Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2007:AZ7896

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-02-2007
Datum publicatie
06-02-2007
Zaaknummer
20-012163-05
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2009:BH9929, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2009:BH9929
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onjuist is de stelling dat in het geval van verkoop op één datum van verschillende hoeveelheden hennep en/of hasjiesj, elk van ten hoogste 30 gram, de totale hoeveelheid op die dag verkochte hennep en/of hasjiesj beslissend is voor de vraag of die verkoop een misdrijf dan wel één of meer overtredingen oplevert.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2007, 96
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-012163-05

Uitspraak : 1 februari 2007

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 13 december 2005 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 02-627458-05 en 02-626683-05, tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaat-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende:

- de verdachte ten aanzien van de bij parketnummer 02-627458-05 onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde feiten, alsmede het bij parketnummer 02-626683-05 onder 1. ten laste gelegde, zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;

- de verdachte ten aanzien van het bij parketnummer 02-626683-05 onder 2. ten laste gelegde, zal veroordelen tot hechtenis voor de duur van 2 weken;

- de inbeslaggenomen niet teruggegeven voorwerpen zal verbeurd verklaren dan wel zal onttrekken aan het verkeer overeenkomstig het vonnis van de eerste rechter.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 02-627458-05:

1.

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 3 juni 2005 te Bergen op Zoom tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een of meer handels-/gebruikershoeveelheden hennep, en elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram, van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 3 juni 2005 te Bergen op Zoom tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 797 gram en/of/althans 41 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram, van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj) en/of ongeveer 1045 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 29 mei 2005 te Bergen op Zoom tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een of meer handels-/gebruikershoeveelheden, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep en/of van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hennep en/of hasjiesj (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 29 mei 2005 te Bergen op Zoom tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 25 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj) en/of ongeveer 31 gram van een materiaal bevattende hennep, in elk geval (in totaal) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) en/of een materiaal bevattende hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Parketnummer 02-626683-05:

1.

hij op of omstreeks 15 mei 2005 te Bergen op Zoom (in een pand gelegen aan de [adres]) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 72 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj) en/of ongeveer 107 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 15mei 2005 te Bergen op Zoom (vanuit een pand gelegen aan de [adres]) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd een hoeveelheid van ongeveer 26 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram hennep en/of 2 gram, in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hennep en/of hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij parketnummer

02-627458-05 onder 1., 2., 3. en 4. en het bij parketnummer 02-626683-05 onder 1. en 2. ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Parketnummer 02-627458-05:

1.

hij op drie tijdstippen op 3 juni 2005 te Bergen op Zoom tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft verkocht een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij op 3 juni 2005 te Bergen op Zoom tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad 797 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj) en 1045 gram hennep, zijnde hasjiesj en hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.

hij op drie tijdstippen op 29 mei 2005 te Bergen op Zoom tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft verkocht telkens een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep en/of van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hennep en hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

4.

hij op 29 mei 2005 te Bergen op Zoom tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad

ongeveer 25 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj)

en

ongeveer 31 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hasjiesj en hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Parketnummer 02-626683-05:

1.

hij op 15 mei 2005 te Bergen op zoom (in een pand gelegen aan de [adres]) tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 5 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj) en ongeveer 107 gram hennep, zijnde hasjiesj en hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij op 15 mei 2005 te Bergen op Zoom (vanuit een pand gelegen aan de [adres]) tezamen en in vereniging met een ander heeft verkocht een hoeveelheid van ongeveer 26 gram hennep en een hoeveelheid van ongeveer 2 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hennep en hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

De door het hof gebruikte bewijsmiddelen worden in het geval van beroep in cassatie vermeld in de aanvulling als bedoeld in artikel 365a van het Wetboek van Strafvordering, welke aanvulling in dat geval aan het arrest wordt gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

Zijdens verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat hij van het tenlastegelegde oner parketnummer 02-626683-05 moet worden vrijgesproken.

Daartoe is het volgende aangevoerd.

De verbalisanten zijn onrechtmatig in de woning van verdachte binnengetreden. Deze onrechtmatigheid schuilt hierin dat uit het strafdossier niet blijkt van de aanwezigheid van een machting tot binnentreden en dat er zich in het strafdossier geen verslag van binnentreden bevindt. Thans is wel aan het dossier een aanvullend proces-verbaal gevoegd waarin door de verbalisant [verbalisant 1] wordt verklaard dat de door de hulpofficier van justitie [hulpofficier van justitie] afgegeven machtiging tot het binnentreden in een woning abusievelijk niet bij het dossier is gevoegd en dat er tevens een verslag van binnentreden is opgemaakt op 15 mei 2006. Voorts wordt weliswaar verklaard dat voornoemde machtiging vóór het binnentreden aan zowel de verdachte als de medebewoner van de woning is getoond.

Bij dat aanvullend proces-verbaal is ten slotte een kopie van een niet ondertekende machtiging tot binnentreden gevoegd en een kopie van een ondertekend verslag van binnentreden.

Dit aanvullend proces-verbaal geeft in de visie van de verdediging niet de werkelijkheid weer. Door het opmaken van een dergelijk aanvullend proces-verbaal worden zodoende fouten in het opsporingsonderzoek gemaskeerd. De verdediging betwist uitdrukkelijk de juistheid van het proces-verbaal.

Het hof overweegt dienaangaande het navolgende.

Uit het strafdossier, in het bijzonder uit het proces-verbaal van politie met dossiernummer PL2023/05-006922, blijkt dat daarin is gerelateerd dat verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie, naar aanleiding van een aanhouding van een drugstoerist die zojuist in de woning aan het adres [adres] te Bergen op Zoom een hoeveelheid softdrugs had gekocht, op 15 mei 2005 voornoemde woning zijn binnengetreden met een door de hulpofficier van justitie [hulpofficier van justitie] afgegeven machtiging. Na het binnentreden is verdachte terzake van overtreding van de Opiumwet aangehouden.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is het hiervoor uiteengezette verweer gevoerd, dat thans wordt herhaald. Het hof heeft na sluiting van het onderzoek geoordeeld dat het onderzoek niet volledig is geweest en achtte het gewenst om bij aanvullend proces-verbaal nader te worden geïnformeerd omtrent het bestaan van een machtiging tot binnentreden en een verslag van binnentreden.

Bij aanvullend proces-verbaal van politie Midden en West Brabant, District Bergen op Zoom, d.d. 29 oktober 2006 (mutatienummer PL2023/05-127563), op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 1], hoofdagent van politie, is verklaard dat de machtiging tot binnentreden abusievelijk niet in het strafdossier is gevoegd, maar dat deze machtiging door hem, verbalisant, aan de verdachte en de hoofdbewoner van de woning is getoond. Voorts is door hem verklaard dat er een verslag van binnentreden is opgemaakt, dat aan de verdachte op 15 mei 2005 is uitgereikt. Als bijlage bij het aanvullend proces-verbaal is gehecht een niet ondertekende kopie van de opgemaakte en afgegeven machtiging alsmede een kopie van het verslag van binnentreden. Aan dat ondertekende verslag van binnentreden ontleent het hof dat er geen reden tot twijfel is aan de juistheid van het proces-verbaal, waarin is gerelateerd dat men met machtiging, en wel een ondertekende machtiging, is binnengetreden.

Het hof verwerpt mitsdien het verweer.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

De advocaat-generaal heeft zoals hierboven weergegeven, gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende de verdachte:

i. ten aanzien van de bij parketnummer 02/627458-05 onder 1., 2., 3. en 4. tenlastegelegde feiten, alsmede het bij parketnummer 02/626683-05 onder 1. tenlastegelegde feit zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de tijd van 4 maanden met aftrek, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;

ii. ten aanzien van het bij parketnummer 02/626683-05 onder 2. tenlastegelegde feit zal veroordelen tot hechtenis voor de duur van 2 weken.

De vordering van de advocaat-generaal gaat er alzo van uit, dat met betrekking tot onderdeel i. sprake is van meerdere misdrijven en met betrekking tot onderdeel ii. van één overtreding.

Ter toelichting op dat uitgangspunt heeft de advocaat-generaal de stelling betrokken dat in het geval van verkoop op één datum van verschillende hoeveelheden hennep en/of hasjiesj, elk van ten hoogste 30 gram, de totale hoeveelheid op die dag verkochte hennep en/of hasjiesj beslissend is voor de vraag of die verkoop een misdrijf dan wel één of meer overtredingen oplevert.

Het hof overweegt daaromtrent als volgt.

Artikel 11, eerste lid, van de Opiumwet stelt - onder andere - het verkopen en aanwezig hebben van hennep en hasjiesj strafbaar; en wel blijkens artikel 13, eerste lid, als overtreding;

In het tweede lid van artikel 11 is het opzettelijk plegen van die feiten strafbaar gesteld,

- blijkens artikel 13, tweede lid, nog steeds van voormelde wet - als misdrijf;

Het vijfde lid van artikel 11, zoals dat luidde ten tijde van de bewezenverklaarde feiten, bepaalt dat het tweede lid niet van toepassing is indien het feit betrekking heeft op een hoeveelheid van hennep of hasjiesj van ten hoogste 30 gram.

Met betrekking tot het bij parketnummer 02/627458-05 onder 1. tenlastegelegde geldt het volgende.

Uit de hierboven weergegeven bewijsmiddelen valt af te leiden, dat drie hoeveelheden hennep, elk van ten hoogste 30 gram, zijn verkocht.

Ter beantwoording ligt de vraag voor, of de enkele omstandigheid dat, naar aannemelijk is, het totaal van die hoeveelheden meer dan 30 gram bedraagt meebrengt dat het bewezenverklaarde zou opleveren het misdrijf "Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod".

Dienaangaande acht het hof van belang dat de dagvaarding, blijkens het gebruik van de bewoordingen op één of meer tijdstippen en (telkens) één of meer handels-/gebruikershoeveelheden ontegenzeggelijk het oog heeft op afzonderlijke transacties zomede dat, naar bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, de onderscheiden hoeveelheden ook daadwerkelijk op verschillende tijdstippen aan verschillende personen zijn verkocht.

Argumenten voor de stelling, dat die hoeveelheden per tenlastegelegde periode zouden behoren te worden getotaliseerd, zijn door de advocaat-generaal aangevoerd noch door het hof bevonden.

Onder deze omstandigheden - het bewezenverklaarde opzettelijk maakt dat niet anders - moet dan ook worden geoordeeld dat hier sprake is van de meermalen gepleegde overtreding "Handelen in strijd met een in artikel 3 van de Opiumwet gegeven verbod".

Hetzelfde geldt voor het bij dat parketnummer onder 3. bewezenverklaarde; zulks nog te meer nu uit de bewijsmiddelen blijkt dat hoeveelheden zijn verkocht van verschillende in de bij de Opiumwet behorende lijst II bedoelde middelen.

Het bij dat parketnummer onder 4. bewezenverklaarde levert, aangezien dat betrekking heeft op 25 gram hasjiesj onderscheidenlijk 31 gram hennep, op grond van het bovenoverwogene zowel een bij het eerste lid van artikel 11 van de Opiumwet strafbaar gestelde overtreding als een bij het tweede lid van dat artikel strafbaar gesteld misdrijf op.

Voor het bij parketnummer 02/626683-05 onder 1. bewezenverklaarde geldt mutatis mutandis hetzelfde als het hiervoor overwogen, aangezien dat bewezenverklaarde feit betrekking heeft op 5 gram hasjiesj onderscheidenlijk 107 gram hennep.

Het bij parketnummer 02/626683-05 onder 2. bewezenverklaarde ten slotte, blijkens de vordering door de advocaat-generaal als één overtreding aangemerkt, levert op de tweemaal gepleegde overtreding "Handelen in strijd met een in artikel 3 van de Opiumwet gegeven verbod", aangezien dat de verkoop betreft van hoeveelheden van ten hoogste 30 gram en bovendien van verschillende in de bij de Opiumwet behorende lijst II behorende middelen.

Deze overwegingen leiden tot de volgende slotsom.

Ten aanzien van parketnummer 02/627458-05:

Het bewezenverklaarde onder 1. is telkens als overtreding voorzien bij artikel 3, onder B, van de Opiumwet en strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid (oud), van de Opiumwet juncto artikel 47, eerste lid en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde onder 2. is telkens als misdrijf voorzien bij artikel 3, onder C, van de Opiumwet en strafbaar gesteld bij artikel 11, tweede lid (oud), van de Opiumwet juncto artikel 47, eerste lid en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenveklaarde onder 3. is telkens als overtreding voorzien bij artikel 3, onder C, van de Opiumwet en strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid (oud), van de Opiumwet juncto artikel 47, eerste lid en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde onder 4. is - voorzover betrekking hebbend op de bewezenverklaarde hoeveelheid van 25 gram hasjiesj - als overtreding voorzien bij artikel 3, onder C, van de Opiumwet en strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid (oud), van de Opiumwet juncto artikel 47, eerste lid en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht en - voorzover betrekking hebbend op de bewezenverklaarde hoeveelheid van 31 gram hennep - als misdrijf voorzien bij artikel 3, onder C, van de Opiumwet en strafbaar gesteld bij artikel 11, tweede lid (oud), van de Opiumwet juncto artikel 47, eerste lid en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van parketnummer 02/626683-05:

Het bewezenverklaarde onder 1. is - voorzover betrekking hebbend op de bewezenverklaarde hoeveelheid van 5 gram hasjiesj - als overtreding voorzien bij artikel 3, onder C, van de Opiumwet en strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid (oud), van de Opiumwet juncto artikel 47, eerste lid en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht en - voorzover betrekking hebbend op de bewezenverklaarde hoeveelheid van 107 gram hennep - als misdrijf voorzien bij artikel 3, onder C, van de Opiumwet en strafbaar gesteld bij artikel 11, tweede lid (oud), van de Opiumwet juncto artikel 47, eerste lid en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde onder 2. is telkens als overtreding voorzien bij artikel 3, onder C, van de Opiumwet en strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid (oud), van de Opiumwet juncto artikel 47, eerste lid en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straffen

Op grond van de hierboven onder "Strafbaarheid van het bewezenverklaarde" opgenomen overwegingen zal het hof:

- met betrekking tot het bij parketnummer 02/627458-05 bewezenverklaarde ten aanzien van feit 1. en 3. telkens drie straffen, en - voorzover op een overtreding betrekking hebbend - ten aanzien van feit 4. één straf opleggen;

- met betrekking tot het bij parketnummer 02/626683-05 bewezenverklaarde ten aanzien van feit 1. - voorzover op een overtreding betrekking hebbend - één straf opleggen;

- ten aanzien van het bij parketnummer 02/626683-05 onder 2. bewezenverklaarde twee straffen opleggen.

Ten aanzien van het bij parketnummer 02/627458-05 onder 2. en - voorzover op een misdrijf betrekking hebbend - onder 4., zomede ten aanzien van het bij parketnummer 02/626683-05

- voorzover op een misdrijf betrekking hebbend - onder 1. bewezenverklaarde zal het hof op de voet van het bepaalde bij artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht één straf opleggen.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Daarbij is rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat de verdachte blijkens een hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 12 december 2006 reeds eerder terzake van overtredingen van de Opiumwet is veroordeeld;

- het gegeven dat het bewezenverklaarde handelen van verdachte in relatie staat tot de handel in softdrugs, welke handel (vaak) allerlei maatschappelijk onwenselijke effecten, zoals het ontduiken van belastingen en de diefstal van stroom, bevordert; daarnaast is wetenschappelijk aangetoond dat het frequent gebruik van softdrugs de volksgezondheid kan schaden, met name waar het geestelijke aandoeningen betreft;

Ten aanzien van de overtredingen acht het hof telkens oplegging van een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Bij de vaststelling van de hoogte van die geldboetes heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met behulp waarvan het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan dan wel die tot het begaan van het tenlastegelegde en bewezenverklaarde zijn bestemd, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geldbedragen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu die geldbedragen geheel of grotendeels door middel van het tenlastegelegde en het bewezenverklaarde zijn verkregen.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 3 en 11 (oud) van de Opiumwet en de artikelen

23 (oud), 24, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het bij parketnummer 02-627458-05 onder 1., 2., 3. en 4. en het bij parketnummer 02-626683-05 onder 1. en 2. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

Parketnummer 02-627458-05:

1.

Medeplegen van: Handelen in strijd met een in artikel 3 van de Opiumwet gegeven verbod, driemaal gepleegd;

2.

Medeplegen van: Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

3.

Medeplegen van: Handelen in strijd met een in artikel 3 van de Opiumwet gegeven verbod, driemaal gepleegd;

4.

Medeplegen van: Handelen in strijd met een in artikel 3 van de Opiumwet gegeven verbod

en

Medeplegen van: Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

Parketnummer 02-626683-05:

1.

Medeplegen van: Handelen in strijd met een in artikel 3 van de Opiumwet gegeven verbod

en

Medeplegen van: Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

2.

Medeplegen van: Handelen in strijd met een in artikel 3 van de Opiumwet gegeven verbod, tweemaal gepleegd.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Ten aanzien van het bij parketnummer 02-627458-05 onder 2 en 4 - voor wat betreft het misdrijf - en het bij parketnummer 02-626683-05 onder 1 - ook voor wat betreft het misdrijf - bewezen verklaarde:

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Ten aanzien van het bij parketnummer 02-627458-05 onder 1 bewezenverklaarde:

Veroordeelt verdachte tot 3 (drie) geldboetes, elk van EUR 100,00 (honderd euro), telkens bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.

Ten aanzien van het bij parketnummer 02-627458-05 onder 3 bewezenverklaarde:

Veroordeelt verdachte tot 3 (drie) geldboetes, elk van EUR 100,00 (honderd euro), telkens bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.

Ten aanzien van het bij parketnummer 02-627458-05 onder 4 - voor wat betreft de

overtreding - bewezenverklaarde:

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 100,00 (honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.

Ten aanzien van het bij parketnummer 02-626683-05 onder 1 - voor wat betreft de

overtreding - bewezenverklaarde:

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 100,00 (honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.

Ten aanzien van het bij parketnummer 02-626683-05 onder 2 bewezenverklaarde:

Veroordeelt verdachte tot 2 (twee) geldboetes, elk van EUR 100,00 (honderd euro), telkens bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpen, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten:

- een wit puntmes, aangetroffen op toonbank verkoopruimte;

- een mes met bruin handvat, aangetroffen op balie verkoopruimte;

- een weegschaal, aangetroffen op balie verkoopruimte;

- een stuk hash van 25 gram, aangetroffen in geopende kist;

- 31 gram netto hennep, aangetroffen in geopende doos op plank;

- een Rozenberg mes met hashresten;

- een wit puntmes met hashresten;

- een weegschaal, aangetroffen op vensterbank;

- een plastic zak met losse bloemtoppen Cannabis Sativa, hennep, 85 gram;

- 8 gevulde boterhamzakjes met hennep, gewicht 650 gram;

- 5 verpakte plakjes hash, 325 gram;

- vermengde vermalen hennep, 70 gram;

- verschillende zakjes hennep, uit vuiliniszak, 240 gram;

- 5 (oudere) plakken hash, 472 gram;

- een weegschaal Tanita, aangetroffen in afvalbak woning;

- een Solingen schoolmesje, met hash resten;

- een metalen afvalbak, aangetroffen met afval en hennepresten.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen geldbedragen, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten:

- een geldbedrag van 46,91 euro (muntstukken);

- een geldbedrag aan euro's, te weten: 82,65 euro.

Aldus gewezen door

mr. H.D. Bergkotte, voorzitter,

mrs. J.P.F. Rijken en A.M.G. Smit,

in tegenwoordigheid van mr. C.P.J. Scheele, griffier,

en op 1 februari 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. H.D. Bergkotte is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.