Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2005:AU4060

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-07-2005
Datum publicatie
11-10-2005
Zaaknummer
C0301185-RO
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal van mobiele telefoons bij vervoer onder CMR. Geen ontheffing van aansprakelijkheid vervoerder op grond van art. 17, lid 2 CMR. Vervoerder beperkt aansprakelijk voor de schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2008, 106
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. KD

rolnr. C0301185/RO

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

vierde kamer, van 12 juli 2005,

gewezen in de zaak van:

[appellante],

mede handelende onder de naam Wesco Trans,

wonende te [gemeente],

appellante bij exploot van dagvaarding van

28 april 2003,

procureur: mr. J.E. Lenglet,

tegen:

de besloten vennootschap WM EURO-TRANSPORT

LOGISTIC B.V.,

gevestigd te Venlo,

geïntimeerde bij gemeld exploot,

procureur: mr. J.A.Th.M. van Zinnicq Bergmann,

op het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond gewezen vonnis van 29 januari 2003 tussen appellante

- Wesco - als gedaagde en geïntimeerde - WM Euro - als eiseres.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 49500/HA ZA 02-225)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

Voormeld vonnis is gewezen op dezelfde datum als het vonnis van de rechtbank Roermond (rolnr. 46306/ HA ZA 01-688) tussen enerzijds Wesco als eiseres en zes gedaagden, waaronder WM Euro.

Daaraan voorafgaand heeft de rechtbank Arnhem tussen partijen een vonnis d.d. 21 februari 2002 gewezen waarin de zaak werd verwezen naar de rechtbank Roermond.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven heeft Wesco drie grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot afwijzing van de vordering van WM Euro.

2.2. Bij memorie van antwoord heeft WM Euro onder overlegging van een productie de grieven bestreden, waarna Wesco nog een akte heeft genomen.

2.3. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

De drie grieven strekken ten betoge dat de rechtbank de vorderingen van WM Euro ten onrechte heeft toegewezen.

4. De beoordeling

4.1. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende.

a. Op 23 november 2000 heeft Wesco in opdracht van WM Euro het vervoer op zich genomen van (onder meer) 22 pallets met mobiele telefoons van het merk Siemens, zulks overeenkomstig een CMR-vrachtbrief van 23 november 2000 (prod. 1 cve).

b. De bedoelde pallets dienden te worden geladen bij WM-Spedition GmbH & Co te Bocholt (Duitsland), verder WM-Spedition, en dienden vervoerd te worden naar Bertola ZA te F-77176 Savigny le Temple (Frankrijk) (prod. 1 en 2 cva). Op dit vervoer is dwingendrechtelijk van toepassing het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR).

Het vervoer vond plaats met een trekker van Wesco, bestuurd door [chauffeur], een chauffeur in dienst van Wesco en van Poolse nationaliteit, en een oplegger (huiftrailer) die ter beschikking was gesteld door WM Euro.

c. Nadat op 23 november 2000 het vervoer was aangevangen, heeft de chauffeur de vrachtwagen te circa 20.00 uur geparkeerd op een parkeerplaats langs de snelweg Venlo/ Helmond en is hij in de chauffeurskabine gaan slapen.

De volgende dag 's morgens bleek dat het zeil van de oplegger was opengesneden en dat 590 telefoons (59 dozen met elk 10 GSM-toestellen) waren gestolen.

d. Op de door de chauffeur ondertekende vrachtbrief is in vak 13 als instructie van de afzender vermeld:

"Achtung: Die Sdg. darf nicht ohne Aufsicht gelassen werden und darf nur auf einem überwachten, eingezaunten Parkplatz abgestellt werden. Wir gehen davon aus, dass Sie eine dem CMR-Abkommen entsprechende Versicherungspolice eingedekt haben !!!"

Voorts heeft de chauffeur een zgn. Merkblatt ondertekend en ontvangen, waarin er - onder meer - op wordt gewezen dat de te vervoeren goederen in hoge mate diefstalgevoelig zijn, een zeer hoge waarde hebben en dat de vrachtwagen met deze goederen niet onbewaakt en onbeveiligd geparkeerd mag worden (prod. 2 cve).

e. WM Euro stelt zich op het standpunt dat Wesco heeft gehandeld in strijd met voormelde bedingen en daardoor de schade kon ontstaan, en dat daarom Wesco de schade geheel voor haar rekening dient te nemen.

4.2. In het onderhavige geding vordert WM Euro een verklaring voor recht inhoudende

1. dat Wesco aan WM Euro dient te betalen al hetgeen WM Euro op grond van een vonnis met betrekking tot het voormelde CMR-vervoer aan een derde moet betalen;

2. dat uitsluitend Wesco voor het verlies van de 590 telefoons verantwoordelijk is en WM Euro niet gehouden is in het kader van een regres enig bedrag aan Wesco te vergoeden.

4.3. Deze vordering baseert WM Euro op de onder 4.1. vermelde feiten alsmede op het volgende.

a. De vervoerovereenkomst terzake waarvan voormelde vrachtbrief is opgemaakt, is gesloten tussen WM Kontrakt-Logistik GmbH als afzender (die daartoe handelde in opdracht van Siemens AG) en WM-Spedition als vervoerder. WM-Spedition heeft het vervoer vervolgens opgedragen (uitbesteed) aan WM Euro en WM Euro heeft het vervoer vervolgens opgedragen (uitbesteed) aan Wesco (cvr punt 2).

b. De verzekeraar van Siemens AG, AXA Colonia Versicherungs AG, heeft de schade van E 53.690,- aan Siemens AG uitgekeerd en heeft als gesubrogeerd verzekeraar aangekondigd de schade te zullen verhalen op WM-Spedition (cvr punt 11). WM Euro vreest dat zij op haar beurt wordt aangesproken voor de schade en tot betaling daarvan zal worden veroordeeld.

c. WM Euro vreest voorts dat zij dan vervolgens geen regres kan nemen op Wesco, indien de vordering van Wesco in de procedure die onder rolnr. 46306/ HA ZA 01-688 bij de rechtbank Roermond aanhangig was, zou worden toegewezen. In die procedure vordert Wesco - kort gezegd - een verklaring voor recht dat zij niet aansprakelijk is voor de onderhavige transportschade, althans niet verder dan tot het bedrag als bedoeld in artikel 23, derde lid, CMR.

4.4. De rechtbank heeft de door WM Euro gevorderde verklaring voor recht toegewezen.

4.5. Wesco is op 28 april 2003 in hoger beroep gekomen.

4.5.1. Volgens WM Euro dient Wesco in haar beroep niet ontvankelijk te worden verklaard omdat Wesco per 15 juni 2001 is opgeheven (prod. mvg).

4.5.2. Bedoelde opheffing betreft de onderneming van Wesco. Opheffing van de onderneming van [appellante] brengt niet mee dat [appellante] geen belang meer zou hebben bij dit hoger beroep. Zij is dus ontvankelijk in haar hoger beroep.

4.6. In rov. 5.12. heeft de rechtbank geoordeeld dat er in casu sprake is van opvolgend vervoer, nu voldaan is aan de eisen van art. 34 CMR.

4.6.1. Grief 1 is tegen dit oordeel gericht. Volgens Wesco is er geen sprake van opvolgend vervoer. De originele vrachtbrief en de lading heeft Wesco niet in ontvangst genomen op het terrein van WM-Spedition, zoals de rechtbank volgens Wesco ten onrechte in 5.11. overweegt, maar bij WM-Kontrakt-Logistik, de aflader.

Het hof oordeelt hieromtrent als volgt.

4.7. Blijkens productie 1 cva zouden de goederen geladen moeten worden bij WM-Spedition, Schlavenhorst 86, 46395 Bocholt, derhalve bij degene die op de vrachtbrief in vakje 16 staat vermeld als de vervoerder. Gespecificeerd bewijs van het tegendeel wordt door Wesco niet aangeboden. Er zijn voorts door Wesco geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat zij de goederen en de vrachtbrief niet door tussenkomst van WM-Spedition, respectievelijk WM Euro in ontvangst heeft genomen. Voorzover Wesco wil betogen dat WM-Spedition, respectievelijk WM Euro niet aan het feitelijke vervoer heeft/hebben deelgenomen voordat Wesco de goederen in ontvangst nam van WM Euro, kan dat betoog geen doel treffen. Ook indien WM-Spedition en WM Euro het vervoer hebben uitbesteed zonder de goederen zelf daadwerkelijk vervoerd te hebben, is er sprake van een vervoer dat "wordt bewerkstelligd door opvolgende wegvervoerders" in de zin van bedoeld in art. 34 CMR. Wesco is dus aan te merken als opvolgend vervoerder. Grief 1 faalt dus.

4.8. In de rov. 5.18., 5.19. en 5.20. overweegt de rechtbank dat Wesco geen beroep toekomt op art. 17, lid 2 CMR en daarom in beginsel aansprakelijk is voor de geleden schade.

4.9. Grief 2 is gericht tegen dit oordeel.

Volgens Wesco wettigen de omstandigheden van het onderhavige geval de conclusie dat de schade is ontstaan door omstandigheden die de vervoerder Wesco niet heeft kunnen vermijden en waarvan hij de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen. Wesco noemt in dit verband de volgende omstandigheden:

- WM Euro stelde een huiftrailer (trailer met zeil) ter beschikking en niet bijv. een kastenwagen, waardoor het gevaar voor diefstal aanzienlijk is vergroot;

- WM Euro heeft Wesco niet bij de bevestiging van de opdracht op 22 november 2000 (prod. 1 cva) op de hoogte gesteld van de aard en zeer hoge waarde van de lading;

- WM Euro heeft het transport gepland en wel zodanig dat in de middag van 23 november 2000 werd geladen en het dus voor haar duidelijk was dat de vrachtwagencombinatie 's nachts diende over te staan;

- de instructies vermeld op de vrachtbrief en het Merkblatt waren niet met Wesco overeengekomen; de chauffeur die een lading in ontvangst neemt kan zijn werkgever niet op deze manier binden.

- de chauffeur heeft tijdens de rustpauze de vrachtwagen niet verlaten en bovendien de nacht doorgebracht op een parkeerplaats waar meerdere vrachtwagencombinaties de nacht doorbrachten.

4.10. Het hof is van oordeel dat voormelde omstandigheden niet de conclusie wettigen dat de vervoerder op grond van art. 17, lid 2 CMR is ontheven van zijn aansprakelijkheid.

4.10.1. Gezien de instructies, vermeld in de vrachtbrief en op het Merkblatt, diende Wesco in ieder geval maatregelen te nemen om te voorkomen dat in strijd met die instructies werd gehandeld. Geconfronteerd met deze instructies rustte op de chauffeur van Wesco de plicht zich te beraden op de wijze waarop hij het vervoer zou uitvoeren en daaromtrent zonodig contact met Wesco op te nemen, aangenomen al dat Wesco daarvan niet reeds op de hoogte was en/of de chauffeur daartoe niet reeds instructies van Wesco had ontvangen.

4.11. Onder grief 2 alsmede grief 3 stelt Wesco voorts dat WM Euro mede schuld heeft aan het ontstaan van de schade.

4.11.1. Het hof is van oordeel dat de door Wesco gestelde omstandigheden geen medeschuld zijdens WM Euro opleveren. Het valt WM Euro niet mede te verwijten dat de vrachtwagen geparkeerd werd op een niet bewaakte en niet beveiligde parkeerplaats. De schade is niet mede een gevolg van de door Wesco gestelde omstandigheden, maar uitsluitend van het feit dat Wesco de vrachtwagen met de lading op een niet bewaakte en niet beveiligde (niet omheind en afgesloten) parkeerplaats heeft laten overstaan.

Grief 2 faalt dus en in zoverre ook grief 3.

4.12. Onder grief 3 voert Wesco voorts aan dat haar aansprakelijkheid in ieder geval moet worden beperkt conform het bepaalde in art. 23 juncto 25 CMR.

4.12.1. WM Euro heeft op grond van art. 37 CMR-verdrag een recht van verhaal voor de hoofdsom, rente en kosten tegen Wesco, indien zij een schadevergoeding heeft moeten voldoen uit hoofde van de bepalingen van het CMR-verdrag. Deze schadevergoeding en daarmee de op Wesco te verhalen hoofdsom is onderworpen aan de beperking als bedoeld in art. 23 CMR. Hetgeen WM Euro aan een derde dient te betalen op grond van een vonnis met betrekking tot vervoer zoals omschreven in de CMR-vrachtbrief d.d. 23 november 2000 is dan ook aan die beperking onderworpen, zodat de door Wesco in de onderhavige grief beoogde beperking reeds verdisconteerd is in de verklaring voor recht. Voorzover de beperking van de schadevergoeding als bedoeld in art. 23 CMR doorwerkt in de - te verhalen - hoofdsom, werkt die beperking ook door in de aan die hoofdsom gerelateerde rente en kosten, waarvoor ingevolge art. 37 CMR eveneens verhaal kan worden genomen. Wesco heeft dus geen belang bij grief 3.

4.13. Nu de grieven geen doel kunnen treffen, dient het beroepen vonnis te worden bekrachtigd en dient Wesco als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de kosten van dit hoger beroep.

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis d.d. 29 januari 2003, waarvan beroep;

veroordeelt Wesco in de kosten van dit hoger beroep, welke kosten, voorzover aan de zijde van WM Euro gevallen worden begroot op E 245,- wegens griffierechten en E 894,- wegens salaris van de procureur;

Dit arrest is gewezen door mrs. Bod, De Groot-Van Dijken en De Klerk-Leenen en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 12 juli 2005.

griffier rolraadsheer