Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ2566

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
04-10-2006
Datum publicatie
17-11-2006
Zaaknummer
R200601051
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep van vonnis in kort geding bij beroepschrift. Toepassing wissel artikel 69 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

4 oktober 2006

Rekestenkamer

Rekestnummer R200601051

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Beschikking

In de zaak in hoger beroep van:

[X.]

wonende te [woonplaats],

appellante,

de man,

procureur mr. T.M. Subelack / M.W.F. van Wijk,

t e g e n

[Y.],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

geïntimeerde,

de vrouw,

procureur mr. M.F.J.M. van Rooy van Tessel.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het op 14 augustus 2006 uitgesproken vonnis in kort geding van de rechtbank 's-Hertogenbosch, waarvan de inhoud bij partijen bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 11 september 2006, heeft de man verzocht voormeld vonnis te vernietigen en te bepalen dat het hoofdverblijf van [A.] voorlopig bij de man is, met het bevel dat de vrouw tot afgifte van het kind aan de man dient over te gaan, met machtiging aan de man om het vonnis zonodig ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm van politie en/of justitie.

2.2. Bij brief van 13 september 2006 heeft de griffier van het hof aan de procureur van de vrouw een afschrift van het beroepschrift toegezonden, met de mededeling dat het hof voornemens is overeenkomstig het bepaalde in artikel 69 Rv te bevelen dat de procedure in de staat waarin zij zich bevindt, wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure, alsmede een beschikking te geven overeenkomstig artikel 69 lid 3 Rv. De procureur van de vrouw is in de gelegenheid gesteld hierop desgewenst schriftelijk te reageren. Aan de procureur van de man is een afschrift van de brief toegezonden.

2.3. De procureur van de vrouw heeft bij brief van 14 september 2006 medegedeeld dat naar zijn mening sprake is van misbruik van procesrecht.

3. De beoordeling

3.1. De man is bij beroepschrift in hoger beroep gekomen van voormeld vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch. Het hoger beroep had moeten worden ingesteld bij dagvaarding. De man heeft derhalve de verkeerde rechtsingang gekozen. Hij had de zaak aanhangig moeten maken bij dagvaarding. De vrouw heeft dit standpunt onderschreven.

3.2. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 69 Rv zal het hof bevelen dat de procedure in de stand waarin zij zich bevindt wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure. Nu aan de vrouw reeds een afschrift van het beroepschrift is toegezonden, en het beroepschrift de grieven bevat, zal het hof de zaak naar de rol verwijzen voor memorie van antwoord. De zaak zal tevens worden verwezen voor akte aan de zijde van appellant voor het in het geding brengen van de stukken van eerste aanleg.

3.3. Het hof kan in dit stadium van de procedure niet beoordelen of sprake is van misbruik van procesrecht aan de zijde van de man, zoals de vrouw heeft gesteld. Of sprake is van misbruik van procesrecht en in de eventueel daaraan te verbinden gevolgen kan in de dagvaardingsprocedure verder aan de orde komen.

3.4. De beslissing met betrekking tot de kosten wordt aangehouden tot het door het hof te geven eindarrest.

4. De beslissing

Het hof:

4.1. beveelt dat de procedure in de stand waarin zij zich bevindt wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;

4.2. verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van 31 oktober 2006 voor akte overlegging producties aan de zijde van appellant en voor memorie van antwoord;

4.3. houdt de beslissing met betrekking tot de proceskosten aan tot het door het hof te geven eindarrest.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Kranenburg, Smeenk-van der Weijden en. Bijleveld-van der Slikke en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 4 oktober 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.