en maatregelen

Bij de bepaling van de op te leggen straffen is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Verdachte heeft zich gedurende een lange periode beziggehouden met - kort gezegd - het vervaardigen en verzamelen en enkele malen ook verspreiden van digitale foto- en filmbestanden, bevattende onder meer afbeeldingen van kinderporno, via het internet. Hij heeft veelvuldige en langdurige chatcontacten met een groot aantal minderjarige meisjes gehad, waarbij hij hun vertrouwen heeft gewonnen en er vervolgens voor heeft gezorgd dat die chatcontacten een seksuele lading kregen. Verdachte heeft meisjes ertoe overgehaald zich voor de webcam te ontkleden en seksuele handelingen te verrichten, waarvan hij ook, zonder dat zij het wisten, foto's en filmpjes maakte. Verdachte heeft vervolgens meisjes gedwongen verdergaande seksuele handelingen met zichzelf te verrichten onder dreiging van openbaarmaking van die eerder gemaakte foto's en onder bedreiging van mishandeling en verkrachting.

Verdachte heeft zich slechts laten leiden door zijn eigen belangen en in het geheel geen rekening gehouden met de gevoelens van deze meisjes.

Voorts heeft het hof bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat verdachte hulp heeft gezocht en mede daardoor enig inzicht heeft gekregen in de ernst van zijn handelen.

Met oplegging voorts van een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Gelet op hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep omtrent de persoon van verdachte is gebleken, acht het hof termen aanwezig om daarbij de bijzondere voorwaarde te stellen dat verdachte zich onder toezicht van de reclassering zal stellen en de inmiddels aangevangen therapie zal voortzetten.

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met betrekking tot welke het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Van hetgeen verder in beslag genomen en nog niet teruggegeven is, zal de teruggave aan de verdachte worden gelast.

Schadevergoeding

1. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof gebleken dat door verdachtes onder het als eerste onder 1 en het onder 2 primair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde 1] is toegebracht tot een bedrag van EUR 1.000,-, voor welke schade verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht te treffen als na te melden.

Benadeelde partij

1. De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 1.261,34 ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 1.000,-.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij

[benadeelde 1] als gevolg van verdachtes het als eerste onder 1 en het onder 2 primair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

2. De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 250,- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep niet toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van de niet toegewezen vordering.

Nu aan verdachte ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij [benadeelde 2] in haar vordering niet worden ontvangen, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 36b, 36c, 36f, 57, 63, 240b en 246 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder

1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het onder 1 en 2 primair bewezen verklaarde oplevert:

1. Een gewoonte maken van een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij

iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben.

en

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, meermalen gepleegd.

2. Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 8 (acht) maanden, niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal stellen onder het toezicht van de reclassering en zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, door deze instelling te geven in het reclasseringsbelang van verdachte, ook indien dit inhoudt een ambulante behandeling in De Waag of een soortgelijke instelling.

Geeft deze reclasseringsinstelling opdracht de verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van

240 (tweehonderd veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door

120 (honderd twintig) dagen hechtenis.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpen, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten:

- 2 harddisks, exclusief computer en

- 1 harddisk 82 Gb, exclusief computer.

Gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten:

- 1 computer, merkloos minitower,

- 1 computer waarvan zijpaneel ontbreekt, exclusief harde schijf,

- 2 compactdiscs, DVD, 1 DVD in doos, 1 losse DVD,

- 1 netwerkkaart.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van [benadeelde 1], wonende te [adres], [woonplaats] een bedrag te betalen van EUR 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] voor een bedrag van EUR 1.000,00 (duizend euro) toe.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd te betalen een bedrag van EUR 1.000,00 (duizend euro).

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 1], in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [benadeelde 1] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 2], in haar vordering niet-ontvankelijk.

Veroordeelt de benadeelde partij, [benadeelde 2], in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. J.W.J. Huige en mr. A. de Lange,

in tegenwoordigheid van mw. H. Van Zandbeek, griffier,

en op 27 februari 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.