Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ5073

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-01-2006
Datum publicatie
22-12-2006
Zaaknummer
KG0500785
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Bij het beroepen vonnis heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de (voorlopige) toepassing van de schuldsaneringsregeling aan de executie van het ontruimingsvonnis van 9 december 2004 niet in de weg staat en overwogen dat niet is komen vast te staan dat Woningbelang van haar bevoegdheid dit vonnis te executeren misbruik maakt, nu niet is gebleken dat het vonnis op een feitelijke of juridische misslag berust of de executie op grond van nieuwe omstandigheden aan de zijde van [geïntimeerde] een noodtoestand doet ontstaan alsmede dat sprake is van een zodanige onevenredigheid van de belangen over en weer dat Woningbelang in de gegeven omstandigheden thans in redelijkheid niet tot ontruiming van de woning kan besluiten.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet
Faillissementswet 305
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 438
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2007/127
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. JD

rolnr. KG C0500785/HE

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

zevende kamer, van 10 januari 2006,

gewezen in de zaak van:

de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging BOUWVERENIGING WONINGBELANG,

gevestigd te Valkenswaard,

appellante bij exploot van dagvaarding van 12 mei 2005,

procureur: mr. H.J. ter Meulen,

tegen:

[GEÏNTIMEERDE],

wonende te [plaats],

geïntimeerde bij gemeld exploot,

procureur: mr. P.P.J. van der Rijt,

op het hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank ´s-Hertogenbosch gewezen vonnis in kort geding van 19 april 2005 tussen appellant - [geïntimeerde] - als eiser en geïntimeerde - Woningbelang - als gedaagde.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 124143/KG ZA 05174)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en het herstelvonnis van 12 juli 2005.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven heeft Woningbelang twee grieven aangevoerd, producties overgelegd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis in kort geding waarvan beroep en, kort gezegd, tot alsnog afwijzing van het door [geïntimeerde] gevorderde.

2.2. Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden en een productie overgelegd.

2.3. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de gronden van het hoger beroep verwijst het hof naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende.

4.1.1. Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard en inmiddels onherroepelijk vonnis van 9 december 2004 heeft de kantonrechter te Eindhoven de huurovereenkomst tussen Woningbelang en [geïntimeerde] betreffende de woning gelegen te [plaats] aan [adres 1] ontbonden en, kort gezegd, [geïntimeerde] veroordeeld de woning binnen 14 dagen na betekening van het vonnis te ontruimen. Tevens heeft de kanton-rechter [geïntimeerde] veroordeeld tot voldoening van de huurachterstand inclusief rente en buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van E. 3.130,06 en tot betaling van de lopende huur ten bedrage van E. 301,11, vermeerderd met de wettelijke huurverhoging per [datum 1] zolang de huurovereenkomst voortduurt, en eenzelfde bedrag ten titel van schadevergoeding voor het voorgezet gebruik van de woning na de ontbinding van de huurovereenkomst.

4.1.2. Bij exploot van 28 februari 2005 heeft Woningbelang aan [geïntimeerde] aangezegd dat op [datum 2] zal worden overgegaan tot ontruiming van de woning.

4.1.3. Bij vonnis van de rechtbank ´s-Hertogenbosch van 7 maart 2005 is de voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van [geïntimeerde]. Daarbij is tevens een afkoelingsperiode voor de duur van één maand bepaald.

4.1.4. Bij het beroepen vonnis heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank ´s-Hertogenbosch de executie van het vonnis van de kantonrechter van 9 december 2004 voor wat betreft de ontruiming van de woning door [geïntimeerde] geschorst voor zolang [geïntimeerde] aan zijn lopende huurverplichtingen blijft voldoen.

4.2. De omstandigheid dat Woningbelang haar memorie van grieven niet aan het hof heeft gericht doch aan de rechtbank houdt het hof voor een vergissing. Dit leidt derhalve, anders dan [geïntimeerde] heeft bepleit, niet tot niet- ontvankelijkheid van Woningbelang of tot afwijzing van haar vordering.

4.3. Bij het beroepen vonnis heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de (voorlopige) toepassing van de schuldsaneringsregeling aan de executie van het ontruimingsvonnis van 9 december 2004 niet in de weg staat en overwogen dat niet is komen vast te staan dat Woningbelang van haar bevoegdheid dit vonnis te executeren misbruik maakt, nu niet is gebleken dat het vonnis op een feitelijke of juridische misslag berust of de executie op grond van nieuwe omstandigheden aan de zijde van [geïntimeerde] een noodtoestand doet ontstaan alsmede dat sprake is van een zodanige onevenredigheid van de belangen over en weer dat Woningbelang in de gegeven omstandigheden thans in redelijkheid niet tot ontruiming van de woning kan besluiten.

4.3.1. Tegen deze overwegingen van de voorzieningenrechter richten zich de eerste grief en de tweede grief ten dele.

4.4. Aan het hof ligt de vraag voor of de toelating van een schuldenaar tot de schuldsaneringsregeling verhindert dat een voordien gewezen en ten tijde van die toelating nog niet onherroepelijk geworden ontruimingsvonnis ten uitvoer wordt gelegd. Hierover overweegt het hof het volgende.

4.4.1. Uit de parlementaire geschiedenis van de WSNP (en met name artikel 305 lid 2 Fw) blijkt dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest dat de schuldsaneringsregeling aan de executie van een ontruimingsvonnis in de weg zou staan. De minister is tijdens de behandeling door de Eerste Kamer van de WSNP door leden van de VVD-fractie gevraagd of het niet voor de hand zou hebben gelegen een eventueel reeds verkregen ontruimingsvonnis op gelijke wijze te behandelen als een verkregen titel met betrekking tot een geldschuld, met andere woorden: na de uitspraak van het moratorium (artikel 309 Fw, toev. hof) de werking van zo'n vonnis te schorsen. De minister heeft naar aanleiding daarvan het volgende opgemerkt:

"... Een ontruiming is op zichzelf niet van invloed voor het met de schuldsaneringsregeling te bereiken doel, namelijk dat de schuldenaar op een gegeven moment niet meer door schuldeisers voor oude schulden wordt achtervolgd. Het gaat bij een daadwerkelijke ontruiming niet om een executie tot verhaal van schulden en een dergelijke tenuitvoerlegging raakt het vermogen (de boedel) niet. Een vonnis tot ontruiming wordt dan ook niet bestreken door de schuldsaneringsregeling...." (EK 1995-1996, 22969, nr 34b MvA).

Op 16 december 2004 is evenwel bij de Tweede Kamer ingediend het wetsontwerp 29942 inzake Wijziging van de Faillissementswet in verband met de herziening van de schuldsanering natuurlijke personen. Uit de Memorie van Toelichting bij artikel 305 blijkt het volgende:

"...

Het nieuwe tweede lid beoogt duidelijkheid te scheppen ten aanzien van ontruimingsvonnissen. Daarbij is aansluiting gezocht bij de regeling voor nutsvoorzieningen in artikel 304. De huurovereenkomst mag niet tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling door de verhuurder beëindigd worden - hetzij opgezegd op grond van artikel 7:724 BW, hetzij ontbonden op grond van artikel 6:265 BW - op grond van een huurachterstand die is opgebouwd vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling. De verhuurder zal zich hier moeten voegen bij de andere schuldeisers die moeten afwachten of ze nog iets op hun vorderingen uitgedeeld krijgen.

Door diverse belangenorganisaties (KBvG, LPISHV, NovA en NVVK) is daarnaast de aandacht gevestigd op de problematiek rond ontruimingsvonnissen die vóór de uitspraak tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zijn gewezen. Krachtens de huidige regeling is het niet duidelijk hoe op grond van een dergelijk vonnis moet worden gehandeld. De wet verhindert niet dan (lees: dat, toev. hof) een vonnis tot ontruiming ten uitvoer gelegd wordt wanneer de huurovereenkomst reeds vóór de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is beëindigd en er een vonnis tot ontruiming ligt. Een ontruiming aan het begin van de schuldsaneringsregeling geeft de schuldenaar echter een moeizame start en doorgaans extra onkosten. Bovendien, wanneer de schuldenaar in de schuldsaneringsregeling terecht komt zonder dat de rechter zich over een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wegens huurachterstand heeft gebogen, dan zou ook die verplichting tot betaling van de huurachterstand uiteindelijk door verlening van de schone lei komen te vervallen. Het gaat ook bij huurachterstand tenslotte om financiële schulden en daarvoor is de Wsnp bedoeld. Het huidige onderscheid tussen oude huurschulden en oude andere schulden dient dan ook herzien te worden. Daarom wordt de executie van het ontruimingsvonnis opgeschort. Voorwaarde is wel dat de lopende huurpenningen tijdens de duur van de schuldsaneringsregeling steeds tijdig worden betaald. Zodra de schuldenaar een nieuwe huurschuld doet ontstaan, kan het ontruimingsvonnis alsnog ten uitvoer gelegd worden (afgezien van eventuele toepasselijkheid van artikel 350, derde lid, onder d). De huurovereenkomst wordt voor de duur van de schuldsaneringsregeling verlengd. Deze verlenging sluit aan bij artikel 7:230 van het Burgerlijk Wetboek, dat het mogelijke maakt om ondanks ontbinding van de huurovereenkomst, het gebruik van de woning voort te zetten, zij het dat het daar gaat om voortzetting met goedvinden van de verhuurder. In het onderhavige wetsvoorstel zal de verhuurder het gebruik van de gehuurde woonruimte moeten gedogen. Daar staat tegenover dat hij wel weer de lopende huurpenningen ontvangt. Na afloop van de schuldsaneringsregeling zijn de oude huurschulden wellicht geheel of gedeeltelijk voldaan en voor het restant omgezet in natuurlijke verbintenissen en is de grond aan het ontruimingsvonnis komen te vervallen. Aangezien beëindiging en ontruiming samenvallen (artikel 7:273 lid 3 BW), is ook de grond aan de beëindiging van de huurovereenkomst ontvallen. Gevolg daarvan is dat de huurovereenkomst ook na het einde van de schuldsanering blijft doorlopen.

Ontruimingen wegens andere dan financiële redenen, zoals overlast of vernieling, zijn wel uitvoerbaar ondanks toepassing van de schuldsaneringsregeling. Deze ontruimingen staan los van de schuldsaneringsregeling, die immers enkel betrekking heeft op de financiële positie van de schuldenaar. ...."

4.4.2. Het hof is, mede in het licht van voormeld wetsontwerp, van oordeel dat de (voorlopige) toelating van [geïntimeerde] tot de schuldsaneringsregeling, aan de tenuitvoerlegging van het voordien gewezen ontruimingsvonnis in de weg staat. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat [geïntimeerde] hangende de appeltermijn van het ontruimingsvonnis is toegelaten tot de schuldsanering, derhalve op een tijdstip dat het vonnis van de kantonrechter waarbij de ontbinding van de huurovereenkomst is uitgesproken en de ontruiming van de woning is bevolen, nog niet onherroepelijk was en derhalve nog een contractuele relatie tussen partijen bestond. Ingevolge die contractuele relatie dienden Woningbelang en [geïntimeerde] zich jegens elkaar als een goed verhuurder en huurder te gedragen. Nu [geïntimeerde] onweersproken heeft gesteld dat hij vanaf de toepassing van de schuldsaneringsregeling aan zijn verplichtingen tot betaling van de huur heeft voldaan, vloeit hieruit naar voorlopig oordeel van het hof voort dat Woningbelang [geïntimeerde] in de gelegenheid dient te stellen te zijner tijd met een schone lei te beginnen en dat Woningbelang de ontruiming, die de kans van slagen van de schuldsanering aanzienlijk vermindert, achterwege dient te laten. Bij het vorenstaande speelt ook een rol dat, als gevolg van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, de ontruiming in strijd is met het belang dat ieder van de crediteuren, onder wie ook Woningbelang zelf, heeft bij de nakoming door [geïntimeerde] van zijn verplichtingen.

4.5. Onder de voornoemde omstandigheden bestaat er grond voor schorsing van de executie van het ontruimingsvonnis zolang [geïntimeerde] aan zijn lopende huurverplichtingen blijft voldoen. Derhalve falen de grieven. Het hof zal het vonnis van de voorzieningenrechter, met inachtneming van het hiervoor overwogene, bekrachtigen. Woningbelang zal, als de ook in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten.

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis in kort geding waarvan beroep onder aanvulling en verbetering van de gronden zoals hiervoor is overwogen;

veroordeelt Woningbelang in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten aan de zijde van [geïntimeerde] worden begroot op E. 291,-- aan verschotten en E. 894,-- aan salaris procureur voor het hoger beroep, op de voet van het bepaalde in artikel 243 Rv te voldoen aan de griffier van dit hof.

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Etten, Den Hartog Jager en Van de Bergh en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 10 januari 2006.