Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2007:AZ8343

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-02-2007
Datum publicatie
14-02-2007
Zaaknummer
20-009624-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

art. 287 sr/art. 6 WVW 1994: Verdachte wordt vervolgd, omdat hij als bestuurder van een Nissan Patrol een aanrijding zou hebben veroorzaakt ten gevolge waarvan het slachtoffer, waarvan het stoffelijk overschot onmiddellijk na de aanrijding in de laadruimte van de Nissan werd aangetroffen, om het leven is gekomen. Na een veroordeling door de rechtbank wegens doodslag, spreekt het hof vrij van alle tenlastegelegde varianten van dit feit, omdat op grond van het deskundigenonderzoek onvoldoende zekerheid bestaat omtrent de doodsoorzaak van het slachtoffer. De bevindingen van de deskundigen wijzen erop dat de verwondingen van het slachtoffer niet tijdens de botsing tegen de bomen zijn ontstaan en dat het slachtoffer buiten de Nissan is overleden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-009624-05

Uitspraak: 14 februari 2007

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 6 juni 2005 in de strafzaak met parketnummer 01-049068-03 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep moet, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, worden begrepen als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste is gelegd. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de aan het onder 1 ten laste gelegde gerelateerde vordering van de benadeelde partij, de gezamenlijke nabestaanden van het slachtoffer [slachtoffer 1], toegewezen tot een bedrag van EUR 2.414,93.

In hoger beroep duurt de voeging van rechtswege voort voor zover de vordering is toegewezen.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep - binnen de grenzen van de vordering in eerste aanleg - opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

De vordering van de benadeelde partij in hoger beroep strekt derhalve tot betaling van

EUR 8.544,73.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende:

- de verdachte zal vrijspreken van hetgeen onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste is gelegd;

- de benadeelde partij voornoemd in haar vordering ter zake niet ontvankelijk zal verklaren;

- het onder 2 primair en onder 3, 4, 5 en 6 telkens subsidiair ten laste gelegde bewezen zal verklaren;

- de verdachte ter zake zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar;

- zal gelasten dat de in beslag genomen voorwerpen worden teruggegeven aan de verdachte.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - zal worden vernietigd, reeds omdat het hof, anders dan de eerste rechter, niet komt tot bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde. Daarnaast komt het hof voor wat betreft de feiten onder 5 en 6 tot een andere bewezenverklaring dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Voor zover in hoger beroep relevant is aan de verdachte - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd:

1.

dat hij op of omstreeks 21 april 2003 te Aalst, gemeente Zaltbommel, opzettelijk

[slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), welk motorrijtuig (welke auto) niet bestemd / ingericht was voor het vervoeren van personen in de laadbak (de voor goederen bestemde ruimte achterin die auto), over een weg gereden waar de

maximaal toegestane (dan wel door de beheerder / eigenaar van die weg voor-geschreven / geadviseerde) snelheid 5, althans 10 kilometer per uur bedroeg, terwijl hij (in aanmerkelijke mate) onder invloed van alcohol (en / of van (een) andere stof(fen) waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen) verkeerde en / of met een snelheid van (ongeveer) 75 kilometer per uur, althans met een zeer hoge snelheid, althans met een (veel, althans aanzienlijk) hogere snelheid dan ter plaatse is toegestaan (althans voorgeschreven), althans met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse is gerechtvaardigd met het oog op een veilige verkeersafwikkeling (althans, met het oog op de aard en vorm van de aldaar aangelegde weg(en) en omgeving), terwijl genoemde [slachtoffer 1] zich in de laadbak / de voor goederen bestemde ruimte achterin de door verdachte bestuurde auto bevond, en heeft hij (vervolgens), terwijl het weggedeelte dat hij naderde een (scherpe) bocht naar rechts maakte, met dat motorrijtuig (krachtig) geremd en / of is hij de controle over dat motorrijtuig kwijtgeraakt en / of is hij met dat door hem bestuurde motorrijtuig tegen één of twee (gezien zijn, verdachtes, rijrichting:) links naast die weg staande bomen gereden, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] (die zich in de voor goederen bestemde ruimte achterin de auto bevond) is overleden,

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat hij op of omstreeks 21 april 2003 te Aalst, gemeente Zaltbommel, als verkeers-deelnemer), namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), welk motorrijtuig (welke auto) niet bestemd was / ingericht was voor het vervoeren van personen in de laadbak (de voor goederen bestemde ruimte achterin die auto), daarmede rijdende over de weg, te weten een weg die deel uitmaakt van en / of gelegen is op campingterrein De Rietschoof (welk terrein is gelegen aan de Maasdijk aldaar), op welke weg de maximaal toegestane (dan wel door de beheerder / eigenaar van die weg voorgeschreven / geadviseerde) snelheid 5, althans 10 kilometer per uur bedroeg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en / of onoplettend, dat voertuig over genoemde weg te besturen, terwijl hij (in aanmerkelijke mate) onder invloed van alcoholhoudende drank (en / of van (een) andere stof(fen) waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten dat het gebruik daarvan - al dan

niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen) verkeerde, met een snelheid van (ongeveer) 75 kilometer per uur, althans met een zeer hoge snelheid, althans met een (veel, althans aanzienlijk) hogere snelheid dan ter plaatse is toegestaan (althans voorgeschreven), althans met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse is gerechtvaardigd met het oog op een veilige verkeers-afwikkeling (althans, met het oog op de aard en vorm van de aldaar aangelegde weg(en) en omgeving), terwijl zich in de laadbak / de voor goederen bestemde ruimte achterin de door verdachte bestuurde auto een persoon bevond, te weten [slachtoffer 1], en (vervolgens), terwijl het weggedeelte dat hij naderde een (scherpe) bocht naar rechts maakte, met dat motorrijtuig (krachtig) te remmen en / of de controle over dat motorrijtuig kwijt te raken en / of met dat door hem bestuurde motorrijtuig tegen één of twee (gezien zijn, verdachtes, rijrichting:) links naast die weg staande bomen te rijden, waardoor een

botsing / aanrijding is ontstaan tussen het door hem bestuurde motorrijtuig en die bo(o)m(en), waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] (die zich in de voor goederen bestemde ruimte achterin de auto bevond)) werd gedood,

terwijl hij (verdachte) verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid van genoemde wet en terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij (verdachte) een krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden,

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat hij op of omstreeks 21 april 2003 te Aalst, gemeente Zaltbommel, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en / of onachtzaam en / of nalatig als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), welk motorrijtuig (welke auto) niet bestemd / ingericht was voor het vervoeren van personen in de laadbak (de voor goederen bestemde ruimte achterin die auto), daarmede rijdende over een weg die deel uitmaakt van en / of gelegen is op campingterrein De Rietschoof (welk terrein is gelegen aan de Maasdijk aldaar), op welke weg de maximaal toegestane (dan wel door de beheerder / eigenaar van die weg voorgeschreven / geadviseerde) snelheid 5, althans 10 kilometer per uur bedroeg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten (verkeers-) ongeval heeft plaatsgevonden, immers heeft verdachte dat voertuig over genoemde weg bestuurd, terwijl hij (in aanmerkelijke mate) onder invloed van alcoholhoudende drank (en / of van (een) andere stof(fen) waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten dat het gebruik daarvan – al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof –

de rijvaardigheid kon verminderen) verkeerde, met een snelheid van (ongeveer)

75 kilometer per uur, althans met een zeer hoge snelheid, althans met een (veel, althans aanzienlijk) hogere snelheid dan ter plaatse is toegestaan (althans voorgeschreven), althans met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse is gerechtvaardigd met het oog op een veilige verkeersafwikkeling (althans, met het oog op de aard en vorm van de aldaar aangelegde weg(en) en omgeving), terwijl zich in de laadbak / de voor goederen bestemde ruimte achterin de door verdachte bestuurde auto een persoon bevond (te weten [slachtoffer 1]) en is hij (vervolgens), terwijl het weggedeelte dat hij naderde een (scherpe) bocht naar rechts maakte, met dat motorrijtuig (krachtig) gaan remmen en / of (daardoor) de controle over dat motorrijtuig kwijt geraakt en / of is hij met dat door hem bestuurde motorrijtuig tegen één of twee (gezien zijn, verdachtes, rijrichting:) links naast die weg staande bomen gereden, waardoor een botsing / aanrijding is ontstaan tussen het door hem bestuurde motorrijtuig en die bo(o)m(en), door welk ongeval [slachtoffer 1] (die zich in de voor goederen bestemde ruimte achterin de auto bevond) werd gedood, waardoor het aan zijn, verdachtes, schuld te wijten is geweest dat een ander, [slachtoffer 1], is overleden;

2.

dat hij in of omstreeks de periode van 30 maart 2003 tot en met 31 maart 2003 te Zaltbommel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een bouwmarkt heeft weggenomen diverse (tuin)houtsoorten en / of tuinartikelen (ter waarde van ongeveer 5.599,66 Euro), waaronder vlonderplanken en / of schuttingen en / of tuinhekken en / of (tuin)vazen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik

heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking, te weten door het forceren van een (of meer) hek(ken) (op het terrein van het aangrenzende pand van[ander bedrijf] en / of op het terrein van [slachtoffer 2]) en / of inklimming,

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat hij in of omstreeks de periode van 30 maart 2003 tot en met 22 mei 2003 te Zaltbommel en / of Kerkwijk en / of Aalst, in elk geval in Nederland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, diverse (tuin)houtsoorten

en / of tuinartikelen (ter waarde van ongeveer 5.599,66 Euro), waaronder vlonder-planken en / of schuttingen en / of tuinhekken en / of (tuin) vazen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en / of heeft overgedragen, terwijl hij en / of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die (tuin)houtsoorten en / of tuinartikelen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

dat hij in of omstreeks de periode van 26 maart 2003 tot en met 27 maart 2003 te Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een transportbedrijf heeft weggenomen een hoeveelheid (van ongeveer 40) beeldschermen en / of een hoeveelheid (van ongeveer vier pallets met in totaal ongeveer 1829 stuks) scheerapparaten (merk Braun) en / of een hoeveelheid (van ongeveer 447) elektrische tandenborstels (merk Braun), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en / of [slachtoffer 8] en / of [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking, te weten door het forceren van een (of meer) slot(en) en / of deur(en) en / of inklimming,

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat hij in of omstreeks de periode van 26 maart 2003 tot en met 8 april 2003 te Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg, en / of Kerkwijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen een hoeveelheid (van ongeveer 40) beeldschermen en / of een hoeveelheid (van ongeveer

4 pallets met in totaal ongeveer 1829 stuks) scheerapparaten (merk Braun) en / of een hoeveelheid (van ongeveer 447) elektrische tandenborstels (merk Braun) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en / of heeft overgedragen, terwijl hij en / of zijn

mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die beeldschermen en / of scheerapparaten en / of tandenborstels wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij in of omstreeks de periode van 26 maart 2003 tot en met 27 maart 2003 te Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in / uit / vanaf een bedrijfsterrein heeft weggenomen een bedrijfsauto (Mitsubishi Canter, kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en /of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking te weten door het forceren (van een slot) van een hek van dat bedrijfsterrein en / of het forceren van een (contact)slot van die bedrijfsauto en / of inklimming,

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat hij in of omstreeks de periode van 26 maart 2003 tot en met 2 april 2003 te Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg, en / of Kerkwijk en / of Zaltbommel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een bedrijfsauto (Mitsubishi Canter, kenteken [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en / of heeft overgedragen, terwijl hij en / of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die bedrijfsauto wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

5.

dat hij op of omstreeks 30 mei 2002 te 's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een bedrijf van [slachtoffer 5] heeft weggenomen een hoeveelheid (van ongeveer 1000) (zonne)brillen (van de merken Bollé en / of Serengeti en / of Fossil en / of Celine Dion en / of Caroline Herrer) en / of een hoeveelheid (van ongeveer 65) verrekijkers (van het merk Bushnell), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking te weten door het forceren van (een slot van) een hek en / of een raam en / of een (archiefbrand)kast van dat bedrijf en / of inklimming,

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat hij in of omstreeks de periode tussen 30 mei 2002 en 22 mei 2003, althans de periode tussen 30 mei 2002 en 21 april 2003, te Aalst, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een hoeveelheid (van ongeveer 17) (zonne)brillen (van de merken Bollé en / of Serengeti en / of Fossil en / of Celine Dion) en / of een hoeveelheid (van ongeveer 7) verrekijkers (van het merk Bushnell

en / of Trophy en / of Paralux) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en / of heeft

overgedragen, terwijl hij en / of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die zonnebrillen en / of verrekijkers wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

6.

dat hij in of omstreeks de periode van 15 mei 2002 tot en met 23 mei 2002 te

Nuenen, gemeente Nuenen ca, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een bedrijf van [slachtoffer 6] heeft weggenomen zeven, althans een of meer lamp(en) en / of een boormachine en / of een schroefboormachine en / of een gereedschapskoffer (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking te weten door het forceren van een (rol)deur van dat bedrijf en / of inklimming,

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat hij in of omstreeks de periode tussen 15 mei 2002 en 22 mei 2003, althans de periode tussen 15 mei 2002 en 21 april 2003, te Aalst, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zes, althans een of meer lamp(en) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en / of heeft overgedragen, terwijl hij en / of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die lamp(en) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Met de advocaat-generaal en de verdediging heeft het hof uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen, dat de verdachte het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Buiten redelijke twijfel staat vast dat de verdachte op 21 april 2003 op het terrein van camping “De Rietschoof” te Aalst als bestuurder van een personenauto, Nissan Patrol, met hoge snelheid met die personenauto tegen twee links van de weg staande bomen is gereden. Als vaststaand moet voorts worden aangenomen dat [passagier] op het moment van de botsing/aanrijding van de door de verdachte bestuurde Nissan Patrol tegen die bomen op de bijrijdersplaats naast de verdachte zat.

Onmiddellijk na het ongeval bleek dat zich in de laadbak van genoemde Nissan Patrol nog een derde persoon bevond. Deze persoon, [slachtoffer 1], was overleden.

Op het lichaam van [slachtoffer 1] is op 14 mei 2003 sectie verricht door dr. R. Visser, arts-patholoog bij het Nederlands Forensisch Instituut te Rijswijk. Daarbij is onder meer gebleken dat er zeer ernstige, niet met het leven verenigbare letsels aanwezig waren, te weten een verbrijzeld hoofd en andere ernstige letsels, waaronder als belangrijkste een breuk van de wervelkolom, ribbreuken, een scheur van de milt en een totale dwarse verscheuring van de lichaamsslagader (op het overgangsgebied tussen het hart en het afdalende deel van de lichaamsslagader). Tevens bleek bij de sectie dat de letsels met bloeduitstortingen waren omgeven en dat er bloed was in de borstholten, de buikholte en in het hartzakje, waaruit de arts-patholoog concludeerde dat de letsels bij leven zijn opgeleverd.

In alle hiervoor onder 1 vermelde delictsvarianten is de steller van de tenlastelegging uitgegaan van het scenario dat [slachtoffer 1] het bij hem geconstateerde letsel heeft opgelopen bij de aanrijding/botsing van de door de verdachte bestuurde personenauto met de twee bomen en dat [slachtoffer 1] ten gevolge van dat letsel is komen te overlijden. Deze vooronderstelling brengt mee dat [slachtoffer 1] op het moment van die aanrijding/botsing nog in leven moet zijn geweest.

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat dat inderdaad het geval was. Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Op 25 januari 2007 heeft de deskundige drs. S.J.M. Eikelenboom-Schieveld, forensisch geneeskundige, gerapporteerd omtrent haar bevindingen en conclusies betreffende de door haar op verzoek van de advocaat-generaal – mede op initiatief van de nabestaanden van

[slachtoffer 1] – verrichte contra-expertise op forensisch-medisch gebied, waarbij de nadruk was gelegen op de vraag of [slachtoffer 1] was overleden ten gevolge van de botsing/aanrijding of dat hij op andere wijze en/of op een eerder tijdstip om het leven was gekomen. De deskundige Eikelenboom-Schieveld heeft deze vragen in haar rapport verwoord in de volgende hypothesen:

1. de verwondingen bij [slachtoffer 1] zijn ontstaan tijdens de botsing van de Nissan met de twee bomen, terwijl [slachtoffer 1] levend achterin zat;

2. de verwondingen bij [slachtoffer 1] zijn niet ontstaan bij genoemde botsing;

3. [slachtoffer 1] is overleden in de Nissan;

4. [slachtoffer 1] is overleden buiten de Nissan.

De rapportage van de deskundige en de door haar ter terechtzitting in hoger beroep verstrekte toelichting daarop houden, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in:

Uit het sectieverslag komen twee letsels naar voren die in korte tijd dodelijk zijn: (a) de totale dwarse verscheuring van de lichaamsslagader en (b) de verbrijzeling van het hoofd.

Ad a. De afscheuring van de lichaamsslagader leidt binnen enkele minuten tot de dood door verbloeding. Bij [slachtoffer 1] zou de verbloeding grotendeels inwendig kunnen hebben plaatsgevonden: behalve de hoofdverwondingen zijn er geen grote letsels die veel uitwendig bloedverlies zouden hebben gegeven. Uit het sectieverslag blijkt echter in de borstholte links ongeveer 100 cc en rechts circa 150 cc ingedikt bloed aanwezig te zijn; in de buikholte wordt maximaal 20 tot 30 cc bloed aangetroffen. Deze hoeveelheden bloed kunnen het overlijden niet verklaren.

Uit de hoofdverwondingen is evenmin veel bloedverlies opgetreden, gegeven de bevindingen dat er op het T-shirt van [slachtoffer 1] slechts kleine hoeveelheden bloed worden gezien en in het achtergedeelte van de Nissan op de foto’s geen bloed herkenbaar is. Op het T-shirt ontbreken passieve druppels bloed (bloeddruppels die onder invloed van de zwaartekracht uit verwondingen sijpelen) en bloedspatten. Deze bloedspoorpatronen liggen bij hoofdletsel, zoals bij [slachtoffer 1], wel in de lijn der verwachting.

Ad b. Het potentiële dodelijke letsel aan het hoofd van [slachtoffer 1] is een “crush-verwonding”. Een dergelijke verwonding ontstaat wanneer van twee kanten druk op weefsel wordt uitgeoefend, bijvoorbeeld comprimerend (samendrukkend) geweld aan de ene kant en een harde ondergrond aan de andere kant. Daardoor kunnen onder andere uitgebreide bloeduitstortingen, scheuring van de huid en breuken ontstaan.

Op een schaal van ‘minimaal - gering - fors - extreem’ is het op de schedel van [slachtoffer 1] uitgeoefende geweld, de verwondingen bij [slachtoffer 1] in ogenschouw nemend, extreem geweest.

Als mogelijke oorzaak voor de letsels is aangevoerd – er van uitgaande dat [slachtoffer 1] achterin de Nissan zat toen die met hoge snelheid twee bomen ramde – dat allerlei los in de laadbak liggend materiaal door de auto heen geslingerd zou zijn en [slachtoffer 1] zou hebben geraakt en verwond. Noch de overdracht van kinetische energie tijdens de botsing met de bomen, noch rondvliegend materiaal is voldoende om deze letsels aan het hoofd te verklaren.

De bevindingen van de deskundige Eikelenboom-Schieveld leiden haar tot de volgende, in haar rapport neergelegde en ter terechtzitting in hoger beroep nader toegelichte en onderbouwde conclusies:

Wanneer het slachtoffer [slachtoffer 1] was overleden aan de verbloeding door het afscheuren van de lichaamsslagader, was er door de hartactie, die nog enige tijd na de afscheuring doorgaat, in- en uitwendig bloedverlies geweest. Het overlijden had dan binnen minuten plaatsgevonden. Deze aanname wordt niet ondersteund door de technische bevindingen: er is niet voldoende bloed in de lichaamsholten aangetroffen en er is nauwelijks bloed op de kleding van [slachtoffer 1] of in de Nissan. Bovendien ontbreken passieve druppels en bloedspatten op de kleding van [slachtoffer 1]. De op de kleding van [slachtoffer 1] zichtbare bloedvegen kunnen zijn ontstaan door het manipuleren van [slachtoffer 1] na diens overlijden. Het bloedsporenbeeld in zijn geheel genomen wijst erop dat [slachtoffer 1] niet aan verbloeding is komen te overlijden.

Dit betekent dat het hersenletsel de dood heeft veroorzaakt. Ook na het intreden van de hersendood kan het hart nog korte tijd op eigen kracht blijven kloppen. Uit de beperkte in- en uitwendige bloedingen kan worden geconcludeerd dat deze autonome hartactie bij [slachtoffer 1] maar zeer kort heeft geduurd. Waarschijnlijk was sprake van “one event”, in die zin dat het ontstaan van het schedel-/hersenletsel en het stoppen van de autonome hartactie in de tijd nagenoeg samenvielen. Waarschijnlijk heeft het hart tijdens de inwerking van het geweld ook schade opgelopen: de patholoog beschrijft in het sectieverslag dat er bloed in het hartzakje is aangetroffen. De beperkte hoeveelheid bloed op het T-shirt van [slachtoffer 1], het ontbreken van duidelijke bloedsporen in de achterzijde van de Nissan, het geringe inwendige bloedverlies en de ernst van het hersen-/schedelletsel en de schade aan het hart ondersteunen de hypothese dat [slachtoffer 1] buiten de Nissan is overleden.

Gerelateerd aan de hiervoor vermelde hypothesen, concludeert de deskundige Eikelenboom-Schieveld binnen de context van de zaak, op basis van het dossier, de foto’s en de technische bevindingen:

1. dat er geen steun is voor de hypothese dat de verwondingen bij het slachtoffer [slachtoffer 1] zijn ontstaan tijdens de botsing van de Nissan met de twee bomen, terwijl [slachtoffer 1] levend achterin zat;

2. dat er veel steun is voor de hypothese dat de verwondingen van [slachtoffer 1] niet tijdens genoemde botsing zijn ontstaan;

3. dat er geen steun is voor de hypothese dat het slachtoffer [slachtoffer 1] is overleden in de Nissan;

4. dat er veel steun is voor de hypothese dat het slachtoffer [slachtoffer 1] is overleden buiten de Nissan.

Reeds gelet op bovenstaande bevindingen en conclusies van de deskundige Eikelenboom-Schieveld bestaat naar het oordeel van het hof onvoldoende zekerheid dat de botsing/aanrijding van de door de verdachte bestuurde Nissan Patrol tegen de twee bomen de dood van [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad.

Bij de waardering van de bevindingen en conclusies van de deskundige Eikelenboom-Schieveld heeft het hof in aanmerking genomen dat deze in aanzienlijke mate blijken te corresponderen met de bij verschillende getuigen bestaande twijfels met betrekking tot de waarschijnlijkheid dat de botsing/aanrijding tegen de bomen de dood van [slachtoffer 1] veroorzaakt heeft.

Op grond van de verklaring die [getuige 1], de zus van het slachtoffer [slachtoffer 1], op 23 april 2003 ten overstaan van de politie heeft afgelegd, moet immers worden aangenomen dat zij het volstrekt onwaarschijnlijk achtte dat haar broer uit eigen beweging bij de verdachte en [passagier] in de auto zou hebben plaatsgenomen. Volgens genoemde [getuige 1] kende [slachtoffer 1] de verdachte en [passagier] niet en ging hij niet met hen om. Op de avond voor zijn overlijden had hij zelfs nog aan zijn zus gevraagd of “die gekken” (met wie hij de verdachte en een andere man uit Den Bosch - [passagier] komt uit Den Bosch - bedoeld had) al weg waren, waarbij hij had gezegd dat zij boos worden als je niet met hen meegaat. Bovendien was [slachtoffer 1] volgens zijn zus een ‘Pietje Precies’ met betrekking tot zijn kleding, op grond waarvan zij zich afvroeg wat hij dan achterin de Nissan Patrol, waar allerlei troep lag, deed.

Ook verbalisant [verbalisant] heeft van meet af aan getwijfeld of de dood van [slachtoffer 1] door de aanrijding/botsing tegen de bomen veroorzaakt is. Volgens verbalisant [verbalisant], die als ongevallenanalist bij de verkeerspolitie grote ervaring heeft opgedaan met letsels van slachtoffers van verkeersongevallen, zijn diens twijfels in het bijzonder gebaseerd op het gegeven dat hij in de laadbak van de Nissan Patrol slechts een geringe hoeveelheid bloed had aangetroffen, welke hoeveelheid naar zijn mening niet in overeenstemming was met de aard en de ernst van de verwondingen die hij aan het hoofd van het slachtoffer [slachtoffer 1] had waar-genomen, indien aangenomen wordt dat die verwondingen bij die aanrijding/botsing veroorzaakt waren.

Daar komt nog bij dat het hof, anders dan de eerste rechter, aan de door de getuige[getuige 2] op 21 april 2003 ten overstaan van de politie afgelegde verklaring niet het bewijs ontleent, dat het slachtoffer [slachtoffer 1], kort voordat de Nissan Patrol tegen de bomen reed, ter hoogte van de stacaravan van [passagier] (standplaats [XXX]) in de auto was gestapt. Voor zover relevant merkt het hof hier op dat uit bedoelde verklaring afgeleid kan worden dat de getuige in totaal drie personen had gezien. Van deze personen beschreef [getuige 2] er één als de bestuurder van de Nissan Patrol; deze persoon droeg een rood T-shirt en hij was niet uit de Nissan Patrol gestapt. Eén van beide andere mannen herkende [getuige 2] als haar “overbuurman” [passagier]. In aanmerking nemend dat ten tijde van de botsing/aanrijding met de bomen in totaal drie personen in de Nissan Patrol aanwezig waren, heeft de eerste rechter kennelijk aangenomen - en kunnen aannemen - dat de derde persoon, die [getuige 2] in haar hiervoor bedoelde verklaring had beschreven (degene die uit de Nissan Patrol was gestapt, in de richting van de stacaravan van [passagier] en weer terug naar de Nissan Patrol was gelopen en vervolgens achterin de Nissan Patrol was ingestapt) het slachtoffer

[slachtoffer 1] was.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de getuige [getuige 2]echter verklaard zich niet

te kunnen herinneren dat zij in totaal drie mannen gezien zou hebben, zoals uit haar eerdere verklaring kan worden afgeleid. Stellig heeft [getuige 2] ter terechtzitting verklaard dat zij niet meer dan twee mannen heeft gezien, van wie er één - de bestuurder - in de Nissan Patrol zat en de andere man vanuit de richting van de stacaravan van [passagier] naar de Nissan Patrol liep en instapte, waarna de Nissan Patrol wegreed.

In zoverre komt de verklaring van de getuige [getuige 2] overeen met de verklaring die haar echtgenoot [getuige 3] ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd, inhoudende dat hij heeft gezien dat de Nissan Patrol ter hoogte van de stacaravan van [passagier] stopte en dat vervolgens één man – [passagier] – aan de rechterzijde in de Nissan Patrol stapte.

Met betrekking tot de door de getuige [getuige 2] ten overstaan van de politie afgelegde verklaring overweegt het hof voorts nog dat deze verklaring het hof niet overtuigend voorkomt, aangezien [getuige 2] destijds heeft verklaard te hebben waargenomen dat de “derde” persoon (niet zijnde [passagier], die voorin naast de bestuurder ging zitten) via het zijportier achterin de Nissan Patrol plaatsnam, terwijl uit het technisch onderzoek van de politie is gebleken dat de achterste portieren aan de zijkanten van de Nissan Patrol blijvend onbruikbaar waren gemaakt.

Resumerend is het hof, op grond van het vorenstaande, van oordeel, dat omtrent het in de onder 1 ten laste gelegde delictsvarianten omschreven scenario onvoldoende zekerheid bestaat, zodat niet kan worden bewezen dat [slachtoffer 1] is komen te overlijden ten gevolge van de aanrijding/botsing van de door de verdachte bestuurde personenauto tegen de twee bomen. De verdachte moet derhalve van het onder 1 ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Evenals de eerste rechter en de advocaat-generaal acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair en het onder 3, 4, 5 en 6 telkens subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

2.

dat hij in de periode van 30 maart 2003 tot en met 31 maart 2003 te Zaltbommel tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een bouwmarkt heeft weggenomen diverse (tuin)houtsoorten en tuinartikelen (ter waarde van ongeveer 5.599,66 Euro), waaronder vlonderplanken en schuttingen en tuinhekken en (tuin)vazen, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, te weten door het forceren van hekken (op het terrein van het aangrenzende pand van [ander bedrijf] en op het terrein van [slachtoffer 2]);

3.

dat hij in de periode van 26 maart 2003 tot en met 8 april 2003 te Kerkwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een hoeveelheid (van ongeveer 40) beeld-schermen en een hoeveelheid (van ongeveer 4 pallets met in totaal ongeveer 1829 stuks) scheerapparaten (merk Braun) en een hoeveelheid (van ongeveer 447) elektrische tandenborstels (merk Braun) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn

mededader(s) ten tijde van het voorhanden krijgen van die beeldschermen en scheer-apparaten en tandenborstels wisten, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

4.

dat hij in de periode van 26 maart 2003 tot en met 2 april 2003 te Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg, en / of Kerkwijk en / of Zaltbommel, een bedrijfsauto (Mitsubishi Canter, kenteken [kenteken]) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde

van het voorhanden krijgen van die bedrijfsauto redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5.

dat hij in de periode tussen 30 mei 2002 en 22 mei 2003 te Aalst, tezamen en in vereniging met een ander, een hoeveelheid (zonne)brillen (van de merken Bollé en Serengeti en Fossil en Celine Dion) en een hoeveelheid verrekijkers (van de merken Bushnell en Trophy) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van die zonnebrillen en verrekijkers wisten, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

6.

dat hij in de periode tussen 15 mei 2002 en 22 mei 2003 te Aalst, tezamen en in vereniging met een ander, zes lampen voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van die lampen wisten, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde onder 2 is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 311 (oud), eerste lid, aanhef en onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht, in verband met artikel 310 van dat wetboek.

Het bewezen verklaarde onder 3, 5 en 6 is telkens voorzien en strafbaar gesteld bij artikel

416, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht, in verband met het bepaalde in artikel 47, eerste lid, aanhef en onder 1º, van dat wetboek.

Het bewezen verklaarde onder 4 is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 417bis, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Hetgeen bewezen is verklaard wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straffen

De eerste rechter heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren ter zake van de onder 1 primair ten laste gelegde en bewezen verklaarde doodslag en de onder 2 primair en 3, 4, 5 en 6 telkens subsidiair ten laste gelegde en bewezenverklaarde vermogensdelicten.

De advocaat-generaal heeft gevorderd de verdachte ter zake van de onder 2 primair en 3, 4, 5 en 6, telkens subsidiair, bewezen te verklaren feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van één jaar.

Van de zijde van de verdachte is bepleit, ervan uitgaande dat de verdachte overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal vrijgesproken zal worden van hetgeen onder 1 ten laste is gelegd, hem ten hoogste een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf op te leggen.

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Bij de straftoemeting heeft het hof in het bijzonder rekening gehouden met het gegeven dat de verdachte gedurende een relatief lange periode uit puur winstbejag een groot aantal strafbare feiten heeft gepleegd, waarbij hij zich aan de belangen van de benadeelden niets gelegen heeft laten liggen.

Anderzijds neemt het hof bij de straftoemeting ten gunste van de verdachte in aanmerking dat hij ter zake soortgelijke strafbare feiten nog niet eerder was veroordeeld en dat sedert de bewezen verklaarde feiten hebben plaatsgevonden inmiddels geruime tijd is verstreken.

Alles afwegend, zal het hof aan de verdachte een taakstraf opleggen, bestaande uit het verrichten van een werkstraf voor het hieronder te vermelden aantal uren.

Met oplegging daarnaast van een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Het hof zal van hetgeen in beslag genomen en nog niet teruggegeven is, de teruggave aan de verdachte gelasten.

Schadevergoeding

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde levensdelict heeft de benadeelde partij, de gezamenlijke nabestaanden van het slachtoffer [slachtoffer 1], in eerste aanleg een vordering ingediend, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 8.544,73.

Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 2.414,93.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering. De vordering van de benadeelde partij in hoger beroep strekt derhalve opnieuw tot betaling van EUR 8.544,73.

Nu aan verdachte ter zake van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde handelen, waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij in haar vordering niet worden ontvangen.

Het hof zal de benadeelde partij als de in het ongelijk gestelde partij verwijzen in de kosten van het geding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a (oud), 14b (oud), 14c, 22c (oud), 22d,

47, 57, 63, 310, 311 (oud), 416 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen -

en doet in zoverre opnieuw recht;

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het

onder 2 primair, 3 subsidiair, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

- ten aanzien van het feit onder 2:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

- ten aanzien van de feiten onder 3, 5 en 6 telkens:

Medeplegen van opzetheling.

- ten aanzien van het feit onder 4:

Schuldheling.

verklaart verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van

180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten:

1. 1.00 STK Kleurentelevisie Kl: zilver

PHILIPS SMG7.1E H03.W1.00

2. 1.00 STK Antenne Kl: zwart

STRONG SRT8000H H03.W1.00

3. 1.00 STK Videorecorder Kl: zilver

SHARP VC-M31GM(S H03.W1.00

4. 1.00 STK Afstandsbediening Kl: zwart

SRONG H03.W1.00

5. 1.00 STK Afstandsbediening Kl: zilver

PHILIPS matchline H03.W1.00

6. 1.00 PR Schoeisel Kl: grijs

NIKE crosstrain H03.S1.00

7. 1.00 PR Schoeisel Kl: grijs

NIKE all track H03.S1.00

8. 1.00 PR Schoeisel Kl: bruin

leder H03.S1.00

9. 1.00 PR Schoeisel Kl: zwart

PRADA D0700 H03.S1.00

13. 1.00 STK Toiletartikel

MILANO ring H03.S1.01

handdoekring

14. 2.00 STK Toiletartikel

MILANO haak H03.S1.01

handdoekhaak

15. 1.00 STK Toiletartikel

MILANO houder H03.S1.01

handdoekhouder

16. 2.00 STK Spiegel

MILANO houder H03.S1.01

spiegelhouder

17. 2.00 STK Toiletartikel

MILANO H03.S1.01

closetrolhouder

18. 1.00 STK Toiletartikel

MILANO H03.S1.01

glashouder

19. 1.00 STK Toiletartikel

TIGER torino H03.S1.01

zeepbak

20. 1.00 STK Zeepautomaat

TIGER torino H03.S1.01

zeepdispenser

21. 1.00 STK Telefoonkaart

H03.K1.K1

22. 1.00 STK Muts Kl: zwart

bivak H03.K1.K2

23. 1.00 PR Handschoen Kl: zwart

H03.K1.K2

24 1.00 STK Zaklantaarn Kl: zwart

H03.K1.K2

27 1.00 STK Gereedschap

DIVERSEN H03.K1.01

28 1.00 STK Slot

MERCEDES stuurslot H03.K1.01

29 2.00 STK Grill

TEFAL H03.K1.01;

verklaart de benadeelde partij, de gezamenlijke nabestaanden van het slachtoffer

[slachtoffer 1], in haar vordering niet-ontvankelijk;

veroordeelt de benadeelde partij voornoemd in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. J.M.W.M. van den Elzen, voorzitter,

mr. N.J.L.M. Tuijn en mr. W.E.C.A. Valkenburg,

in tegenwoordigheid van dhr. J.M.A.W. Koningstein, griffier,

en op 14 februari 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.