Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2005:AT8830

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-07-2005
Datum publicatie
07-07-2005
Zaaknummer
R05-614
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Een beroep op het leerstuk van de doorbreking van het appelverbod kan eerst aan de orde komen in die gevallen waarin de wetgever hogere voorziening heeft uitgesloten ten einde iedere discussie uit te sluiten over de wijze waarop de rechter van zijn aan dat artikel ontleende bevoegdheden heeft gebruik gemaakt (HR 29 maart 1985, NJ 1986/242, ENKA/Dupont). In die gevallen waarin de klachten - die aanleiding zouden kunnen geven tot doorbreking van het appelverbod - langs een afzonderlijke weg aan een rechter ten toets kunnen worden voorgelegd, met als resultaat dat de gevolgen van de gewraakte beslissing teniet kunnen worden gedaan, dient deze afzonderlijke weg te worden gevolgd. Er bestaat dan immers geen noodzaak voor appel tegen de gewraakte beschikking, noch een zelfstandig belang bij vernietiging. Van de hier bedoelde situatie is sprake, terwijl [naam besloten vennootschap]deze andere weg ook bewandelt.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 700
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 705
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBPR 2006/13 met annotatie van mw. M.C. Ritsema van Eck-van Drempt onder «JBPr» 2006/14
NJF 2005, 349
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rekestnummer R05/614

BESCHIKKING

VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

zevende kamer, van 5 juli 2005,

gewezen in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [NAAM BESLOTEN VENNOOTSCHAP],

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante bij beroepschrift dat bij het hof is binnengekomen op 9 juni 2005,

verder te noemen: [de besloten vennootschap],

advocaat en procureur: mr. M.J.W. van Ingen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DUTCH REVERSE PULSE PLATING B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

verder te noemen: DRPP,

advocaat: mr. M. Straus te Amsterdam,

procureur: mr. P.J.M. van den Heuvel,

op het hoger beroep van de door de voorzieningenrechter

van de rechtbank 's-Hertogenbosch op 31 mei 2005 onder rekestnummer 127475/BP RK 05-806 gegeven beschikking houdende verlof tot het leggen van conservatoir verhaals- en derdenbeslag als verzocht onder nadere bepalingen.

1. Bij verzoekschrift d.d. 30 mei 2005 heeft DRPP zich tot de voorzieningen-rechter gewend, onder meer stellende dat zij gerechtigd is tot 'alle know-how en intellectuele eigendomsrechten terzake van de Rectifier en de Zaken' met het verzoek haar verlof te verlenen om terzake van haar vordering ten laste van [naam besloten vennootschap] conservatoir verhaalsbeslag te leggen onder de schuldenaar en onder een aantal nader genoemde derden, op alle gelden, geldsparen en/of goederen die zij ten name van [naam besloten vennootschap]onder zich hebben en/of zullen verkrijgen en of aan [naam besloten vennootschap] verschuldigd zijn en/of zullen worden, waaronder doch niet uitsluitend de Zaken, niet zijnde registergoederen.

2. Bij de beschikking waarvan beroep is het verlof tot het leggen van conservatoir verhaals- en derdenbeslag toegestaan als verzocht,

'met dien verstande dat, aangezien het verhaalsbeslag blijkens de "Bijlage met beschrijving van de Zaken" (prod. 2 bij het verzoek) niet beoogd is gelegd te worden op roerende lichamelijke zaken, maar op de aldaar genoemde deels auteursrechtelijke beschermde en deels vertrouwelijke en commerciëel gevoelige gegevens en gegevensdragers, het beslag slechts mag worden gelegd met inachtneming van de navolgende bepalingen en beperkingen:

1. De beslagleggende deurwaarder mag slechts afschrift nemen van de in beslag te nemen files, gegevens, software en tekeningen (...)

2. Het is de deurwaarder uitdrukkelijk verboden om aan verzoekster/beslaglegger (DRPP BV) of aan iemand anders afschrift te verschaffen (...).'

3. Tegen deze beschikking heeft [naam besloten vennootschap]het onderhavige hoger beroep ingesteld. In het beroepschrift merkt zij op zich ervan bewust te zijn dat tegen het verlof tot het leggen van conservatoir beslag geen hogere voorziening is toegelaten. Ter onderbouwing van haar ontvankelijkheid in hoger beroep doet [naam besloten vennootschap]een beroep op de leer van het doorbreken van het appelverbod.

3.1. In grief 1 betoogt [naam besloten vennootschap]dat de voorzieningenrechter

'buiten het toepassingsgebeid van artikel 700 e.v. Rv is getreden (...) door beslag toe te staan terwijl hem ambtshalve bekend was en dit tevens in het verzoekschrift wordt erkend dat het beslag zou worden gelegd op eigendommen van derden waarvan dit eigendomsrecht niet meer ter discussie staat, althans door aan het beslag de voorwaarden te verbinden welke thans daaraan zijn verbonden.'

3.2. In grief 2 voert [naam besloten vennootschap] aan

'De door de voorzieningenrechter aan zijn beslagverlof verbonden voorwaarden zijn in strijd met de wet en door deze aan zijn beslagverlof te verbinden is de voorzieningenrechter buiten de toepassing van artikel 709 Rv getreden dan wel heeft hij artikel 709 Rv ten onrechte toegepast;'

en

'Aldus heeft de voorzieningenrechter een beslissing gegeven op een verzoek wat niet is gedaan en is daarmee ook buiten de rechtsstrijd tussen partijen getreden. De belangen van de (derde-)beslagene worden daarmee ook onevenredig geschaad nu geen bewaarder is aangesteld en derhalve niet de met waarborgen omkleedde rechtsgang is gevolgd die het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorschrijft. Daarmee (...) is er sprake van een zo fundamentele schending van de beginselen van behoorlijk procesrecht dat van een eerlijke en onpartijdige rechtsgang niet meer kan worden gesproken.'

4. Bij faxbrief van 17 juni 2005 heeft DRPP bij monde van haar advocaat verweer gevoerd (het hof merkt de fax als verweerschrift aan; in een later stadium heeft DRPP alsnog procureur gesteld). Zij voert - kort gezegd - het volgende aan (zo begrijpt het hof):

- de leer van het doorbreken van het appelverbod geldt niet, nu artikel 705 Rv voorziet in een rechtsgang (het kort geding tot opheffing van het beslag);

- er is sprake van schending van de goede procesorde en het gesloten stelsel van rechtsmiddelen nu [naam besloten vennootschap]tevens gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van artikel 705 Rv;

- [naam besloten vennootschap]heeft het recht tot appel verwerkt door te kiezen voor de weg van artikel 705 Rv.

5. De mondelinge behandeling heeft plaats gevonden op 29 juni 2005. De advocaat van DRPP heeft zijn standpunt (verkort) toegelicht aan de hand van een verweerschrift tevens pleitnotities; de advocaat van [naam besloten vennootschap] aan de hand van pleitaantekeningen. De beschikking in hoger beroep is bepaald op heden.

6. Het hof oordeelt als volgt.

6.1. Een beroep op het leerstuk van de doorbreking van het appelverbod kan eerst aan de orde komen in die gevallen waarin de wetgever hogere voorziening heeft uitgesloten ten einde iedere discussie uit te sluiten over de wijze waarop de rechter van zijn aan dat artikel ontleende bevoegdheden heeft gebruik gemaakt (HR 29 maart 1985, NJ 1986/242, ENKA/Dupont). In die gevallen waarin de klachten - die aanleiding zouden kunnen geven tot doorbreking van het appelverbod - langs een afzonderlijke weg aan een rechter ten toets kunnen worden voorgelegd, met als resultaat dat de gevolgen van de gewraakte beslissing teniet kunnen worden gedaan, dient deze afzonderlijke weg te worden gevolgd. Er bestaat dan immers geen noodzaak voor appel tegen de gewraakte beschikking, noch een zelfstandig belang bij vernietiging. Van de hier bedoelde situatie is sprake, terwijl [naam besloten vennootschap]deze andere weg ook bewandelt.

6.2. Het hof neemt hierbij de bijzondere aard van de verlofprocedure van artikel 700 Rv in overweging. Zij voorziet in een eenvoudige procedure waarlangs verlof tot het leggen van beslag kan worden verkregen, waarbij de schuldenaar in de regel niet wordt opgeroepen of gehoord en het onderzoek naar de gegrondheid van het verzoek slechts summier is. Het verlof strekt niet tot beslechting van enig geschil of tot vaststelling van rechten en plichten tussen partijen, maar uitsluitend tot het verstrekken van een verlof tot bewaring van rechten totdat in rechte omtrent deze rechten is beslist en vooruitlopende op een executoriale tenuitvoerlegging.

6.3. De wet voorziet, mede met het oog op deze gang van zaken, in procedures tot opheffing (c.q. wijziging) van het beslag, in welk geval beide partijen worden gehoord. In deze procedures (dat kan zijn een kort geding, maar ook de bodemprocedure) kunnen alle gebreken die eventueel aan het beslagverlof kleven in volle omvang ten toets worden gebracht, ook die bezwaren waarop de leer van de doorbreking van het appelverbod ziet. In het bijzonder kan de voorzieningenrechter in kort geding en de rechter in het bodemgeding onderzoeken of de voorzieningenrechter die het beslagverlof verleende daarbij is getreden buiten het toepassingsgebied van de artikelen 700 en 709 Rv, in strijd met de wet verlof heeft verleend of fundamentele beginselen van behoorlijk procesrecht heeft geschonden. Het standpunt van [naam besloten vennootschap](punt 10 pleitaantekeningen) dat in het kader van het kort geding alleen de rechtmatigheid van de beslaglegging ten toets kan komen, maar geen 'toetsing ten principale in een declaratoire uitspraak van de vraag of de voorzieningenrechter juist heeft gehandeld', en dat daarom in casu hoger beroep toelaatbaar is, deelt het hof niet.

6.4. Het hof laat terzijde of de leer van de doorbreking van het appelverbod opgaat in die gevallen dat - anders dan hier - artikel 705 Rv geen toepassing kan vinden.

6.5. De conclusie is dan dat het hof niet meer toekomt aan de vraag of de klachten, die in andere zaken aanleiding zouden kunnen geven tot doorbreking van het appelverbod, gegrond zijn en dat [naam besloten vennootschap]in haar hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard moet worden.

7. Het hof vindt aanleiding in het contradictoire karakter van dit hoger beroep om [naam besloten vennootschap]in de kosten daarvan te veroordelen.

8. De uitspraak

Het hof:

verklaart [naam besloten vennootschap]niet-ontvankelijk in het hoger beroep;

veroordeelt [naam besloten vennootschap]in de kosten in hoger beroep aan de zijde van DRPP gevallen, tot op heden begroot op E. 288,- voor vast recht en op E. 1.788,- voor salaris procureur.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Den Hartog Jager, Aarts en Venhuizen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof op 5 juli 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.