Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2006:BA4379

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-12-2006
Datum publicatie
03-05-2007
Zaaknummer
KGC200600792
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De vraag is of de huurachterstand met betrekking tot de huur van een horecabedrijfsruimte die inmiddels is opgelopen tot een bedrag van € 111.560,59, een voldoende spoedeisendbelang oplevert om in kort geding tot een ontruiming van het gehuurde te beslissen. Het hof weegt de belangen af en wijst de ontruimingsvordering alsnog toe.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 254
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

KG C0600792/BR

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

zevende kamer, van 19 december 2006,

gewezen in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HEINEKEN NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante bij exploot van dagvaarding van 22 juni 2006,

procureur: mr. Ph.C.M. van der Ven,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VILLA FIËSTA B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats,

2. [X.],

wonende te [woonplaats],

3. [Y.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerden bij gemeld exploot,

procureur: mr. J.E. Benner,

op het hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda in kort geding gewezen vonnis van 14 juni 2006 tussen appellante – verder te noemen Heineken - als eiseres, en geïntimeerden – verder te noemen Villa Fiësta respectievelijk de heren [X. en Y.] - als gedaagden.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr/rolnr. 159989/KG ZA 06-215)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven heeft Heineken acht grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot veroordeling van Villa Fiësta tot ontruiming van het van Heineken gehuurde pand aan de [adres] te [vestigingsplaats] en tot hoofdelijke veroordeling van Villa Fiësta en de heren [X. en Y.] tot betaling van een bedrag groot € 58.167,91, vermeerderd met de contractuele rente ad 1% per maand vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening en tot hoofdelijke veroordeling van Villa Fiësta en de heren [X. en Y.] tot betaling van een bedrag groot € 1.542,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van geïntimeerden in de kosten van het geding.

2.2. Bij memorie van antwoord hebben Villa Fiësta en de heren [X. en Y.] de grieven bestreden.

2.3. Partijen hebben hun zaak doen bepleiten, Heineken bij monde van mr. Q. den Hollander, Villa Fiësta en de heren [X. en Y.] bij monde van mr. Bressers. Zijdens Heineken werd een pleitnota overgelegd.

Bij gelegenheid van het pleidooi heeft Heineken haar eis gewijzigd in die zin dat ook de huur vanaf 1 juli 2006 tot aan het tijdstip van ontruiming wordt gevorderd. Tegen deze eiswijziging is door geïntimeerden geen bezwaar gemaakt.

2.4. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de gronden van het hoger beroep verwijst het hof naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1. Nu tegen de eiswijziging geen bezwaar is gemaakt zal het hof recht doen op de gewijzigde eis.

4.2. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende.

4.2.1. Bij akte van indeplaatsstelling van 1 april 2003 is tussen Heineken als (onder)verhuurder en Villa Fiësta als (onder)huurder een (onder)huurovereenkomst aangegaan betreffende het bedrijfspand met horecabestemming gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats] tegen een huurprijs die laatstelijk € 8.834,- per maand bedroeg.

4.2.2. De heren [X. en Y.] zijn bestuurders van Villa Fiësta en zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming van alle voor Villa Fiësta uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen.

4.2.3. Villa Fiësta is, ondanks herhaalde aanmaning en sommatie, tekortgeschoten in de nakoming van haar betalingsverplichtingen onder de huurovereenkomst.

4.2.4. Heineken heeft vervolgens Villa Fiësta en de heren [X. en Y.] middels een dagvaarding in kort geding bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda in rechte betrokken. Zij heeft ontruiming van het gehuurde door Villa Fiësta gevorderd en hoofdelijk veroordeling van Villa Fiësta en van de heren [X. en Y.] tot betaling van een bedrag groot € 70.167,91, vermeerderd met de contractuele rente over dat bedrag ad 1% per maand vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede hoofdelijke veroordeling van Villa Fiësta en van de heren [X. en Y.] tot betaling van een bedrag groot € 1.542,- aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, en met hun veroordeling in de kosten van het geding.

4.2.5. Villa Fiësta en de heren [X. en Y.] hebben verweer gevoerd, onder meer stellende dat een spoedeisend belang aan de zijde van Heineken ontbrak.

4.2.6. Bij vonnis in kort geding heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda het gevorderde afgewezen met veroordeling van Heineken in de proceskosten.

4.2.7. Heineken kan zich met dit vonnis niet verenigen en is daarvan in hoger beroep gekomen.

4.3. Heineken heeft tegen het vonnis waarvan beroep acht grieven aangevoerd welke zich lenen voor gezamenlijke behandeling.

4.4.1. Kern van het geschil is de vraag of de – niet bestreden – huurachterstand een voldoende spoedeisend belang oplevert om in kort geding tot een geïntimeerden veroordelend vonnis te komen.

4.4.2. Bij beantwoording van die vraag dient een afweging plaats te vinden van de belangen van partijen (HR 29 november 2002, NJ 2003, 78). Aldus doende overweegt het hof het volgende.

4.4.3. Ter zitting is onbetwist komen vast staan dat ook tijdens en ná de eerste aanleg de huur niet is betaald, en dat daarmee de huurschuld tot en met november 2006 inmiddels is opgelopen tot een bedrag van € 111.560,59.

4.4.4. Heineken heeft terecht aangevoerd dat zij als huurder jegens de eigenaar van het pand maandelijks de huurprijs dient te voldoen en voldoet, zodat het deficit alleen maar is gegroeid en nog altijd groeit.

4.4.5. Heineken heeft eveneens terecht aangevoerd dat zij er belang bij heeft het object zo spoedig mogelijk aan een andere exploitant te kunnen verhuren, zodat de huurschuld niet verder oploopt. Zolang Heineken geen ontruimingstitel heeft en Villa Fiësta het pand als huurder bezet houdt is dat echter niet mogelijk.

4.4.6. Daartegenover staat het belang van Villa Fiësta en van de heren [X. en Y.] om hun zaak te kunnen verkopen aan een nieuwe exploitant en deze in hun plaats te (doen) stellen.

4.4.7. Nu er echter, ondanks beweerdelijke pogingen sinds februari 2006, nog onvoldoende uitzicht bestaat dat Villa Fiësta een opvolgende huurder en nieuwe exploitant heeft gevonden, die dan op korte termijn in haar plaats kan worden gesteld, moet, naar het oordeel van het hof, een zwaarder gewicht worden gehecht aan de belangen van Heineken. Dat geldt zowel voor het belang van Heineken bij de ontruiming (zodat de huurschuld niet nog verder oploopt), als voor het belang van Heineken bij de betaling van de gevorderde huurpenningen en de buitengerechtelijke kosten (vooraleer het stadium wordt bereikt dat verhaal op Villa Fiësta en/of de gebroeders [X. en Y.] illusoir is geworden).

4.5. Het hof zal derhalve de door Heineken gevorderde ontruiming van gehuurde en de vordering tot betaling van de achterstallige huur toewijzen, met dien verstande dat de ontruimingstermijn zal worden bepaald op 14 dagen na betekening van dit arrest.

4.6. Ook het gevorderde bedrag voor buitengerechtelijke kosten komt voor toewijzing in aanmerking, nu de verschuldigdheid daarvan niet is bestreden en het bedrag het hof niet onredelijk voorkomt.

4.7. Villa Fiësta en de heren [X. en Y.] zullen hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt Villa Fiësta om binnen 14 dagen na betekening van dit arrest de bedrijfsruimten van het pand gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats] te verlaten en te ontruimen, met medeneming van alle daarin van harentwege aanwezige personen en/of goederen, doch onder achterlating van hetgeen tot het onroerend goed dan wel aan Heineken toebehoort, en onder afgifte van de sleutels weer ter vrije en algehele beschikking van Heineken te stellen, met machtiging van Heineken om deze ontruiming desnodig te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm, zulks op kosten van Villa Fiësta;

veroordeelt Villa Fiësta en de heren [X. en Y.] hoofdelijk, des dat de een voldaan hebbend de ander zal zijn bevrijd, om aan Heineken te voldoen de somma van € 58.167,91, te vermeerderen met de contractuele rente ad 1% per maand over dit bedrag vanaf 8 mei 2006 tot de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met een bedrag van € 8.834,-- per maand ingaande 1 juli 2006 zolang Villa Fiësta het gehuurde niet ter algehele en vrije beschikking van Heineken zal hebben gesteld;

veroordeelt Villa Fiësta en de heren [X. en Y.] hoofdelijk, des dat de een voldaan hebbende de ander zal zijn bevrijd tot betaling aan Heineken van een bedrag groot € 1.542,-- voor buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 mei 2006 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Villa Fiësta en de heren [X. en Y.] hoofdelijk, des dat de een betaald hebbend de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van de kosten in eerste aanleg en in hoger beroep, welke kosten aan de zijde van Heineken als volgt worden begroot:

in eerste aanleg: € 319,32 voor verschotten en € 527,-- voor salaris procureur;

in hoger beroep: € 1.596,32 voor verschotten en € 1.158,-- voor salaris procureur;

wijst af het anders of meer gevorderde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Etten, Den Hartog Jager en Adriaansens en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 19 december 2006.