Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ8208

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-09-2006
Datum publicatie
12-02-2007
Zaaknummer
04/00580
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Naar het oordeel van het Hof moet de fout die gemaakt is door de ambtenaar belast met het overnemen van de gegevens uit de aangiftediskette worden gekwalificeerd als een vergissing die heeft geleid tot een discrepantie tussen wat de Inspecteur wilde en wat in het aanslagbiljet is vastgelegd, en meer in het bijzonder als een overnamefout. [..] Naar het oordeel van het Hof moet het voor belanghebbende redelijkerwijs kenbaar zijn geweest dat bij de totstandkoming van de aanslag een fout was gemaakt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2007, 298
FutD 2007-0313
Vp-bulletin 2007, 17

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 04/00580

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

U I T S P R A A K

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, derde meervoudige Belastingkamer, op het beroep van X te Y tegen de uitspraak van de Voorzitter van het managementteam van het onderdeel belastingdienst Z van de Rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op het bezwaarschrift betreffende na te melden aan belanghebbende opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2001.

1. Ontstaan en loop van het geding

Nadat aan belanghebbende over het jaar 2001 een primitieve aanslag was opgelegd van nihil, met een gelijktijdige vaststelling van een verlies uit werk en woning van € 52.329,--, is aan belanghebbende onder nummer 0000.00.000.H.17 de onderhavige navorderingsaanslag opgelegd. Deze navorderingsaanslag is berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 23.906,-- en een gelijkluidend verzamelinkomen.

Na bezwaar heeft de Inspecteur de navorderingsaanslag bij de bestreden uitspraak gehandhaafd.

Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. Ter zake van dit beroep is van belanghebbende een griffierecht geheven van € 37,--.

De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

Op grond van artikel 8:45 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de Inspecteur op verzoek van het hof vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan de wederpartij en behoren tot de stukken van het geding.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 24 mei 2006 te

's-Hertogenbosch.

Aldaar zijn verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de Inspecteur. Belanghebbende heeft te dezer zitting een pleitnota met twee bijlagen overgelegd aan het hof en de wederpartij en deze pleitnota voorgedragen. De Inspecteur heeft te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen overlegging van deze bijlagen. Het hof rekent deze pleitnota en de bijlagen tot de stukken van het geding.

2. Feiten

Het Hof stelt op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting, als tussen partijen niet in geschil dan wel door een der partijen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, de volgende feiten vast.

2.1. Belanghebbende, geboren in 1969, was in het onderhavige jaar ongehuwd. Tot 11 juni 2001 genoot hij een uitkering van het A. Vanaf die datum was hij werkzaam voor een uitzendbureau.

2.2. Belanghebbende heeft een eigen woning. Het bedrag van de eigenwoningschuld op 31 december 2001 bedroeg € 76.235,-- en de in 2001 betaalde rente en kosten van lening ter zake van deze schuld bedroeg € 4.345,--. In 2001 zijn door belanghebbende geen kosten ter zake van erfpacht of opstal in verband met de eigen woning gemaakt.

2.3. Belanghebbende heeft voor het onderhavige jaar 2001 aangifte gedaan door middel van inzending van een aangiftediskette. De door belanghebbende door middel van deze diskette verstrekte informatie is ingelezen in het computersysteem van de belastingdienst. In dit systeem is het juiste bedrag van de eigenwoningschuld opgenomen. Vervolgens echter is het bedrag van de eigenwoningschuld nogmaals opgenomen als betaalde rente en kosten van leningen en is de betaalde rente opgenomen onder de kosten ter zake van erfpacht of opstal in verband met de eigen woning. Dit resulteerde in een aftrekpost ter zake van de eigen woning ter grootte van € 80.202,--.

2.4. Overeenkomstig de in het computersysteem van de belastingdienst opgenomen gegevens is aan belanghebbende een nihilaanslag opgelegd met gelijktijdige vaststelling van een verlies uit werk en woning van € 52.329,--.

3. Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1. Tussen partijen is in geschil het antwoord op vraag of de onderhavige navorderingsaanslag terecht is opgelegd. Belanghebbende beantwoord deze vraag in ontkennende zin. De Inspecteur is een tegenovergestelde mening toegedaan.

3.2. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Zij hebben daaraan ter zitting het volgende toegevoegd.

3.2.1. Belanghebbende:

Er is echt door inzending van een diskette aangifte gedaan. Die aangifte is goed gedaan. Belanghebbende heeft de gegevens correct ingevuld. Er moet op de inspectie een fout zijn gemaakt. Kennelijk is de aangifte niet elektronisch ingelezen maar handmatig overgetypt. Daarbij heeft de medewerker van de belastingdienst kennelijk twee maal het bedrag van de eigenwoningschuld ingetypt, eenmaal in het daarvoor bestemde vakje en eenmaal in het daar onder staande vakje bestemd voor de rente, en vervolgens heeft die medewerker de rente ingetypt in het daar weer onder staande vakje bestemd voor de erfpacht en opstal. De Inspecteur had een onderzoeksplicht. Hij had dit niet zomaar mogen laten passeren.

Het was niet kenbaar voor belanghebbende dat er een fout was gemaakt. Op het aanslagbiljet ziet hij dat hij niets hoeft te betalen, dat klopt want hij verwachtte geld terug.Op de tweede bladzijde staat een bedrag aan inkomen uit werk en woning dat ongeveer overeenkomt met zijn inkomen in guldens. Het kan belanghebbende niet worden aangerekend dat hij hierbij het euroteken en het kleine minteken voor het bedrag over het hoofd heeft gezien.

3.2.2. De Inspecteur:

Ik betwist niet langer dat aangifte is gedaan door middel van inzending van een aangiftediskette en dat belanghebbende de gegevens correct op die diskette heeft ingevuld. Ik weet niet hoe het kan dat de gegevens over de kosten van de eigen woning zo verkeerd in ons computersysteem terecht zijn gekomen. Belanghebbende stelt dat de gegevens op de diskette handmatig moeten zijn overgetypt en dat daarbij een fout moet zijn gemaakt. Ik kan geen andere mogelijke oorzaak aanwijzen en betwist daarom deze stellingen van belanghebbende niet. Deze overnamefout moet op één lijn worden gesteld met een schrijf- of tikfout. De fout moet aan belanghebbende kenbaar zijn geweest. De ambtenaar belast met het overnemen van de gegevens wilde ongetwijfeld anders, maar dat is niet gebeurd.

Het is duidelijk dat deze primitieve aanslag zo nooit opgelegd had mogen worden. De uitkomst wijkt zozeer af van hetgeen normaal is dat een nader onderzoek had moeten plaatsvinden, dat is echter niet gebeurd.

3.3. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak en de navorderingsaanslag.

De Inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4. Overwegingen omtrent het geschil

4.1. Artikel 16, lid 1, eerste volzin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen behelst de hoofdregel dat indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of tot een te laag bedrag is vastgesteld, de inspecteur de te weinig geheven belasting kan navorderen.

De tweede volzin van dit artikellid bevat een uitzondering op die hoofdregel: een feit dat de inspecteur bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond voor navordering opleveren, behoudens in de gevallen waarin de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is.

Indien echter een aanslag te laag is vastgesteld niet als gevolg van een verwijtbaar onjuist inzicht van de inspecteur in de feiten die bepalend zijn voor de (omvang van de) belastingplicht of van een onjuist inzicht van de inspecteur in het recht, maar als gevolg van een vergissing die heeft geleid tot een discrepantie tussen wat de inspecteur wilde en wat in het aanslagbiljet is vastgelegd, zoals bijvoorbeeld een schrijf-, reken-, overname-, of intoetsfout, en het voor de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar was dat bij de totstandkoming van de aanslag een fout was gemaakt - waarbij niet van belang is of tevens kenbaar was waarin de fout bestond -, is overeenkomstig de hoofdregel navordering toegestaan. Op aan het aanslagbiljet te ontlenen vertrouwen kan een belastingplichtige zich in een dergelijk geval niet met vrucht beroepen. Aldus heeft de Hoge Raad overwogen in zijn arrest van 8 augustus 2003, nr. 37 570, BNB 2003/345.

4.2. In het onderhavige geval is door belanghebbende gesteld dat de fout die heeft geleid tot de onjuistheid van de primitieve aanslag veroorzaakt is ten kantore van de Inspecteur bij het handmatig overnemen van de gegevens die belanghebbende heeft vermeld op de door hem ingezonden aangiftediskette. Belanghebbende gaat er vanuit dat de desbetreffende ambtenaar twee maal het bedrag van de eigenwoningschuld heeft ingetypt, eenmaal in het daarvoor bestemde vakje en eenmaal in het vakje bestemd voor de rente, en vervolgens de rente heeft ingetypt in het vakje bestemd voor de erfpacht en opstal. Deze stelling en dit uitgangspunt zijn door de Inspecteur niet bestreden. Nu de onjuistheid van die stelling en dit uitgangspunt ook overigens niet is gebleken worden zij als vaststaand aangemerkt.

4.3. Naar het oordeel van het Hof moet de fout die gemaakt is door de ambtenaar belast met het overnemen van de gegevens uit de aangiftediskette worden gekwalificeerd als een vergissing die heeft geleid tot een discrepantie tussen wat de Inspecteur wilde en wat in het aanslagbiljet is vastgelegd, en meer in het bijzonder als een overnamefout. Het moet ervoor worden gehouden dat de desbetreffende ambtenaar per ongeluk twee maal na elkaar het bedrag van de eigenwoningschuld heeft overgetypt en vervolgens in de daarop volgende vakjes het bedrag van de rente en het bedrag van de kosten van erfpacht en opstal heeft ingevuld, zich daarbij niet realiserende dat deze gegevens in de verkeerde vakjes terecht kwamen.

4.4. Naar het oordeel van het Hof moet het voor belanghebbende redelijkerwijs kenbaar zijn geweest dat bij de totstandkoming van de aanslag een fout was gemaakt. Op het aanslagbiljet staat niet alleen vermeld "Belastbaar inkomen uit werk en woning €-52 329", maar ook ten dele vetgedrukt "Verlies uit werk en woning Dit jaar geleden verlies € 52 329". Tegen de achtergrond van de omstandigheid dat belanghebbende in zijn aangifte het belastbaar inkomen uit werk en woning had berekend op € 23.906,--, en bij afwezigheid van enige denkbare reden voor deze zeer aanzienlijke afwijking moet het hem aanstonds duidelijk zijn geweest dat er bij het vaststellen van de aanslag een fout was gemaakt. Voorts ontving belanghebbende naar aanleiding van de primitieve aanslag een teruggaaf van € 7.363,--, terwijl hijzelf om een teruggaaf had verzocht van € 3.215,--.

4.5. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot de gevolgtrekking dat het gelijk aan de zijde van de Inspecteur is. Het beroep moet ongegrond worden verklaard.

5. Proceskosten

Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

6. Beslissing

Het Hof verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan op 20 september 2006 door R.J. Koopman, voorzitter, A.J. van Soest en N. van Beelen, in tegenwoordigheid van A.A. van Wendel de Joode, griffier. De beslissing is op die datum ter openbare zitting uitgesproken.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden

op: 20 september 2006

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in

cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd.

Na het instellen van beroep ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het beroepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.