Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2005:AT9322

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
06-07-2005
Datum publicatie
13-07-2005
Zaaknummer
20.000103.05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de brief van Bouman GGZ, Bouwen aan nieuw perspectief, reclassering te Rotterdam d.d. 16 juni 2005, blijkens welke brief op 19 januari 2005 door de reclassering voornoemd voorlichtingsrapportage omtrent verdachte in een andere strafzaak is uitgebracht en vanuit het Ministerie van Justitie is opgelegd dat wanneer er een voorlichtingsrapportage jonger dan negen maanden ligt, geen nieuw rapport mag worden uitgebracht, weswege de reclassering niet mogelijk is gebleken te voldoen aan het op 7 maart 2005 door het gerechtshof gedane verzoek tot opmaken van nieuwe rapportage omtrent verdachte. De reclassering heeft mitsdien geen gehoor gegeven aan de door het hof op 7 maart 2005 gegeven opdracht.

Het hof is van oordeel, gezien de wettekst van artikel 147 van het Wetboek van Strafvordering, welke bepaling krachtens artikel 415 juncto artikel 310 van die wet tevens op de behandeling van de procedure in hoger beroep van toepassing is, dat gelet op het imperatieve karakter van artikel 8, eerste lid, onder b Reclasseringsregeling 1995, de afspraak voornoemd tussen het Ministerie van Justitie en de reclassering niet in de weg kan staan aan de opdracht die het gerechtshof in de onderhavige strafzaak aan de reclassering heeft gegeven.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 147
Reclasseringsregeling 1995
Reclasseringsregeling 1995 8
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2005, 410
NBSTRAF 2005/375
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20.000103.05

Uitspraak : 6 juli 2005

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Tussenarrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 2 november 2004 in de strafzaak met parketnummer 02.080702-04 tegen:

[VERDACHTE],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]1956,

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de eerste rechter zal bevestigen behoudens te aanzien van de opgelegde straf en verdachte zal veroordelen tot gevangenisstraf voor de duur van een week onvoorwaardelijk.

Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken, dat het onderzoek niet volledig is geweest.

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de brief van Bouman GGZ, Bouwen aan nieuw perspectief, reclassering te Rotterdam d.d. 16 juni 2005, blijkens welke brief op 19 januari 2005 door de reclassering voornoemd voorlichtingsrapportage omtrent verdachte in een andere strafzaak is uitgebracht en vanuit het Ministerie van Justitie is opgelegd dat wanneer er een voorlichtingsrapportage jonger dan negen maanden ligt, geen nieuw rapport mag worden uitgebracht, weswege de reclassering niet mogelijk is gebleken te voldoen aan het op 7 maart 2005 door het gerechtshof gedane verzoek tot opmaken van nieuwe rapportage omtrent verdachte. De reclassering heeft mitsdien geen gehoor gegeven aan de door het hof op 7 maart 2005 gegeven opdracht.

Het hof is van oordeel, gezien de wettekst van artikel 147 van het Wetboek van Strafvordering, welke bepaling krachtens artikel 415 juncto artikel 310 van die wet tevens op de behandeling van de procedure in hoger beroep van toepassing is, dat gelet op het imperatieve karakter van artikel 8, eerste lid, onder b Reclasseringsregeling 1995, de afspraak voornoemd tussen het Ministerie van Justitie en de reclassering niet in de weg kan staan aan de opdracht die het gerechtshof in de onderhavige strafzaak aan de reclassering heeft gegeven.

Daarom zal het hof bevelen dat omtrent verdachte alsnog door de reclassering een voorlichtingsrapport wordt uitgebracht, met bijzondere aandacht voor de vraag of de nieuwe levenswijze van verdachte bestendigd is.

BESLISSING

Het hof:

Heropent het onderzoek.

Stelt de stukken in handen van de advocaat-generaal bij dit hof, teneinde deze in de gelegenheid te stellen uitvoering te geven aan het vorenstaande.

Bepaalt, dat het onderzoek zal worden hervat ter terechtzitting van woensdag 14 september te 15.30 uur.

Beveelt de oproeping van de verdachte, tegen voormeld tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van verdachte.

Aldus gewezen door

mr. Sterk, voorzitter,

mrs. Lo-Sin-Sjoe en Ficq, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mw. Visser, griffier,

en op 6 juli 2005 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Ficq is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.