Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2005:AU8811

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-12-2005
Datum publicatie
28-12-2005
Zaaknummer
20-002120-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overtreding voorschrift Besluit LPG-tankstations. Installatie verkeerde in onvoldoende staat van onderhoud. Lekkage is aan verdachte toe te rekenen.

Wetsverwijzingen
Wet op de economische delicten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-002120-04

Uitspraak : 23 december 2005

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

economische kamer

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 12 december 2003 in de strafzaak met parketnummer 01-080127-03 tegen:

[verdachte],

statutair gevestigd te [vestigingsplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het beroepen vonnis zal worden vernietigd en dat het hof opnieuw rechtdoende verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke geldboete van € 800,--, subsidiair 16 dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft hetgeen de economische politierechter heeft overwogen omtrent de strafbaarheid van de verdachte.

Strafbaarheid van de verdachte

Ter gelegenheid van de terechtzitting in hoger beroep is door de vertegenwoordiger van verdachte een beroep gedaan op afwezigheid van alle schuld, op basis waarvan verdachte van alle rechtsvervolging dient te worden ontslagen, althans zo wordt het verweer verstaan.

Het hof overweegt te dien aanzien als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is onder meer gebleken dat:

- er op 27 februari 2003 bij verdachte een integrale milieucontrole werd uitgevoerd in de inrichting van verdachte gevestigd aan de [adres] te [woonplaats];

- de inrichting van verdachte betreft een tankstation voor LPG en andere brandstoffen;

- bij die milieucontrole werd geconstateerd dat kernvoorschrift 10.3 - verbonden aan het Besluit LPG-tankstations - niet of onvoldoende werd nageleefd, aangezien de installatie niet in goede staat van onderhoud verkeerde, nu is geconstateerd dat er een (kleine) lekkage was bij de fakkel/vloeistofafnameleiding nabij de blindplug en de flens;

- de installatie eenvoudig te controleren is op lekkages door de installatie met een spuitflacon met daarin water vermengd met zeepsop te bespuiten;

- de vertegenwoordiger van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat verdachte deze preventieve controle eerst vanaf de milieucontrole op 27 februari 2003 verricht.

Verdachte was - gelet op de vigerende wet- en regelgeving - gehouden om er zorg voor te dragen dat de installatie in goede staat van onderhoud verkeerde. In het kader daarvan was het, hoe lastig het ook zij om eventuele lekkages voor te zijn, aan de verdachte om (preventieve) maatregelen te nemen om eventuele lekkages te voorkomen, dan wel vroegtijdig op te sporen, waarna deze onmiddellijk kunnen worden hersteld.

Nu verdachte destijds heeft nagelaten om deze (preventieve) maatregelen te nemen, is het naar 's hofs oordeel aan verdachte toe te rekenen dat de lekkage ten tijde van de controle bestond waarmee de installatie alstoen in een onvoldoende staat van onderhoud verkeerde.

Ten overvloede merkt het hof hieromtrent op dat het vrijkomen van LPG-gas een ernstig gevaar voor de omgeving kan opleveren. Dit maakt dat op verdachte een extra zorgplicht rust dat alle voorschriften betreffende de LPG-installatie worden nageleefd.

Naar 's hofs oordeel kan verdachte zich derhalve rechtens niet beroepen op afwezigheid van alle schuld.

Het hof verwerpt mitsdien het verweer.

Er zijn ook voor het overige geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden, die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis, waarvan beroep.

Aldus gewezen door

mr. De Lange, voorzitter,

mr. Harmsen en mr. Van de Loo, vice-president en raadsheer,

in tegenwoordigheid van mr. Van Ham, griffier,

en op 23 december 2005 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

- 4 - 20-002120-04