Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2005:AT9922

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-06-2005
Datum publicatie
25-07-2005
Zaaknummer
C0401169-BR
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof zal allereerst beoordelen of [appellante] in het door haar ingestelde appel kan worden ontvangen.

Naar het oordeel van het hof stelt [geïntimeerde] terecht dat het door de rechtbank te Breda gewezen vonnis in het incident een tussenvonnis is in de hoofdzaak, nu daarin immers in het dictum niet is beslist over enig deel van de vordering in de hoofdzaak. Artikel 337 Rv bepaalt dat van tussenvonnissen, behoudens van vonnissen waarbij een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd (waarvan in de omstandigheden van het geval geen sprake is), hoger beroep slechts openstaat tegelijk met dat van het eindvonnis, tenzij de rechter anders heeft bepaald. In het vonnis is niet bepaald dat tussentijds hoger beroep van het vonnis openstaat. Niet is gesteld of gebleken dat de rechter na het tussenvonnis desgevraagd alsnog verlof heeft verleend voor het tussentijds instellen van hoger beroep. De conclusie is dan ook dat [appellante] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 11
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 210
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 337
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 401a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBPr 2006/11
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. JP

rolnr. C0401169/BR

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

vierde kamer, van 28 juni 2005,

gewezen in de zaak van:

[appellante},

wonende te [gemeente],

appellante bij exploot van dagvaarding van 20 augustus 2004,

procureur: mr. E.J.P.J.M. Kneepkens,

tegen:

[geïntimeerde],

wonende te [gemeente],

geïntimeerde bij gemeld exploot,

procureur: mr. J.J. Geuze,

op het hoger beroep van het door de rechtbank te Breda gewezen incidenteel vonnis van 28 juli 2004 tussen appellante - [appellante] - als eiseres in het incident en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als verweerder in het incident.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 132729/HA ZA 04-836)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld incidenteel vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven heeft [appellante] één grief aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot het gelasten dat [geïntimeerde], wonende te [gemeente], tegen een door het hof te bepalen terechtzitting van de rechtbank Breda zal worden gedagvaard ten verzoeke van [appellante], teneinde op de eis tot vrijwaring te antwoorden, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties.

2.2. Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grief bestreden en geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van [appellante]. [geïntimeerde] concludeert tevens tot het, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordelen van [appellante] in de kosten van het geding.

2.3. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

De grief richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat uit het door [appellante] gestelde niet valt af te leiden waartoe zij [geïntimeerde] in vrijwaring wil oproepen en op welke grondslag.

4. De beoordeling

4.1. Het hof zal allereerst beoordelen of [appellante] in het door haar ingestelde appel kan worden ontvangen.

4.1.1. Naar het oordeel van het hof stelt [geïntimeerde] terecht dat het door de rechtbank te Breda gewezen vonnis in het incident een tussenvonnis is in de hoofdzaak, nu daarin immers in het dictum niet is beslist over enig deel van de vordering in de hoofdzaak.

Artikel 337 Rv bepaalt dat van tussenvonnissen, behoudens van vonnissen waarbij een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd (waarvan in de omstandigheden van het geval geen sprake is), hoger beroep slechts openstaat tegelijk met dat van het eindvonnis, tenzij de rechter anders heeft bepaald. In het vonnis is niet bepaald dat tussentijds hoger beroep van het vonnis openstaat. Niet is gesteld of gebleken dat de rechter na het tussenvonnis desgevraagd alsnog verlof heeft verleend voor het tussentijds instellen van hoger beroep. De conclusie is dan ook dat [appellante] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep.

4.2. [appellante] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de op het hoger beroep gevallen proceskosten.

5. De uitspraak

Het hof:

verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep;

veroordeelt [appellante] in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten aan de zijde van [geïntimeerde] tot de dag van deze uitspraak worden begroot op E 288,= aan verschotten en E 894,= aan salaris procureur;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van de proceskostenveroordeling.

Dit arrest is gewezen door mrs. Bod, De Groot-van Dijken en Huijbers-Koopman en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 28 juni 2005.