Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2006:AW3564

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-04-2006
Datum publicatie
25-04-2006
Zaaknummer
20-009489-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof verwerpt het verweer van verdachte mbt ontbreken oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van stroom buiten de elektriciteitsmeter om. Het hof overweegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat het niet ongebruikelijk is om de stroom voor een hennepkwekerij illegaal af te tappen. (...) De verdachte heeft een "klusjesman" gezocht en gevonden die zich heeft toegelegd op illegale werkzaamheden. Voorts heeft de verdachte verklaard dat weedtelers het over het algemeen wenselijk achten dat het stroomgebruik niet uit de meterstanden blijkt omdat anders het risico bestaat dat het energiebedrijf de politie attendeert op extreem hoog elektriciteitsgebruik.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 20-009489-05

Uitspraak : 19 april 2006

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 26 mei 2005 in de strafzaak met parketnummer 01-027946-04 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf en dat het hof de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 150 uren, te vervangen door 75 dagen hechtenis en tot een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Het hof neemt hier uit het beroepen vonnis de weergave van de tenlastelegging over.

In deze weergave zijn de in eerste aanleg toegelaten wijzigingen begrepen.

Vrijspraak

Het hof is van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde - kort gezegd: culpose brandstichting - heeft begaan, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken. Op basis van de stukken en het verhandelde op de terechtzitting kan niet worden vastgesteld dat de brand is ontstaan door de oorzaak zoals in de tenlastelegging weergegeven, te weten oververhitting van de elektrische installatie ten behoeve van de aanwezige hennepkwekerij en/of oververhitting van de hennepplanten. Het rapport van technisch onderzoek van 30 september 2004 van verbalisant [verbalisant] sluit andere brandoorzaken - die wellicht niet te wijten zijn aan de schuld van de verdachte - onvoldoende uit.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 juli 2004 tot en met 26 augustus 2004 te Valkenswaard opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [adres] een hoeveelheid van in totaal ongeveer 100 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij in de periode van 1 juli 2004 tot en met 24 augustus 2004 te Valkenswaard met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, geheel toebehorende aan Essent Netwerk Brabant/Limburg B.V.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

De verdachte heeft ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde aangevoerd dat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van stroom ontbrak omdat hij - de verdachte - niet wist dat deze stroom illegaal werd afgetapt buiten de elektriciteitsmeter om.

Het hof acht de verklaring van de verdachte hieromtrent ongeloofwaardig. Het hof overweegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat het niet ongebruikelijk is om de stroom voor een hennepkwekerij illegaal af te tappen. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard opdracht te hebben gegeven tot het verzorgen van de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij aan een persoon die hij gevonden had op een internetsite over weedteelt, welke persoon daar werd genoemd als iemand die in staat was de stroomvoorziening voor hennepkwekerijen aan te leggen. Met andere woorden de verdachte heeft een "klusjesman" gezocht en gevonden die zich heeft toegelegd op illegale werkzaamheden. Voorts heeft de verdachte verklaard dat weedtelers het over het algemeen wenselijk achten dat het stroomgebruik niet uit de meterstanden blijkt omdat anders het risico bestaat dat het energiebedrijf de politie attendeert op extreem hoog elektriciteitsgebruik. Uit het proces-verbaal van aangifte energie diefstal van 1 september 2004 (pag. 10) blijkt dat eenvoudig zichtbaar was dat de elektriciteitsaanvoer ten behoeve van de hennepkwekerij buiten de elektriciteitsmeter om geleid was. Gezien het vorenstaande is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte wist dat de stroom illegaal werd afgetapt en daarmee zijn oogmerk gericht was op de wederrechtelijke toe-eigening van de elektriciteit.

Het hof verwerpt mitsdien het verweer.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde onder 1 is voorzien bij artikel 3 aanhef en onder B van de Opiumwet en strafbaar gesteld bij artikel 11, tweede lid van die Wet.

Het bewezen verklaarde onder 2 is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het hof oplegging van een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur passend en geboden.

Hierbij neemt het hof in aanmerking

enerzijds dat het gaat om een hennepkwekerij van relatief bescheiden omvang en dat de verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van de Opiumwet en

anderzijds dat de hennepteelt gepaard ging met diefstal van elektriciteit.

Het hof legt een aanmerkelijk lagere straf op dan is geƫist, omdat de verdachte, anders dan is gevorderd, wordt vrijgesproken van schuld aan brand.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 22c, 22d, 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het 1 en 2 bewezen verklaarde oplevert:

1

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod.

2

Diefstal.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. J.C.A.M. Claassens, voorzitter,

mr. J.A. van Zon en mr. M.A.M. Wagemakers,

in tegenwoordigheid van mr. M.A. Waals, griffier,

en op 19 april 2006 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. M.A.M. Wagemakers is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

??

??

??

??

- 5 - 20-009489-05