Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2005:AV4201

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-12-2005
Datum publicatie
09-03-2006
Zaaknummer
R200501151 en R200501152
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appellanten zijn in beroep gekomen van de beslissing van de rechtbank Maastricht waarin o.g.v. art. 350, lid 3, sub c Fw de toepassing van de schuldsaneringsregeling op voordracht van de rechter-commissaris tussentijds is beëindigd. Ter zitting in hoger beroep wordt naar voren gebracht dat appellanten een voorstel voor een akkoord aan hun schuldeisers hebben gedaan. Alle schuldeisers zijn akkoord met het voorstel. De bewindvoerder juicht dit toe. De boedel bevat voldoende middelen om het akkoord uit te voeren.

Een akkoord moet gelet op art. 329, lid 2 Fw ter griffie worden neergelegd. De rechtbank is belast met de afwikkeling, niet het hof. Aanhouding van de beslissing acht het hof onwenselijk, zo al de devolutieve werking van het hoger beroep daaraan niet in de weg zou staan. Aanhouding zou tot tegenstrijdige beslissingen van de rechtbank kunnen leiden, t.w. beëindiging schuldsanering en homologatie van het akkoord.

Het hof overweegt als volgt

´Het hof neemt in aanmerking dat het ex nunc heeft te oordelen of de gewraakte beslissing in stand moeten blijven, waarbij ook rekening gehouden moet worden met feiten en omstandigheden die zijn voorgevallen sedert de beslissing waarvan beroep. Dit in acht nemende is het hof van oordeel dat het – als serieus aan te merken voorstel voor een akkoord, dat bovendien is onderbouwd met verklaringen van schuldeisers – als zodanig novum moet gezien dat reeds daarom de beslissing waarvan beroep niet in stand kan blijven.´

Het vonnis wordt vernietigd om de schuldenaren in de gelegenheid te stellen het akkoord aan te bieden. Overigens blijft onverlet, dat in het geval het akkoord niet tot het beoogde resultaat zal leiden, de rechter-commissaris een nieuwe voordracht kan doen tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling, waarbij alle feiten en omstandigheden, zoals die zich alsdan voordoen, en derhalve ook de feiten die de rechtbank aanleiding hebben gegeven om de schuldsaneringsregeling te beëindigen, gewogen dienen te worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

MO

19 december 2005

Rekestenkamer

Rekestnummer R200501151 en R200501152

GERECHTSHOF 'S-HERTOGENBOSCH

Arrest

in de zaak in hoger beroep van:

[de vrouw]

en

[de man]

beiden wonende te [woonplaats],

appellanten,

hierna: [de vrouw] en [de man],

procureur: mr. M.J.A.M. Tonnaer,

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de vonnissen (04/56R en 04/57R) van de rechtbank Maastricht van 26 oktober 2005, waarvan de inhoud bij [de vrouw] en [de man] bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 2 november 2005, hebben [de vrouw] en [de man] verzocht voormelde vonnissen te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de schuldsaneringsregeling ten behoeve van [de vrouw] en [de man] voort te zetten.

2.2. Gelet op de onderlinge verknochtheid van de voormelde, onder R200501151 en R200501152 ter griffie ingeschreven zaken heeft het hof de voeging daarvan gelast, opdat zij gezamenlijk zullen worden behandeld en beslist.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 december 2005. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- Mr. M.J.A.M. Tonnaer, advocaat van [de vrouw] en [de man];

- Mevrouw mr. O.M.H. Dabekaussen, de bewindvoerder.

[de vrouw] en [de man] zijn weliswaar behoorlijk opgeroepen, doch niet verschenen.

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties, overgelegd bij het beroepschrift;

- het proces-verbaal van de behandeling in eerste aanleg d.d. 26 oktober 2005;

- de voordracht van de rechter-commissaris tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling d.d. 6 september 2005;

- de brief met bijlagen van de advocaat van [de vrouw] en [de man] d.d. 2 november 2005;

- de brief met bijlagen van de bewindvoerder d.d. 6 december 2005.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1. Bij vonnis van 5 februari 2005 is ten aanzien van [de vrouw] en [de man] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken waarbij tevens het saneringsplan is vastgesteld.

4.2.1. Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank op de voet van artikel 350, lid 3, sub c Faillissementswet de toepassing van de schuldsaneringsregeling op voordracht van de rechter-commissaris d.d. 26 oktober 2005 beëindigd, nu [de vrouw] en [de man] toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen zijn tekortgeschoten.

4.2.2. De rechtbank heeft daartoe onder meer overwogen, dat er sprake is van achterstand in de boedelafdrachten, er nieuwe schulden zijn gemaakt en dat de informatieverstrekking door schuldenaren niet goed is gebeurd.

4.3.1. [de vrouw] en [de man] hebben in het beroepschrift aangevoerd, dat de rechtbank ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat er sprake is van een achterstand in boedelafdrachten. De boedel kent volgens [de vrouw] en [de man] geen achterstand omdat de beslagvrije voet onjuist is berekend, waardoor de boedel juist ongerechtvaardigd is verrijkt. Er is immers onder meer geen rekening gehouden met buitengewone lasten in de vorm van studiekosten en onderhoudskosten ten behoeve van hun kinderen. Appellanten zijn daarnaast van mening dat er geen nieuwe schulden zijn ontstaan en dat de rechtbank dit verweer niet voldoende heeft onderzocht. Voorts stellen zij alles te hebben gedaan wat in hun mogelijkheden lag om de bewindvoerder van alle benodigde informatie te voorzien. Nu de rechtbank ook heeft verzuimd na te gaan welke inspanningen appellanten in het kader van de schuldsaneringsregeling hebben geleverd, kan de beslissing tot beëindiging van de schuldsanering niet in stand blijven en dient te worden vernietigd.

4.3.2. Ter zitting is door mr. Tonnaer naar voren gebracht dat appellanten een voorstel voor een akkoord aan hun schuld- eisers hebben gedaan conform het door de Kredietbank Limburg overlegde schuldenoverzicht. Door alle schuldeisers is aangegeven dat zij akkoord gaan met het voorstel waarbij 10% van de hoofdsom van de schuld zal worden voldaan tegen finale kwijting. Door de bewindvoerder wordt aangegeven dat zij met mr. Tonnaer over het voorstel heeft gesproken en dat zij deze nieuwe ontwikkeling toejuicht. Zij constateert ook dat er voldoende middelen in de boedel zijn om dit akkoord uit te voeren. Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

4.4. Ingevolge het bepaalde van artikel 329 lid 2 Fw dient het ontwerp van akkoord ter griffie te worden nedergelegd. Het is de rechtbank die belast is met de afwikkeling. Het hof kan deze procedure niet aan zich trekken.

Aanhouding van behandeling van het hoger beroep teneinde schuldenaren in de gelegenheid te stellen uitvoering te geven aan de procedure bij de rechtbank acht het hof - zo al de devolutieve werking van het hoger beroep daaraan niet in de weg zou staan - onwenselijk. Het kan er immers toe leiden dat naast elkaar tegenstrijdige beslissingen van de rechtbank komen te staan, namelijk de onderhavige (waarbij het faillissement is uitgesproken) en die van homologatie van het akkoord.

Het hof neemt in aanmerking dat het ex nunc heeft te oordelen of de gewraakte beslissing in stand moeten blijven, waarbij ook rekening moet worden met feiten en omstandigheden die zijn voorgevallen sedert de beslissing waarvan beroep.

Dit in acht nemende is het hof van oordeel dat het - als serieus aan te merken voorstel voor een akkoord, dat bovendien is onderbouwd met verklaringen van schuldeisers - als zodanig novum moet gezien dat reeds daarom de beslissing waarvan beroep niet in stand kan blijven. Het vonnis zal worden vernietigd ten einde schuldenaren in de gelegenheid te stellen het akkoord aan te bieden.

Vorenstaande laat overigens onverlet, dat in het geval het akkoord niet tot het beoogde resultaat zal leiden, de rechter-commissaris een nieuwe voordracht kan doen tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling, waarbij alle feiten en omstandigheden, zoals die zich alsdan voordoen, en derhalve ook de feiten die de rechtbank aanleiding hebben gegeven om de schuldsaneringsregeling te beëindigen, gewogen dienen te worden.

5. De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

en opnieuw rechtdoende:

wijst alsnog af de voordracht van de rechter-commissaris tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [de vrouw] en [de man], beiden wonende aan de [A-straat], te [woonplaats].

Dit arrest is gewezen door mrs. Pouw, Den Hartog Jager en De Leeuw en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 19 december 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.