Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2006:BA1215

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-12-2006
Datum publicatie
21-03-2007
Zaaknummer
K06/1690
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Klacht ex artikel 12 Sv.; ontvankelijk ondanks eerdere klacht over dezelfde feiten.

Het hof stelt vast, dat klager in de klachtzaak onder nummer K06/1391 reeds heeft geklaagd over dezelfde feiten. Voorts merkt het hof op dat de wet geen basis biedt voor heropening van klachtzaken ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering. Desalniettemin ziet het hof, gelet op genoemde brieven van klager van 14 juni 2006 en de gerechtssecretaris van 24 juli 2006, reden om klager in zijn beklag te ontvangen. Om die reden verklaart het hof klager ontvankelijk in zijn beklag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

K06/1690

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Beschikking van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 19 december 2006 inzake het beklag ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering van:

[klager],

wonende te Haren-Ems (Duitsland),

hierna te noemen: klager,

over de beslissing van de officier van justitie te Roermond tot het niet vervolgen van:

[beklaagde],

wonende te Maasbracht,

hierna te noemen: beklaagde,

wegens meineed.

De feitelijke gang van zaken.

Op 21 februari 2005 heeft klager aangifte gedaan van meineed, beweerdelijk jegens hem gepleegd door beklaagde.

Op 17 november 2005 is aan klager bericht dat de zaak niet zal worden vervolgd.

Hierop heeft klager bij schrijven van 21 december 2005 een klaagschrift ingediend bij het hof, ingekomen ter griffie van het hof op 2 januari 2006, met het verzoek de vervolging te bevelen.

De advocaat-generaal heeft in het schriftelijk verslag van 20 maart 2006 het hof geraden het beklag af te wijzen.

Op 9 mei 2006 is het klaagschrift in raadkamer van het hof behandeld. Klager is niet verschenen.

De advocaat-generaal heeft verklaard te persisteren bij het schriftelijk verslag.

Bij beschikking van 6 juni 2006 is het beklag van klager afgewezen.

Klager heeft bij brief van 14 juni 2006 verklaard als gevolg van problemen met de Duitse posterijen geen oproeping voor de zitting van 9 mei 2006 te hebben ontvangen.

Bij brief van 24 juli 2006 is door de gerechtssecretaris, [naam], aan klager medegedeeld dat het hof niet kan terugkomen op een reeds genomen beslissing, maar dat klager opnieuw zijn beklag kan doen.

Hierop heeft klager bij schrijven van 29 juli 2006 een klaagschrift ingediend bij het hof, ingekomen ter griffie van het hof op 2 augustus 2006, met het verzoek de vervolging te bevelen.

De advocaat-generaal heeft in het schriftelijk verslag van 27 oktober 2006 het hof geraden het beklag af te wijzen.

Op 28 november 2006 is het klaagschrift in raadkamer van het hof behandeld in aanwezigheid van klager.

De advocaat-generaal heeft verklaard te persisteren bij het schriftelijk verslag.

De beoordeling.

Het hof stelt vast, dat klager in de klachtzaak onder nummer K06/1391 reeds heeft geklaagd over dezelfde feiten. Voorts merkt het hof op dat de wet geen basis biedt voor heropening van klachtzaken ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering. Desalniettemin ziet het hof, gelet op genoemde brieven van klager van 14 juni 2006 en de gerechtssecretaris van 24 juli 2006, reden om klager in zijn beklag te ontvangen.

Om die reden verklaart het hof klager ontvankelijk in zijn beklag.

Klager stelt dat beklaagde zich jegens hem schuldig heeft gemaakt aan meineed, door in een procedure voor het gerechtshof ’s-Hertogenbosch een valse verklaring af te leggen, waardoor klager financieel werd benadeeld. Klager stelt dat de volgende verklaring van beklaagde, afgelegd ter terechtzitting voor het hof, meinedig is: “U houdt mij voor de verklaring van [betrokkene 1], die onder meer verklaart dat [beklaagde] 50% kreeg van de vrachtsom na aftrek van een provisie van 10%, en dat [beklaagde] met deze 50% de duwkosten moest betalen. Als [betrokkene 1] dit zegt dan vergist hij zich”.

Beklaagde ontkent dat hij meineed heeft gepleegd.

Naar het oordeel van het hof is – ook na hetgeen klager in raadkamer naar voren heeft gebracht – niet wettig en overtuigend bewijsbaar dat de geciteerde verklaring van beklaagde vals is.

Gelet op het vorenstaande dient het beklag te worden afgewezen.

De beslissing.

Het hof verklaart klager ontvankelijk in zijn beklag .

Het hof wijst het beklag af.

Aldus gegeven door

mr. E.F.G.M. Gelderman, als voorzitter,

mrs. P.A.M. Hendriks en C. de Bruijne, als raadsheer,

in tegenwoordigheid van mr. R.J. Gras, als griffier.

op 19 december 2006.

Mr. De Bruijne is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.