Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2006:AW9576

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-04-2006
Datum publicatie
09-05-2006
Zaaknummer
C0200792
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof zal thans beslissen op de verrekenvordering van de vrouw. De vordering heeft betrekking op de waardestijging van de voormalige echtelijke woning die (illegaal) was gevestigd in een bedrijfsloods, welke bedrijfsloods is geboekt op de balans van de onderneming van de man (een eenmanszaak).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

typ. JP

rolnr. C0200792/BR

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

zevende kamer, van 18 april 2006,

gewezen in de zaak van:

[APPELLANT],

wonende te [plaats],

appellante in principaal appel,

geïntimeerde in incidenteel appel,

hierna te noemen: de vrouw,

procureur: mr. B.Th.H. Boomsma,

tegen:

[GEÏNTIMEERDE],

wonende te [plaats],

geïntimeerde in principaal appel,

appellant in incidenteel appel,

hierna te noemen: de man,

procureur: mr. J.A.Th.M. van Zinnicq Bergmann,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 7 september 2004, 12 april 2005 en 18 oktober 2005 in het hoger beroep van de door de rechtbank Breda onder nr. 68427/HA ZA 99-74 gewezen vonnissen van 16 maart 1999,

21 maart 2000, 10 oktober 2000, 27 november 2001 en 23 april 2002 tussen de vrouw als eiseres in conventie en verweerster in reconventie en de man als gedaagde in conventie en eiser in reconventie.

14. Het tussenarrest van 18 oktober 2005

Bij genoemd arrest heeft het hof aan partijen verzocht nadere informatie te verschaffen en is iedere verdere beslissing aangehouden.

15. Het verdere verloop van de procedure

De vrouw heeft een akte na tussenarrest genomen.

De procureur van de man heeft akte gevraagd van haar verklaring dat zij niet in staat is gesteld verder te procederen.

Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

16. De verdere beoordeling

in principaal en incidenteel appel

16.1. In het tussenarrest van 18 oktober 2005 heeft het hof aan partijen informatie gevraagd met het oog op een te gelasten deskundigenonderzoek naar het mogelijke aandeel van de vrouw in de waardestijging van de voormalige echtelijke woning.

Van de kant van de man is de gevraagde informatie niet verstrekt. Zijn procureur heeft ter rolzitting verklaard niet in staat te zijn gesteld verder te procederen.

16.2. Het hof zal thans beslissen op de verrekenvordering van de vrouw. De vordering heeft betrekking op de waardestijging van de voormalige echtelijke woning die (illegaal) was gevestigd in een bedrijfsloods, welke bedrijfsloods is geboekt op de balans van de onderneming van de man (een eenmanszaak).

De vrouw heeft aan de hand van een taxatierapport d.d. 24 november 1993 (overgelegd bij memorie na tussenarrest d.d. 30 november 2004) in voldoende mate aangetoond dat de waarde op die datum f. 285.000,- bedroeg.

Volgens de vrouw bedroeg de waarde ten tijde van het indienen van het echtscheidingsverzoek op 7 mei 1997 f. 344.844,- uitgaande van een jaarlijkse waardestijging van 6%. Het hof acht die waardestijging redelijk.

De vrouw heeft aldus de waardestijging berekend op f. 59.844,-.

16.3. Nu de man niet heeft voldaan aan het verzoek van het hof in het tussenarrest van 12 mei 2005 om bewijsstukken te overleggen en evenmin de gelegenheid heeft gegeven om een deskundigenonderzoek in te stellen, acht het hof de voormelde stellingen van de vrouw onvoldoende weersproken. Het hof zal dan ook van voormelde gegevens uitgaan.

Ditzelfde geldt voor de stelling van de vrouw dat zij recht heeft op de helft van de waardestijging omdat de aflossingen op de geldleningen ten behoeve van de bouw van de voormalige echtelijke woning zijn betaald uit overgespaarde inkomsten.

16.4. De man heeft aangevoerd dat bij de berekening van het te verrekenen bedrag rekening gehouden moet worden met de belastinglatentie in verband met het feit dat het onderhavige pand op de balans van zijn eenmanszaak voor een te laag bedrag is geboekt. Deze stelling is door de vrouw niet weersproken.

De boekwaarde van het pand in 1997 bedroeg f. 192.074,-, zodat er sprake is van een stille reserve van f. 152.770,- (f. 344.844 minus f. 192.074,-). De belastinglatentie wordt door het hof naar redelijkheid en billijkheid vastgesteld op 25% = f. 38.192,50.

Aldus resteert een bedrag van f. 21.651,50 ter verrekening. De vrouw heeft recht op de helft van dat bedrag = f. 10.825,75. In euro's: E. 4.912,51.

16.5. Op grond van hetgeen in de eerdere tussenarresten is beslist en op grond van het eindvonnis van de rechtbank (voorzover daartegen niet is gegriefd), komen verder de volgende bedragen aan de vrouw toe:

- Verhuiskosten: f. 261,50

- Cursuskosten: f. 2.200,--

- Lijfrente: f. 20.901,53

- Buggy: f. 2.000,--

- Overnamekosten: f. 4.500,--

- Almkruiser: f. 1.250,--

- Totaal: f. 31.113,03. In euro's: E. 14.118,47.

16.6. Het voorgaande betekent dat de man in totaal aan de vrouw dient te betalen: E. 14.118,47 + E. 4.912,51 = E. 19.030,98.

Het hof zal de vonnissen waarvan beroep vernietigen voorzover deze betrekking hebben op de overnamekosten, de Almkruiser, de Mazda, de teveel betaalde aflossing, de afrekening terzake van de lijfrentepolis en de omvang van het door de man aan de vrouw te betalen bedrag en opnieuw rechtdoende de man veroordelen voormeld bedrag van E. 19.030,98 aan de vrouw te voldoen.

16.7. De kosten van het hoger beroep zullen worden gecompenseerd nu partijen voormalige echtgenoten zijn.

17. De uitspraak

Het hof:

op het principaal en incidenteel appel

vernietigt de vonnissen waarvan beroep voorzover deze betrekking hebben op de overnamekosten, de Almkruiser, de Mazda, de teveel betaalde aflossing, de afrekening terzake van de lijfrentepolis en voorzover de man in het eindvonnis is veroordeeld om aan de vrouw een bedrag van E. 9.336,31 te betalen en in zoverre opnieuw rechtdoende:

veroordeelt de man om aan de vrouw een bedrag van E. 19.030,98 (negentienduizend en dertig euro en 98 eurocent) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de datum van dit arrest tot aan de dag der voldoening;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

bekrachtigt de vonnissen waarvan beroep voor het overige;

compenseert de kosten van het hoger beroep in die zin dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen.

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Etten, Den Hartog Jager en Van den Bergh en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 18 april 2006.