Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2007:AZ8339

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-02-2007
Datum publicatie
13-02-2007
Zaaknummer
C0500565-BR
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Probleemgokker spreekt Holland Casino aan wegens geleden verliezen in de periode van december 2002 tot en met april 2003. Het hof komt op grond van de in de uitspraak genoemde omstandigheden tot de slotsom dat een toerekenbare tekortkoming of een onrechtmatige daad van Holland Casino in de periode van december 2002 tot en met april 2003 niet is komen vast te staan. Het hof is daarom, evenals de rechtbank, van oordeel dat de vordering moet worden afgewezen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 74
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2007, 402
JA 2007/66
JIN 2007/176
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. JD

rolnr. C0500565/BR

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

tweede kamer, van 13 februari 2007,

gewezen in de zaak van:

[APPELLANT],

wonende te [plaats],

appellant,

procureur: mr.drs. J.P. de Man,

tegen:

de stichting NATIONALE STICHTING TOT EXPLOITATIE VAN

CASINOSPELEN IN NEDERLAND,

gevestigd te 's-Gravenhage,

mede handelend onder de naam HOLLAND CASINO BREDA, en als zodanig kantoorhoudende te Breda,

geïntimeerde,

procureur: mr. J.E. Lenglet,

als vervolg op het door het hof in deze zaak gewezen incidenteel arrest van 14 februari 2006.

5. Het incidenteel arrest van 14 februari 2006

Bij genoemd arrest is een comparitie van partijen gelast en is iedere verdere beslissing aangehouden.

6. Het verdere verloop van de procedure

De comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 1 mei 2006. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat zich in afschrift bij de gedingstukken bevindt.

Holland Casino heeft een akte na comparitie genomen, en daarbij één productie overgelegd.

[appellant] heeft een antwoordakte na comparitie genomen, en daarbij zeven producties (genummerd 7 tot en met 13) overgelegd.

De partijen hebben hun standpunten ter zitting van 19 december 2006 doen bepleiten door hun advocaten, aan de hand van door deze advocaten overgelegde pleitnotities.

Vervolgens hebben de partijen de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

In het procesdossier van Holland Casino ontbreken de bij de inleidende dagvaarding behorende vijf producties. Bij gelegenheid van het pleidooi heeft de advocaat van Holland Casino verklaard dat de betreffende producties wel bekend zijn bij Holland Casino en dat de producties door het hof bij de beoordeling kunnen worden betrokken. Het hof heeft van de betreffende producties kennis genomen uit het procesdossier van [appellant].

7. De beoordeling in de hoofdzaak

7.1.1. Bij voormeld incidenteel arrest heeft het hof, naar aanleiding van de in dat arrest omschreven incidentele vordering van Holland Casino, een comparitie van partijen gelast teneinde Holland Casino en de door het hof benoemde raadsheer-commissaris in de gelegenheid te stellen de geluidsopname van het telefoongesprek, waarvan [appellant] als productie 1 bij de memorie van grieven een transcriptie heeft overgelegd, te beluisteren.

7.1.2. Bij gelegenheid van de comparitie is de geluidsopname beluisterd. Het hof zal in het navolgende nog ingaan op het betreffende telefoongesprek.

7.2. In het incidenteel arrest is nog geen weergave opgenomen van de tussen de partijen vaststaande feiten. Het hof stelt thans - op hoofdlijnen - de volgende feiten vast:

a) Holland Casino exploiteert in Nederland casino's.

b) In de op de Wet op de kansspelen gebaseerde "Beschikking Casinospelen 1996" (hierna: BC 1996) zijn regels gesteld waaraan Holland Casino moet voldoen.

In artikel 10 van de BC 1996 is onder meer bepaald dat Holland Casino een huisreglement moet opstellen.

In artikel 12 aanhef en onder b van de BC 1996 is bepaald dat Holland Casino de toegang moet weigeren aan "personen uit wier gedragingen of uitlatingen redelijkerwijs valt op te maken dat zij een in een zodanige toestand verkeren dat zij hun wil niet in vrijheid kunnen bepalen".

c) Holland Casino heeft een huisreglement opgesteld zoals bedoeld in artikel 10 van de BC 1996.

Artikel 11 van dit huisreglement bepaalt onder meer:

"1. Holland Casino ontzegt de toegang tot de speelcasino's aan personen die:

(. . .)

d. om een entreeverbod hebben verzocht;

e. om een bezoekbeperking hebben verzocht en het aantal overeengekomen bezoeken willen overschrijden;

(. . .)

2. Een maatregel als genoemd in het eerste lid onder d of e geldt voor de gevraagde periode, welke tenminste zes maanden en ten hoogste één jaar duurt, en is niet tussentijds opzegbaar."

Artikel 12 van het huisreglement luidt:

"Terzake van het door Holland Casino te voeren preventiebeleid kansspelverslaving kan onder bijzondere omstandigheden aan personen de toegang tot het speelcasino worden ontzegd, dan wel een bezoekbeperking worden opgelegd. Zulks kan het geval zijn indien het speelgedrag de belangen van de betrokken persoon of diens direct afhankelijken schaadt."

d) [appellant] heeft vanaf ongeveer 1990 bezoeken gebracht aan de vestiging van Holland Casino te Breda.

e) [appellant] heeft vijfmaal een vrijwillig entreeverbod in de zin van artikel 11 sub d van het Huisreglement gevraagd en opgelegd gekregen. Deze op verzoek van [appellant] opgelegde entreeverboden hebben gelopen van:

- 22 maart 1991 tot 22 maart 1992;

- 13 augustus 1992 tot 13 augustus 1993;

- 18 oktober 1993 tot 18 oktober 1994;

- 23 januari 1996 tot 23 januari 1997;

- 23 mei 1997 tot 1 november 1998.

Het tweede en vierde entreeverbod waren gegeven voor de duur van twaalf maanden.

Het eerste, derde en vijfde entreeverbod waren gegeven voor onbepaalde tijd maar op de genoemde einddata op uitdrukkelijk verzoek van [appellant] opgeheven.

f) Op 20 oktober 2000 heeft Holland Casino uit eigen beweging op grond van artikel 12 van haar huisreglement aan [appellant] een entreeverbod opgelegd.

g) [appellant] heeft op 28 oktober 2001 om opheffing van dit verbod verzocht. Holland Casino ging daarmee akkoord op voorwaarde van een per 28 oktober 2001 ingaande bezoekbeperking van zes keer per maand voor de duur van zes maanden.

h) Op 28 april 2002 heeft Holland Casino met [appellant] een "nazorggesprek" gevoerd in verband met het per die datum aflopen van de bezoekbeperking. [appellant] wenste geen verlenging van de bezoekbeperking. Zijn echtgenote, bij het gesprek aanwezig, stemde daarmee in en met haar is de afspraak gemaakt dat zij het aan Holland Casino zou melden als er signalen zouden komen dat het fout zou gaan.

i) In de volgende maanden van 2002 en in de eerste maanden van 2003 heeft Holland Casino meerdere gesprekken gevoerd met [appellant].

j) Op 21 april 2003 heeft de heer [medewerker 1] van Holland Casino aan [appellant] een entreeverbod van twaalf maanden opgelegd.

k) Op verzoek van [appellant], die het met het opgelegde entreeverbod niet eens was, heeft op 23 april 2003 een gesprek plaatsgevonden. Eerst spraken de heren [medewerker 2] en [medewerker 3] van Holland Casino buiten aanwezigheid van [appellant] met zijn echtgenote. Zij verklaarde dat zij op dat moment geen problemen had met het gokgedrag van haar man en dat er geen financiële problemen waren. Vervolgens spraken [medewerker 2] en [medewerker 3] met [appellant] in aanwezigheid van zijn echtgenote. Dhr. en mevr. [appellant] verklaarden dat [appellant] op dat moment een winst had opgebouwd van ongeveer E. 300.000,--. [appellant] toonde een bankafschrift met een saldo van E. 47.000,--. Na dit gesprek werd het entreeverbod op of omstreeks 23 april 2003 opgeheven.

l) Bij brief van 14 oktober 2003 heeft de advocaat van [appellant] aan Holland Casino onder meer meegedeeld dat Holland Casino [appellant] al zijn financiële middelen heeft laten verspelen in het casino, en dat de advocaat zich namens [appellant] alle rechten voorbehoud.

m) Op 16 oktober 2003 heeft Holland Casino [appellant] de toegang tot haar gelegenheden ontzegd.

7.3. In de onderhavige procedure vordert [appellant], kort gezegd, veroordeling van Holland Casino tot betaling van E. 320.000,--, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten, wettelijke rente en proceskosten.

7.4. De rechtbank heeft de vordering afgewezen en [appellant] in de kosten van het geding in eerste aanleg veroordeeld.

7.5. De grieven van [appellant] zijn gericht tegen de dragende overwegingen van het vonnis van de rechtbank. Door de grieven wordt het geschil in volle omvang aan het oordeel van het hof voorgelegd. Het hof zal de grieven daarom gezamenlijk behandelen, en beoordelen of de vordering van [appellant] op de door hem aangevoerde grondslagen kan worden toegewezen.

7.6.1. [appellant] heeft aan zijn vordering naar de kern genomen ten grondslag gelegd:

- dat hij in de periode van december 2002 tot en met april 2003 een bedrag van ongeveer E. 320.000,-- heeft verloren in de vestiging van Holland Casino te Breda;

- dat voor Holland Casino kenbaar was dat [appellant] in december 2002 de controle over zichzelf verloren had en zijn wil niet meer zelf kon bepalen;

- dat Holland Casino daarom in december 2002 aan [appellant] definitief en onvoorwaardelijk de toegang tot het casino had moeten weigeren;

- dat Holland Casino daarentegen het blijven gokken van [appellant] in het casino juist heeft gestimuleerd.

Hierdoor is Holland Casino volgens [appellant] toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende contractuele zorgverplichtingen jegens [appellant], althans heeft Holland Casino onrechtmatig gehandeld jegens [appellant].

7.6.2. Holland Casino heeft gemotiveerd betwist dat zij tekortgeschoten is in de nakoming van haar zorgverplichtingen jegens [appellant] en dat zij onrechtmatig heeft gehandeld jegens [appellant].

7.6.3. Bij gelegenheid van het pleidooi is van de zijde van [appellant] bevestigd:

- dat het verwijt dat in deze procedure aan Holland Casino gemaakt wordt, betrekking heeft op de periode vanaf december 2002;

- dat de verliezen waarvan vergoeding wordt gevorderd, geleden zijn in de periode van december 2002 tot en met april 2003.

Dit brengt mee dat in deze procedure de beoordeling van het handelen en nalaten van Holland Casino beperkt kan blijven tot de periode van december 2002 tot en met april 2003. Bij de beantwoording van de vraag welk handelen in deze periode van Holland Casino gevergd mocht worden komt uiteraard wel betekenis toe aan de wetenschap die Holland Casino naar aanleiding van de daaraan voorafgaande periodes had of had behoren te hebben over het gokgedrag van [appellant].

7.7.1. Bij de beoordeling van het handelen van Holland Casino in de periode van december 2002 tot en met april 2003 stelt het hof evenals de rechtbank voorop dat personen die, zoals [appellant], willen gokken in een casino, in beginsel de vrijheid hebben om dat te doen en zelf verantwoordelijk zijn voor hun handelen. Holland Casino is in beginsel verplicht personen die in een casino aan een kansspel willen deelnemen, toe te laten. Daarbij is van belang dat Holland Casino binnen Nederland de enige organisatie is die een vergunning heeft om speelcasino's te exploiteren en dat zij derhalve een monopoliepositie bekleedt.

7.7.2. Het voorgaande neemt niet weg dat Holland Casino onder bepaalde omstandigheden personen, die hun gokgedrag niet meer in de hand hebben, tegen zichzelf en/of ten behoeve van anderen in bescherming zal behoren te nemen door aan die personen, in hun eigen belang en/of in het belang van vorenbedoelde anderen, de toegang te weigeren. Artikel 12 sub b van de BC 1996 bepaalt dienaangaande dat de toegang moet worden geweigerd aan personen uit wier gedragingen of uitlatingen redelijkerwijs valt op te maken dat zij in een zodanige toestand verkeren dat zij hun wil niet in vrijheid kunnen bepalen. Holland Casino heeft dit uitgewerkt in artikel 12 van haar huisreglement, waarvan het hof de inhoud hiervoor in r.o. 7.2 onder c heeft weergegeven.

7.7.3. Gelet op de in r.o. 7.8.1 genoemde omstandigheden zal het inbreuk maken op de keuzevrijheid van de casinobezoekers door het opleggen van een entreeverbod echter niet te snel mogen plaatsvinden. Er zal een duidelijke reden voor ingrijpen moeten zijn, en het enkele feit dat iemand verliezen lijdt of hoge inzetten doet is daarvoor op zichzelf niet voldoende.

7.8. Uit het voorgaande volgt dat beoordeeld moet worden of Holland Casino in december 2002 althans eerder dan omstreeks 21 april 2003 redelijkerwijs uit voldoende duidelijke gedragingen of uitlatingen van [appellant] had moeten opmaken:

- dat hij in een zodanige toestand verkeerde dat hij zijn wil niet kon bepalen;

- dat zijn speelgedrag - alle omstandigheden in aanmerking genomen - in relevante mate schadelijk was voor zijn belangen of voor de belangen van de personen die direct van hem afhankelijk waren.

7.9.1. In de memorie van grieven heeft [appellant], onder verwijzing naar twee brochures over gokverslaving (prod. 4 en 5 MvG), gesteld dat hij uiterlijk waarneembare lichamelijke- en psychische kenmerken van een ernstige gokverslaafde vertoonde, die de medewerkers van Holland Casino hadden moeten vaststellen. Het hof merkt allereerst op dat de in deze brochures genoemde uiterlijke kenmerken voor een belangrijk deel onthoudingsverschijnselen, dus juist de verschijnselen van iemand die met het gokken is gestopt, betreffen. [appellant] heeft bij memorie van grieven als de uiterlijk waarneembare kenmerken van een ernstig gokverslaafde die hij vertoonde wel het feit genoemd dat hij niet kon stoppen met spelen en het feit dat hij zijn vrouw domineerde om te kunnen blijven spelen. Uit het door hem gestelde blijkt echter onvoldoende dat en waarom Holland Casino dit een en ander - in het bijzonder het laatste - heeft moeten waarnemen. Evenmin blijkt daaruit voldoende dat het gokgedrag van [appellant] vanaf december 2002 zodanige wezenlijke andere vormen aannam dan voorheen dat dit Holland Casino tot de conclusie had moeten brengen [appellant] niet meer in staat was zijn wil in vrijheid te bepalen en onmiddellijk ingrijpen vereist was. Bij het pleidooi in hoger beroep heeft de raadsman van [appellant] nog wel een aantal andere feiten omstandigheden betreffende [appellant] genoemd waarmee de medewerkers van Holland Casino bekend zouden zijn geweest - zoals de wetenschap dat [appellant] iedere dag in het casino kwam, dikwijls ruzie had met zijn echtgenote, financiële uitglijders maakte etc. - doch ook van deze feiten en omstandigheden heeft [appellant] niet gesteld dat het hier zou gaan om feiten en omstandigheden die zich bij uitstek in december 2002 en de periode daarna zouden hebben voorgedaan en waarvan voordien geen of in aanmerkelijk mindere mate sprake van zou zijn geweest.

7.9.2. [appellant] heeft zich ter onderbouwing van zijn stellingen voorts beroepen op een afschrift van het overzicht van zijn consulten bij zijn huisarts (prod. 3 MvG). Dat overzicht biedt echter onvoldoende ondersteuning voor de stellingen van [appellant] met betrekking tot zijn situatie in december 2002 en in de eerste maanden van 2003. Volgens het afschrift is er na een consult van 11 april 2001 pas weer een consult geweest op 30 juni 2003. Uit deze gegevens valt niet af te leiden dat de toestand van [appellant] in december 2002 of begin 2003 zodanig was dat Holland Casino had moeten en kunnen signaleren dat sprake was van een situatie als omschreven in r.o. 7.9 en Holland Casino op grond daarvan [appellant] de toegang tot het casino had moeten ontzeggen.

7.9.3. Het hof voegt aan het voorgaande nog toe dat de omstandigheid dat iemand in een bepaalde mate een drang voelt om bij herhaling te gaan gokken nog niet meebrengt dat de betrokkene zijn wil niet kan bepalen of met het gokken de belangen van zichzelf of van de van hem afhankelijke personen in zodanige mate schaadt dat hem de toegang tot casino's moet worden ontzegd. Het hof constateert in dit verband ook dat [appellant] heeft erkend dat hij af en toe forse bedragen heeft gewonnen.

Voorts acht het hof in dit verband van belang dat de echtgenote van [appellant] bij het nazorggesprek van 28 april 2002 heeft toegezegd dat zij het aan Holland Casino zou melden als er signalen waren dat het fout zou gaan, en dat zij dergelijke signalen in december 2002 en in de eerste maanden van 2003 niet heeft gegeven.

7.10.1. [appellant] heeft ter onderbouwing van zijn stelling dat Holland Casino in december 2002 althans begin 2003 had moeten ingrijpen voorts gewezen op voorvallen in de voorafgaande jaren, en daartoe gewezen op het overzicht van de interventies dat is opgenomen in de brief van 14 november 2003 van Holland Casino (prod. 3 bij de inleidende dagvaarding).

7.10.2. Het hof stelt vast dat uit dat overzicht blijkt van een bepaald aan Holland Casino bekend gokverleden van [appellant]. Dat aan Holland Casino bekende gokverleden van [appellant] is weliswaar van belang bij beantwoording van de vraag welke zorg van Holland Casino mocht worden gevergd, maar het overzicht bevat geen doorslaggevende informatie op grond waarvan geoordeeld zou moeten worden dat Holland Casino in december 2002 althans eerder dan op 21 april 2003 aan [appellant] de toegang had moeten ontzeggen.

7.10.3. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat Holland Casino volgens het overzicht in oktober 2000 uit eigen beweging aan [appellant] een entreeverbod heeft opgelegd en dat Holland Casino dat entreeverbod ondanks pogingen van [appellant] om het opgeheven te krijgen, gedurende een jaar heeft gehandhaafd. Bij gelegenheid van de opheffing van het entreeverbod in oktober 2001 heeft Holland Casino [appellant] niet onbeperkt toegang verschaft, maar hem gedurende zes maanden gehouden aan een bezoekbeperkende regeling. Na afloop van die termijn heeft Holland Casino in april 2002 een nazorggesprek met [appellant] en zijn echtgenote gehouden. In de maanden daarna hebben op initiatief van Holland Casino nog meerdere gesprekken plaatsgevonden en heeft Holland Casino "de vinger aan de pols gehouden".

7.10.4. Deze gang van zaken getuigt geenszins van onzorgvuldigheid van Holland Casino. Het hof acht daarin dan ook geen aanwijzing gelegen voor het door [appellant] aan Holland Casino ten aanzien van de periode vanaf december 2002 verweten handelen.

Uit de bekendheid van Holland Casino met het verleden van [appellant] kan dan ook op zichzelf niet afgeleid worden dat Holland Casino onzorgvuldig gehandeld heeft door [appellant] niet al in december 2002 maar pas op 21 april 2003 de toegang tot het casino te ontzeggen.

7.11.1. [appellant] heeft voorts gesteld dat hij in december 2002, afwijkend van eerder gedrag, om zeer grote bedragen is gaan spelen. [appellant] stelt dat dit voor de heer [medewerker 4] van Holland Casino aanleiding is geweest om in december 2002 aan [appellant] te vertellen dat zijn bezoeken en bestedingspatroon zodanig waren dat hij zich definitief zou moeten laten uitschrijven. Ter onderbouwing van deze stelling heeft [appellant] gewezen op de transcriptie van het telefoongesprek dat hij in april 2005, na afwijzing van zijn vordering door de rechtbank, gevoerd heeft met de heer [medewerker 1], destijds werkzaam voor Holland Casino.

[medewerker 1] bevestigt in dit telefoongesprek volgens [appellant] de visie van [medewerker 4]. [appellant] wijst er voorts op dat uit het telefoongesprek zou blijken dat de in samenspraak met [medewerker 4] door [medewerker 1] genomen beslissing om [appellant] een entreeverbod op te leggen, van hogerhand is teruggedraaid. [appellant] concludeert dat Holland Casino, door geen gevolgen te verbinden aan de zorgen van [medewerker 4] en [medewerker 1], onzorgvuldig gehandeld heeft.

7.11.2. Holland Casino heeft betwist dat [medewerker 4] in december 2002 de door [appellant] gestelde uitlatingen heeft gedaan, en dat [medewerker 4] en [medewerker 1] in december 2002 vonden dat [appellant] niet meer tot het casino zou moeten worden toegelaten.

7.11.3. Het hof constateert dat in het telefoongesprek van april 2005 gesproken wordt over onder meer:

- zorgen die [medewerker 4] (in het telefoongesprek aangeduid als "[naam]") en [medewerker 1] hadden over het gokgedrag van [appellant];

- de naar aanleiding van die zorgen door [medewerker 1] getroffen maatregel om [appellant] niet meer toe te laten;

- het feit dat die maatregel vervolgens de dag erna van hoger hand is teruggedraaid.

Het hof constateert voorts dat in het door [appellant] zelf aangehaalde overzicht van de interventies van Holland Casino (vervat in de brief van 14 november 2003, prod. 3 bij inleidende dagvaarding) geen sprake is van een in december 2002 opgelegd bezoekverbod dat de dag erna is teruggedraaid. Een dergelijke situatie heeft zich wel voorgedaan in april 2003. Uit het overzicht blijkt dat op 21 april 2003 een entreeverbod is opgelegd door [medewerker 1] naar aanleiding van gebeurtenissen op 20 april 2003, waarover [medewerker 4] en [medewerker 1] toen contact hebben gehad. Dit entreeverbod is op 23 april 2003 door de heren [medewerker 2] en [medewerker 3] van Holland Casino teruggedraaid. Ook Holland Casino heeft gesteld (zie onder meer de punten 25 en 26 van de memorie van antwoord) dat dit gebeuren (het opleggen van het entreeverbod door [medewerker 1] en het twee dagen later terugdraaien daarvan door hoger geplaatste personen) speelde in de periode van 21 tot 23 april 2003. Op de vraag van het hof wanneer het geven van een entreeverbod en het weer opheffen daarvan, waarover in het telefoongesprek gepraat is, zich heeft afgespeeld, heeft ook [appellant] zelf bij gelegenheid van het pleidooi verklaard dat dit in april 2003 is geweest.

7.11.4. Het hof concludeert hieruit dat het telefoongesprek van april 2005 betrekking heeft gehad op gebeurtenissen omstreeks 21 april 2003, zodat het telefoongesprek geen doorslaggevende informatie bevat omtrent gebeurtenissen in december 2002. Voorts moet worden vastgesteld dat de door [appellant] aan [medewerker 4] toegeschreven uitlatingen, waarvan in de transcriptie sprake is, kennelijk niet in december 2002 maar in april 2003 zijn gedaan. Dat in december 2002 een entreeverbod is opgelegd dat na één of enkele dagen "van hogerhand" weer is opgeheven is door [appellant] niet gesteld en blijkt evenmin uit het overzicht van de interventies van Holland Casino. [appellant] heeft de juistheid van dat overzicht niet gemotiveerd bestreden.

7.11.5. Afgezien van het vorenstaande kan naar het oordeel van het hof uit de door [appellant] overgelegde transcriptie niet zonder meer worden afgeleid dat het volgens [medewerker 1] ten onrechte is geweest dat het bezoekverbod van de ene dag op de andere dag van hogerhand is teruggedraaid. In het telefoongesprek geeft [medewerker 1] immers evenzeer aan:

". . . en nogmaals die begrijp ik dan ook best wel, door wat je wel kunt en wat je niet kunt, omdat de wet ons gewoon aan een aantal dingen verplicht." Kennelijk verwijst [medewerker 1] hier naar de rechtens vereiste gronden die voor een bezoekverbod aanwezig dienen te zijn.

7.12.1. [appellant] heeft ter onderbouwing van zijn stellingen voorts financiële bescheiden overgelegd, te weten:

- bankafschriften van zijn Rabobankrekening;

- een overzicht van het verloop van zijn consumptief krediet;

- bankafschriften van zijn ABN-AMROrekening;

- twee bankafschriften "Rabo Telesparen".

7.12.2. Het hof constateert dat het saldo van de Rabobankrekening van [appellant] op 4 december 2002 E. 42.137,32 bedroeg en op 23 april 2003 E. 44.477,21. Dit saldoverloop duidt er niet op dat het gokgedrag van [appellant] in de periode van december 2002 tot en met april 2003 zodanig is geweest dat Holland Casino hem in deze periode door middel van een entreeverbod van het gokken had moeten weerhouden.

Ook het overzicht van het verloop van het consumptief krediet duidt daar niet op. Dit overzicht laat over de bedoelde periode slechts één grote opname zien (E. 40.000,-- op 5 februari 2003), die echter vervolgens in belangrijke mate wordt gecompenseerd door aflossingen van E. 12.700,-- en E. 15.000,-- in april 2003.

Het verloop van de ABN-AMROrekening van [appellant] geeft in de bedoelde periode evenmin blijk van omvangrijke verliezen.

Van de Rabo-Telespaarrekening is op 28 februari 2003 wel een bedrag van E. 40.000,-- overgeboekt naar de Rabobankrekening, maar daaruit is niet af te leiden dat dit bedrag ook in het casino is besteed. Verder is van deze rekening nog een bedrag van E. 7.596,25 opgenomen, maar dat is gelet op de datum van het afschrift (de valutadatum is bij het kopiëren kennelijk afgedekt) pas op 20 mei 2003 geweest, derhalve na de te beoordelen periode.

7.12.3. Uit de door [appellant] overgelegde bankafschriften blijkt niet dat de geldopnamen door [appellant] in de periode van december 2002 en januari 2003 in relevante mate anders waren dan in de daaraan voorafgaande periode. Aan de bankafschriften is geen ondersteuning te ontlenen voor de niet nader onderbouwde stelling van [appellant] dat hij in december 2002 in een zodanige mate om grote bedragen ging spelen en zodanige verliezen is gaan leiden dat Holland Casino hem daarom van verder spelen had behoren te weerhouden. De financiële gegevens geven daarom ook onvoldoende steun aan de stelling van [appellant] dat hij in december 2002 en begin 2003 in een zodanige situatie verkeerde dat oplegging van een entreeverbod geïndiceerd was en dat, indien hij al in een dergelijke situatie verkeerde, die situatie voor Holland Casino kenbaar was.

7.13.1. Voor wat betreft de te beoordelen periode van december 2002 tot en met april 2003 stelt het hof voorts nog vast dat Holland Casino op haar initiatief met [appellant] heeft gesproken op 7, 12 en 26 februari 2003 en op 23 maart 2003. Daarna volgde een gesprek op 20 april 2003 en is op 21 april 2003 het al genoemde entreeverbod opgelegd.

7.13.2. [appellant] heeft, mede gelet op hetgeen in het voorgaande reeds is overwogen, onvoldoende concrete feiten of omstandigheden genoemd die voor Holland Casino aanleiding hadden moeten zijn om eerder in 2003 of zelfs al in december 2002 een entreeverbod op te leggen.

7.13.3. [appellant] heeft in algemene bewoordingen bewijs aangeboden van zijn stellingen. Nu [appellant] echter niet op voldoende onderbouwde wijze concrete feiten of omstandigheden heeft gesteld die het hof tot het oordeel zouden kunnen brengen dat Holland Casino eerder dan 21 april 2003 een entreeverbod had moeten opleggen of andere maatregelen had moeten treffen, ziet het hof geen aanleiding om [appellant] op dit punt tot bewijslevering toe te laten. Voor zover de vordering is gebaseerd op de stelling dat Holland Casino eerder dan op 21 april 2003 maatregelen had moeten treffen, is de vordering niet toewijsbaar.

7.14. Voor zover de vordering betrekking heeft op de periode van 23 april 2003 tot en met 30 april 2003 acht het hof de vordering evenmin toewijsbaar. Tussen de partijen staat immers vast dat [appellant] Holland Casino op 23 april 2003 tot opheffing van het op 21 april 2003 opgelegde entreeverbod heeft weten te bewegen door een bankafschrift te tonen met een saldo van E. 43.000,--, en door zijn echtgenote ertoe te bewegen om tegenover Holland Casino onder meer te verklaren:

- dat zij op dat moment geen problemen had met het gokgedrag van [appellant];

- dat [appellant] geleerd had van zijn fouten en dat zij niet bang was voor herhaling;

- dat [appellant] regelmatig met winst thuis kwam;

- dat zij beiden op dat moment absoluut geen financiële problemen hadden;

- dat zij het niet eens was met oplegging van een beperkende maatregel.

Onder deze omstandigheden kan het feit dat het entreeverbod gedurende de laatste week van april 2003 is opgeheven naar het oordeel van het hof niet als onzorgvuldig handelen aan Holland Casino worden toegerekend. Bovendien constateert het hof - ten overvloede - dat [appellant] niet concreet heeft gesteld dat hij in de laatste week van april 2003 relevante verliezen heeft geleden.

7.15.1. Dan resteert ter behandeling nog de stelling van [appellant] dat Holland Casino hem heeft gestimuleerd te blijven gokken door het aanbieden van dranken en spijzen, en hem heeft aangezet en uitgedaagd tot het doen van hoge inzetten. Bij gelegenheid van het pleidooi heeft [appellant] dit verwijt geconcretiseerd door het noemen van een voorval waarbij [appellant], terwijl hij over de parkeerplaats liep om naar huis te gaan, het casino weer werd ingelokt.

7.15.2. Holland Casino heeft gesteld dat aan haar gasten, en dus ook aan [appellant], wel eens een drankje en een hapje wordt aangeboden. Holland Casino heeft nadrukkelijk betwist dat zij [appellant] heeft aangezet om te blijven gokken en heeft uitgedaagd tot het doen van hoge inzetten. Ook de lezing van [appellant] over het voorval op de parkeerplaats is door Holland Casino nadrukkelijk betwist.

7.15.3. Het hof constateert dat de vordering van [appellant] betrekking heeft op de periode van december 2002 tot en met april 2003, zodat met name die periode in het onderhavige geding beoordeeld moet worden. Bij de onderbouwing van zijn stellingen heeft [appellant] echter veelvuldig melding gemaakt van voorvallen uit eerdere jaren. Ten aanzien van het voorval op de parkeerplaats heeft [appellant] niet nader aangegeven wanneer dit zich zou hebben voorgedaan. Reeds om deze reden acht het hof de betreffende stelling onvoldoende concreet, zodat het hof voor bewijslevering ten aanzien van die stelling geen termen aanwezig acht. Dit klemt te meer nu volgens het door [appellant] zelf aangehaalde overzicht van interventies uitsluitend op 25 juli 2002, en dus niet in de in dit geding relevante periode van december 2002 tot eind april 2003, een gesprek op de parkeerplaats heeft plaatgevonden.

7.15.4. Voor wat betreft de stelling van [appellant] dat Holland Casino hem heeft aangezet tot het doen van hoge inzetten oordeelt het hof als volgt. Het verloop van de interventies gedurende de verschillende jaren geeft een beeld te zien waarin Holland Casino [appellant] bij herhaling, ook in de periode van december 2002 tot en met april 2003, heeft aangesproken op zijn gokgedrag en waarin Holland Casino bij herhaling heeft geprobeerd al te driest gokgedrag van [appellant] af te remmen. Dit heeft onder meer geresulteerd in het entreeverbod van oktober 2000. Ondanks pogingen van [appellant] om dat verbod te ontduiken (31 oktober 2000) en ondanks verzoeken van [appellant] om dat verbod op te heffen, heeft Holland Casino dat verbod gedurende twaalf maanden gehandhaafd en die periode laten volgen door een periode waarin zij een bezoekbeperking handhaafde. De in algemene bewoordingen gestelde beschuldiging van [appellant] dat Holland Casino hem juist heeft aangezet tot het doen van hoge inzetten is niet met deze feiten te rijmen, en is tegenover die feiten door [appellant] niet nader met concrete feiten onderbouwd. Nu [appellant] op dit punt geen voldoende geconcretiseerd bewijsaanbod heeft gedaan, concludeert het hof dat deze beschuldigingen niet zijn komen vast te staan.

7.16. Op grond van hetgeen in het voorgaande is overwogen komt het hof tot de slotsom dat een toerekenbare tekortkoming of een onrechtmatige daad van Holland Casino in de periode van december 2002 tot en met april 2003 niet is komen vast te staan.

Het hof is daarom, evenals de rechtbank, van oordeel dat de vordering van [appellant] moet worden afgewezen. De grieven van [appellant] tegen het vonnis falen dus. Het hof zal het beroepen vonnis bekrachtigen.

7.17. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het hof zal dit arrest, zoals door Holland Casino gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

8. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het door de rechtbank te Breda op 23 februari 2005 tussen partijen gewezen vonnis, waarvan beroep;

veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep, aan de zijde van Holland Casino tot op heden begroot op E. 5.731,-- aan vast recht en op E. 14.683,50 aan salaris procureur;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Schaik-Veltman, Keizer en F.M. Vermeulen en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 13 februari 2007.