Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2005:AS9427

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-02-2005
Datum publicatie
09-03-2005
Zaaknummer
C0200542-HE
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het beroepen eindvonnis is tot stand gekomen ná de inwerkingtreding op 1 januari 2002 van de wet tot herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, zodat de bij die wet vastgestelde bepalingen van toepassing zijn. Tot die bepalingen behoort artikel 332 Rv, volgens welk artikel hoger beroep is uitgesloten indien de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te beslissen niet meer beloopt dan € 1.750,--.De vordering van [geïntimeerde] waarover de kantonrechter in eerste aanleg had te beslissen, beloopt inclusief de tot aan de dag der inleidende dagvaarding verschenen rente niet meer dan € 1.750,--.

[appellant] heeft gesteld dat hij ondanks voormeld appelverbod ontvankelijk is in zijn appel, omdat de kantonrechter heeft gehandeld in strijd met de beginselen van een goede procesorde. Hiermee miskent [appellant] echter dat de jurisprudentie waarin aanvaard is dat appelverboden onder omstandigheden kunnen worden doorbroken, niet ziet op appelverboden op grond van een gering financieel belang, zoals het appelverbod van artikel 38 Wet RO oud, thans artikel 332 Rv (zie HR 19 december 1986, NJ 1987, 1000). Het voorgaande brengt mee dat [appellant] niet-ontvankelijk is in zijn appel van het eindvonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. KD

rolnr. C0200542/HE

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

eerste kamer, van 15 februari 2005,

gewezen in de zaak van:

[APPELLANT],

wonende te [plaatsnaam],

appellant bij exploot van dagvaarding van 27 mei 2002,

procureur: mr. Ph.C.M. van der Ven,

tegen:

de besloten vennootschap [GEÏNTIMEERDE] TELECOM B.V.,

gevestigd te [plaatsnaam],

geïntimeerde bij gemeld exploot,

niet verschenen,

op het hoger beroep van de door de rechtbank te 's-Hertogenbosch, sector kanton, locatie Helmond gewezen tussenvonnissen van 25 april 2001 en 12 september 2001 en eindvonnis van 27 februari 2002 tussen appellant - [appellant] - als gedaagde en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als eiseres.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 189080, rolnr. 1726/00)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Op de eerste roldatum is [geïntimeerde] niet in het geding verschenen, waarop het hof verstek tegen haar heeft verleend.

2.2. Bij memorie van grieven heeft [appellant] twee grieven aangevoerd en, mede gelezen de appeldagvaarding, geconcludeerd dat het hof de beroepen vonnissen zal vernietigen en opnieuw rechtdoende de vordering van [geïntimeerde] alsnog zal afwijzen en de vordering die [appellant] in voorwaardelijke reconventie zou hebben ingesteld alsnog zal toewijzen. [appellant] heeft voorts gevorderd dat het hof [geïntimeerde] zal veroordelen tot terugbetaling van al hetgeen [appellant] ter uitvoering van de beroepen vonnissen aan [geïntimeerde] heeft betaald.

2.3. [appellant] heeft daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de grieven verwijst het hof naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1.1. Het hof overweegt ten aanzien van de ontvankelijkheid van [appellant] in appel ambtshalve als volgt.

4.1.2. Het hof stelt voorop dat het beroepen eindvonnis tot stand is gekomen ná de inwerkingtreding op 1 januari 2002 van de wet tot herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, zodat ingevolge artikel VII lid 2 van deze wet ten aanzien van de mogelijkheid van het aanwenden van een rechtsmiddel tegen dit vonnis, de bij die wet vastgestelde bepalingen van toepassing zijn. Tot die bepalingen behoort artikel 332 Rv, volgens welk artikel hoger beroep is uitgesloten indien de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te beslissen niet meer beloopt dan € 1.750,--.

4.1.3. De vordering van [geïntimeerde] waarover de kantonrechter in eerste aanleg had te beslissen, beloopt inclusief de tot aan de dag der inleidende dagvaarding verschenen rente niet meer dan € 1.750,--.

Ook indien zou worden uitgegaan van de juistheid van de stelling van [appellant] dat hij in eerste aanleg een vordering in voorwaardelijke reconventie zou hebben ingesteld van in totaal f. 1.321,76 (f. 581,63 en f. 740,13), moet geconstateerd worden dat het totale beloop van de vordering in conventie en de vordering in voorwaardelijke reconventie omgerekend niet meer is dan € 1.750,--.

4.1.4. [appellant] heeft, onder verwijzing naar uitspraken van de Hoge Raad, gesteld dat hij ondanks voormeld appelverbod ontvankelijk is in zijn appel, omdat de kantonrechter heeft gehandeld in strijd met de beginselen van een goede procesorde. Hiermee miskent [appellant] echter dat de jurisprudentie waarin aanvaard is dat appelverboden onder omstandigheden kunnen worden doorbroken, niet ziet op appelverboden op grond van een gering financieel belang, zoals het appelverbod van artikel 38 Wet RO oud, thans artikel 332 Rv (zie HR 19 december 1986, NJ 1987, 1000).

4.1.5. Het voorgaande brengt mee dat [appellant] niet-ontvankelijk is in zijn appel van het eindvonnis. Gelet daarop is [appellant] evenmin ontvankelijk in zijn appel van voormelde tussenvonnissen, waarvan hij eerst ter gelegenheid van het appel van het eindvonnis appel heeft ingesteld.

4.1.6. Het hof zal [appellant] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep.

5. De uitspraak

Het hof:

verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep;

veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten aan de zijde van [geïntimeerde] tot de dag van deze uitspraak worden begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door mrs. Feith, Hendriks-Jansen en Fikkers en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 15 februari 2005 en ondertekend door de griffier en de rolraadsheer.