Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2006:AW4154

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-03-2006
Datum publicatie
26-04-2006
Zaaknummer
C0401072
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De toepasselijkheid van deze Algemene Voorwaarden brengt in beginsel mee dat de verzekering geacht moet worden stilzwijgend te zijn voortgezet na het eerste jaar. Immers, [geïntimeerde] heeft erkend dat hij de verzekering nooit heeft opgezegd. Echter, [geïntimeerde] heeft de vernietiging van de Algemene Voorwaarden ingeroepen nu deze hem niet voor of tijdens het afsluiten van de verzekering ter hand zijn gesteld. Dit verweer slaagt. Rialto heeft immers zelf aangegeven dat de Algemene Voorwaarden [geïntimeerde] zijn toegezonden op 18 november 2000, derhalve ruim na de aanvang van de verzekeringsovereenkomst.

De omstandigheid dat al op het aanvraagformulier stond vermeld waar de polisvoorwaarden ter inzage lagen en dat deze aan [geïntimeerde] op eerste aanvraag toegezonden zouden worden, kan Rialto niet baten. Rialto heeft namelijk niet aangegeven waarom het redelijkerwijs niet mogelijk was de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan [geïntimeerde] ter hand te stellen. Dit klemt temeer nu de verzekering bij een tussenpersoon werd afgesloten en het bepaald niet ondenkbaar is dat deze tussenpersoon beschikte over de toepasselijke polisvoorwaarden en deze derhalve op 6 november 2000 direct aan [geïntimeerde] had kunnen geven.

Het moet er derhalve voor gehouden worden dat Rialto aan [geïntimeerde] niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen, nu de in artikel 6:234 lid 1 aanhef en sub a BW genoemde handelwijze niet is benut en Rialto niet heeft aangegeven waarom dit redelijkerwijs niet mogelijk was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. MdL

rolnr. C0401072/MA

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

zesde kamer, van 7 maart 2006,

gewezen in de zaak van:

[APPELLANT],

wonende te [plaats],

appellant,

procureur: mr. Ph.C.M. van der Ven,

tegen

de naamloze vennootschap RIALTO VERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Rijswijk,

geïntimeerde,

procureur: mr. J.E. Benner,

op het bij exploot van dagvaarding d.d. 16 augustus 2004 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank te Maastricht, sector Kanton, locatie Heerlen, onder rolnummer 146976 6071/2003 op 23 juni 2004 uitgesproken tussen appellant - hierna: [geïntimeerde] - als gedaagde en geïntimeerde - hierna: Rialto - als eiseres.

1. De procedure in eerste aanleg

Hiervoor verwijst het hof naar het beroepen vonnis en naar het vonnis van 31 maart 2004.

2. De procedure in hoger beroep

Bij memorie van grieven heeft [geïntimeerde] onder overlegging van producties een grief aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot afwijzing alsnog van de vordering van Rialto.

Bij memorie van antwoord heeft Rialto de grief bestreden en geconcludeerd tot bekrachtiging van het beroepen vonnis.

Vervolgens hebben partijen de gedingstukken overgelegd en arrest gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de exacte tekst van de grief verwijst het hof naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1 Tussen partijen staan de volgende feiten als

onbetwist vast.

a. [geïntimeerde] heeft op 6 november 2000 een WA-motorrijtuigenverzekering bij Rialto aangevraagd middels een tussenpersoon van Rialto, te weten [tussenpersoon] van de Nederlandse Verzekering Groep Assurantiën te Groningen.

b. Op het door [geïntimeerde] ondertekende aanvraagformulier voor deze verzekering staat als ingangsdatum vermeld 7 november 2000. Op dit formulier staan bij de contractstermijn twee mogelijkheden vermeld, te weten "1 jaar doorlopend" en "3 jaar doorlopend". Geen van deze mogelijkheden is aangekruist.

c. Op dit formulier staat voorts vermeld: "Op de aangevraagde verzekeringen worden algemene voorwaarden toegepast. Deze liggen bij de maatschappij ter inzage en worden op verzoek onmiddellijk toegezonden".

d. Blijkens de polis is de aanvangsdatum van de onderhavige verzekering 8 november 2000.

e. [geïntimeerde] heeft de premie voor een jaar ten behoeve van deze verzekering bij het aangaan van deze verzekering voldaan aan genoemde tussenpersoon.

4.2 Rialto vordert in deze procedure betaling van de verzekeringspremie voor het tweede jaar, namelijk voor de periode van 8 november 2001 tot en met 8 november 2002, vermeerderd met wettelijke rente en kosten.

Hiertoe voert zij aan dat volgens artikel 10.2 van de algemene voorwaarden telkens bij het verstrijken van de in de polis vermelde verzekeringstermijn de verzekering stilzwijgend wordt geacht te zijn voortgezet voor een volgende termijn, behoudens eerdere beëindiging. Nu [geïntimeerde] zelf verklaart dat hij de verzekering niet heeft opgezegd, is hij voornoemde premie verschuldigd.

4.3 [geïntimeerde] betwist de vordering van Rialto. Hiertoe voert

hij onder meer aan dat hij de auto slechts voor een jaar wilde verzekeren en dat hij daarvoor premie betaald heeft en verder nooit iets van Rialto heeft vernomen. Een polis en algemene voorwaarden heeft hij nooit ontvangen, aldus [geïntimeerde].

4.4 De rechtbank heeft de vordering van Rialto toegewezen

en het verweer van [geïntimeerde] verworpen.

4.5 De grief van [geïntimeerde] richt zich tegen de overweging in

het eindvonnis, waarin geoordeeld wordt dat de onderhavige verzekering behoudens opzegging jaarlijks zou worden geprolongeerd.

4.6 Naar het oordeel van het hof is tussen partijen niet

in geschil dat de verzekering in beginsel een looptijd heeft van 12 maanden. Het hof wijst daarbij op de door Rialto opgestelde en overgelegde polis, die als contractsduur vermeldt "12 maanden" en als ingangsdatum 8 november 2000 en als contractsvervaldatum 8 november 2001 noemt.

4.7 Voorts staat vast dat de Algemene Voorwaarden, zoals

in deze procedure overgelegd door Rialto, van toepassing zijn op de onderhavige verzekering van [geïntimeerde]. Rialto heeft er op gewezen dat de toepasselijkheid van deze voorwaarden reeds wordt genoemd in het door [geïntimeerde] ondertekende aanvraagformulier, terwijl [geïntimeerde] dit niet gemotiveerd heeft betwist.

4.8 De toepasselijkheid van deze Algemene Voorwaarden brengt - gelet op artikel 10.2 van de Aalgemene Voorwaarden - in beginsel mee dat de verzekering geacht moet worden stilzwijgend te zijn voortgezet na het eerste jaar. Immers, [geïntimeerde] heeft erkend dat hij de verzekering nooit heeft opgezegd.

4.9 Echter, [geïntimeerde] heeft de vernietiging van de Algemene

Voorwaarden ingeroepen nu deze hem niet voor of tijdens het afsluiten van de verzekering ter hand zijn gesteld.

Dit verweer slaagt. Rialto heeft immers zelf aangegeven dat de Algemene Voorwaarden [geïntimeerde] zijn toegezonden op 18 november 2000, derhalve ruim na de aanvang van de verzekeringsovereenkomst.

De omstandigheid dat al op het aanvraagformulier stond vermeld waar de polisvoorwaarden ter inzage lagen en dat deze aan [geïntimeerde] op eerste aanvraag toegezonden zouden worden, kan Rialto niet baten. Rialto heeft namelijk niet aangegeven waarom het redelijkerwijs niet mogelijk was de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan [geïntimeerde] ter hand te stellen. Dit klemt temeer nu de verzekering bij een tussenpersoon werd afgesloten en het bepaald niet ondenkbaar is dat deze tussenpersoon beschikte over de toepasselijke polisvoorwaarden en deze derhalve op 6 november 2000 direct aan [geïntimeerde] had kunnen geven.

Het moet er derhalve voor gehouden worden dat Rialto aan [geïntimeerde] niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen, nu de in artikel 6:234 lid 1 aanhef en sub a BW genoemde handelwijze niet is benut en Rialto niet heeft aangegeven waarom dit redelijkerwijs niet mogelijk was. Met name gelet op deze laatstgenoemde omstandigheid kan het Rialto niet baten dat zij de in dat artikel sub b genoemde handelwijze heeft toegepast.

Het beroep op de nietigheid van de algemene voorwaarden door [geïntimeerde] (artikel 6:233 aanhef en sub b BW) slaagt derhalve.

4.10 Nu [geïntimeerde] de algemene voorwaarden terecht heeft vernietigd, kan niet uitgegaan worden van een stilzwijgende verlenging van de verzekering, zoals door Rialto met een beroep op die Algemene Voorwaarden gesteld. Derhalve dient uitgegaan te worden van de hiervoor reeds genoemde contractsduur van 12 maanden.

4.11 Met Rialto is het hof van oordeel dat de omstandigheid dat [geïntimeerde] in het verleden (bij een andere maatschappij dan Rialto) een autoverzekering heeft gehad, meebrengt dat [geïntimeerde] er van op de hoogte had kunnen zijn dat hij een polis en polisvoorwaarden zou ontvangen. Deze omstandigheid brengt echter niet zonder meer mee dat ten aanzien van de vernietigbaarheid van de onderhavige polisvoorwaarden een andere beslissing moet worden genomen dan hiervoor reeds is geschied. Rialto heeft daartoe onvoldoende gesteld.

4.12 Het kan zo zijn dat de door Rialto gehanteerde algemene voorwaarden - en met name de bepaling betreffende de stilzwijgende verlenging van de verzekering bij gebreke van een opzegging - in de verzekeringsbranche een bestendig gebruikelijk beding vormen. Rialto heeft echter niet onderbouwd waarom een particuliere verzekeringnemer als [geïntimeerde] geacht moet worden bekend te zijn met een dergelijk bestendig gebruikelijk beding in de verzekeringsbranche. Niet valt in te zien waarom [geïntimeerde] tot de verzekeringsbranche gerekend moet worden. Deze stelling kan Rialto derhalve niet baten, zodat het hof voorbijgaat aan het bewijsaanbod terzake.

4.13 Nu Rialto geen andere gronden heeft waarop zij haar vordering heeft gebaseerd, dient haar vordering afgewezen te worden De grief van [geïntimeerde] slaagt. Het beroepen vonnis zal vernietigd worden en Rialto zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep.

5. De beslissing

Het hof:

vernietigt het beroepen vonnis van de rechtbank te Maastricht, sector Kanton, locatie Heerlen, van 23 juni 2004, en opnieuw rechtdoende;

wijst de vordering van Rialto af;

veroordeelt Rialto in de kosten van de procedure, welke kosten het hof aan de zijde van [geïntimeerde] begroot

- voor de eerste aanleg op nihil

- voor de procedure in hoger beroep op E. 324,78 voor verschotten en op E. 632,-- voor salaris procureur, op de voet van het bepaalde in artikel 243 Rv (artikel 57b oud Rv) te voldoen aan de griffier van dit hof;

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door de mrs. Rothuizen-van Dijk, Begheyn en Pellis en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van 7 maart 2006.