Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2006:AY5408

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-07-2006
Datum publicatie
01-08-2006
Zaaknummer
C03/01022
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof overweegt ambtshalve dat een goede procesorde zich ertegen verzet dat in de schadestaatprocedure in hoger beroep wordt voortgeprocedeerd voordat duidelijkheid is verkregen over de hoofdzaak in hoger beroep. De schadestaatprocedure is immers een voortzetting van de hoofdprocedure, zodat het lot van de schadestaatprocedure afhankelijk is van dat van de hoofdzaak. Zou bijvoorbeeld de vordering van [appellant] in de hoofdzaak alsnog worden afgewezen en dus aan [appellant] geen schadevergoeding worden toegewezen, dan kan in de schadestaatprocedure geen toewijzing van schadevergoeding meer volgen. Datzelfde geldt wanneer in hoger beroep schadevergoeding zou worden toegewezen op andere grondslag dan dat in eerste aanleg is gebeurd; in dat geval zou de schadestaatprocedure op die nieuwe grondslag moeten worden overgedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. MdL

rolnrs. C0301002/MA en C0301022/MA

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

zesde kamer, van 13 juni 2006,

gewezen in de zaak van:

1. [APPELLANT SUB 1],

wonende te [plaats],

2. [APPELLANTE SUB 2] BV,

gevestigd te [plaats],

appellanten,

procureur: mr. J.E. Lenglet,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprake-

lijkheid [GEÏNTIMEERDE],

gevestigd te [plaats],

geïntimeerde,

procureur: mr. J.E. Benner,

en de daarmee op de rol gevoegde zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprake-

lijkheid [GEÏNTIMEERDE],

gevestigd te [plaats],

appellante,

procureur mr J.E. Benner,

tegen:

1. [APPELLANT SUB 1],

wonende te [plaats],

2. [APPELLANTE SUB 2],

gevestigd te [plaats],

geïntimeerden,

procureur: mr. J.E. Lenglet,

op de bij exploot van dagvaarding d.d. 17 juli 2003 respectievelijk 21 juli 2003 ingeleide hoger beroepen van het vonnis van de rechtbank te Maastricht op 23 april 2003 onder rolnummer 70293/HA ZA 01-1103 uitgesproken tussen [appellant sub 1] en [appellante sub 2] - hier nader gezamenlijk in enkelvoud te noemen [appellant] - als eisers en [geïntimeerde] - hierna te noemen [geïntimeerde] - als gedaagde.

1. De procedure in eerste aanleg

Hiervoor verwijst het hof naar het beroepen vonnis, welk vonnis zich bij de stukken bevindt.

2. De procedure in hoger beroep

in de zaak met rolnummer 03/1002:

Bij memorie van grieven heeft [appellant] onder overlegging van producties zeven grieven aangevoerd en geconcludeerd als in die memorie nader omschreven.

[geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord de grieven bestreden.

[appellant] heeft daarop een antwoordakte, tevens houdende vermeerdering van eis genomen waarbij hij producties heeft overgelegd.

[geïntimeerde] heeft daarna een akte houdende uitlating naar aanleiding van de wijziging van eis genomen.

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

in de zaak met rolnummer 03/1022:

Bij memorie van grieven heeft [geïntimeerde] zeven grieven aangevoerd en geconcludeerd als in die memorie nader omschreven.

Vervolgens heeft [appellant] bij memorie van antwoord onder overlegging van producties de grieven bestreden.

Ten slotte hebben partijen gefourneerd voor arrest.

3. De grieven

Voor de grieven verwijst het hof naar de memories van grieven.

4. De beoordeling van het hoger beroep

4.1. Alvorens op de grieven van partijen in te gaan overweegt het hof als volgt.

4.2. Het vonnis waartegen de grieven van partijen zich richten is een vonnis in een schadestaatprocedure. Daaraan voorafgaand heeft de rechtbank (na eerdere tussenvonnissen van 2 januari 1997 en 20 augustus 1998) in de hoofdzaak met rolnummer 6262-HA ZA 91/6265 bij vonnis van 8 februari 2001 [geïntimeerde] veroordeeld om bij wijze van voorschot aan [appellant] een bedrag van ƒ 212.360 exclusief BTW te betalen, alsmede veroordeeld tot betaling van de verdere door aan [appellant] geleden schade, op te maken bij staat.

4.3. Het is het hof ambtshalve bekend dat ook tegen het vonnis in die zaak - hierna: de hoofdzaak - hoger beroep is ingesteld. In dat hoger beroep heeft de eerste kamer van dit hof op 11 maart 2003 een tussenarrest gewezen (rolnummer 01/486). In dat tussenarrest heeft het hof een aantal grieven tegen dit vonnis in de hoofdzaak behandeld, en voorts de zaak verwezen naar de rol voor uitlating aan de zijde van [appellant] over de schadestaatprocedure die inmiddels in eerste aanleg - ter voortzetting van de hoofdzaak - zou zijn aangespannen.

4.4. Voorts is het het hof ambtshalve bekend dat in deze procedure in de hoofdzaak partijen na dat tussenarrest ieder een akte uitlating hebben genomen, en dat - alvorens partijen konden fourneren - dat geding is geschorst omdat tegen dat tussenarrest in deze hoofdzaak cassatie zou zijn ingesteld.

Vervolgens is de hoofdzaak in hoger beroep ambtshalve geroyeerd waarbij op de rolzitting is meegedeeld dat de procedure desgewenst kon worden hervat nadat arrest zou zijn gewezen in de zaken met rolnummer 03/1002 en/of 03/1022.

Uit door het hof ambtshalve ingewonnen informatie bij de Hoge Raad blijkt dat in de hoofdzaak evenwel geen cassatie is ingesteld.

4.5. Het hof overweegt ambtshalve dat een goede procesorde zich ertegen verzet dat in de schadestaatprocedure in hoger beroep wordt voortgeprocedeerd voordat duidelijkheid is verkregen over de hoofdzaak in hoger beroep. De schadestaatprocedure is immers een voortzetting van de hoofdprocedure, zodat het lot van de schadestaatprocedure afhankelijk is van dat van de hoofdzaak.

Zou bijvoorbeeld de vordering van [appellant] in de hoofdzaak alsnog worden afgewezen en dus aan [appellant] geen schadevergoeding worden toegewezen, dan kan in de schadestaatprocedure geen toewijzing van schadevergoeding meer volgen. Datzelfde geldt wanneer in hoger beroep schadevergoeding zou worden toegewezen op andere grondslag dan dat in eerste aanleg is gebeurd; in dat geval zou de schadestaatprocedure op die nieuwe grondslag moeten worden overgedaan.

4.6. Het hof zal dus de behandeling van de beide beroepen in de schadestaatprocedure aangehouden totdat over de hoofdzaak met rolnummer 01/486 door het hof is beslist. Daartoe zal de zaak naar de rol worden verwezen. Partijen kunnen om voortzetting in het hoger beroep in deze schadestaatprocedure verzoeken zodra in de hoofdzaak eindarrest is gewezen.

4.7. Wat betreft de voortzetting van de procedure in de hoofdzaak overweegt het hof nog als volgt. Nu in de hoofdzaak geen cassatie is ingesteld en bovendien in de beide appelzaken in de schadestaatprocedure arrest is gewezen kunnen partijen op de rol hervatting vragen van de hoofdzaak in hoger beroep.

5. De beslissing

Het hof:

houdt verdere behandeling aan totdat in de hoofdzaak met rolnummer 01/486 door het hof is beslist;

verwijst de zaak naar de rol van 19 december 2006 voor het nemen van een akte door de meest gerede partij als hierboven nader omschreven.

Dit arrest is gewezen door mrs. Rothuizen-van Dijk, Begheyn en Pellis en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 13 juni 2006.