Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2006:AV1124

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-01-2006
Datum publicatie
06-02-2006
Zaaknummer
20/002219-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Gedeeltelijke toewijzing vergoeding kosten gemaakt door gewezen verdachte. Uitzondering gemaakt op het vereiste dat het verzoek ex artikel 591 Sv binnen drie maanden na eindigen zaak ingediend moet worden. In aanmerking genomen (i) het uitzonderlijke procesverloop, (ii) het feit dat binnen drie maanden na het arrest van de Hoge Raad van 20 november 2001 een herzieningsaanvraag is ingediend, welke is toegewezen door de Hoge Raad en (iii) de samenhang, wat betreft verricht en te verrichten onderzoek, van het eerste deel van de rechtsgang, leidende tot het arrest van de Hoge Raad van 20 november 2001 en het tweede deel van de rechtsgang, ingeleid door de herzieningsaanvraag en leidende tot het arrest van de Hoge Raad van 22 februari 2005, is het hof van oordeel dat de verzoeker ontvankelijk is ook voor zover hij vergoeding vraagt van kosten betreffende het eerste deel van de rechtsgang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20.002219.03

Uitspraakdatum : 30 januari 2006

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Beslissing van het gerechtshof op het verzoek tot schadevergoeding ex artikel 591 van het Wetboek van Strafvordering, ter griffie van dit hof op d.d. 22 april 2005 ingediend door de veroordeelde:

[verzoeker]

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1953,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in de [detentiecentrum] te [adres]

hierna te noemen: verzoeker.

Het verzoek strekt tot toekenning van een vergoeding uit 's Rijks kas terzake van door verzoeker ten behoeve van zijn verdediging gemaakte kosten, inhoudende:

. kosten van onderzoek naar de werkzaamheden van verzoeker met betrekking tot de nalatenschap van het slachtoffer, alsmede rapportage hierover, door Accountants en Belastingadviseurs Boymans en Partners, ad. fl.3.055,-- (€1.386,30) inclusief OB, gefactureerd d.d. 6 maart 2000;

b. kosten van een schriftpsychologisch onderzoek, van vergelijkend getuigenverhoor en van schriftkundig onderzoek naar de herkomst van anonieme brieven, alsmede rapportage hierover, door Algemeen Schriftkundig Bureau E. & W. Waisvisz, ad. €99.960,-- inclusief OB, respectievelijk €23.800,-- inclusief OB, gefactureerd d.d. 15 juli 2003 respectievelijk d.d. 3 maart 2005, bij "aanvulling verzoekschrift" d.d. 7 november 2005 door verzoeker beperkt tot een totaalbedrag van €28.430,50 exclusief OB;

c. kosten van onderzoek naar de benummering van cellen bij storingen / reparaties inzake telefonie, door Van de Klundert Telecom B.V., ad. €609,28 inclusief OB, gefactureerd d.d. 15 juli 2003;

d. kosten van GSM-onderzoekswerkzaamheden, alsmede rapportage hierover, door Special Research Department, ad. €35.087,61, gefactureerd d.d. 25 juli 2003, bij "aanvulling verzoekschrift" d.d. 7 november 2005 door verzoeker beperkt tot een bedrag van €10.899,64 exclusief OB;

e. kosten van divers onderzoek ten gunste van de herziening, door J.H. Visser, ad. €24.662,98 inclusief OB, gefactureerd d.d. 24 juli 2003, bij "aanvulling verzoekschrift" d.d. 7 november 2005 door verzoeker beperkt tot een bedrag van €6.399,80 exclusief OB;

f. kosten van onderzoek naar mes P1 en de plaats waar deze tezamen met een paraplu is aangetroffen, alsmede rapportage hierover, door Bureau De Rijk, ad. €2.430,00 inclusief OB, gefactureerd d.d. 11 december 2001;

g. kosten van geuronderzoek met betrekking tot mes P1, alsmede rapportage hierover, door prof. dr. J. Frijters, ad. €41.208,88 exclusief OB, gefactureerd d.d. 14 maart 2005, bij "aanvulling verzoekschrift" d.d. 7 november 2005 door verzoeker beperkt tot een bedrag van €17.870,60 (geen OB verschuldigd aangezien prof. dr. Frijters woonachtig is in België);

h. kosten van DNA-onderzoek, alsmede rapportage hierover, door dr. De Knijff, ad. €357,00 inclusief OB, gefactureerd d.d. 1 mei 2003;

i. kosten van contra-expertise, als mede rapportage hierover, door prof. dr. A.E. Becker, ad. €1.000,00 exclusief OB, gefactureerd d.d. 9 april 2003;

j. kosten van metaalexpertises, alsmede rapportage hierover, door dr. M.C. van der Leeden, ad. €5.660,60 inclusief OB, gefactureerd d.d. 14 juli 2003;

k. kosten van onderzoek met betrekking tot mes P1, door dr. H.C. Lee, ad. $3.000,--, gefactureerd d.d. 9 april 2003, bij "aanvulling verzoekschrift" d.d. 7 november 2005 door verzoeker beperkt tot een bedrag van €1.500,-- (geen OB verschuldigd aangezien dr. Lee woonachtig is in de Verenigde Staten).

Onderzoek van de zaak

Het verzoek is op d.d. 16 januari 2006 door de raadkamer (meervoudige kamer) van het gerechtshof in het openbaar behandeld.

Het hof heeft kennis genomen van de conclusie van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verzoeker naar voren is gebracht.

De conclusie van de advocaat-generaal strekt tot gedeeltelijke afwijzing van het verzoek.

Ontvankelijkheid

Ingevolge art. 591, tweede lid, Sv moet het verzoek worden ingediend binnen drie maanden na het eindigen van de zaak bij het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak tijdens de beëindiging daarvan werd vervolgd of anders het laatst werd vervolgd.

De onderhavige strafzaak kent het volgende verloop:

22 december 2000, gerechtshof Arnhem, veroordeling verzoeker ter zake van moord;

20 november 2001, Hoge Raad, verwerpt cassatieberoep van verzoeker;

7 januari 2002, verzoeker dient een herzieningsverzoek in bij Hoge Raad;

5 november 2002, Hoge Raad wijst tussenarrest;

1 juli 2003, Hoge Raad verklaart herzieningsaanvraag gegrond en verwijst zaak naar gerechtshof 's-Hertogenbosch;

9 februari 2004, gerechtshof 's-Hertogenbosch handhaaft arrest gerechtshof Arnhem;

22 februari 2005, Hoge Raad verwerpt cassatieberoep van verzoeker;

22 april 2005, verzoeker dient onderhavig verzoekschrift in.

Het verzoek is tijdig ingediend voor zover het betreft kosten, gemaakt in het kader van de rechtsgang, ingeleid door de herzieningsaanvraag van 7 januari 2002 en geëindigd met het arrest van de Hoge Raad van 22 februari 2005.

In het verzoekschrift zijn tevens kosten begrepen die zijn gemaakt in het kader van de behandeling van de strafzaak voor het gerechtshof Arnhem en de cassatieprocedure bij de Hoge Raad die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 20 november 2001. Dat gedeelte van de rechtsgang is geëindigd met laatstgenoemd arrest. Een verzoek ex art. 591 Sv tot vergoeding van toen gemaakte kosten had derhalve binnen drie maanden na 20 november 2001 moeten worden ingediend bij het gerechtshof Arnhem.

De verzoeker heeft aangevoerd dat hij toen geen verzoek tot vergoeding van kosten heeft ingediend omdat hij doende was met een herzieningsverzoek.

In aanmerking genomen (i) het uitzonderlijke procesverloop, (ii) het feit dat binnen drie maanden na het arrest van de Hoge Raad van 20 november 2001 een herzieningsaanvraag is ingediend, welke is toegewezen door de Hoge Raad en (iii) de samenhang, wat betreft verricht en te verrichten onderzoek, van het eerste deel van de rechtsgang, leidende tot het arrest van de Hoge Raad van 20 november 2001 en het tweede deel van de rechtsgang, ingeleid door de herzieningsaanvraag en leidende tot het arrest van de Hoge Raad van 22 februari 2005, is het hof van oordeel dat de verzoeker ontvankelijk is ook voor zover hij vergoeding vraagt van kosten betreffende het eerste deel van de rechtsgang.

Beoordeling

Artikel 591, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat een vergoeding uit 's Rijk kas voor de kosten van de gewezen verdachte welke ingevolge bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken ten laste van de gewezen verdachte zijn gekomen, wordt toegekend voor zover de aanwending dier kosten het belang van het onderzoek heeft gediend.

Het hof overweegt ten aanzien van de verschillende posten genoemd in het verzoek als volgt.

Ad a. Accountants en Belastingadviseurs Boymans en Partners

Het onderzoek naar de werkzaamheden van verzoeker met betrekking tot de nalatenschap van het slachtoffer, alsmede rapportage hierover, welk ten laste van verzoeker is gekomen, heeft naar het oordeel van het hof het belang van het onderzoek gediend, zodat ten aanzien van de gemaakte kosten een bedrag van €1.386,30 (inclusief OB) voor vergoeding in aanmerking komt.

Ad b. Algemeen Schriftkundig Bureau E. & W. Waisvisz

Het schriftpsychologisch onderzoek was naar het oordeel van het hof niet van dien aard dat het het belang van het onderzoek heeft gediend. Dit geldt ook ten aanzien van alle overige gedeclareerde werkzaamheden, waarbij tevens geldt dat niet kan worden gezegd dat dit werkzaamheden van enige wetenschappelijke of bijzondere aard zijn als bedoeld in het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Deze kosten komen derhalve niet voor vergoeding in aanmerking.

Ad c. Van de Klundert Telecom B.V.

Het onderzoek naar de benummering van cellen bij storingen / reparaties inzake telefonie, welk ten laste van verzoeker is gekomen, heeft naar het oordeel van het hof het belang van het onderzoek gediend, zodat ten aanzien van de gemaakte kosten een bedrag van €609,28 (inclusief OB) voor vergoeding in aanmerking komt.

Ad d. Special Research Department

Voorzover de gedeclareerde werkzaamheden betrekking hebben op - kort gezegd - GSM-onderzoek hebben die naar het oordeel van het hof het belang van het onderzoek gediend. Voor de overige onderzoekswerkzaamheden geldt dit echter niet, zodat die kosten niet voor vergoeding in aanmerking kunnen komen.

Het hof acht de omvang van de in verband met GSM-onderzoek in rekening gebrachte tijd buitensporig en derhalve niet in volle omvang het belang van het onderzoek dienend. Het hof zal de uren gemoeid met de GSM-onderzoekswerkzaamheden stellen op 40 uren per onderzoeker.

Nu de werkzaamheden op 25 juli 2003 zijn gefactureerd, is niet het eerst op 1 oktober 2003 in werking getreden Besluit tarieven in strafzaken 2003 van toepassing, maar het voordien geldende Besluit tarieven in strafzaken. Artikel 1, eerste lid van dat besluit bepaalt dat voor werkzaamheden waarvoor geen speciaal tarief is bepaald, naar gelang de werkzaamheden niet, of in mindere of meerdere mate van wetenschappelijke of bijzondere aard zijn, het uurtarief ten minste fl.10,00 en ten hoogste fl.116,60 bedraagt. Het hof stelt het uurtarief op fl.75,00 (€34,03). Artikel 7a van dat besluit bepaalt dat de bedragen die in het besluit worden genoemd, verhoogd worden met de omzetbelasting die daarover is verschuldigd. Derhalve komt ten aanzien van de ten behoeve van de GSM-onderzoekswerkzaamheden gemaakte kosten een bedrag van 40 x €34,03 x 2 + 19% OB = €3.239,66 voor vergoeding in aanmerking.

Ad e. J.H. Visser

Dit onderzoek heeft naar het oordeel van het hof het belang van het onderzoek niet gediend, zodat de gemaakte kosten niet voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. Van voldoende bijzondere deskundigheid is naar het oordeel van het hof geen sprake geweest.

Ad f. Bureau De Rijk

Dit onderzoek heeft naar het oordeel van het hof het belang van het onderzoek niet gediend, zodat de gemaakte kosten niet voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. Van voldoende bijzondere deskundigheid is naar het oordeel van het hof geen sprake geweest.

Ad g. Prof. dr. J. Frijters

Dit onderzoek heeft naar het oordeel van het hof het belang van het onderzoek gediend nu het kan worden aangemerkt als contra-expertise van het rapport van dr. Schoon en het met voldoende deskundigheid is uitgevoerd, zodat de gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. Naar het oordeel van het hof is het door prof. Frijters opgegeven aantal uren echter buitensporig. Het hof zal de uren die voor vergoeding in aanmerking komen stellen op 40 uren.

Nu de werkzaamheden betrekking hebben op de periode voor 1 juli 2003, is niet het eerst op 1 oktober 2003 in werking getreden Besluit tarieven in strafzaken 2003 van toepassing, maar het voordien geldende Besluit tarieven in strafzaken. Artikel 1, eerste lid van dat besluit bepaalt dat voor werkzaamheden waarvoor geen speciaal tarief is bepaald, naar gelang de werkzaamheden niet, of in mindere of meerdere mate van wetenschappelijke of bijzondere aard zijn, het uurtarief ten minste fl.10,00 en ten hoogste fl.116,60 bedraagt. Het hof stelt het uurtarief op fl.116,60 (€52,91). Nu de declarant in België woonachtig is, is hierover geen OB verschuldigd. Derhalve komt ten aanzien van de ten behoeve van het geuronderzoek gemaakte kosten een bedrag van 40 x €52,91 = €2.116,40 voor vergoeding in aanmerking.

Ad h. dr. De Knijff

Dit DNA-onderzoek heeft naar het oordeel van het hof als contra-expertise en met voldoende deskundigheid uitgevoerd, het belang van het onderzoek gediend, zodat ten aanzien van de gemaakte kosten een bedrag van €357,00 (inclusief OB) voor vergoeding in aanmerking komt.

Ad i. prof. dr. A.E. Becker

Dit onderzoek heeft naar het oordeel van het hof het belang van het onderzoek gediend, zodat de gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking kunnen komen.

Nu de werkzaamheden betrekking hebben op de periode na 1 oktober 2003, is het Besluit tarieven in strafzaken 2003 van toepassing. Artikel 6, eerste lid van dat besluit bepaalt dat voor werkzaamheden waarvoor geen speciaal tarief is bepaald, naar gelang de werkzaamheden niet, of in mindere of meerdere mate van wetenschappelijke of bijzondere aard zijn, het uurtarief ten hoogste €81,23 bedraagt. Het hof stelt het uurtarief op €81,23. Uit de aan het hof overgelegde specificatie blijkt dat prof. Becker 4 uren heeft besteed aan het onderzoek. Artikel 15 van dat besluit bepaalt dat de bedragen die in het besluit worden genoemd, verhoogd worden met de omzetbelasting die daarover is verschuldigd. Derhalve komt ten aanzien van de ten behoeve van het DNA-onderzoek gemaakte kosten een bedrag van 4 x €81,23 + 19% OB = €386,65 voor vergoeding in aanmerking.

Ad j. dr. M.C. van der Leeden

Dit onderzoek heeft naar het oordeel van het hof het belang van het onderzoek gediend, zodat de gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking kunnen komen.

Nu de werkzaamheden betrekking hebben op de periode na 1 oktober 2003, is het Besluit tarieven in strafzaken 2003 van toepassing. Artikel 6, eerste lid van dat besluit bepaalt dat voor werkzaamheden waarvoor geen speciaal tarief is bepaald, naar gelang de werkzaamheden niet, of in mindere of meerdere mate van wetenschappelijke of bijzondere aard zijn, het uurtarief ten hoogste €81,23 bedraagt. Het hof stelt het uurtarief op €81,23. Daarnaast is het hof van oordeel dat de door dr. Van der Leeden gemaakte kosten ad. €220,00, welke uit de aan het hof overgelegde specificatie aan het hof zijn gebleken, tevens het belang van het onderzoek hebben gediend, zodat ook deze gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. Uit de aan het hof overgelegde specificatie blijkt dat dr. Van der Leeden 38 uren heeft besteed aan de onderzoeken. Artikel 15 van dat besluit bepaalt dat de bedragen die in het besluit worden genoemd, verhoogd worden met de omzetbelasting die daarover is verschuldigd.

Derhalve komt ten aanzien van de ten behoeve van de dit onderzoek gemaakte kosten een bedrag van 38 x €81,23 + 19% OB = €3.673,22 vermeerderd met €220,00 + 19% OB = €261,80 voor vergoeding in aanmerking.

Ad k. dr. H.C. Lee

Dit onderzoek heeft naar het oordeel van het hof het belang van het onderzoek gediend, zodat ten aanzien van de gemaakte kosten een bedrag €1.500,00 voor vergoeding in aanmerking kan komen. Nu de declarant woonachtig is in de Verenigde Staten, is hierover geen OB verschuldigd.

In totaal komt hiermede voor vergoeding in aanmerking:

a. Accountants en Belastingadviseurs Boymans en Partners : € 1.386,30 inclusief OB

c. Van de Klundert Telecom B.V. : € 609,28 inclusief OB

d. Special Research Department : € 3.239,66 inclusief OB

g. Prof. dr. J. Frijters : € 2.116,40 geen OB

h. dr. De Knijff : € 357,00 inclusief OB

i. prof. dr. A.E. Becker : € 386,65 inclusief OB

j. dr. M.C. van der Leeden : € 3.673,22 inclusief OB

j. dr. M.C. van der Leeden : € 261,80 inclusief OB

k. dr. H.C. Lee : € 1.500,00 geen OB

----------------

totaal € 13.530,31 inclusief OB

Het hof wijst het met meer of anders verzochte af.

BESLISSING:

Het hof:

Kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe ten bedrage van € 13.530,31.

Wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus gewezen door

mr. Claassens, voorzitter,

mrs. Van Schaik-Veltman en Wabeke, raadsheren,

in tegenwoordigheid van dhr. Tanghe, griffier,

en op 30 januari 2006 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

De voorzitter beveelt de tenuitvoerlegging van deze beslissing en gelast de griffier van dit hof aan verzoeker te betalen het bedrag van € 13.530,31 (zegge dertienduizend vijfhonderddertig euro en éénendertig cent) door overmaking van voormeld bedrag naar rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verzoeker] te [woonplaats] onder vermelding van dossiernummer 20.002219.03, [procespartijen].

- 6 - 20.002219.03