Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2006:AY7815

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
06-09-2006
Datum publicatie
12-10-2006
Zaaknummer
20-012023-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hof veroordeelt verdachte tot drie jaren gevangenisstraf wegens diefstal en opzetheling van een grote hoeveelheid luxe rundvee en voorts wegens het op grote schaal manipuleren van het I&R-systeem runderen en plegen van valsheid in geschrifte teneinde de identiteit van de gestolen runderen te kunnen wijzigen dan wel het mogelijk te maken nakomelingen van de runderen te registreren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 20-012023-05

Uitspraak : 6 september 2006

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Roermond van

21 november 2005 in de strafzaak met parketnummer 04-990018-04 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1970],

thans verblijvende in Huis van Bewaring [HvB].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep moet, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, worden begrepen als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder feit 1 sub 1 tot en met 21, onder feit 2 sub 2, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 11, 13, 14, 15 en onder feit 3 sub 1 tot en met 12 is ten laste gelegd.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. De benadeelde partij heeft zich niet opnieuw in hoger beroep gevoegd. De in het vonnis, waarvan beroep, gegeven beslissing op de vordering van de benadeelde partij is derhalve niet aan het oordeel van het hof onderworpen.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. De benadeelde partij heeft zich niet opnieuw in hoger beroep gevoegd. De in het vonnis, waarvan beroep, gegeven beslissing op de vordering van de benadeelde partij is derhalve niet aan het oordeel van het hof onderworpen.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. De benadeelde partij heeft zich niet opnieuw in hoger beroep gevoegd. De in het vonnis, waarvan beroep, gegeven beslissing op de vordering van de benadeelde partij is derhalve niet aan het oordeel van het hof onderworpen.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de benadeelde partij [benadeelde 4] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. De benadeelde partij heeft zich niet opnieuw in hoger beroep gevoegd. De in het vonnis, waarvan beroep, gegeven beslissing op de vordering van de benadeelde partij is derhalve niet aan het oordeel van het hof onderworpen.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de benadeelde partij [benadeelde 5] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. De benadeelde partij heeft zich opnieuw in hoger beroep gevoegd. De in het vonnis, waarvan beroep, gegeven beslissing op de vordering van de benadeelde partij is derhalve aan het oordeel van het hof onderworpen.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6] tot een gedeelte van EUR 2750,- toegewezen. De voeging duurt in hoger beroep van rechtswege voort voorzover de vordering is toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep - binnen de grenzen van haar eerste vordering - opnieuw gevoegd en haar vordering beperkt tot een bedrag van EUR 3150,-. De vordering van de benadeelde partij in hoger beroep strekt derhalve tot betaling van EUR 3150,-.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 15] tot een gedeelte van EUR 1200,- toegewezen. De voeging duurt in hoger beroep van rechtswege voort voorzover de vordering is toegewezen.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7] tot een gedeelte van EUR 450,- toegewezen. De voeging duurt in hoger beroep van rechtswege voort voorzover de vordering is toegewezen.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8] geheel toegewezen. De vordering duurt van rechtswege voort in hoger beroep.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9] geheel toegewezen. De vordering duurt van rechtswege voort in hoger beroep.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 16] tot een gedeelte van EUR 1205,- toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep - binnen de grenzen van haar eerste vordering - opnieuw gevoegd en haar vordering beperkt tot een bedrag van EUR 1205,-. De vordering van de benadeelde partij in hoger beroep strekt derhalve tot betaling van EUR 1205,-.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 10] geheel toegewezen. De vordering duurt van rechtswege voort in hoger beroep.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11] geheel toegewezen. De vordering duurt van rechtswege voort in hoger beroep.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 17] tot een gedeelte van EUR 9000,- toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep - binnen de grenzen van haar eerste vordering - opnieuw gevoegd en haar vordering beperkt tot een bedrag van EUR 11.100,-. De vordering van de benadeelde partij in hoger beroep strekt derhalve tot betaling van EUR 11.100,-.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 12] tot een gedeelte van EUR 300,- toegewezen. De voeging duurt in hoger beroep van rechtswege voort voorzover de vordering is toegewezen.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 18] tot een gedeelte van EUR 473,03,- toegewezen. De voeging duurt in hoger beroep van rechtswege voort voorzover de vordering is toegewezen.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 13] tot een gedeelte van EUR 1505,- toegewezen. De voeging duurt in hoger beroep van rechtswege voort voorzover de vordering is toegewezen.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 14] tot een gedeelte van EUR 1875,- toegewezen. De voeging duurt in hoger beroep van rechtswege voort voorzover de vordering is toegewezen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis, waarvan beroep, zal vernietigen en verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren en zes maanden met aftrek van voorarrest, de vordering van de benadeelde partijen zal toewijzen en ten aanzien van het beslag de beslissing van de rechtbank zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

feit 1:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2004

tot en met 26 april 2005 in de hieronder genoemde plaatsen/ gemeenten in de

arrondissementen Roermond, Maastricht en 's-Hertogenbosch en/of als

Nederlander in de Belgische gemeente Maaseik, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de/het hieronder genoemde

rund(eren), die geheel of ten dele toebehoorden aan een ander of anderen dan

aan verdachte, te weten:

1 - op of omstreeks 26 april 2005 te Laar in de gemeente Weert, althans in het

arrondissement Roermond, een zich in een weide bevindend kalf geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 7] waarbij verdachte zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of het weg te nemen kalf onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking, te weten het kapot

knippen van de omheining van die weide (zaak 36, mutatie nummer

PL2340/05-052420) en/of

2 - op of omstreeks 13 juni 2004 te Maarheeze in de gemeente Cranendonck,

althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, vier, althans een of meer,

zich in een weide bevindend(e) kalveren/ kalf geheel of ten dele toebehorende

aan [benadeelde 13] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen kalveren/ kalf onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking, te weten het kapot

knippen van de omheining van die weide (zaak 3, mutatie nummer

PL2202/04-072998),

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 13 juni 2004, in elk geval in de maand juni 2004, te Maarheeze in de gemeente Cranendonck, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, vier, althans een of meer kalveren/kalf heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kalveren/dat kalf wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof en/of;

3 - op of omstreeks 22 juni 2004 te Klimmen in de gemeente Voerendaal, althans

in het arrondissement Maastricht, een zich in een weide bevindend kalf geheel

of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] (zaak 4, proces-verbaal nummer

2004084167-1),

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 22 juni 2004, in elk geval in de maand juni 2004, te Klimmen in

de gemeente Voerendaal, althans in het arrondissement Maastricht, een kalf heeft

verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat kalf wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof en/of

4 - in de nacht van 28 op 29 juni 2004 te Roosteren in de gemeente

Echt-Susteren, althans in het arrondissement Roermond, twee, althans een, zich

in een weide bevindend(e) kalveren/ kalf geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 16] (zaak 5, mutatie nummer PL 2330/04-084422),

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij in de periode van 28 - 29 juni 2004, in elk geval in de maand juni 2004, te Roosteren in de gemeente Echt-Susteren, althans in het arrondissement Roermond, twee, althans een kalveren/kalf heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kalveren/dat kalf wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof en/of

5 - in de nacht van 21 op 22 juli 2004 te Geleen in de gemeente Sittard-Geleen,

althans in het arrondissement Maastricht, twee, althans een of meer, zich in

een weide bevindend(e) koe(ien) geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 8] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft en/of de weg te nemen koe(ien) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak of verbreking, te weten het kapot knippen van de omheining

van die weide (zaak 6, proces-verbaal nummer 2004099111-1),

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij in de periode van 21 - 22 juli 2004, in elk geval in de maand juli 2004, te Geleen in de gemeente Sittard-Geleen, althans in het arrondissement Maastricht, twee, althans een koeien/koe heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die koeien/koe wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof en/of

6 - in de periode van 26 tot en met 27 juli 2004 te Roosteren in de gemeente

Echt-Susteren, althans in het arrondissement Roermond, een zich in een weide

bevindend kalf geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 16] (zaak 7,

mutatie nummer PL 2330/04-100831),

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij in de periode van 26 tot en met 27 juli 2004, in elk geval in de maand juli 2004, te Roosteren in de gemeente Echt-Susteren, althans in het arrondissement Roermond, een kalf heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat kalf wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof en/of

7 - in de periode van 26 tot en met 27 juli 2004 te Ospel in de gemeente

Nederweert, althans in het arrondissement Roermond, een kalf geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 12] (zaak 8, mutatie nummer PL 2340/04-100998)

en/of

8 - in de periode van 1 tot en met 3 augustus 2004 te Beek in de gemeente Beek,

althans in het arrondissement Maastricht, drie, althans een of meer, zich in

een weide bevindend(e) koe(ien) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 7]

[benadeelde 6] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft en/of de weg te nemen koe(ien) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak of verbreking, te weten het vernielen van het hangslot van

een hek in de omheining van die weide (zaak 9, proces-verbaal nummer

2004104977-1),

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij in de periode van 01 tot en met 03 augustus 2004, in elk geval in de maand augustus 204, te Beek in de gemeente Beek, althans in het arrondissement Maastricht, drie, althans een of meer koeien/koe heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die koeien/koe wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof en/of

9 - op of omstreeks 6 augustus 2004 te Merkelbeek in de gemeente Onderbanken,

althans in het arrondissement Maastricht, een kalf geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 3] (zaak 10, proces-verbaal nummer

2004106031-1) en/of

10 - in de periode van 31 augustus 2004 tot en met 3 september 2004 te Swalmen

in de gemeente Swalmen, althans in het arrondissement Roermond, een zich in

een weide bevindend kalf geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 20]

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of het weg te nemen kalf onder zijn bereik heeft gebracht door middel van

braak of verbreking, te weten het vernielen van een aantal draden van de

omheining van die weide (zaak 12, mutatie nummer PL 2330/04-121471),

althans indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij in de periode van 31 augustus 2004 tot en met 03 september 2004, in elk geval in de periode van de maanden augustus 2004 en september 2004, te Swalmen in de gemeente Swalmen, althans in het arrondissement Roermond, een kalf heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat kalf wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof en/of

11 - in de periode van 22 tot en met 23 september 2004 te Meijel in de gemeente

Meijel, althans in het arrondissement Roermond, twee, althans een, zich in een

weide bevindende koe(ien) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 21]

(zaak 16, mutatie nummer PL 2340/04-130065) en/of

12 - in de periode van 28 september 2004 tot en met 21 oktober 2004 te Thorn in

de gemeente Meijel, althans in het arrondissement Roermond, drie, althans een

of meer, zich in een weide bevindende kalveren/kalf geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 1] (zaak 17, mutatie nummer PL 2340/04-45189),

althans indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij in de periode van 28 september 2004 tot en met 21 oktober 2004, in elk geval in de periode van de maanden september 2004 en oktober 2004, te Thorn in de gemeente Meijel, althans in het arrondissement Roermond, drie, althans een of meer kalveren/kalf heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kalveren/dat kalf wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof en/of

13 - in de periode van 18 tot en met 19 oktober 2004 te Ospel in de gemeente

Nederweert, althans in het arrondissement Roermond, een kalf geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 12] (zaak 20, mutatie nummer PL 2340/04-143156) en/of

14 - in de periode van 17 tot en met 18 november 2004 te Noorbeek in de gemeente

Margraten, althans in het arrondissement Maastricht, een kalf geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 10] (zaak 22 proces-verbaal nummer

2004154990-1) en/of

15 - in de periode van 25 tot en met 26 november 2004 te Swalmen in de gemeente

Swalmen, althans in het arrondissement Roermond, twee, althans een koe(ien)

en/of een kalf geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 17] waarbij

verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of

de/het weg te nemen koe(ien)/kalf onder zijn bereik heeft gebracht door middel

van braak of verbreking, te weten het vernielen van het hangslot van een deur

van de stal, waarin zich voornoemd(e) dier(en) zich bevond(en) (zaak 23,

mutatie nummer PL 2330/04-161925),

althans indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

hij in de periode van 25 tot en met 26 november 2004, in elk geval in de maand november 2004, te Swalmen in de gemeente Swalmen, althans in het arrondissement Roermond, twee, althans een koeien/koe en/of een kalf heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of voorhanden krijgen van die koeien/koe en/of dat kalf wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof en/of

16 - in de nacht van 3 op 4 januari 2005 te Gulpen in de gemeente Gulpen-Wittem,

althans in het arrondissement Maastricht, twee, althans een, kalveren/ kalf

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 15] (zaak 29 proces-verbaal

nummer 2005001357-1) en/of

17 - in de nacht van 20 op 21 januari 2005 te Koningsbosch in de gemeente

Echt-Susteren, althans in het arrondissement Roermond, een kalf geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 4] (zaak 30 mutatie nummer

PL 2330/05-009218) en/of

18 - in de nacht van 3 op 4 februari 2005 te Maria Hoop in de gemeente

Echt-Susteren, althans in het arrondissement Roermond, een kalf geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 9] (zaak 31 mutatie nummer

PL 2330/05-015586) en/of

19 - op of omstreeks 22 maart 2005 te Ulestraten in de gemeente Meerssen,

althans in het arrondissement Maastricht, een kalf geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 11] (zaak 33 proces-verbaal nummer 2005037508-1)

en/of

20 - in de periode van 30 maart 2005 tot en met 5 april 2005 te Tungelroy in de

gemeente Weert, althans in het arrondissement Roermond, een zich in een weide

bevindende koe geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 18] en/of

[benadeelde 22] (zaak 34, mutatie nummer PL 2340/05-04314) en/of

21 - in de periode van 12 tot en met 13 april 2005 in de Belgische gemeente

Maaseik, twee, althans een, zich in een weide bevindende koe(ien) geheel of

ten dele toebehorende aan [benadeelde 14] (zaak 35, proces-verbaal nummer

TG.17.L.5.101645/2005 van de politie Maasland).

feit 2:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2004

tot en met 26 april 2005 te Echt, gemeente Echt-Susteren en/of andere

plaatsen/gemeenten in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van de hieronder genoemde vals(e) of

vervalst(e) registratiekaart(en) en/of geboortebewijzen/-bewijs, - (elk)

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, terwijl uit dat

gebruik (telkens) enig nadeel kon ontstaan, te weten:

1 - de registratiekaart voorzien van het nummer [nummer] (document 611 van het

proces-verbaal) betreffende een kalf voorzien van het diernummer 7645, waarin

valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat de moeder van dit dier

was voorzien van de ID-code [id-code] en welke registratiekaart verdachte

aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd of doen toekomen en/of

2 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL [nummer]

(document 1045), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld

dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd

of doen toekomen en/of

3 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL [nummer]

(document 686), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd

of doen toekomen en/of

4 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL [nummer]

(document 1037), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code]en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd

of doen toekomen en/of

5 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL [nummer]

(document 1042), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code]en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd

of doen toekomen en/of

6 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL [nummer]

(document 627), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd

of doen toekomen en/of

7 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL [nummer]

(document 607), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd

of doen toekomen en/of

8 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL [nummer]

(document 606), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd

of doen toekomen en/of

9 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer NL [nummer]

(document 497), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft overhandigd

of doen toekomen en/of

10 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

[id-code] (document 1048), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was

vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en

welk geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft

overhandigd of doen toekomen en/of

11 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer] (document 1052), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was

vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code]

en welk geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft

overhandigd of doen toekomen en/of

12 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer] (document 609), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was

vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en

welk geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft

overhandigd of doen toekomen en/of

13 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer] (document 481), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was

vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code]en

welk geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft

overhandigd of doen toekomen en/of

14 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer] (document 450), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was

vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en

welk geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft

overhandigd of doen toekomen en/of

15 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer] (document 451), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was

vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code]en

welk geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft

overhandigd of doen toekomen en/of

16 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer] (document 383), waarin valselijk en in strijd met de waarheid was

vermeld dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en

welk geboortebewijs verdachte aan de koper/afnemer van dat kalf heeft

overhandigd of doen toekomen;

feit 3:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari

2004 tot en met 26 april 2005 te Echt en/of ander plaatsen in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, al dan niet opzettelijk, als degene die

ingevolge de Regeling identificatie en registratie van dieren gehouden was

volledig, juist en naar waarheid gegevens te melden en/of bij te houden

en/of te vermelden op daartoe bestemde bescheiden aan respectievelijk ten

behoeve van het door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

beheerde zogeheten "I&R-systeem rund", in strijd met deze gehoudenheid heeft

gemeld en/of vermeld:

1 - in de periode van 21 mei 2004 tot en met 15 juni 2004, dat een vrouwelijk

kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code [id-code]

(document 1023) en/of

2 - in de periode van 11 tot en met 22 juni 2004, dat een mannelijk kalf was

geboren uit een moeder voorzien van de ID-code [id-code] (document 1025)

en/of

3 - op of omstreeks 1 juli 2004, dat een mannelijk kalf was geboren uit een

moeder voorzien van de ID-code [id-code] (document 1026) en/of

4 - op of omstreeks 1 juli 2004, dat een vrouwelijk kalf was geboren uit een

moeder voorzien van de ID-code [id-code] (document 1027) en/of

5 - in de periode van 23 juli 2004 tot en met 13 augustus 2004, dat een

mannelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code [id-code]

(document 1036) en/of

6 - in de periode van 1 tot en met 22 augustus 2004, dat een mannelijk kalf was

geboren uit een moeder voorzien van de ID-code NL [id-code] (document 1038)

en/of

7 - in de periode van 1 tot en met 22 september 2004, dat een vrouwelijk kalf

was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code [id-code] (document

1041) en/of

8 - in de periode van 26 september 2004 tot en met 17 oktober 2004, dat een

vrouwelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code [id-code](document 1043) en/of

9 - op of omstreeks 29 augustus 2004, dat een vrouwelijk en/of een mannelijk

kalf waren/ was geboren uit een moeder voorzien van het werknummer 5405

(document(en) 1044 en/of 1047) en/of

10 - op of omstreeks 23 oktober 2004, dat een mannelijk en/of vrouwelijk kalf

waren/was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code [id-code]

(document(en) 1049 en/of 1053) en/of

11 - op of omstreeks 11 december 2004, dat een vrouwelijk kalf was geboren uit een

moeder voorzien van het levensnummer [nummer](document 893) en/of

12 - op of omstreeks 15 maart 2005, dat een mannelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code [id-code] (document 1054).

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof is van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat verdachte het onder feit 1 sub 2 primair, sub 3 primair en subsidiair, sub 4 primair, sub 5 primair en subsidiair, sub 6 primair, sub 8 primair en subsidiair, sub 9, sub 10 primair,

sub 11, sub 12 primair, sub 15 primair en sub 16 ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Het hof overweegt hiertoe als volgt.

Met betrekking tot de tenlastegelegde feiten 1 onder 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair,

6 primair, 8 primair, 10 primair, 11, 12 primair, 15 primair en 16.

Het hof stelt vast dat de bewijsmiddelen ten aanzien van deze feiten het volgende inhouden:

a. dat verdachte korte tijd voorafgaande aan de diefstallen van de in deze feiten genoemde runderen een zogenaamde I & R melding deed;

b. dat verdachte na de diefstallen de gestolen runderen voorzag van nieuwe oormerken en

c. dat de runderen vervolgens door verdachte verkocht werden.

Deze feiten en omstandigheden acht het hof onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat verdachte de runderen in kwestie zelf gestolen heeft. Dit oordeel wordt niet anders doordat wel diefstallen jegens verdachte bewezen zullen worden verklaard (zie hieronder) terzake andere runderen, terwijl de onder a t/m c genoemde feiten en omstandigheden onderdeel uitmaken van de bewijsconstructie van die diefstallen.

De rechtbank zag - verkort weergegeven - in de bewezen diefstallen en het feit dat bij de bewezen diefstallen en de hier besproken tenlastegelegde diefstallen sprake is van de feiten en omstandigheden als vermeld onder a t/m c een patroon, waaruit, zo begrijpt het hof, naar het oordeel van de rechtbank voldoende dwingend voortvloeit dat verdachte zelf daadwerkelijk de hier besproken runderen heeft gestolen.

Het hof is echter van oordeel dat het totaal van de feiten en omstandigheden onder a t/m c niet een zodanig specifiek patroon behelst dat alleen verdachte en niet een ander de runderen daadwerkelijk gestolen kan hebben. Het hof merkt in dit kader nog op dat het niet gevraagd is een oordeel uit te spreken over de vraag of bij deze feiten sprake is van medeplegen van diefstal, omdat dat niet aan verdachte ten laste is gelegd.

Met betrekking tot feit 1 onder 9.

Het hof acht dit feit niet bewezen gezien de volgende in onderling verband te beschouwen feiten en omstandigheden:

- Het hof acht de verklaringen van [getuige] en verdachte niet onaannemelijk;

- Aangever[naam] verklaart verdachte herkend te hebben terwijl deze als bestuurder van een donkerblauwe golf in het volle licht stond van het groot licht van een voertuig. Gezien die omstandigheden sluit het hof niet uit dat de waarneming niet juist geweest is.

- Verdachte kan niet aantoonbaar in verband worden gebracht met een donkerblauwe golf.

Met betrekking tot feit 1 sub 3 subsidiair, feit 1 sub 5 subsidiair en feit 1 sub 8 subsidiair.

Het hof spreekt van deze vrij, niet omdat het hof niet wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte de genoemde runderen geheeld heeft, maar omdat niet bewezen kan worden dat de pleegplaats van het helen overeenkomt met de plaats waar de runderen gestolen zijn of met een plaats in het arrondissement Maastricht (waarin de pleegplaats van de diefstal ligt).

Het hof merkt daarbij op dat de woonplaats van verdachte in het arrondissement Roermond ligt

(Echt-Susteren) en de runderen door verdachte aan [betrokkene 2] zijn overgedragen, terwijl het bedrijf van [betrokkene 2] niet gevestigd is in het arrondissement Maastricht, maar in het arrondissement

's-Hertogenbosch, in de plaats Son en Breugel.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 sub 1, sub 2 subsidiair, sub 4 subsidiair, sub 6 subsidiair, sub 7, sub 10 subsidiair, sub 12 subsidiair, sub 13, sub 14, sub 15 subsidiair, sub 17, sub 18, sub 19, sub 20 en sub 21 en

het onder feit 2 sub 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 11, 13, 14 en 15 en

het onder feit 3 sub 1 tot en met 12 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op meer tijdstippen in de periode van 1 maart 2004 tot en met 26 april 2005 in de hieronder genoemde plaatsen/ gemeenten in de arrondissementen Roermond, Maastricht en

's-Hertogenbosch en als Nederlander in de Belgische gemeente Maaseik, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de/het hieronder genoemde

rund(eren), die toebehoorden aan een ander of anderen dan

aan verdachte, te weten

1 - op 26 april 2005 te Laar in de gemeente Weert, een zich in een weide bevindend kalf toebehorende aan [benadeelde 7] waarbij verdachte zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, te weten het kapot

knippen van de omheining van die weide en

7 - in de periode van 26 tot en met 27 juli 2004 in het arrondissement Roermond, een kalf toebehorende aan [benadeelde 12] en

13 - in de periode van 18 tot en met 19 oktober 2004 in het arrondissement Roermond, een kalf toebehorende aan [benadeelde 12] en

14 - in de periode van 17 tot en met 18 november 2004 te Noorbeek in de gemeente

Margraten toebehorende aan [benadeelde 10] en

17 - in de nacht van 20 op 21 januari 2005 te Koningsbosch in de gemeente

Echt-Susteren, een kalf toebehorende aan [benadeelde 4] en

18 - in de nacht van 3 op 4 februari 2005 te Maria Hoop in de gemeente

Echt-Susteren, een kalf toebehorende aan [benadeelde 9] en

19 - op 22 maart 2005 te Ulestraten in de gemeente Meerssen een kalf toebehorende aan

[benadeelde 11] en

20 - in de periode van 30 maart 2005 tot en met 5 april 2005 te Tungelroy in de

gemeente Weert, een zich in een weide bevindende koe toebehorende aan [benadeelde 22] en

21 - in de periode van 12 tot en met 13 april 2005 in de Belgische gemeente

Maaseik, twee zich in een weide bevindende koeien toebehorende aan [benadeelde 14]

en

2

hij in de maand juni 2004 in het arrondissement 's-Hertogenbosch vier kalveren heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kalveren kalf wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof en

4

hij in de periode van 28 - 29 juni 2004 in het arrondissement Roermond een kalf heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat kalf wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof en

6

hij in de periode van 26 tot en met 27 juli 2004 in de gemeente Echt-Susteren een kalf heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat kalf wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof en

10

hij in de periode van 31 augustus 2004 tot en met 3 september 2004 in het arrondissement Roermond een kalf heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat kalf wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof en

12

hij in de periode van de maanden september 2004 en oktober 2004 in het arrondissement Roermond een kalf heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat kalf wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof en

15

hij in de periode van 25 tot en met 26 november 2004 in het arrondissement Roermond twee koeien en een kalf heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of voorhanden krijgen van die koeien en dat kalf wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

feit 2:

hij op meer tijdstippen in de periode van 1 maart 2004 tot en met 26 april 2005 te Echt, gemeente Echt-Susteren en andere plaatsen/gemeenten in Nederland, meermalen, telkens

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van het hieronder genoemde valse geboortebewijs,

- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

als ware dat geschrift echt en onvervalst, te weten:

2 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer], waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld

dat de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd

en

3 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer], waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd

en

5 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer], waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd

en

6 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer], waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd

en

7 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer], waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd

en

8 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer], waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd

en

9 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer], waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk

geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd

en

11 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer], waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd

en

13 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer], waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd

en

14 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer], waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd

en

15 - het geboortebewijs betreffende een kalf voorzien van het nummer

NL [nummer], waarin valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat

de moeder van dit dier was voorzien van de ID-code [id-code] en welk geboortebewijs verdachte aan de koper van dat kalf heeft overhandigd.

feit 3:

hij op meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 26 april 2005 te Echt en een andere plaats in Nederland, meermalen, opzettelijk, als degene die ingevolge de Regeling identificatie en registratie van dieren gehouden was volledig, juist en naar waarheid gegevens te melden en/of te vermelden op daartoe bestemde bescheiden aan respectievelijk ten

behoeve van het door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

beheerde zogeheten "I&R-systeem rund", in strijd met deze gehoudenheid heeft

gemeld en/of vermeld:

1 - in de periode van 21 mei 2004 tot en met 15 juni 2004, dat een vrouwelijk

kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code [id-code] en

2 - in de periode van 11 tot en met 22 juni 2004, dat een mannelijk kalf was

geboren uit een moeder voorzien van de ID-code [id-code] en

3 - op 1 juli 2004, dat een mannelijk kalf was geboren uit een

moeder voorzien van de ID-code [id-code] en

4 - op 1 juli 2004, dat een vrouwelijk kalf was geboren uit een

moeder voorzien van de ID-code [id-code] en

5 - in de periode van 23 juli 2004 tot en met 13 augustus 2004, dat een mannelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code [id-code] en

6 - in de periode van 1 tot en met 22 augustus 2004, dat een mannelijk kalf was

geboren uit een moeder voorzien van de ID-code NL [id-code] en

7 - in de periode van 1 tot en met 22 september 2004, dat een vrouwelijk kalf

was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code [id-code] en

8 - in de periode van 26 september 2004 tot en met 17 oktober 2004, dat een vrouwelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de ID-code [id-code] en

9 - op 29 augustus 2004, dat een vrouwelijk en een mannelijk

kalf waren geboren uit een moeder voorzien van het werknummer 5405

en

10 - op 23 oktober 2004, dat een mannelijk en vrouwelijk kalf

waren geboren uit een moeder voorzien van de ID-code [id-code]

en

12 - op 15 maart 2005, dat een mannelijk kalf was geboren uit een moeder voorzien van de

ID-code [id-code].

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Ten aanzien van de onder sub 20 en 21 bewezen verklaarde diefstal overweegt het hof dat de bewijsmiddelen, te weten de feiten en omstandigheden onder a tot en met c onder het kopje vrijspraak in combinatie met de peilbakengegevens van zijn auto wettig en overtuigend bewijs opleveren dat verdachte voormelde diefstallen heeft gepleegd, waarbij het hof ook waarde hecht aan de omstandigheid dat door of namens verdachte - daar waar hiertoe alle mogelijkheid is geboden - niet is aangegeven noch is gesteld dat een ander dan verdachte op de betreffende tijdstippen in zijn auto heeft gereden.

Ten aanzien van het onder sub 2, 4, 6, 10, 12 en 15 bewezen verklaarde overweegt het hof het volgende.

Uit de inhoud van het dossier blijkt dat verdachte de betreffende (genoemd onder sub 2, 4, 6, 10, 12 en 15) telkens zonder oormerk - al dan niet feitelijk - ter beschikking heeft gekregen. Met betrekking tot het eerste verzoek aan verdachte koeien te verhandelen heeft verdachte verklaard geen argwaan te hebben, nu deze koeien van mensen die in echtscheiding lagen afkomstig zouden zijn en zij mitsdien snel van hun koeien af moesten.

Naar het oordeel van het hof doet deze verklaring onvoldoende recht aan de verificatieplicht die onder voormelde omstandigheden op verdachte rustte, waarbij het hof het tevens van belang acht dat verdachte veehandelaar van beroep was. Noch uit de inhoud van het dossier noch uit het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat verdachte navraag heeft gedaan naar de herkomst van de overige aan hem aangeboden runderen. Mitsdien is naar het oordeel van het hof

de conclusie gerechtvaardigd dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte telkens wist dat de betreffende runderen van misdrijf afkomstig waren.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde onder feit 1 sub 1 is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 311, eerste lid onder 1 en 5 (oud), juncto artikel 310, van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezen verklaarde onder feit 1 sub 2 subsidiair, 4 subsidiair, 6 subsidiair, 10 subsidiair,

12 subsidiair en 15 subsidiair is telkens voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 416, eerste lid onder a, van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezen verklaarde onder feit 1 sub 7, 13, 14, 17, 18 en 19 is telkens voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 310, van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezen verklaarde onder feit 1 sub 20 en 21 is telkens voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 311, eerste lid sub 1, juncto artikel 310, van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezen onder feit 2 sub 2, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 11, 13, 14 en 15 verklaarde is telkens voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 225, tweede lid (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezen verklaarde onder feit 3 sub 1 tot en met sub 12, is telkens voorzien bij artikel

43 van de Regeling identificatie en registratie van dieren juncto artikel 105, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en strafbaar gesteld bij artikel 6 juncto artikel 1, onder 2, van de Wet op de economische delicten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Verdachte heeft gedurende een langere periode als afzetkanaal gefungeerd voor een grote hoeveelheid gestolen luxe rundvee. Verdachte heeft zich uitsluitend uit oogpunt van eigen financieel gewin aan deze opzetheling schuldig gemaakt. Daarnaast heeft verdachte in een aantal gevallen zelf luxe rundvee gestolen. Door het bewezen verklaarde handelen is naast schade voor de gedupeerde boeren grote maatschappelijk onrust onder de boeren in Limburg ontstaan, mede omdat vee in de weide nauwelijks adequaat tegen diefstal te beschermen is. Verdachte heeft door het verkopen van de gestolen runderen de reguliere afzetmarkt benadeeld. Bovendien heeft verdachte op grote schaal het I&R-systeem gemanipuleerd en valsheid in geschrifte gepleegd, teneinde de identiteit van de gestolen runderen te kunnen wijzigen dan wel het mogelijk te maken nakomelingen van de runderen te registreren. Voorts heeft verdachte niet bestaande runderen in het systeem gecreëerd, en vervolgens diverse bescheiden als geboorteakten en registratiekaarten gegenereerd. Aldus heeft verdachte de betrouwbaarheid van het I&R-systeem ernstig gecompromitteerd, terwijl dat systeem opgezet is om de herkomst van runderen direct te kunnen vaststellen en daarmee te kunnen ingrijpen bij ziekten van runderen, zodat de volksgezondheid adequaat beschermd kan worden en het vertrouwen van de consument in Nederlands rundvlees blijft bestaan.

Bij het opleggen van straf is voorts rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de mate waarin het bewezen verklaarde schade teweeg heeft gebracht aan de gedupeerden;

- de omstandigheid dat verdachte reeds eerder strafrechtelijk is veroordeeld;

- de omstandigheid dat het hof minder bewezen heeft geacht dan de eerste rechter;

- de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze uit de omtrent zijn persoon opgemaakte rapportage naar voren is gekomen.

Blijkens mededeling van de advocaat-generaal zijn de in beslaggenomen runderen inmiddels aan de oorspronkelijke eigenaren (voor zover dit middels de opnieuw vastgestelde identiteit van de runderen mogelijk bleek) teruggegeven op basis van het vonnis in eerste aanleg, van welke teruggave een lijst als bijlage aan het proces-verbaal is gehecht.

Ten aanzien van de in de beslissing als zodanig te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven runderen, dan wel de vervangende waarde hiervan, kan geen persoon als rechthebbende worden aangemerkt en daarvan zal het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

Schadevergoeding

Het hof overweegt ten aanzien van de door de diverse benadeelde partijen opgegeven waarde van koeien respectievelijk kalveren het volgende.

Naar het oordeel van het hof is als waarde per gestolen/geheelde koe een bedrag van

EUR 1800,- van eenvoudige aard en in het geval van een kalf een bedrag van EUR 750,- van eenvoudige aard - waarbij het hof geen onderscheid maakt tussen stal of fokvee -, terwijl voorts deze waarden niet door de verdediging zijn betwist.

Voor zover één van de benadeelde partijen een hogere waarde per koe dan wel kalf heeft opgegeven, is het hof van oordeel dat het surplusgedeelte van de vordering niet van eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De reden is dat de benadeelde partijen geen waardetaxaties hebben overgelegd ten aanzien van de hogere waarde. In een dergelijk geval hoeft verdachte geen contra-expertise over te leggen om de vordering gemotiveerd te betwisten. Bij een gemotiveerde betwisting moet bewijsvoering uitkomst bieden. In dat geval is de vordering niet meer van eenvoudige aard.

Het hof zal de benadeelde partij in dat gedeelte telkens niet-ontvankelijk verklaren en zal het hof bepalen dat de benadeelde partij dat deel van de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Met betrekking tot de vordering van [benadeelde 13] (feit 1 onder 2 subsidiair), [benadeelde 16] (feit 1 sub 4 subsidiair en 6 subsidiair) en [benadeelde 17] (feit 1 sub 15 subsidiair).

Het hof heeft zal jegens verdachte heling bewezen verklaren. Desalniettemin oordeelt het hof dat de schade van de genoemde benadeelde partijen rechtstreeks voortvloeit uit de bewezen verklaarde feiten, omdat naar het oordeel van het hof in deze zaken een voldoende samenhang bestaat tussen de diefstal van de runderen en de heling daarvan. Het hof wijst op de hierboven onder a tot en met c genoemde feiten en omstandigheden onder het kopje vrijspraak.

Met betrekking tot de vordering van [benadeelde 5] overweegt het hof dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering met een beslissing omtrent de kosten zoals hierna zal worden vermeld, nu de benadeelde partij zich heeft gevoegd ter zake van schade van een feit dat niet is ten laste gelegd.

De benadeelde partij [benadeelde 6] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 10.500,- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een gedeelte van 2750,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd tot een bedrag van EUR 3150,-.

Nu aan verdachte ter zake van het onder 1 sub 8 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij [benadeelde 6] in haar vordering niet worden ontvangen, met een beslissing omtrent de kosten zoals hierna zal worden vermeld.

De benadeelde partij [benadeelde 15] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 2400,- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 1200,-.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van haar vordering.

Nu aan verdachte ter zake van het onder 1 sub 16 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij [benadeelde 15] in haar vordering niet worden ontvangen, met een beslissing omtrent de kosten zoals hierna zal worden vermeld.

De benadeelde partij [benadeelde 7] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 550,- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 450,-.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

De vordering is naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding, nu de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij [benadeelde 7] kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen, met een beslissing omtrent de kosten zoals hierna zal worden vermeld.

De benadeelde partij [benadeelde 8] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 5000,- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Nu aan verdachte ter zake van het onder 1 sub 5 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij [benadeelde 8] in haar vordering niet worden ontvangen, met een beslissing omtrent de kosten zoals hierna zal worden vermeld.

De benadeelde partij [benadeelde 9] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 1000,- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 9] als gevolg van verdachtes onder feit 1 sub 18 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van EUR 750,- (één kalf). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De benadeelde partij [benadeelde 16][benadeelde 19] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 2000,- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 1205,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gesteld tot een bedrag van EUR 1205,-.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 16][benadeelde 19] als gevolg van verdachtes onder feit 1 sub 4 subsidiair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van EUR 955,- (één kalf en

EUR 205,- voor stierenpremie). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De benadeelde partij [benadeelde 10] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 650,- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 650,-.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 10] als gevolg van verdachtes onder feit 1 sub 14 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van EUR 650,- (opgave waarde kalf door benadeelde partij). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De benadeelde partij [benadeelde 11] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 1000,- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij

[benadeelde 11] als gevolg van verdachtes onder feit 1 sub 19 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van EUR 750,- (één kalf). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De benadeelde partij [benadeelde 17] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 13.000,- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 9000,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gesteld tot een bedrag van € 11.100,-

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij

[benadeelde 17] als gevolg van verdachtes onder feit 1 sub 15 subsidiair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van EUR 3600,- (twee koeien, één kalf; kalf reeds teruggegeven aan benadeelde partij). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding, nu de waarde door de verdediging wordt betwist en de vordering onvoldoende is onderbouwd. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De benadeelde partij [benadeelde 12] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 4375,- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 300,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gesteld terzake het niet toegewezen gedeelte van haar vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 12] als gevolg van verdachtes onder feit 1 sub 7 en 13 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van EUR 300,- (opgave waarde kalf door benadeelde partij). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De benadeelde partij [benadeelde 18] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 7473,03 ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 473,03 (kosten ABAB juristen). De benadeelde heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De vordering is naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De reden is dat het voor het hof niet duidelijk is of het gevorderde bedrag ziet op werkzaamheden verricht om de schade door het bewezen feit vergoed te krijgen. De factuur van ABAB vermeldt immers: "doorlopende kleine advieswerkzaamheden".

De benadeelde partij [benadeelde 18] kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen, met een beslissing omtrent de kosten zoals hierna zal worden vermeld.

De benadeelde partij [benadeelde 13] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 2550,- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 1505,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 13] als gevolg van verdachtes onder feit 1 sub 2 subsidiair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van EUR 1505,- (twee kalveren, opgave waarde kalf door benadeelde partij EUR 550,- , EUR 205,- voor stierpremie en

EUR 200,- voor zoogpremie). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De benadeelde partij [benadeelde 14] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 4750,- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 1875,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd tot het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij

[benadeelde 14], als gevolg van verdachtes onder feit 1 sub 21 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van EUR 1800,- (één koe). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding, nu de waarde door de verdediging wordt betwist en de vordering onvoldoende is onderbouwd. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 36f, 57, 63, 225 (oud), 310, 311 (oud) en 416 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 105 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en artikel 43 van de Regeling identificatie en registratie van dieren.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder feit 1 sub 2 primair, sub 3 primair en subsidiair, sub 4 primair, sub 5 primair en subsidiair, sub 6 primair, sub 8 primair en subsidiair, sub 9,

sub 10 primair, sub 11, sub 12 primair, sub 15 primair en sub 16 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder feit 1 sub 1, sub 2 subsidiair, sub 4 subsidiair, sub 6 subsidiair, sub 7, sub 10 subsidiair,

sub 12 subsidiair, sub 13, sub 14, sub 15 subsidiair, sub 17, sub 18, sub 19, sub 20 en sub 21 en

het onder feit 2 sub 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 11, 13, 14 en 15 en

het onder feit 3 sub 1 tot en met 12 en laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het onder feit 1, 2 en 3 bewezen verklaarde oplevert:

onder feit 1 sub 1

diefstal van vee uit de weide, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

onder feit 1 sub 2, 4, 6, 10, 12 en 15, telkens subsidiair, telkens

opzetheling;

onder feit 1 sub 7, 13, 14, 17, 18 en 19, telkens

diefstal;

onder feit 1 sub 20 en 21, telkens

diefstal van vee uit de weide;

onder feit 2 sub 2, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 11, 13, 14 en 15, telkens

opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

onder 3, sub 1 tot en met 10 en 12, telkens

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 105 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbenden van de overige

inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven runderen, te weten:

- 1 rund met ID-code [id-code]

- 1 rund met ID-code [id-code]

- 1 rund met ID-code [id-code]

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de opbrengt - gereserveerd op een rekening bij de AID - van de runderen die zijn geslacht, te weten:

- 1 rund met ID-code [id-code]

- 1 rund met ID-code [id-code]

- 1 rund met ID-code [id-code]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 5] in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 5], in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 6] in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 6], in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 15] in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 15], in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 7] in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de benadeelde partij, [benadeelde 7], in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 8] in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 8], in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9] tot een bedrag van EUR 750,- toe.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 750,-.

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 9] in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [benadeelde 9] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van [benadeelde 9] , wonende te [woonplaats], [adres], een bedrag te betalen van

EUR 750,- (zevenhonderd en vijftig), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door

15 (vijftien) dagen hechtenis.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 16] tot een bedrag van EUR 955,- toe.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 955,-.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [benadeelde 16] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van [benadeelde 16], wonende te [woonplaats], [adres] een bedrag te betalen van EUR 955,- (negenhonderd en vijfenvijftig) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door

19 (negentien) dagen hechtenis.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 10] tot een bedrag van EUR 650,- toe.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 650,-.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [benadeelde 10] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van [benadeelde 10], wonende te [woonplaats], [adres], een bedrag te betalen van EUR 650,- (zeshonderd en vijftig), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 (dertien) dagen hechtenis.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11] tot een bedrag van EUR 750,- toe.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 750,-.

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 11], in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [benadeelde 11] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van [benadeelde 11], wonende te [woonplaats], [adres], een bedrag te betalen van EUR 750,- (zevenhonderd en vijftig), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 17] tot een bedrag van EUR 3600,- toe.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 3600,-.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [benadeelde 17] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 17], in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van [benadeelde 17], wonende te [woonplaats], [adres], een bedrag te betalen van EUR 3600,- (drieduizend zeshonderd), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 72 (tweeënzeventig) dagen hechtenis.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 12] tot een bedrag van EUR 300,- toe.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 300,-.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [benadeelde 12] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van [benadeelde 12], wonende te [woonplaats], [adres], een bedrag te betalen van EUR 300,- (driehonderd), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis.

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 18], in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 18] in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 13] tot een bedrag van EUR 1505,- toe.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 1505,-.

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 13] in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [benadeelde 13] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van [benadeelde 13] , wonende te [woonplaats], [adres], een bedrag te betalen van EUR 1505,- (duizend vijfhonderd en vijf) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 14] tot een bedrag van EUR 1800,- toe.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 1800,-.

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 14], in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [benadeelde 14]s, gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van [benadeelde 14], wonende te [adres], [woonplaats], een bedrag te betalen van EUR 1800,-,(duizend achthonderd) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door

36 (zesendertig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. C.H.W.M. Sterk, voorzitter,

mr. C.R.L.R.M. Ficq en mr. F. Van Beuge,

in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tent, griffier,

en op 6 september 2006 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. F. Van Beuge is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

??

??

??

??

- 11 - 20-012023-05