Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2006:AV4828

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-03-2006
Datum publicatie
14-03-2006
Zaaknummer
20-009114-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewijsuitsluiting. Verdachte is staande gehouden door wachtmeesters van de KMAR. Vervolgens is door hen het rijbewijsregister geraadpleegd, verdachte terzake een overtreding van de WVW 1994 gehoord en aan verdachte proces-verbaal aangezegd, terwijl daartoe geen bevoegdheid bestond. Verdachte wordt vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2006, 142
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-009114-05

Uitspraak : 14 maart 2006

VERSTEK, ONIP

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 6 januari 2004 in de strafzaak met parketnummer 02-006168-03 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

thans [ adres 1],

doch in de appèlakte als adres opgevend: [ adres 2].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende verdachte zal vrijspreken van het hem tenlastegelegde.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter kon volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 21 augustus 2003 in de gemeente Breda terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten van de categorie(ën): "B" en/of "C", ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Rijksweg A-16, als bestuurder een motorrijtuig,

(personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat een drietal wachtmeesters der Koninklijke Marechaussee, District NB/Lb Brigade Breda (verder te noemen KMAR), op 21 augustus 2003 in het kader van de uitvoering van een voorgeschreven dienst, te weten die van Mobiel Toezicht Vreemdelingen en in het bijzonder de bestrijding van illegale immigratie, verdachte heeft staande gehouden en gecontroleerd ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en/of verblijfsrechtelijke positie. Vervolgens werd door één van de wachtmeesters in het geautomatiseerde rijbewijsregister geconstateerd dat het Nederlands rijbewijs van verdachte sedert [datum] ongeldig was verklaard. Hierop is verdachte door de KMAR overgebracht naar de Brigade der Koninklijke Marechaussee te Breda, alwaar verdachte door twee wachtmeesters is gehoord terzake het overtreden van artikel 9 van de Wegenverkeerswet 1994. Tevens is hem toen proces-verbaal aangezegd.

Het hof stelt vast dat in de onderhavige zaak alle opsporingshandelingen zijn verricht door wachtmeesters der Koninklijke Marechaussee. Voorts stelt het hof vast dat verdachte geen militair is en ook overigens geen van de politietaken van de KMAR genoemd in artikel 6 van de Politiewet 1993, van toepassing is op hetgeen de KMAR in de zaak van verdachte heeft gedaan. Het hof is derhalve van oordeel dat de wachtmeesters van de KMAR niet bevoegd waren om voornoemd register te raadplegen, verdachte terzake een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 te horen en proces-verbaal aan te zeggen.

Het bewijsmateriaal is derhalve op onrechtmatige wijze verkregen en kan het niet als bewijs worden gebezigd.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mrs. H. Harmsen, O.M.J.J. van de Loo en A. de Lange,

in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier,

en op 14 maart 2006 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

??

??

??

??

- 2 - 20-009114-05