Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2006:AY8664

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-09-2006
Datum publicatie
21-09-2006
Zaaknummer
20-009291-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak opzettelijk telen/aanwezig hebben van hennepplanten.

Naar het oordeel van het hof is het enkele feit dat verdachte huurder was van het bedrijfspand niet voldoende om bewezen te verklaren dat verdachte opzettelijk (mede) hennepplanten heeft geteeld of aanwezig heeft gehad en dat verdachte (mede) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening elektriciteit heeft weggenomen. Om in de voorliggende zaak tot bewezenverklaring te kunnen komen moeten er naar het oordeel van het hof meer feiten en/of omstandigheden met betrekking tot de persoon van en/of het handelen van verdachte voorhanden zijn. Hiervoor zou onder meer kunnen dienen een geconstateerde frequente aanwezigheid van verdachte in of in de nabijheid van het betreffende pand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2006, 299

Uitspraak

Parketnummer: 20-009291-05

Uitspraak : 20 september 2006

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Roermond van 12 mei 2005 in de strafzaak met parketnummer 04-060441-03 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1967],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het beroepen vonnis integraal zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 6 augustus 2003, in elk geval in of omstreeks de

maand(en) juli en/of augustus 2003 in de gemeente Venlo,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft geteeld 2198 hennepplanten, in elk geval opzettelijk

aanwezig heeft gehad, 2198 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van

meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van de maand maart 2003 tot en met 6 augustus

2003, in elk geval in of omstreeks de maand(en) juli en/of augustus 2003, in

de gemeente Venlo,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

hoeveelheid elektrische stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s).

Vrijspraak

Het hof is van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat verdachte het onder 1. in de opzetvariant en onder 2. ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

In de kern heeft de politierechter de bewijsvoering gegrond op het gegeven dat verdachte huurder was van het bedrijfspand. Voorts heeft hij het verweer van verdachte dat hij het pand onderverhuurd heeft niet aannemelijk geoordeeld.

Naar het oordeel van het hof is het enkele feit dat verdachte huurder was van het bedrijfspand niet voldoende om bewezen te verklaren dat verdachte opzettelijk (mede) hennepplanten heeft geteeld of aanwezig heeft gehad en dat verdachte (mede) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening elektriciteit heeft weggenomen.

Om in de voorliggende zaak tot bewezenverklaring te kunnen komen moeten er naar het oordeel van het hof meer feiten en/of omstandigheden met betrekking tot de persoon van en/of het handelen van verdachte voorhanden zijn. Hiervoor zou onder meer kunnen dienen een geconstateerde frequente aanwezigheid van verdachte in of in de nabijheid van het betreffende pand. Die feiten en/of omstandigheden heeft het hof in het strafdossier echter niet aangetroffen en zijn ook overigens ter terechtzitting in hoger beroep niet gebleken.

Aldus komt het hof niet toe aan de beoordeling van het verweer van verdachte dat hij het bedrijfspand onderverhuurd heeft.

Bewezenverklaring

Het hof acht ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 6 augustus 2003, in de gemeente Venlo, aanwezig heeft gehad, 2162 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Het hof overweegt hierbij in het bijzonder dat, alleen al op basis van de door verdachte ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring en wat er verder ook zij van de onderhuurproblematiek, kan worden vastgesteld dat verdachte als contractueel huurder onvoldoende zicht heeft gehouden op wat er zich in het betreffende bedrijfspand afspeelde. In zoverre heeft verdachte dus in rechtens relevante zin schuld aan het op 6 augustus 2003 in die bedrijfsruimte te Venlo aanwezig hebben van 2162 hennepplanten.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, aanhef en onder C., van de Opiumwet en strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van die wet.(oud)

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Het hof zal aan de verdachte een taakstraf, bestaande uit het verrichten van een werkstraf, voor het hieronder te vermelden aantal uren opleggen.

Bij de straftoemeting heeft het hof in het bijzonder rekening gehouden met de omstandigheden dat het hof minder bewezen heeft geacht dan de eerste rechter.

Het hof is op basis van het voorliggende strafdossier van oordeel dat, hoewel verdachte daarvan is vrijgesproken, na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zijn gebruikt om de in deze zaak in beslag genomen hennepplanten te telen. Dat is een strafbaar feit, zodat ze als een gezamenlijkheid van voorwerpen, aan het verkeer onttrokken zullen worden verklaard

De na te melden inbeslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met betrekking tot welke het sub 1 ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 3 en 11(oud) van de Opiumwet en de artikelen 9, 22c, 22d, 24, 33, 33a, 36b, 36c en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 2. ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 1. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het onder 1. bewezen verklaarde oplevert:

Handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpen, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten:

22 stuks assimilatielampen, Philips; 2 stuks afzuiger, afzuiginstallatie; 3 stuks ventilator, kleur wit, Besli CH-V1 8; 2 stuks ventilator, J.C. Stork CMA16/3-12; 2 stuks elektra, paneel, 2 voorschakelkasten erop gemonteerd; 384 stuks plantenbak, kleur zwart; 1 hygrometer; 2 stuks filter, koolstoffilters; 1 stuks elektra, Electronis dimmer; 1 windmeter, SMSCOM fan controller; 2 stuks filter, koolstof; 27 stuks assimilatielamp, Philips; 2 stuks ventilator, J.E.Stork CMA16/3-12; 3 stuks afzuiger, afzuiginstallatie; 2 stuks ventilator, kleur wit, staand model; 1 windmeter, SMSCOM; 2 stuks elektra, schakelpaneel met 2 schakelkasten; 2 stuks vochtmeter; Moistur; I windmeter, Fan controller; 4 stuks ventilator, kleur wit, Besli CH-V1 8; 48 stuks assimilatielamp, Philips; 4 stuks luchtfilter, koolstof; 2 stuks afzuiger, aan- en afzuiginstallatie; 2 stuks elektra, met voorschakelkasten; 4 stuks ventilator, J. E. Stork CMA16/3-12; 1 stuks elektra, paneel met twee schakelkasten; 5 stuks filter, koolstof; 9 flessen PH-Bloei, inhoudende I liter; 2 stuks jerrycan, Multienzym; inhoudende 3 liter; 4 flessen bloeistimulator PK13-14, inhoudende 3 liter; 2 stuks jerrycan, kleur groen, cocosvoeding A+B, inhoudende 25 liter; 2 stuks waterpomp, kleur blauw, Pedrollo; 2 stuks meetapparatuur, Grochek, zuurgraadmeter; 2 stuks meetapparatuur, Grochek E.C meter, universeelmeter; I hogedrukspuit, kleur groen; Greenway P7+ 2 stuks afzuiger, aan- en afzuiginstallatie; 1 windmeter, kleur wit, Fan controller; 1 boormachine, kleur groen, Bosch, psr9,6VE-2, accuboormachine; 1 windmeter, kleur wit, Fan controller SMSCOM; 7 stuks verwarmingselement, TSRH; I weegschaal, kleur wit, Soehnle; 3 stuks ventilator, kleur wit, Besli; I stuks meetapparatuur, kleur.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten:

2 stuks kast, zekeringskasten voorzien van 26 automaten; 4 stuks dompelpomp kleur blauw, Flotec; 1 decoupeerzaag, kleur groen, Bosch PKS 54; 1 cirkelzaag, kleur groen, Bosch PKS 54; 1 slijpmachine, kleur blauw, Makita 9525 NB; 1 boorhamer, kleur blauw, Makita HR 2440; 1 acculader, kleur zwart, Bosch AL 60 DV; 1 acculader, kleur zwart, AEG Base 60 B; 1 ventilator, kleur wit, 16 STAND FAN, staand model.

Aldus gewezen door

mr. J.W. de Ruijter, voorzitter,

mr. C.H.W.M. Sterk en mr. A.R.O. Mooy,

in tegenwoordigheid van dhr. P.N.M. de Bruijn, griffier,

en op 20 september 2006 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

??

??

??

??

- 2 - 20-009291-05