Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ0177

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
31-01-2006
Datum publicatie
16-10-2006
Zaaknummer
C0500261
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewijsopdracht inzake koopovereenkomst tapijten geslaagd. Herziening proceskostenveroordeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. NJ

rolnr. C0500261/MA

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

tweede kamer, van 10 oktober 2006,

gewezen in de zaak van:

[APPELLAMTE],

wonende te [woonplaats], [gemeente],

appellante in het principaal appel,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

procureur: mr. Ph.C.M. van der Ven,

tegen:

de besloten vennootschap naar Belgisch recht

IMPERIAL BVBA,

gevestigd en kantoorhoudende te Maasmechelen (België),

geïntimeerde in het principaal appel,

appellante in het incidenteel appel,

procureur: mr. T.J.A. Winnubst,

als vervolg op het in deze zaak op 31 januari 2006 gewezen arrest. Partijen zullen ook in dit arrest worden aangeduid als [appellante] en Imperial.

6. Het verdere geding

Na voormeld tussenarrest heeft Imperial ter zitting van 19 mei 2006 één getuige doen horen. Van zijn verhoor is proces-verbaal opgemaakt. [appellante] heeft afgezien van contra-enquête. Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en uitspraak gevraagd. In het procesdossier van [appellante] ontbreekt onder meer het proces-verbaal van voornoemd getuigenverhoor.

7. De verdere beoordeling

in het incidenteel appel

7.1.1. Bij voormeld arrest heeft het hof Imperial conform haar aanbod toegelaten tot het leveren van bewijs van haar stelling dat partijen op 22 oktober 2003 in de woning van [appellante] een koopovereenkomst met betrekking tot beide tapijten voor een bedrag van E. 9.000,= hebben gesloten.

7.1.2. In rov. 4.4.3. en 4.4.4. van voormeld arrest heeft het hof overwogen dat op grond van de daar genoemde feiten en omstandigheden voor de bewijsopdracht reeds bewijsmiddelen voorhanden zijn die essentiële stellingen betreffen maar nog niet het volledige bewijs opleveren van de door Imperial gestelde koopovereenkomst.

7.1.3. Imperial heeft vervolgens haar statutair directeur [getuige 1] als getuige doen horen. [getuige 1] heeft onder ede zijn reeds bij de rechtbank ter comparitie afgelegde verklaring (zoals weergegeven in rov. 4.4.4.) bevestigd. Daarmee is het probandum en het reeds aanwezige onvolledige bewijs bevestigd en aldus aangevuld.

Imperial is daarmee in het haar opgedragen bewijs geslaagd zodat de eerste incidentele grief slaagt. Dit leidt tot vernietiging van het bestreden vonnis en de toewijzing alsnog van het door Imperial gevorderde bedrag van E. 8.800,=.

7.2.1. Met haar tweede grief in het incidenteel appel komt Imperial op tegen haar veroordeling door de rechtbank in de volledige proceskosten van de eerste aanleg.

7.2.2. Deze grief slaagt. Nu de rechtbank meer dan de helft van het door Imperial gevorderde bedrag heeft toegewezen, heeft zij partijen over en weer op onderdelen in het (on)gelijk gesteld. Op grond daarvan had zij de proceskosten tussen partijen moeten compenseren. Het hof zal de bestreden beslissing vernietigen en alsnog een compensatie uitspreken als hierna vermeld in het dictum.

7.2.3. Het hof oordeelt geen termen aanwezig om [appellante] volledig in de proceskosten van de eerste aanleg te veroordelen. De rechtbank had Imperial in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren, maar daarvan heeft Imperial in die procedure geen gebruik gemaakt. De rechtbank kon daarom de door Imperial gevorderde hoofdsom niet geheel toewijzen.

7.3. [appellante] zal als de in het ongelijk gestelde partij

- zoals gevorderd uitvoerbaar bij voorraad - worden veroordeeld in de kosten van het incidenteel appel.

in het principaal appel

7.4. Nu Imperial geslaagd is in het bewijs van de volledige koopovereenkomst faalt de eerste principale grief, waarin [appellante] slechts de koopovereenkomst van het kleine tapijt tot uitgangspunt heeft genomen.

In het tussenarrest heeft het hof reeds overwogen dat de tweede en de derde principale grief falen.

7.5. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [appellante]

- zoals gevorderd uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van het principaal appel worden veroordeeld. De kosten van het pleidooi zullen hierbij in het principaal appel worden betrokken nu [appellante] daarin het pleidooi heeft gevraagd.

8. De uitspraak

Het hof:

in het principaal en het incidenteel appel

8.1. bekrachtigt het tussen partijen door de rechtbank te Maastricht onder rolno. 90381/HA ZA 04-177 op 4 augustus 2004 gewezen vonnis;

8.2. vernietigt het tussen partijen door de rechtbank te Maastricht op 17 november 2004 gewezen vonnis, voorzover [appellante] daarbij is veroordeeld tot betaling van E. 4.500,= en voorzover Imperial daarbij is veroordeeld in de proceskosten, en opnieuw rechtdoende:

8.3. veroordeelt [appellante] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Imperial te betalen een bedrag van E. 8.800,= (ACHTDUIZENDACHTHONDERD EURO);

8.4. compenseert de proceskosten van de procedure in eerste aanleg in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

8.5. bekrachtigt het bestreden vonnis van 17 november 2004 voor het overige;

8.6. veroordeelt [appellante] in de proceskosten van het principaal hoger beroep, welke kosten aan de zijde van Imperial tot de dag van deze uitspraak worden begroot op E. 389,= aan verschotten en E. 1.896,= aan salaris procureur;

8.7. veroordeelt [appellante] in de proceskosten van het incidenteel hoger beroep, welke kosten aan de zijde van Imperial tot de dag van deze uitspraak worden begroot op nihil aan verschotten en E. 632,= aan salaris procureur;

8.8. verklaart de veroordelingen onder 8.3., 8.6. en 8.7. uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Schaik-Veltman, Venhuizen en Keizer en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 10 oktober 2006.