Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2005:AU6613

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-05-2005
Datum publicatie
22-11-2005
Zaaknummer
C0401712
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De wetgever heeft niet voorzien in de situatie dat (oorspronkelijk) gedaagde meerdere malen, dat wil zeggen bij verschillende aktes of conclusies bezwaren aanvoert tegen meerdere eiswijzigingen die de (oorspronkelijk) eiser in één en hetzelfde processtuk kenbaar heeft gemaakt. Tegen een dergelijke handelwijze hoeft naar het oordeel van het hof in beginsel geen bezwaar te bestaan indien op de onderscheidene bezwaren tegelijkertijd in één uitspraak zal kunnen worden beslist. In de onderhavige situatie bracht het door Lady bij de eerste akte gemaakte bezwaar tegen één van de in de memorie van antwoord in het incidenteel appel opgenomen eiswijzigingen echter met zich dat de hoofdprocedure kwam stil te liggen in afwachting van de onverwijlde beslissing door het hof op het gemaakte bezwaar. Naar het oordeel van het hof mag in zo'n situatie van een partij, die aldus de hoofdprocedure stillegt ter verkrijging van een onverwijlde beslissing op zijn bezwaar tegen een eiswijziging, worden verwacht dat hij al zijn bezwaren tegen de in dezelfde memorie van de wederpartij opgenomen eiswijzigingen in één keer aan het hof ter beslissing voorlegt ter voorkoming van onnodige vertraging van de procedure. Nu Lady in afwijking daarvan heeft gehandeld, komt haar handelwijze in strijd met de goede procesorde die erop gericht is om de procedures sneller en efficiënter te laten verlopen. Lady zal om deze reden niet-ontvankelijk worden verklaard in haar tweede bezwaar.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 130
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 353
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2006/29
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer C04/1712

BESLISSING VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

eerste enkelvoudige kamer, van 24 mei 2005,

in de zaak van:

[appellant],

wonende [woonplaats], gemeente [gemeente],

appellant in principaal appel,

geïntimeerde in incidenteel appel

(hierna [appellant]),

procureur: mr. P.C.A. van Baaren,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LADY HANDELSONDERNEMING B.V.

geïntimeerde in principaal appel,

appellante in incidenteel appel,

(hierna Lady),

procureur: mr. P.J.A. van de Laar,

op het bezwaar van Lady tegen de wijziging van eis van [appellant] bij memorie van antwoord in incidenteel appel tevens akte vermeerdering van eis.

1. De wijziging van eis

1.1. Bij beslissing van dit hof van 5 april 2005 is het bezwaar van Lady tegen de in punt 16 van voornoemde memorie van [appellant] opgenomen vermeerdering van eis gegrond verklaard. Tevens heeft het hof daarbij opgemerkt dat het bezwaar van Lady kennelijk niet gericht was tegen de in punt 14 van voornoemde memorie van [appellant] besloten liggende wijziging van eis.

1.2. In eerste aanleg heeft [appellant] onder meer de veroordeling van Lady gevorderd, op straffe van een dwangsom, tot herstel van de in het registergoed van [appellant] aangebrachte schade.

In voornoemde memorie heeft [appellant] gesteld dat de schade inmiddels is hersteld door Montagebedrijf [motagebedrijf] terzake waarvan deze aan [appellant] een factuur ad E. 1.243,25 heeft gezonden. [appellant] wijzigt zijn vordering op dit onderdeel in die zin dat hij thans de veroordeling van Lady tot vergoeding van genoemd bedrag vordert.

1.3. Bij akte van 3 mei 2005 heeft Lady bezwaar tegen deze wijziging van eis gemaakt op de grond dat de wijziging in een te laat stadium van de procedure is gedaan en zij niet meer grondig en behoorlijk op de eiswijziging kan reageren. Voorts heeft zij inhoudelijk verweer tegen de eiswijziging gevoerd.

1.4. Vervolgens hebben partijen een beslissing gevraagd op het bezwaar.

2. De beoordeling van het bezwaar

2.1. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 130 Rv, in verbinding met artikel 353 Rv, is Lady gerechtigd tegen de wijziging van eis van [appellant] bezwaar te maken. Dit bezwaar kan zij maken bij afzonderlijke daartoe bestemde akte of bij een latere - reguliere - conclusie of akte. Naar het hof op 5 april 2005 heeft vastgesteld was het eerdere door Lady bij akte gemaakte bezwaar niet gericht tegen de thans aan de orde zijnde wijziging van eis.

2.2. De wetgever heeft niet voorzien in de situatie dat (oorspronkelijk) gedaagde meerdere malen, dat wil zeggen bij verschillende aktes of conclusies bezwaren aanvoert tegen meerdere eiswijzigingen die de (oorspronkelijk) eiser in één en hetzelfde processtuk kenbaar heeft gemaakt. Tegen een dergelijke handelwijze hoeft naar het oordeel van het hof in beginsel geen bezwaar te bestaan indien op de onderscheidene bezwaren tegelijkertijd in één uitspraak zal kunnen worden beslist. In de onderhavige situatie bracht het door Lady bij de eerste akte gemaakte bezwaar tegen één van de in de memorie van antwoord in het incidenteel appel opgenomen eiswijzigingen echter met zich dat de hoofdprocedure kwam stil te liggen in afwachting van de onverwijlde beslissing door het hof op het gemaakte bezwaar. Naar het oordeel van het hof mag in zo'n situatie van een partij, die aldus de hoofdprocedure stillegt ter verkrijging van een onverwijlde beslissing op zijn bezwaar tegen een eiswijziging, worden verwacht dat hij al zijn bezwaren tegen de in dezelfde memorie van de wederpartij opgenomen eiswijzigingen in één keer aan het hof ter beslissing voorlegt ter voorkoming van onnodige vertraging van de procedure. Nu Lady in afwijking daarvan heeft gehandeld, komt haar handelwijze in strijd met de goede procesorde die erop gericht is om de procedures sneller en efficiënter te laten verlopen. Lady zal om deze reden niet-ontvankelijk worden verklaard in haar tweede bezwaar.

3. De beslissing

3.1. Verklaart Lady niet-ontvankelijk in haar bezwaar.

3.2. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 7 juni 2005 voor beraad partijen.

Deze beslissing is gegeven door mr. Venhuizen, rolraadsheer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van

24 mei 2005 en ondertekend door de griffier en de rolraadsheer.